Reisverslag Mexico 2013 - 2014

met Claudia and PJ Potgieser

 

home

terug

click here for English

December 2013 Mexico

9 december 2013, Ensenada - Mexico
Daar zitten we dan, met dikke sloffen aan, het elektrische kacheltje snort, de camper staat te schudden op zijn zes wielen door windstoten van 50 km p/u en het is buiten 11°C.
Ja, we zijn in Mexico, al zou je dat niet zeggen.

Vanochtend moesten we nog twee uur door Californië rijden voordat we bij de grenspost Tecate waren. Het is buiten maar 3°C en daar wordt PJ wel een beetje sacherijnig van. Hij is erg bang dat we het te koud zullen vinden in Baja California, dat wormvormig aanhangsel aan de westkant van het vaste land. Bovendien waait het hard. Er gaat een koufront over de USA en dat merken we ook in Californië.
In Mexico hebben ze een eenvoudig systeem om de grens over te komen. Je gaat voor een stoplicht staan en als je groen licht krijgt (dit is een willekeurig systeem) mag je zonder controle doorrijden.

PJ stopt voor het licht met de tekst STOP en als het groen wordt, begint hij te rijden. Een militair wuift hem naar de zijkant, natuurlijk kun je het willekeurige systeem altijd overrulen! De man vraagt of hij even binnen mag kijken en ik open de camperdeur voor hem.
“Heb je wijn of bier meegenomen?”. Ik ben overrompelt door die vraag, dat hebben ze nog nooit gevraagd en zeg eerlijk ja.
“Hoeveel?”. Ik laat hem de 5 liter boxwijn zien en vergeet even de andere 15 liter die nog ergens in de camper verstopt zitten. Ook hebben we het niet over de whisky en rum. We mogen doorrijden.

Het douanehandelingen die je voor Mexico moet doen zijn:
- Met je paspoort naar immigratie om een 180 dagen visum aan te vragen.
- Daarna met een formuliertje van de immigratie naar een bank om te betalen.
- Met dat betalingsbewijs terug naar immigratie voor de stempels in je paspoort
- Daarna naar de banjercito om het papierwerk te regelen voor de tijdelijke import van je vervoermiddel.

Niet al te moeilijk zou je denken en aangezien wij de grensovergang bij Lukeville al vele malen gedaan hebben, kunnen we daar blindelings onze weg vinden.
Maar nu zijn we in Tecate….
Na de wijncontrole zoeken we een plek om de camper te parkeren, zodat we naar de douane kunnen. Maar het is hier krap en we moeten de camper een paar straten verder neerzetten en teruglopen naar de grens. Geen prettig idee om je hele hebben en houwen achter te laten in zo’n rommelig grensstadje.
We lopen terug naar de grenspost.
O ja, aan de Amerikaanse kant moesten we nog ons witte visum waiver kaartje inleveren; het bewijs dat je het land na 90 dagen verlaten hebt. Terwijl PJ in de auto bleef zitten, ben ik uitgestapt om het douanegebouw binnen te lopen, maar alle deuren gingen alleen vanaf de binnenkant open! Er kwam net een Mexicaan naar buiten, dus slipte ik in tegengestelde richting naar binnen. Maar al snel stuitte ik op een volgende deur die alleen vanaf de andere kant open ging. Dus maar met hangende pootjes terug naar de camper.
Dus onze eerste actie is nu om lopend met de rest van de Mexicanen de Amerikaanse grens over te gaan, het gebouw binnen via de goede kant, via een draaideur die maar één kant op gaat en naar de douane te stappen. We leveren de visumkaartjes in en vragen hoe we hier weer uit kunnen komen, want we zijn tenslotte op weg naar Mexico.
De douanebeambte loopt met ons mee terug en zegt heel streng: ”Hier blijven staan”, terwijl hij een sleutel in de draaideur steekt. “Ga je gang”, en we worden weer ‘vrijgelaten’.
De volgende stap is de Mexicaanse douane. Die vinden we al gauw en de immigratieofficier is erg behulpzaam en spreekt zelfs Engels met een dik accent. Voor ons is een jong Franstalig Belgisch stel (later zien we hun leuke zelfbouwcamper) die dit blijkbaar voor het eerst doen, want ze begrijpen maar niet dat ze even naar de bank moeten lopen om te betalen. Ze negeren ons, dus laten we ze maar aanmodderen.
Nadat we de visumaanvraag hebben ingevuld (de Engelse vertaling zit op de tafel geplakt), lopen we drie straten verder naar een bank. We zien de Belgen al bij een loket staan, dus we zijn vast in de juiste bank. PJ trekt even pesos uit de flappentapper met zijn debitcard en daarna betalen we onze visum bij het loket. Met het bewijs van betaling lopen we weer terug naar de douane, en daar krijgen we onze stempels in onze paspoorten. De officier probeert de Belgen uit te leggen dat ze nu naar de Bajercito moeten voor de import van hun voertuig, maar dat ze dit ook in de havenplaats La Paz kunnen doen, 1500 kilometer zuidelijk.
Wij luisteren natuurlijk mee en lopen een paar minuten later naar het banjercito gebouwtje. Vreemd, de Belgen zijn er niet. Maar we komen er al snel achter: de computer is stuk, of we over een uurtje willen terugkomen.

We twijfelen erg of we zullen wachten (en dat doet de computer het waarschijnlijk nog steeds niet) of te gokken dat we het over 1500 km kunnen doen in La Paz. We kiezen voor het laatste, want het is ondertussen al 12 uur ’s middags en we willen voor het donker in Ensenada zijn.

                    

De navigatiedame stuurt ons op weg door het drukke stadje en voor we het weten rijden we naar de grote grensstad Tijuana. Dat wilden we juist vermijden, daarom hadden we gekozen voor de kleinere grenspost Tecate! Dus omgedraaid, de protesten van de Engelse dame negerend en een half uurtje later zitten we op de juiste weg. Al snel rijden de Franstalige Belgen achter ons, zij hebben blijkbaar ook gekozen om de import van het voertuig in La Paz te doen. Als wij stoppen voor lunch, sjezen ze ons voorbij. Jammer, ik had ze wel even willen spreken.

In 2002 zijn we al eens eerder op Baja California geweest. De kronkelige smalle weg door de kale bergen hebben we dus al eens eerder gereden, maar ik kan mij er weinig van herinneren. Waren er toen ook al wijnboomgaarden?

Halverwege de middag komen we in Ensenada aan. Ik heb een luxe camping (€20) uitgezocht met WIFI, we willen die eerste dagen toch nog wel even contact met het thuisfront. Hiervoor moeten we eerst nog een stuk noord rijden en dat kan alleen via de tolweg, die de ruige kustlijn volgt. Een heel eind moeten we stapvoets rijden, vanwege wegwerkzaamheden. Op de borden staat dat de grond instabiel is. Een paar weken later lezen we dat dat stukje tolweg door een aardbeving compleet is weggeslagen, mét een vrachtwagen erop! Gelukkig zijn er geen doden gevallen.

   

Vanaf de weg kunnen we al zien dat het gezellig druk is op de camping met luxe nieuwe caravans. We waaien ons broek uit, parkeren de camper, pluggen in met elektriciteit en zetten de kachel aan.
Het is 11°C. We zien niemand op de camping, maar vermoeden dat iedereen lekker binnen bij de kachel zit. Als het om 5 uur donker begint te worden, komen we erachter dat we enigen zijn op de camping! Er gaan geen lichten aan in de caravans om ons heen. Ensenada ligt maar ruim honderd kilometer van de Amerikaanse stad San Diego, dus waarschijnlijk is dit voor de Amerikanen hun tweede ‘huis’. Dit voelt niet prettig, maar blijkbaar is het veilig genoeg, anders zouden de Amerikanen hun dure voertuigen hier niet achter laten.

 
                De spookcamping Clam Beach Resort.


Zonsondergang in ramen van gebouwtje

Voordeel is wel dat we het Internet met niemand hoeven te delen en we kunnen naast Uitzending gemist (Ned 1,2, en 3) ook naar RTLxl kijken. We vinden RTL Late Night met Humberto Tan erg leuk, maar meestal is RTL van een té goede kwaliteit en kunnen we die uitzendingen niet zien.
Een ander voordeel is dat we geen ruzie met de buren kunnen krijgen…

10 december 2013, Ensenada - Baja California Mexico
In de loop van de morgen gaat de wind eindelijk liggen en we besluiten nog maar een dagje te blijven. Als voorbereiding op Mexico hebben we er o.a. voor gezorgd dat alle kleding gewassen is, we wilden niet de grens over met vuile was. En jawel, deze camping heeft twee wasmachines en twee drogers en ze zijn de goedkoopste die ik ooit gezien heb: 36 eurocent per was! Helaas heb ik helemaal NIETS te wassen.
Een andere voorbereiding is dat ik tijdens het reizen een USB-stick aan een touwtje om mijn hals heb hangen. Op deze stick staan kopieën van onze belangrijke documenten. Pas één keer in dertien jaar Mexico hebben we gehoord van een camper die overvallen is en de kampeerders bleven achter in de kleding die ze droegen. Dus misschien handig om dan toch een paar telefoonnummers en documentnummers bij de hand te hebben.
Als we door Mexico reizen doen we de camperdeur op slot. Logisch zou je denken, maar in Noord-Amerika doen wij de deur eigenlijk alleen ’s nachts op slot.
Iets nieuws is dat PJ ineens een grilloventje voor mij gekocht heeft. Het ding is 30 cm breed en slechts 20 cm hoog, dus echt een ieniemienie oven. Bij de Dollarstore heb ik een piepkleine cakevorm gevonden en een muffinblik voor zes kleine muffins. Dus gelijk maar eens uitgeprobeerd (warmt de camper ook lekker op). In de cakevorm kan ik precies een tweepersoons lasagne maken.

   

11 -12 december 2013, San Quentin - Baja California Mexico
We rijden zuid naar San Quentin. De doorgaande route is erg smal en PJ houdt steevast in als een vrachtwagen ons passeert. Het gaat steeds maar net.

   

We kamperen op camping/restaurant Posada Don Diego. Er staat verder niemand, maar behalve een blijkbaar goedlopend restaurant heeft deze camping niet veel te bieden. Om half 5 parkeren er steeds meer auto’s voor het restaurant. Ook 's morgens rijden de auto's af en aan. We nemen ter goeder trouw maar aan dat het eten goed is en dat ze niet bij Don Diego komen voor andere praktijken.
Onze Chileense vrienden Claudia en Cristián mailen dat ze 15 december al naar de Baja komen. Ze hadden nog veel plannen maar tegen nachten van  -31°C in Utah kon hun oude camper niet tegenop. Voor ons goed nieuws, want we hadden zo onze twijfels dat ze op tijd voor Kerst op de Baja zouden zijn.
We blijven nog maar een nachtje op de camping, zodat we niet zo’n grote voorsprong op hen hebben. Helaas krijgen we de volgende dag weer een mail van hen: ze komen pas 3 januari naar de Baja. Dat is wel een teleurstelling.

 
                                                            Eenzame stadscamping in San Quentin

13 december 2013, Valle de Cirios - Baja California Mexico
We vervolgen onze weg zuid door de droge woestijn. Hier zien we zeer veel verschillende cactussen en vetplanten, maar ook de Boojum tree. Deze boom komt alleen voor op de Baja en kan tot 15 meter hoog groeien. Het is een soort omgekeerde wortel met aan de voet een verbreding en als de boom volwassen is, splits hij zich in twee tot zes grillige takken. De Mexicanen noemen deze boom Cirio (kaars) omdat het doet denken aan de kaarsen in een kerk. Nou, misschien als je wierook in je ogen hebt.

   
    Wortelachtige Boojum Tree                         Grillige vertakkingen                       Merkwaardige stam van de Boojum Tree

 
                                                                                                   Met een beetje fantasie kun je hier
                                                                                                                       wel kaarsen in zien

   

We rijden dwars door de woestijn en nemen een 70 km doodlopende weg naar Bahia de Los Angeles  (de baai van de Engelen).

           

Het dorpje ziet er vervallen uit en de twee campings in het dorp ook. Maar wij hebben voor camping Daggits een paar kilometer noord gekozen. We komen aan bij de strandcamping en er zijn nog drie andere kampeerders. Het zonnetje schijnt en we kunnen dan eindelijk in badkleding in de zon zitten. De temperatuur loopt op tot 20°C. Elk plekje heeft een hutje (palapa). Pelikanen zitten op het strandje te wachten op een vis, we zien een school dolfijnen langs komen en een visarend hangt in de wind op zoek naar vis.

 

De Zee van Cortes is diepblauw en op het strand liggen alleen aangespoelde schelpen, geen afval. We hebben wel eens op een camping op de Yucatan gestaan waar we ons eerst door aangespoelde teenslippers, sneakers, flessen en plastic zakjes moesten worstelen voordat we onze handdoelen op het strand konden leggen. De camping heeft verrassend genoeg WIFI en kost maar €7,50 per nacht.

   

   
Een strand met alleen schelpen en stenen,                        enorme mosselen en grote schelpen

Paradijs? Nee, nog net niet. Irritante vliegen gaan op onze mondhoeken zitten en in onze ogen.
’s Middags begint de wind zo aan te wakkeren, dat we vanaf 1 uur binnen moeten gaan zitten. Het is echt te koud om buiten te blijven. We hebben geen elektriciteit dus ik kan mijn oventje niet gebruiken. Het water uit de douche (overigens wel heet) is zo’n pisstraaltje dat ik mijn haar niet volledig nat kan krijgen om het te wassen. En er zijn geen palmbomen, toch wel een must om paradijs genoemd te worden. Toch blijven we er vier nachten.

      

   
 

 

17 december 2013, Bahia de Los Angeles - Baja California Mexico
We vervolgen onze weg zuid over de smalle doorgaande route, door de droge woestijn met zoveel verschillende cactussen en nog een paar laatste Boojum bomen.

   

   

Als je van de provincie Baja Noord naar Zuid gaat, kom je langs een groente – en fruit controlepost. Toen wij in 2002 deze post passeerden, werd ons gevraagd naar fruit en groenten. Groen als wij toen waren, somden we eerlijk op wat we in huis hadden.
Nee, sinaasappelen waren geen probleem, maar uien, aardappelen en tomaten wel. Ook mochten we de ananas en avocado’s houden. Op zich geen ramp, dan kopen we toch gewoon weer nieuwe groenten? Maar toen kwamen we van een koude kermis thuis: in de eerstvolgende supermarkt zagen we dat de schappen van de verse groenten vrijwel leeg waren. De aardappelen waren verschrompeld en de tomaatjes gebutst. En uien hadden ze al helemaal niet.
Onze Nederlandse reisvrienden Gerard en Monique zouden een paar dagen later achter ons aankomen (ze hadden wat vertraging opgelopen in Los Angeles, wachtend op een auto-onderdeel), dus mailden we hen natuurlijk over die controlepost.
Wat waren we verbaasd toen zij ons vertelden dat bij hen juist de avocado’s waren in genomen, plus de sinaasappelen. Het leek wel of die fruitbeambte elke dag van zijn vrouw een boodschappenlijstje krijgt en alleen de dingen inneemt die zijn vrouw voor het avondeten nodig heeft!

Niet zo verwonderlijk dus dat wij 11 jaar later en met 16 jaar reiservaring onze groenten en fruit uit voorzorg verstoppen. Ik laat alleen een overrijpe banaan in de koelkast liggen. Even voor de duidelijkheid: In bijvoorbeeld Californië mag je geen sinaasappelen invoeren uit andere staten en geen haar op mijn hoofd die erover denkt om stiekem toch fruit in te voeren. Ik zou het niet op mijn geweten willen hebben om een fruitoogst te laten mislukken door stiekem ingevoerde fruitvliegjes. Maar die Mexicaanse controle is duidelijk een gevalletje van willekeurig innemen van fruit en groenten en daar werken wij echt niet aan mee!

Maar eerst moeten we nog door een militaire controlepost. Een gast van een jaar of 17,18 met een pukkelig gezicht vraagt of hij de camper kan doorzoeken. Ik doe de deur voor hem van het slot en stap voor hem naar binnen. Het is een gebruikelijke controle; kastje open, kastje dicht, onder het matras en in de koelkast kijken.
“Slapen jullie hier?”, vraagt hij in het Spaans en wijst naar het bed.
“Si”.
“En is dat je echtgenoot?”, wijzend naar voren.
“Si”.
“Hebben jullie kinderen?”
“No”.
“Waarom niet?”
Nu hebben PJ en ik bewust ervoor gekozen om kinderloos door het leven te gaan, maar je zal maar een enorme kinderwens hebben en er alles aan gedaan hebben om een kindje te krijgen en dan zou zo’n snotaap je vragen waarom je geen kinderen hebt!
Ik wijs naar mijn buik en maak een verdrietig gezicht. Hij kleurt, waardoor zijn pukkels nog meer zichtbaar zijn. Lekker puh!

En dan komt de gewraakte groenten- en fruitcontole. PJ stopt bij de man in uniform.
“Heeft u fruit?”
“Si”, antwoordt PJ, “een banaan”
“Alleen een banaan?”
“Si”
“Rijdt dan maar door”.
Wat een anticlimax is dat zeg!
We rijden het dorp in en gaan op zoek naar de supermarkt. En wat denk je? De groenten en fruitafdeling is ruimschoots gevuld met verse producten. Niets mis mee.
Blijkbaar is er een verband met een lege supermarkt en een lang boodschappenlijstje van de controleur. Of ze hebben echt hun leven verbeterd.
Ondertussen is het lunchtijd en we hebben geen brood meer. We vinden een panaderia (bakker) maar die is gesloten. Ik zie de broodjes in het schap liggen. Ook de supermarkt heeft geen vers brood. Dan maar een fish taco van een tacokraampje! Lekker gefrituurde vis in een zachte maïstortilla, met fijn gesneden witte kool en een pittig sausje.

             

We parkeren achter een hotel waar we volgens mijn aantekeningen in 2002 ook gekampeerd hebben.
"Herken jij het nog?", vraag ik PJ.
"Hebben we hier al eens gekampeerd dan?", is PJ's antwoord.
Toch wel vreemd dat we het ons allebei absoluut niet meer kunnen herinneren.
's Avonds zet ik mijn nieuwe grilloventje aan het werk. Hartige muffins met gekarameliseerde rode ui, knoflook en Parmezaanse kaas. En ook nog een pasta ovenschotel. Ik ben echt verbaasd hoeveel je kunt maken in zo’n simpel piepklein oventje.

18 december 2013, Guerrero Negro - Baja California Mexico
De volgende ochtend lopen we nog even terug naar de bakker, maar deze is nog steeds gesloten. Die broodjes liggen er blijkbaar al wat langer.
We reizen verder door de droge woestijn. Een Coyote steekt de weg over en we zien ezeltjes langs de weg grazen. Erg veel te eten kan er niet zijn.

En dan komen we ineens in een vruchtbare kloof vol met dadelpalmen; San Ignacio. Wat een prachtig gezicht om zo’n oase in de woestijn te zien. We kamperen op een camping aan een lagune omringt door dadelpalmen. Elk plekje heeft een palapa (rieten afdakje) en een bankje. Er staat nog een grote camper met een Mexicaanse familie. De lagune zit vol met zwarte eendjes.

 

       

In de loop van de middag komt er een klusjesman langs die dadels opraapt om ze op tafels te drogen en de camping aanharkt. Hij vraagt of wij er bezwaar tegen hebben dat hij de generator aanzet, die water uit de lagune pompt.
“Welnee, ga je gang”.
Ik verwacht dat hij de palmen water gaat geven, maar tot mijn verbazing loopt de slang vanaf de lagune zo naar de bovenkant van het douchegebouw. Het klinkt misschien truttig van mij, maar het idee dat ik moet douchen met ongefilterd water waar eenden in hebben gepoept, vind ik niet zo appetijtelijk. Die warme douche waar ze zo mee adverteren sla ik dus maar over.

   

De tuinman collecteert €7,- voor de overnachting, verkoopt mij nog een pan de datil (dadelbrood) en vertrekt. Het dadelbrood blijkt meer een cake te zijn en doet mij meteen denken aan Sinterklaas. Het zullen de specerijen wel zijn.
Even later vertrekt ook de Mexicaanse familie. En als het donker wordt, is het ook meteen pikkedonker (de camping heeft geen elektriciteit). Dan vinden we het ineens niet zo idyllisch om helemaal, net buiten het dorpje, alleen in een oase te staan.

 

 

19 december 2013, San Ignacio - Baja California Mexico
Het is een bewolkte dag, maar we rijden toch nog even naar het dorpje om de kerk te bekijken. De oude kloosterkerk is gebouwd door de Dominicanen en heeft muren van een ruim een meter dik en een mooi altaar.

   

We gaan weer verder zuid, het wolkendek lost op en we stoppen even in Santa RosalÍa. De kopermijnstad heeft vakwerkhuizen en een kerk die ontworpen is door Gustave Eiffel, beter bekend door de Eiffeltoren in Parijs.

 

        
                                                                                               Hier kun je stempel van Eiffel wel een beetje zien

We kopen knapperige witte broodjes bij de Franse bakker (sinds 1900). De twee bruine baguettes die we meenemen, blijken weer teveel suiker te bevatten en maken ons misselijk.
We eten een broodje langs de boulevard, terwijl de pelikanen laag langs vliegen.

Ons einddoel van vandaag is Mulegé, een palmbomendorp aan de Rio Mulegé. Van Nederlandse reizigers Marita en Paul hebben we de GPS coördinaten gekregen van een camping aan de noordzijde van de rivier. Nadat we drie pogingen hebben gedaan om onze weg te vinden dwars door het dorpje in de smalle eenrichtingsstraatjes geven we het op en gaan naar een kleine camping Hotel Cuesta Real aan de zuidzijde van de rivier. Ook een prima plek. De plekjes zijn omzoomd door palm- en fruitbomen (granaatappels?) en daarom valt het niet zo op dat ook hier vrijwel geen kampeerders zijn.

   

Een oude naar Canada geëmigreerde Duitser komt een praatje maken. Toen zijn vrouw nog leefde gingen ze meestal naar de strandcampings zuidelijk van hier, maar nu Horst alleen is en een hekel heeft aan koken, overwintert hij op deze camping. De Mexicaanse eigenaresse kookt elke dag zijn ontbijt en avondeten. Hij zit de hele dag kettingrokend en lezend naast zijn camperbusje.
We staan weer op stroom, dus mijn oventje komt weer tevoorschijn en ik maak pizza en knoflookbrood. Na twee nachten houden we het voor gezien, met Horst willen we ook de Kerst niet doorbrengen.

   
               pizza uit de oven                       Een leuk miniatuurhuis brievenbus                 De mond van de Rio Mulegé

21 december 2013, Mulegé - Baja California Mexico
We hebben gezigzagd van de Stille Oceaan naar de Golf van California en nu zitten we weer aan de baai van Cortes. Aan de BahÍa Concepción, een enorme ondiepe baai, zijn heel veel strandjes en een stuk of 12 campingmogelijkheden. Met Gerard en Monique hebben we in 2002 er vier uitgetest en we vonden unaniem El Requesón de mooiste.



Dit strandje is eigenlijk een landtong met aan beide zijden prachtig blauw water, wit strand en een eilandje dat alleen met laag water te bereiken is. PJ zet de camper neer naast een palapa en als we uitstappen, worden we bijna van onze sokken geblazen. Wat staat hier een harde wind!
PJ spant een zeiltje aan één kant van het rieten afdakje en zo kunnen we toch in badkleding in de zon zitten. Buiten eten is er helaas niet bij.

 

 
                                     Een camouflage vogeltje                                                        Room with a view

 
                                                                                               Veel schelpen op het strand



Onze buren wisselen per dag. De naar San Francisco geëmigreerde Belg met zijn Amerikaanse vriendinnetje maken van de wind gebruik door te gaan kitesurfen. Geeft ons mooi de gelegenheid die spectaculaire sprongen te fotograferen. Ze reizen in een oranje Volkswagen busje.

 

           

Deze idyllische plekjes zijn niet gratis, elke avond komt een vage hippieachtige Mexicaan met een enorme woeste baard 80 peso (vijf Euro) ophalen. Dit was ook al in 2002, alleen betaalden we toen €1,80 per nacht. Als het de vierde dag weer waait, geven we het op en rijden naar de stad Loreto. 

24 - 27 december 2013, Loreto - Baja California Mexico
We hebben onderweg best veel reizende fietsers gezien. Eén stel was met ligfietsen, nou dat lijkt mij levensgevaarlijk met al die vrachtwagens op die smalle doorgaande snelweg. We halen twee fietsende gasten met bivakmutsen in. Op het strand van El Requesón komen we hen weer tegen. Het blijken twee hele aardige Mexicanen uit de grensstad Tijuana te zijn. Ze herkennen onze camper, tenminste alleen de achterkant, want we hebben hen een paar keer ingehaald.
Ze willen in twee maanden naar Cancun fietsen. Dat is bijna 5000 kilometer! Maar ze hadden geen rekening gehouden met van die mooie strandjes met aardige buren, waar ze misschien langer dan 1 dag zouden willen blijven.

“Het gaat toch om de reis, het geeft toch niet als je Cancun niet haalt in die twee maanden”, zeg ik.
Nou, dat zag ik toch verkeerd. “Onze vrouwen arriveren over twee maanden in Cancun, waar we nog een week vakantie gaan vieren”.
“Waarom dragen jullie eigenlijk bivakmutsen?”, vraag ik.
“Ik vind dat ik al bruin genoeg ben in mijn gezicht. Trouwens, de volgende keer dat jullie ons inhalen, willen jullie ons dan een lift geven, anders halen we het nooit”.

Als we van het strand naar het stadje Loreto rijden, zien we een zwaar bepakt fietsend meisje die ineens op de weg afstapt om een foto van de omgeving te nemen. PJ gaat om de rem staan, want er komt vanaf de andere kant net een vrachtwagen aan. Maar in zijn spiegels ziet hij ook een vrachtwagen achter zich, die natuurlijk totaal niet verwacht dat PJ op de snelweg remt en stil gaat staan. Dus neemt PJ een snel besluit, haalt de stilstaande fietsster in en schiet net op tijd voor de tegemoetkomende vrachtwagen terug naar zijn baan. Het meisje wuift een beetje verontschuldigend. Zou ze door hebben gehad hoe kantje boord dit was?

 

                        
                                                      weer zo'n zwaar bepakte fietser

We hebben in Loreto een kleine stadscamping uitgezocht. We hopen hier met de andere kampeerders een gezellige Kerst te vieren. Als we camping oprijden zien we indrukwekkend veel reizigersvoertuigen. Van die enorme Unimogs, Toyota Landcruisers met hefdak of daktent, zelfbouw dingen en MAN campertrucks. Leuk, denken we onmiddellijk en parkeren onze camper in een van laatst beschikbare plekjes. Maar dan blijken al die voertuigen bij Duitsers te horen, die elkaar onderweg zijn tegengekomen en afgesproken hebben om hier Kerst te vieren. En dat doen ze!

 

   

Op kerstavond kruipen ze in een hoekje om met elkaar te gaan bieren en dit mondt uit in een spontaan dinertje waarbij iedereen iets maakt. Tweepersoons tafeltjes worden tegen elkaar geschoven en zo ontstaat er een lange tafel. En het komt geen moment in hen op om ook de kampeerders van de andere vier campers uit te nodigen. We horen alleen Duits gekakel om ons heen. Wij staan ernaast en kijken ernaar. Op Eerste Kerstdag hebben de Duitsers een restaurant afgehuurd en de kok maakt een kalkoendiner voor hen. Ook deze dag worden we totaal genegeerd. Niet een echte Kerstgedachte. Op Tweede Kerstdag vertrekken ze met hun voertuigen naar een strandje (locatie onbekend) om kreeft te eten.

 

Ons Kerstdiner bestaat uit zalm uit Alaska en verse grote garnalen die ik net voor vertrek op het strandje gekocht heb uit de achterbak van een auto. Ik kon ook een kilo kreeftenstaarten kopen, maar ik had geen idee hoe je die moest klaarmaken. Ik maak er puree en een lekker roomsausje bij met pittige chipotle pepers. En we kunnen voor het eerst in weken buiten eten!

Wij blijven vier nachten op deze camping. Het stadje Loreto blijkt erg gezellig te zijn en het centrum is op 15 minuten lopen van de camping. Elke dag lopen we wel even naar het dorp, voor een boodschapje of gewoon om gezellig over de met palmen begroeide boulevard te lopen of door de autovrije winkelstraat met boogvormige bomen. Er staat een mooie oude kerk op het plein.

   

                      

   

De LEY supermarkt is op tien minuten lopen van de camping en op kerstmorgen sluiten we ons aan bij de lange rij mensen voor de bakkersafdeling. Wij hebben harde broodjes uit het schap gepakt en moeten de zak laten prijzen, maar de meeste Mexicanen staan in de rij voor verse maïstortilla’s. Deze worden ter plekke, via een ingenieus lopende band systeem vanuit deeg gerold, rondjes gesneden, in een oven gebakken en de nog dampende tortilla’s worden op stapels gelegd. Die vijftien centimeter hoge stapels tortilla’s worden door de verkoopsters gewogen en verpakt. Het is niet ongebruikelijk dat per klant vijf kilo tortilla’s worden afgenomen.
Er staat een Mexicaan achter ons in de rij die vraagt waar wij vandaan komen.
Holanda”.
En wat spreken jullie daar?
“Nederlands”.
“Hoe heet een bolillo in het Nederlands?”
“Broodje”
Hij probeert alles na te zeggen, en zijn vragen worden steeds persoonlijker.
"Zijn jullie getrouwd?"
"Ja, al bijna 25 jaar".
“Hebben jullie kinderen?”
“Nee”.
“Waarom niet?”
Wat is dit toch met die Mexicanen? Dat een snotaap dit vraagt, maar dit is een volwassen man!

Nadat we onze broodjes een prijssticker hebben gekregen, zien we de Mexicaan nog regelmatig in de winkel. “En hoe heten sinaasappelen in het Nederlands?”
“En wasmiddel?”

Als we voor de winkel onze boodschappen ompakken (hier worden je boodschappen automatisch in plastic tasje verpakt, ondanks dat we onze meegebrachte rugzakken voorhouden.) zie ik een schattig ruigharig hondje met een riem aan een paal zitten. Automatisch begin ik tegen het dier te praten.
“Hoe noemen jullie perro in het Nederlands?”, hoor ik achter mij.
Ja hoor, daar is hij weer!
“Hond”.
“Gond?”
“Nee, hhhhond”
“Hoe schrijf je dat dan?”
Ik schrijf hond op het winkelraam.
“Oh, ond”.
Ja, de h spreek je niet uit in het Spaans. We wensen hem een Feliz Navidad, negeren zijn “Hoe zeg je kerst in het Nederlands?” en lopen terug naar de camping.

De meeste souvenirwinkels in het centrum hebben mooie etalages, een klein assortiment en stralen onmiddellijk duur uit. Een van de winkeltjes ziet er net iets anders uit. Het is er vol, stoffig en onoverzichtelijk. Dus dit winkeltje schreeuwt om mijn bezoek en ik ontdek een paar dozen op de grond met handbeschilderde keramische huisnummers. Ik struin alle dozen door op zoek naar ons huisnummer. Vorige winter zijn onze Mexicaanse huisnummertegeltjes kapot gevroren, dus die moeten echt vervangen worden. Na een tijdje zoeken vind ik de juiste nummers en ga ze afrekenen. Mijn handen zijn pikzwart van het stof! Ik moet €5,50- betalen.

28 december 2013 - 2 januari 2014, Ciudad Constitucion - Baja California Mexico
Sinds de Duitse invasie is vertrokken, praten de overige kampeerders weer met elkaar en is het een stuk gezelliger. We verhuizen naar een ander plekje, waar we wel Internet kunnen oppikken in de camper, maar we na vier nachten vinden we het toch tijd om te vertrekken.

 

We rijden de stad uit en volgen de kust. Als we bij een uitzichtpunt stoppen zien we ineens een schattig strandje.
“Zullen we daar een nachtje gaan staan?”, vraagt PJ.
Maar als we ernaartoe rijden, zie ik ineens allemaal bekende voertuigen. De Duitse enclave! Dus rijden we lekker door naar Ciudad Constitucion. Vlak voor de stad ziet PJ een gasfabriek en laten we nu een lege gasfles hebben. Dus snel gestopt en terwijl PJ de gasfles tevoorschijn haalt, loop ik het terrein op.
“Wat wil je?”
“Kun je onze gasfles vullen?”
“Ja, als je achteraan sluit”, wijst de man.
Ik had aan de zijkant van het hek wel een grote groep mensen zien staan, maar ik dacht dat zij op de bus stonden te wachten! We lopen om het hek heen en zien dat er voor een kleine opening in het hek al veel lege gasflessen staan.
“Hoelang gaat dit duren?”, fluistert PJ in mij oor.
“We hoeven vandaag toch verder niets meer”.
We zetten onze fles achter in de rij en wachten af. Na een kwartier is onze fles aan de beurt, tenminste dan wordt hij opgehaald. Na nog drie kwartier wachten zien we dan eindelijk onze fles weer terug. Ik heb bijna een zonnesteek opgelopen. We rekenen 200 peso af (€11,-) en kunnen nu weer barbecueën én koken tegelijk.

We hebben vanaf Loreto een paar uur door de droge woestijn gereden met veel cactussen en de stad Ciudad Constitucion is zoals de meeste Mexicaanse steden: stoffig en rommelig. De camping ligt in de buitenwijk en dit hadden we niet verwacht: palmbomen, cactussen, bloeiende struiken, sinaasappelbomen en een prachtig zwembad met ligstoelen! PJ parkeert de camper in de schaduw van een palmboom en we drinken een biertje.

   

De twee andere kampeerders vertrekken de volgende morgen weer, dus wij hebben het zwembad voor onszelf. Het water is te koud om in te zwemmen, maar wel lekker om de voetjes in af te koelen. De Bodega Aurrera supermarkt is een kwartiertje lopen van de camping, het assortiment is niet groot, maar voldoende, het Internet is supersnel, een aanhalig katje cirkelt rond mijn voeten en twee Labradors houden op onze deurmat de wacht. We besluiten hier 5 nachten te blijven.

   

Een paar dagen zijn er geen andere kampeerders, de eigenaresse woont met haar gezin en beestenspul op de camping en er loopt een tuinman rond die het zwembad spik en span houdt.
Ik ben eerst niet van plan om voor ons tweetjes oliebollen te gaan pakken, maar op oudjaarsdag zie ik de een na de andere oliebakkende kennis op Facebook verschijnen. Waarom ook niet? Ik heb er alles voor in huis! Dus sta ik even later in mijn bikini met keukenshort in de bloedhitte oliebollen te bakken.
De eigenaresse komt zich verontschuldigen; ze gaan bij familie Oud & Nieuw vieren en zo zijn we dan echt de enigen op de camping. Ik voel mij absoluut niet eenzaam, liever met z'n tweetjes dan met 15 andere reizigers die je negeren. Omdat de frituurpan nog op het gasfornuis staat eten we 's avonds patatjes met varkenssaté.

   

    

                                    Wij wensen jullie een gezond en gelukkig 2014.

Januari 2014 Mexico

Op 1 januari overwegen we om een Nieuwjaarsduik te nemen in het ijskoude zwembad, maar wie houden we eigenlijk voor de gek?

   

2 – 4 januari 2014, Todos Santos -
Baja California Mexico


Vandaag rijden we van Ciudad Constitucion naar Todos Santos, een rit van 285 kilometer. In 2002 zijn we niet verder gekomen dan Ciudad Constitucion, dus dit is nieuw terrein voor ons. Ik heb een beetje moeite met kaartlezen, omdat ik vanochtend onder de douche bij het dichtklappen van het dekseltje van mijn doucheschuim een druppel onverdunde vloeibare zeep recht in mijn oog heb gekregen. Gevolg is een branderig, opgezwollen, tranend oog en barstende koppijn.
We laten de grote stad La Paz aan de Golf van California links liggen en sjezen door naar de Stille Oceaan. Na La Paz wordt de smalle doorgaande route wordt ineens vierbaans, wat een verademing!

       

In Todos Santos kunnen we vrij gemakkelijk de camping vinden. Tot onze verbazing heeft de stadscamping geen WIFI, maar de eigenaresse zegt dat het overal in het dorp beschikbaar is. We willen eerst de Stille Oceaan zien en volgens de stadsplattegrond is dat een kronkelig weggetje en de zee ligt niet ver van de camping. Nou, dat blijkt een flinke tippel van een half uur te zijn over een paar heuvels. Het strand is moeilijk bereikbaar, er staan dure huizen en er ligt een lagune tussen. Dus niet iets om dagelijks te ondernemen met een luchtbedje onder de arm. Maar in de zee zien we meteen spuitende walvissen. Super!

 
   lagune tussen de weg en het strand/zee                                  De dadelpalmen oase van Todos Santos

We lopen weer terug naar de camping en gaan meteen door voor een wandeling naar het dorp om een Internetcafé te zoeken. Er is inderdaad overal WIFI, maar wel op de moderne manier; in de kroeg, restaurant, kunstgalerie of wasserette met je tablet of telefoon. Daar hadden wij even niet op gerekend en we hebben geen laptop meegenomen. Dus nadat we het hele dorp door zijn gewandeld, lopen we zonder ge-emailed te hebben weer terug naar de camping. We hebben geen zin meer om nog een keer het dorp in te lopen, iets te eten in een restaurant en WIFI op te pikken, we hebben nu al twee uur gelopen.

       
                                    Ik ben helemaal weg van deze stijl plattegrondjes van het merk GotBaja?Maps

Ondertussen hebben we een buurman gekregen: 55-jarige New Yorker Chris met rossig haar en turkooizen ogen. Hij is een sinds een half jaar een fulltimer, dat wil zeggen dat hij het hele jaar door in zijn camper woont. We vermoeden een scheiding, maar vragen niets. Hij stond ook op de stadscamping in Loreto, maar daar hebben we geen contact met hem gehad. Geef de Duitsers maar weer de schuld.
Chris is van plan om hier een maand te blijven. Dat verbaast mij wel een beetje, want de camping is een oude stoffige boel. Er staan wel palmbomen, maar als je die bomen niet onderhoud - de dode bladeren eraf snijden - zien ze er al gauw verwaarloosd uit. De bejaarde vrouwelijk manager woont op de camping in een oude stoffige camper vol met gaten, waar een schuwe kat in en uit loopt. Op de camping lopen honden los, ze lijken bij niemand te horen en daardoor ligt er ook hondenpoep.

 

        

Daar komt nog bij dat het ’s nachts heel lawaaierig is met ronkende auto’s, gierende brommers, lallende mensen en harde muziek. De camping kost dan ook maar €7,- per nacht en ik moet zeggen dat het wel de beste douche van heel Mexico heeft.

Als ik de volgende morgen buiten koffie zit te drinken, voel ik ineens een droge neus tegen mijn arm en kijk in de ogen van een hele magere hond. Dat hebben we al jaren niet meer gezien op de campings langs de kust van het vaste land van Mexico. De Amerikanen en Canadezen die in Mexico overwinteren doen graag iets terug voor de Mexicaanse gemeenschap. Zo organiseren ze al jaren Spay & Neuter Clinics, waar Mexicanen hun huisdieren gratis kunnen laten steriliseren of castreren. Die Clinics beginnen vaak eerst met het vangen van de zwerfhonden en katten, waardoor zo’n dorp al snel een veel betere aanblik krijgt. De geholpen dieren krijgen een bandana om hun hals geknoopt en zijn zo gemakkelijk te herkennen. Dit hebben we niet alleen gezien in La Peñita, waar we vele winters hebben doorgebracht, maar ook al jaren geleden in dorpjes zuid van Puerto Vallarta.
Ook wordt er hier op de Baja nog steeds plastic verbrand. Dat merk ik meteen aan mijn astma longentjes. Langs de kust van het vaste land hebben de overwinteraars het goede initiatief opgepakt om plastic uit het afval te scheiden. Op elke hoek van de straat staat een korf waarin het plastic afval wordt verzameld en dit wordt regelmatig opgehaald en gerecycled. Op scholen wordt voorlichting gegeven over het nut van het scheiden van plastic afval. Ook dit zagen we niet alleen in La Peñita, maar bijvoorbeeld ook in Sayulita. Hier op de Baja merk ik daar helaas niets van.
Wij zijn dus blij dat we van deze camping kunnen vertrekken. We zeggen Chris gedag en verwachten dat we hem nog wel weer een keer zullen zien.

 
                                                         Crested Caracara                     Turkey Vulture (gier)

                 
                                             Kerkuil

In mijn campingboek staat dat er 10 kilometer verderop in een gehucht een camping is met internet. Vanaf Todos Santos zijn er meerdere mogelijkheden om naar de zee te rijden en we willen graag die strandjes uitchecken. De nieuwe vierbaansweg continueert zuid en voor we het weten zijn we het eerste strandje al voorbij. Ik heb geen afslag gezien naar Playa Punta Lobos. Het volgende strandje Playa San Pedro Las Palmas is 3 kilometer verder en ook daar missen we afslag! Ook het surfstrandje Playa San Pedrito is nergens te vinden. Dan maar de camping, maar ook die kunnen we niet ontdekken. Nou, het zit even niet mee. Achteraf blijkt het tijdschrift waar ik de afslagen van de strandjes uit haalde er steevast een kilometer naast zat.

We rijden door naar Playa Los Cerritos over een onverharde wasbord weg. We zien even geen mogelijkheid om hier te overnachten, maar het strand ziet er uitnodigend uit, dus parkeren we voor de dag. We zijn niet de enigen, maar dat maakt niet uit. Er blijken veel dagjesmensen uit de bekende badplaats Cabo San Lucas te zijn. Met die nieuwe vierbaansweg zijn ze hier in een uurtje. Veel bedrijfjes geven surflessen of verhuren de planken.

   

Na een uur kijken, gaan mijn vingers jeuken en ga de rest van de dag de board surfers fotograferen. Volgens de strandwacht zijn de golven vandaag klein, maar ik vind ze toch indrukwekkend.

 

            

                           

 

 

 

 

Na een dag strand gaan we weer op zoek naar die camping met WIFI in het gehucht El Pescadero. Na drie keer heen en weer gereden te hebben, moeten we concluderen dat de camping nu een botenopslag is geworden.

Dus rijden we weer terug naar de stoffige stadscamping van Todos Santos. ‘Ons plekje’ wordt net ingenomen twee jonge Zwitserse meiden met een leuke groen met grijze zelfbouwcamper. Maakt niet uit, gaan wij gewoon aan de andere kant van Chris staan, die op dat moment niet thuis is. We raken aan de praat met de meiden en ik bied aan hen wat tips over Mexico te geven. Dat nemen ze gretig aan en even later zitten we met een biertje en de campinggids over de kaart van Mexico gebogen.
Als het donker wordt lopen wij met de laptop in een rugzak naar het dorp om iets te eten en te kunnen e-mailen. Het dichtstbijzijnde restaurant met WIFI is Shut Up Frank’s en laat Chris nu aan de bar zitten. Ik loop even naar hem toe om te zeggen dat we weer buren zijn en hij komt gezellig bij ons aan tafel zitten om te kletsen. Ik bestel fishtaco’s en PJ een hamburger. Als ik de laptop openklap hoor ik dat in het hele dorp het internet plat ligt. Nou zeg, dan had ik net zo goed thuis kunnen koken. Het eten is redelijk, maar wel prijzig.

 
           Zelfbouw camper van de Zwitserse meiden                        Fish Taco's, restaurant stijl (wel heel veel groenten)

De volgende morgen lopen we weer met rugzak en laptop naar het dorp. We weten nu de WIFI code van Shut Up Frank’s en e-mailen zonder iets te gebruiken bij een leegstaand pand ernaast. Niet echt ideaal in zo’n lawaaierige omgeving, zeker als ik lees dat mijn Amerikaanse oom overleden is. Lastig om dan troostende woorden te vinden voor mijn neef en nicht.

We wandelen nog even door het dorp. Todos Santos heeft sinds 2006 van het secretariaat voor Toerisme de status Pueblo Mágico (magisch dorp) gekregen. Een reeks van dorpen en steden in het hele land hebben deze status en hiermee willen ze bevorderen dat bezoekers een 'magische' ervaring krijgen - op grond van de natuurlijke schoonheid, culturele rijkdom of historische relevantie van het dorp.

Todos Santos heeft mooie gerestaureerde koloniale gebouwen, een kloosterkerk, heel veel kunstgaleries en ligt in een oase van dadelpalmen.

   

   

   

En ook Hotel California staat hier, bekend door de Eagles ("you can check-out any time you like, but you can never leave!"), hoewel het niet bewezen is dat dit lied specifiek naar dit hotel verwijst. In dit hotel wordt voor de derde keer het jaarlijkse Festival de Música Todos Santos gevierd. Het idee voor het festival is gekomen van Peter Buck, de oprichter, gitarist en songwriter van de popgroep R.E.M. om met gelijkgezinden muziek te maken en tevens geld op te halen voor de Palapa Society of Todos Santos. In 2012 haalden ze bijna U$50.000,- op. Ik ben blij te lezen dat er toch wel iets gedaan wordt voor Mexico door de buitenlandse overwinteraars.

Als we op de camping terug zijn en op het punt staan om naar de andere kust te gaan rijden, komen de Zwitserse meiden terug uit het dorp met de mededeling dat zij het weggetje naar Playa Punta Lobos hebben gevonden. Het begin ligt vlak bij de camping, laten ze op de kaart zien, dus gaan we dit eerst even uitproberen. De Zwitsers zullen ons wat later volgen.
Playa Punta Lobos is de officiële plek waar vissers aan land komen en hun vangst van de dag aanbieden. Zodra ze hun panga’s (smalle motorbootjes) met veel kracht door de branding op het zand hebben gezet, worden ze omgeven door mannen die vis inkopen voor de restaurants. Het is leuk om te zien, maar dat eenzame strand trekt ons nog meer aan. We nemen aan dat deze plek aan het eind van de middag helemaal verlaten zal zijn en denken dat we hier zelfs wel gratis kunnen overnachten. De Zwitserse meiden komen zoals beloofd ook een kijkje nemen, maar als ik vraag of zij hier vannacht blijven, zeggen ze verbaasd “nee”. Dan is het voor ons geen optie, want helemaal alleen blijven we hier niet staan, maar we blijven wel een paar uurtjes op het strand zitten. Lobos betekent zeeleeuwen in het Mexicaans (wolven in het Spaans), maar die heb ik niet kunnen ontdekken.



 

Chris is verheugd dat we weer terug zijn. De Zwitsers hebben die middag ook de afslag naar Playa San Pedro Los Palmas gevonden, een baai omzoomd door palmbomen, maar je kunt er niet overnachten. Dat zou betekenen dat we morgen een dagje strand kunnen doen, maar dan moeten we toch weer op deze stoffige camping terugkomen. Daar hebben we niet zo’n zin in, dus morgen vertrekken we echt naar de andere kust. Misschien komen we hier nog wel terug.

5 - 20 januari 2013, Los Barriles - Baja California Mexico
De eerste 50 kilometer noord zoeven we weer over de vierbaans weg, maar als we naar de Golf van California afslaan, is de weg weer smal en bochtig. De woestijn wordt groener, we passeren een paar vrolijk gekleurde dorpjes en als de zee zichtbaar wordt, zien we ook weer palmbomen.

 

 

 

 

 

Ten noorden van Los Barriles kun je gratis kamperen in een arroyo (droge rivierbedding), en daar zullen we vast niet de enigen zijn, maar we willen eerst een paar dagen op een camping met Internet staan. Dat worden er uiteindelijk vijftien!
We rijden Martín Verdugo’s Beach Resort Hotel op, da’s een mond vol, maar het is gelukkig geen chique boel. Het doet mij meteen aan La Peñita denken, al is deze camping half zo groot. Het is een beetje rommelig, veel palmbomen en bloeiende planten, aardige mensen, oude en nieuwe campers en de oud gediende hebben tuintjes aangelegd rond hun campers. Tussen de camping en het strand staat het Beach Resort Hotel en wij krijgen een plekje toegewezen dat vlak bij dat hotel ligt. Dat komt mooi uit, want de internetzender hangt aan de hoge loopbrug van het hotel, wij kunnen met de internetbooster TV kijken in de camper, de rest van de kampeerders moeten e-mailen op het stoepje van het hotel. Het strand is 50 meter lopen en het zwembad nog minder. Een hoge wit geschilderde muur houdt de noordenwind tegen en de buren aan beide zijden zijn er niet (de hele periode dat we hier staan). Als we per week betalen kost de camping €14,- per nacht.

 

Naar aanleiding van de foto's merkt mijn moeder op dat de campers wel dicht op elkaar staan, maar dat lijkt denk ik maar zo. Voor de lol meet ik ons plekje op en het is tien meter breed en zestien meter diep. Menige Hollandse achtertuin is kleiner!

 
de neus van onze camper en de loopbrug van het hotel en de zee,                        de achterkant van ons plekje

In een wijde boom hang ik meteen mijn vogelzaadbak en na een dag ‘leen’ ik het kolibrievoederbakje van onze buren. In ruil geef ik hun planten in potten water. Al snel komen rode mussen, kolibries, de geel met zwarte oriole (troepiaal), duifjes en de gespikkelde cactuszomerkoning erop af. Ook de gehalveerde appels en sinaasappels hebben gretig aftrek.

   

   

Ik heb weer eens een onhandig ongelukje. We zitten op de bank tv te kijken en ik klim even op het bed om iets te pakken. Als ik achteruit terug op het opstapje stap, kom ik met mijn voet in een harde plastic beker terecht (ja, die had ik daar zelf neergezet). Mijn voet klapt dubbel en de volgende morgen kan ik er haast niet op staan.
Maar we willen toch even het dorp in en PJ vergeet al gauw dat ik niet zo snel ter been ben vandaag. En zo loop ik al snel als een Arabische vrouw twee meter achter mijn echtgenoot. Alleen de burka ontbreekt. “Gaat het?”, vraagt PJ als hij merkt dat hij mij weer kwijt is.

Los Barriles is een leuk dorpje met een betonnen hoofdstraat met hoge stoepen, de zijstraten zijn bedekt met zand, er zijn een paar souvenirwinkeltjes, een grote supermarkt, restaurantjes en een paar kleine winkeltjes.

             

   
                                               drie glazen melk per dag is bij ons al achterhaald

      

Onze zoektocht naar brood gaat ook hier door. In Todos Santos hadden we eindelijk een bakkerij gevonden, maar die ging pas om 2 uur ’s middags open. Dat is wel een hele luie bakker! Als we om 4 uur terugkomen, liggen er vele zakken met verse broodjes.
Maar als ik er om vraag, zijn die broodjes allemaal al gereserveerd en kunnen wij met lege handen weer naar buiten.

Ook in Los Barriles gaat het moeizaam. De grote supermarkt verkoopt geen vers brood. Een winkeltje verkoopt koffie, zelfgebakken koekjes en brood. Maar de broodmanden zijn leeg.
“Geen brood?”, vraag ik.
Ma
ňana (morgen)”.
Als we de volgende morgen terugkomen zijn de manden weer leeg.
“Geen brood?”, vraag ik.
“Vanmiddag om een uur of 2”.
Wanneer word je hier geacht brood te eten, niet voor het ontbijt, niet voor de lunch, maar als avondeten? 's Middags lopen we weer terug naar het dorp en jawel, de manden zijn gevuld met grote rustieke volkoren broden en kleine witte baguettes. Ik pak een bruin en wit en reken af.
“Dat is dan 150 peso”.
Negen Euro??? De broden blijken niet eens zo lekker te zijn, met een taaie korst en een beetje zurig, dus dat was eenmalig.

Ik vind weer een winkeltje dat sandwiches EN een soort casino licht bruin gesneden brood verkocht. Hier moet ik €2,80 voor betalen. Dus proberen we dat maar uit. Het is niet vers, maar geroosterd wel te doen. Een paar dagen later koop ik daar weer een brood (het laatste), maar dat blijkt nog minder vers dan het eerste te zijn. Als ik de volgende dag weer langs loop, zie ik een stapel broden liggen, dus ik neem aan dat het nu wel vers is.
Ik vraag de dame of het brood vandaag vers gebakken is.
"Si, vandaag wel. Dat brood van gisteren was niet vers, dat was al een paar dagen geleden gebakken".
Voor ons Nederlanders is het onbegrijpelijk dat bakkers brood verkopen dat niet 's nachts gebakken is. En niet denken dat je korting krijgt op dat oude brood, nee, je betaalt gewoon het volle pond.

Door de constante noordenwind is deze binnenzee populair bij Kite Sufers. We zien er velen, maar er zijn voor de camping maar twee mannen die hoge sprongen maken. Ik fotografeer ze op een ochtend terwijl ze door de lucht duikelen.

 

 

 

   

6 januari 2014, Los Barriles - Baja California Mexico
Ook in Mexico wordt op 6 januari Driekoningen gevierd, Día de los Reyes Magos. Omdat de Drie Wijze Mannen op die dag op kraamvisite gingen bij Jezus en cadeaus meebrachten, krijgen ook de Mexicaanse kinderen op 6 januari hun ‘kerst’kadootjes. In sommige gebieden zetten ze zelfs hun schoen! Ook wordt er op die dag een speciaal zoet brood gegeten (Rosca del Reyes) en warme chocolademelk gedronken. Dit brood heeft de vorm van een kroon met diamanten. De bakker verstopt een paar plastic poppetjes in het brood die baby Jezus voorstellen. Wie in het brood bijt en een baby vindt, moet volgens goed gebruik op 2 februari een feestje geven (Day of Candlemas).

Elke morgen ga ik een uur lopen, meestal naar het noorden. Ik vind al snel de gratis campingplek in de droge rivierbedding. En de campers staan hier inderdaad niet alleen. Ik tel er al gauw een stuk of 40, 50. En de meeste hebben ook flink uitgepakt en staan met hun hele hebben en houwen op het strand.

         

Wij hebben geen zin om zo te tobben en blijven voor de €14,- per nacht lekker op de camping staan. Wel raar dat ik het nu tobben noem, terwijl we net vier maanden door Canada en de USA hebben getrokken en welgeteld zes nachten op een camping hebben gestaan. En dat vind ik heel normaal. Misschien is het omdat het hier warmer is en ik soms wel twee keer per dag onder de douche spring.
Of omdat die ligstoelen bij het zwembad zo relaxed zijn.

          

   

Tijdens zo'n ochtendwandeling zie ik op het strand een afrastering met daarin een soort grafzerkjes en bordjes. Als ik dichterbij kom zie ik dat het weer zo'n mooi project is van vrijwilligers die de zeeschildpadden willen beschermen. Ik had hierover al gelezen op de website van Nederlandse reizigers Marita en Paul:

 

In augustus en september komen de vrouwtjes 's nachts naar het strand. Hier graven ze een kuil, leggen daar 100 tot 150 eieren zo groot als pingpong ballen in. Na dit zware karwei keren ze terug naar de zee om nooit meer naar hun kleintjes om te kijken. Vrijwilliger Juan speurt in die periode elke dag het strand af, graaft de eieren op en brengt ze naar de plek achter de omheining. Hier worden ze eieren weer ingegraven, krijgen een bordje met allerlei gegevens erop, na 45 dagen is het dan zover en komen de schildpadjes uit het zand te voorschijn. Tegen die tijd heeft Juan extra gaas om de plaatsen, waar de eieren liggen begraven, gezet om de kleintjes tegen hongerige vogels te beschermen.


Leuk om dit nu met eigen ogen te zien, tenminste de broedplaats, niet de schildpadjes zelf.
Op het strand staat een bord waarop staat dat het verboden is om op het strand te rijden: dit maakt de schildpadnesten kapot, vervuild het strand en maakt het zand compact. Maar aan de bandensporen op het strand te zien, trekt niemand zich hier wat van aan. Een man parkeert zijn auto onder het bord om zijn honden uit te laten op het strand.

 

De stoepen zijn 30 centimeter hoog en regelmatig lopen ze bij huizen schuin af naar de straat. Dan is 30 centimeter best een schuine hoek. Natuurlijk glijd ik een keer uit met als gevolg een gat in mijn knie, een schaafwond op mijn hand en een gekrenkte ego, omdat ik iemand vanuit een huis hoor schateren.
Als ik de volgende dag voor mijn dagelijkse ochtendwandeling de deur uit ga zegt PJ: “Heb je je EHBO setje bij je?”. Wat heb ik toch een zorgzame echtgenoot…

         

Dit is het derde rare ongelukje in de eerste week van januari. Ik hoop niet dat deze trend doorzet in 2014, want dan blijft er niet veel van mijn lichaam over.

   

Ik vergaap mij aan de huizen en hotels hier. Jammer dat je bij de hotels direct aan het strand geen kip ziet, erg goede zaken doen ze hier blijkbaar niet.

We gaan een keertje uit eten en nadat we de hoofdgerechten besteld hebben, komt er een prachtige Mexicaanse schaal met hapjes op tafel: van de zaak!

   

Maar thuis kan ik er ook wat van! En wat dacht je van een ovenschotel onder de palmbomen?

   

             

20 januari 2014, Los Barriles - Baja California Mexico
We hebben nu alleen het laatste stukje van de Baja niet gezien en natuurlijk wil ik dat PJ ook nog eventjes zuid rijdt. Als we Los Barriles verlaten, zien we een klein vrachtwagentje voor de supermarkt staan, die vol zit met verse broodjes, cake, gebak en hamburgerbroodjes. Er is werkelijk geen touw aan vast te knopen hoe het werkt in Mexico.

 

              

Ik hoop te kunnen snorkelen bij Cabo Pulma, een levend koraalrif een uurtje ten zuiden van Los Barriles. Het is windstil als we vertrekken, maar tegen de tijd dat we bij het koraalrif aankomen, zien we witte kopjes op het water.

“Ik kan zeker vandaag niet snorkelen?”, vraag ik aan de man die snorkelsetjes verhuurd.
Nee, en morgen ook niet”.
Dat is jammer zeg. Ik had graag mijn onderwatercameraatje willen testen. We hebben een uur gedaan over tien kilometer onverharde weg, en deze weg loopt nog 50 kilometer door naar San Jos
é del Cabo. Daar hebben we niet zo’n zin, dus rijden we terug naar de hoofdweg en rijden zo naar het zuiden. We komen langs de badplaatsen San José del Cabo en Cabo San Lucas, die voor het gemak gezamenlijk Los Cabos worden genoemd.

                   

Pas later komen we erachter dat we twee dagen te vroeg zijn vertrokken uit Los Barriles en hierdoor de jaarlijkse Internationale Kite- en windsurfing competitie hebben gemist! Het ‘Lord of the Wind’ event duurt vijf dagen en trekt surfers uit de hele wereld aan.
Zandkunstenaars hadden een gigantisch zandsculptuur gemaakt, er is een onderdeel waar de kitesurfer met een sprong zo lang mogelijk in de lucht moet blijven hangen, elke avond een feest, kortom een gemiste kans voor mooie foto’s.

Bij de grote MEGA supermarkt doen we boodschappen (vers volkoren brood!), zoeken naar de camping in de luxe badplaats Cabo San Lucas, maar die kan ons niet bekoren. Het staat er vol met overwinteraars en de paar plekjes voor doorgaande reizigers is net een bouwplaats. Het is ondertussen vijf uur ’s middags.
“Zullen we dan maar doorrijden naar de stadscamping van Todos Santos?” stelt PJ voor.
En zo komen we daar net voor zonsondergang aan. New Yorker Chris staat er nog steeds en heeft een eet- en drinkmaatje gevonden in Jim, een andere alleen reizende man en heeft het prima naar z’n zin.

Onze buren zijn een surferstel uit Utah. Jim en zijn vriendin Chris (nou, wat een toeval) hebben net een paar dagen op Playa San Pedritos gestaan en zijn daar weggegaan omdat de golven te hoog werden. Dat klinkt interessant voor foto’s. Ik vraag om de precieze afslag en de volgende dag gaan we kijken of we het dit keer wel kunnen vinden.

21 januari 2013, Todos Santos - Baja California Mexico
Het blijkt dus dat mijn gids er bij elke afslag een kilometer naast zat en nu vinden we de afslag naar Playa San Pedritos wel (het strand van de kleine heilige Petrus). Over een onverharde weg hobbelen we naar de zee. Bij de ingang staat Ismaël, een getaande Mexicaan met enge ogen, die de boel netjes houdt, water levert en het afval ophaalt. Hiervoor moeten we €1,85 per persoon per dag voor betalen. Officieel zijn de stranden in het bezit van de overheid en krijgt iedereen vrije toegang. Nou, voor die
€3,70 gaan wij niet in discussie met een aan Crystal Meth verslaafde.

We zoeken een leuk plekje uit. De golven zien er al indrukwekkend uit en ik ga meteen foto’s nemen.

 
   In de rode cirkel zie je een surfer die net de hoge golf afzoeft         klimmen voor een overzichtsfoto

               

 

22 - 27 januari 2013, Playa San Pedritos - Baja California Mexico
Om half zeven ’s morgens doe ik de gordijnen open en zie gigantische golven. En vol bewondering en ook wel afgrijzen zie ik ook al surfers in het water. Dus ik kleed mij gauw aan en ga met toestel op pad om deze waaghalzen vast te leggen. De golven zijn echt super hoog, ik denk soms wel vijf tot zes meter. In het eerste zonlicht neem ik in twee uur zo’n 600 foto’s.

 

 

                   

 

Door de krachtige golven, sterke stroming en rotsachtige bodem, is surfen in Playa San Pedritos meer geschikt voor de ervaren surfer. Ik probeer mooie actiefoto's te verkopen, maar die surfers zijn allemaal van die armoedzaaiers.

 

 

 

Superleuk wordt het natuurlijk als we ook walvissen uit het water zien opspringen, die met hun staarten zwaaien en grote schuimgolven maken.

 

En ook Ospreys (visarenden) komen regelmatig langs.

   

Ik ga deze plek nu ook weer niet de hemel in prijzen, want er zitten wel wat haken en ogen aan. Die surfers komen meestal naar deze plekken met een auto en slapen in een tent of in een bestelbusje. En aangezien hier geen toiletten zijn, moeten die gasten hun behoefte doen in de struiken. Ik zie ze regelmatig lopen met een schopje en een rol toiletpapier onder de arm. En dat trekt natuurlijk weer vliegen aan. Gelukkig hebben wij ons eigen toilet met een grote afvaltank, dus wij kunnen wel even vooruit. Maar na een kleine week hebben we het hier wel gezien. We willen dringend een douche, want als je elke dag in de plakkende zeewind zit, is het niet genoeg om met een washandje in de weer te gaan.

                       

We rijden naar de stadscamping van Todos Santos, want daar hebben ze tenslotte de beste douche van heel Mexico. De eigenaresse herkent ons nog van vorige keren en zegt: "Ha, jullie zijn terug!"
Ik antwoord dat we dringend een douche nodig hebben.
"Nou, dat wordt moeilijk. Sinds 11 uur vanochtend hebben we geen water meer, het hele dorp trouwens niet, en de reparatie zal waarschijnlijk vier dagen duren". 
Nu willen we behalve douchen en haren wassen ook nog veel andere dingen doen die te maken hebben met water: de handwas uitspoelen en te drogen hangen, het zout van de zonnetent afspoelen (de stokken voelden na een paar dagen strand helemaal olieachtig aan), ik wilde de binnenkant van de camper een grondige sop beurt geven en misschien zelfs de buitenkant van de camper en auto wassen want we hadden 1 nacht regen gehad en de camper zat onder het zout en zand.

Zonder water heeft het geen zin om op deze camping te blijven, dus rijden we maar weer terug naar de bijna gratis strandcamping van Playa San Pedritos. Daar is natuurlijk ons mooie plekje ingenomen en moeten we genoegen nemen met een plek op de tweede rang, met niet zo'n uitgebreid uitzicht. En we hebben nog steeds geen water kunnen bijvullen en geen douche gehad. 

28 - 29 januari 2014, Playa Los Cerritos - Baja California Mexico
De volgende dag rijden we naar het plaatsje Playa Los Cerrilos (allemaal binnen 5 kilometer). We hebben gehoord dat hier ook nog een camping is, Surf Colony Cerritos RV park. Dit is hetzelfde strand waar ik drie weken geleden de eerste surfers heb gefotografeerd.
De camping blijkt meer een camperplaats bij een hotel te zijn, zonder stroom, of water, dump, toilet of douches. Maar voor die 14 euro mogen we wel gebruik maken van het zwembad en de toiletten daar. Als we het Mexicaans betegelde zwembad zien en de ligbedden met gordijnen zijn we meteen verkocht. Van mijn broer hoor ik dat het huren van zo'n ligbed in Ibiza al gauw 100 Euro per dag kost!

   

   

      

Ik raak in gesprek met andere kampeerders die me vertellen dat er ergens verderop een waterkraantje uit de grond komt, dat er wel een dump is en dat we gebruik mogen maken van de koude buitendouches bij een resort verderop. Nu we weten dat we water kunnen tappen, kunnen we 's avonds een warme douche in de camper nemen. 

Bij camping Surf Colony Cerritos zit ook inbegrepen dat we gebruik mogen maken van het zwembad van het tot hotel omgebouwde Haciënda Cerritos ('herenboerderij') die op de top van de rotsen gebouwd is, met eerst een flinke wandeling over het strand. Omdat ik de surfjongens van een hoger punt wilde fotograferen, ben ik daar naar toe gesjouwd met camera, lange lens en statief.

   

 

       

Het hotel is prachtig, met een binnenplaats met fontein en planten, overal beelden en Mexicaans tegelwerk. Binnen hangen er kunstwerken en staan luie banken. Het zwembad overtreft die van ons qua uitzicht. Twee identieke katjes kronkelen klagelijk miauwend om mijn benen en brengen mij naar hun lege voederbakjes. Ik heb ze een lekkere knuffel gegeven. De prijzen van de kamers lopen vanaf U$350,- per nacht, maar je kunt ook het hele hotel afhuren (10 slaapkamers) voor U$3500,- per nacht.

   

   

30 januari 2014, Todos Santos - Baja California Mexico
Na nog een heerlijke dag op de hemelbedden rijden we aan het eind van de middag naar het afgelegen kraantje op het parkeerterrein. Natuurlijk heb ik eerst gecontroleerd of er wel echt water uit komt en dat is zo. Maar waar ik geen rekening mee gehouden heb, is dat de druk zo laag is dat we niet met de slang de watertank van de camper kunnen vullen. Balen, nu hebben we nog geen water!
Onnodig te zeggen dat we dit water natuurlijk niet zouden drinken, het was alleen bedoeld voor de douche, af te wassen en de toilet door te spoelen. Drinkwater kopen we per 20 liter flessen.

We rijden door naar de stoffige stadscamping van Todos Santos in de hoop dat daar het waterprobleem is opgelost. Ook hier komt slechts een pisstraaltje uit de kraan. PJ vult dus maar een paar emmers met water, zodat we toch een beetje opgevuld zijn. De douche doet het vanzelfsprekend ook niet.
New Yorker Chris is er nog steeds en hij is stinkend jaloers dat hij nu pas hoort van de camperplaats bij Playa Cerritos. Had hij met z'n scooter maar eens een tochtje door de omgeving moeten maken!

Deze maand ging wel erg veel over water en brood...

 

Februari 2014 Mexico

We hebben besloten om van het schiereiland Baja California te vertrekken en naar het vaste land van Mexico te gaan. We zouden de autoferry van La Paz naar Mazatlan kunnen nemen, maar PJ krijgt bij het idee dat hij tien uur op een boot moet zitten al pijn in zijn buik. En we hebben met eigen ogen kunnen zien hoe hard het kan waaien op de Zee van Cortez. Het is ook geen goedkope overtocht en PJ weet het natuurlijk precies zo uit te rekenen dat als we dezelfde weg weer noord rijden en langs de kust van het vaste land over de tolwegen naar Mazatlan gaan, we maar een klein beetje duurder uit zijn. Ja, ja…

                     

Toen we zuid reden over het schiereiland waren we nog een beetje te vroeg voor een tour naar de verschillende baaien, waar de walvissen paren en de vrouwtjes hun jongen baren. Dus hebben we dat overgeslagen.
“Maar dan wil ik wel een walvistour doen”. Ik zie de schrik in PJ’s ogen en zie hem denken…toch op een boot.
Er zijn drie mogelijkheden om de grijze walvissen in de baaien te zien; bij Bahia Magdalena, Bahia Ignacio of de bekendste Laguna Ojo de Liebre. Ik wil de tour gaan doen in Bahia Magdalena, 50 kilometer ten westen van Ciudad Constitucion.

1 februari 2013, Ciudad Constitucion – Baja California Mexico
PJ maakt mij wakker met de mededeling: “Het is zwaar bewolkt en ik denk dat het gaat regenen”. Vergis ik me, of hoor ik opluchting in zijn stem?
“Er zijn nog twee andere mogelijkheden om de walvissen te zien, je bent er nog niet van af”, kaats ik terug.
Ik kom uit bed en na een kop koffie loop ik naar de douches en lees het bordje op de deur. “Er is geen water, vanmiddag komt er een monteur. Sorry”.
Ongedoucht rijden we door naar Loreto waar we weer op de stadscamping gaan staan. Het is er weer mutje vol. Eigenlijk kun je het geen camping noemen, want de plekjes zijn niet meer dan parkeerplaatsen, zonder patio’s, maar het is een fijne tussenstop. We betalen voor twee nachten. Ik draai gauw een machinewas met het beddengoed, voordat de camping helemaal vol loopt. PJ vult de watertank op. Tegen het eind van de middag is de camping echt vol, er is geen speld tussen te krijgen.

 

2-3 februari 2013, Loreto – Baja California Mexico
Na een kop koffie loop ik naar de douches. Brr, het water is koud! Ik vertel het aan Yolanda, de blonde eigenaresse van de camping. Het is vandaag zondag, ze zal morgen een monteur bellen. ’s Middags is er ineens geen water meer. Ik ben blij dat ik mijn was gisteren gedaan heb.

We lopen een kleine supermarkt binnen.
“Staat die kaasboer nu Parmezaanse kaas te snijden?”, zegt PJ.
Ik zie dat de kaasboer een groot stuk brokkelkaas in kleinere punten staat te snijden en er zelf af en toe van snoept. Ik trek de stoute schoenen aan en gebaar dat ik ook wel even wil proeven. Het is inderdaad Parmezaanse kaas en we kopen meteen een groot stuk. Heerlijk! We worden toch niet voor niets Kaaskoppen genoemd.
Bij de fijne vleeswaren vraag ik in mijn beste Spaans drie ons York ham. De slager snijdt de ham, maar als we in de camper terugkomen, blijken die drie ons uit maar drie plakken te bestaan. Hele dikke plakken welteverstaan. Ik moet maar eens gaan opzoeken wat dungesneden is in het Spaans.

De volgende morgen rijden we zonder een douche verder naar het noorden. Een grote groep caravans die op de camping van Loreto stonden, is zich buiten de poort aan het verzamelen. Dat is zo’n groepsreis die met eigen vervoer (campers en caravans), maar met begeleiding op reis zijn. Karavaan wordt dat genoemd. We zijn blij dat we voor die groep uit rijden. Maar dan ziet PJ een tope (stevige verkeersdrempel) over het hoofd en we zien het overhangende gedeelte van de camper naar voren klappen. Oh, als hij maar niet zoals in Zuid Amerika gebroken is. PJ zet de camper aan de kant en we bekijken de schade. De camper zit met kettingen en ogen aan een frame en die ogen zijn open gebogen en de kettingen liggen op straat. Het lijkt dus mee te vallen. Terwijl de karavaan ons inhaalt, repareert PJ de schade even provisorisch.

   
Zie jij die verkeersdrempel? Wij niet!                     Opengebogen ogen                              De oude en de nieuwe

Even buiten de stad is een militaire controlepost en alle caravans van de karavaan worden grondig geïnspecteerd voor drugs en wapens.
“Dat kan wel even gaan duren”, zegt PJ.
Een militair wuift ons onverwachts naar voren en vraagt of hij een inspectie mag doen. Ik open voor hem de camperdeur, hij stapt naar binnen en deinst weer terug. Door ons kleine ongelukje heeft PJ de hele voorraad toiletpapier en keukenrollen (we hadden net weer een pak van 40 toiletrollen gekocht en die verpak ik per vier in plastic tasjes) de camper ingegooid zodat hij bij zijn gereedschap kon onder de camper.

De vloer ligt dus bezaaid met toiletpapier en keukenrollen. De militair kijkt met verbazing naar die chaos en draait zich abrupt weer om. “Gracias”.
“Dat was snel”, zegt PJ, die ook vergeten is dat je niet meer in de camper kunt lopen. Wij wuiven even naar de karavaan en rijden door naar dezelfde camping als zes weken geleden in Mulegé. Duitser Horst zit nog steeds kettingrokend voor zijn campertje.
PJ repareert de gebroken kettingen en kromgetrokken ogen en terwijl hij een Corona biertje zit te drinken, fluistert hij: “Clau, geef me even een camera”.
Ik geef hem de camera met de 400mm lens en uit de hand schiet hij even een prachtige serie van een cactussaffier kolibrie die van een cactusbloem drinkt!

   

 

4 februari 2014, Mulegé – Baja California Mexico
Na een kop koffie loop ik naar de douche. Vol verwachting doe ik de kraan open en een royale warme straal komt mij tegemoet. Het is bijna niet te geloven. Helaas, halverwege mijn haren wassen wordt het water koud. Ik zeg tegen PJ dat hij even een half uurtje moet wachten, waarschijnlijk heb ik het warme water opgemaakt en moet dit weer op temperatuur komen, maar nee hoor, PJ heeft een koude douche.
De karavaan stond op een camping naast de onze en is blijkbaar voor ons vertrokken. Dit merken we als we voor ons een van caravans half naast de weg zien staan. De bestuurder heeft blijkbaar een stuurfout gemaakt.
Als we afremmen voor een militaire controle post, zien we een paar bekenden ons tegemoet komen! Bill en Dorothy Bell zijn in hun Volkswagen camper naar het zuiden aan het rijden. We kennen hen al een jaartje of tien, ontmoet in La Peñita. Dit stel is redacteur van een Internetkrant over Mexico en hebben al een paar keer onze foto’s geplaatst. Ze zijn allebei gekleed in lange broeken en een dikke trui.
“Hebben jullie het koud ofzo?”, vraag ik, terwijl ik in korte broek en hemdje sta. Zij hebben net een walvistour achter de rug.
“Ja, het is heel koud bij Ojo de Liebre”, verzekeren ze ons.
De militairen worden zenuwachtig en manen ons door te rijden naar hun controle plek. We denken dat we nu uit wraak de volledige check krijgen, maar het is weer de gebruikelijke ‘kastje open, kastje dicht, onder het matras en in de koelkast’.

                                                            Bill en Dot bovenop een Maya ruïne bij Mexico-stad.

Als we in Guerrero Negro op de camping aankomen is de karavaan zich op de camping aan het installeren. Wij moeten van de eigenaar wachten met parkeren totdat zij daar klaar mee zijn. Ja, doei, daar hebben we geen zin in. We rijden dus alvast maar door naar de lagune waar de walvissen zijn.
Hiervoor moeten we 28 kilometer over een zoutvlakte rijden. Ik schiet een paar mooie landschapsfoto’s.

 

 

 

Zodra we de lagune kunnen zien, zien we ook al de eerste spuitende walvissen. Bij de entree van de Laguna Ojo de Liebre moeten we vier Euro parkeergeld betalen, dit is inclusief kamperen zolang als je wilt. Behalve toiletten zijn er verder geen faciliteiten. We zoeken een leuk plekje uit en met de verrekijker tuur ik de lagune af. Ik zie zoveel spuitende walvissen, het moeten er zeker honderd zijn.
Vanaf december migreert vrijwel de gehele grijze walvispopulatie vanuit Alaska en Siberië naar de warmere wateren van Mexico, een tocht van 8000-9000 kilometer. Daar doen ze ongeveer drie weken over. De zwangere vrouwtjes arriveren als eerste, daarna de volwassen walvissen en dan de jonge dieren. In het ondiepe water (25 meter) van de drie lagunes baren de vrouwtjes hun jong, na een dracht van ongeveer 12 maanden. De bronstige vrouwtjes paren in de lagune met de mannetjes, meestal door middel van een triootje. Uit onderzoek is gebleken dat de dieren tijdens de migratie en hun verblijf in de lagunes weinig eten. Dat betekent dat walvissen zo’n drie tot vijf maanden zonder voedsel leven.

 

5 februari 2014, Laguna Ojo de Liebre – Baja California Mexico
PJ maakt mij wakker met de mededeling: “Het is zwaar bewolkt, het waait en het is koud”.
“Nou, dan ga ik toch alleen op walvistour?”.
PJ vindt het allang best en zo sta ik een uurtje later alleen op de kade. Ik heb een rugzak met de spiegelreflex camera met de 100-400mm lens en op het laatste moment heb ik ook nog mijn waterproof compact cameraatje bij me gestoken. Misschien leuk om een ‘selfie’ te maken op de boot. Het is een tour van bijna twee uur en kost €32,-.

 

“Wat doen we als er geen andere toeristen komen?”, vraag ik aan de kaartjesverkoper.
“Je moet een kwartier wachten en als er dan nog niemand is, dan krijg je een privétour”.
Dat klinkt natuurlijk aardig, want die kaartjesverkoper spreekt goed Engels, maar die vissers die de toeristen de lagune opvaren, meestal niet.
Ik ken zeker zo’n duizend zelfstandig naamwoorden in het Mexicaans, heel veel werkwoorden, ik kan alle verkeersborden lezen (hierover later meer), ik ken de plichtplegingen (goede morgen, middag, avond, hoe gaat het met u, met mij gaat het goed, hoe heet je, dankjewel, prettig kennis met u te maken), ik kan de prijs van een artikel vragen en begrijp meestal ook het antwoord, ik weet wat jij, ik, wij, en u in het Spaans is, ik kan 300 gram ham bestellen, dungesneden alstublieft, ik kan tellen, … maar ik kan nog steeds geen zinnen maken! Ik kan geen werkwoorden vervoegen. Dan wordt een conversatie toch moeilijk.

Maar gelukkig komt er een jong stel bij mij in het bootje. De Australiër Andrew en zijn Finse vriendin Sonja. Natuurlijk spreken zij wel vloeiend Spaans. Onze capitán heet Rafael.
We varen met hoge snelheid naar de overkant van de lagune. Al snel zijn we daar omcirkeld door een stuk of tien walvissen, sommige op nog geen twintig meter afstand, anderen op vijftig meter. Ze spuiten hun adem hoog de lucht in, zwaaien met hun staart, heel af en toe zie ik ze Spy Hoppen (dan steken ze hun enorme kop tot aan hun ogen uit het water om zich te oriënteren).

 
                                                                           Drie wavissen in een foto! Twee volwassenen en een jong.

Volgens de regels mag je de route van een walvis niet belemmeren. Maar hier in de lagune zwemmen de walvissen een beetje rondjes en is het moeilijk om ze niet in de weg te zitten, het zijn er ook zoveel!
En dan komt er een walvis recht op ons bootje af en duikt eronder.
“Pff, dat gaat toch maar net”, verzucht ik.

Maar tot mijn grote verbazing blijft de walvis rond ons bootje hangen. En ze heeft ook nog een 5 weken oud kalf bij haar. Die kalveren zijn bij de geboorte al vijf meter lang! Ze blijft met haar enorme kop met zeepokken bij de rand van de boot zwemmen.

“Je mag haar aanraken, maar alleen haar kop, niet haar lijf”, zegt Rafael en Sonja vertaalt het voor mij. Het zou niet in mijn hoofd opgekomen zijn om de walvis aan te raken! We steken allemaal onze handen in het water en haar huid voelt onverwachts fluweelzacht aan. Zij en haar jong lijken er geen genoeg van te krijgen! Maar terwijl wij met ons hoofd over de rand van de boot buigen, spuit ze een fontein van water uit haar ademgat! Hoewel het van ver lijkt of ze een fijne nevel uitblazen, kan ik je verzekeren dat het van dichtbij niet zo is. Alsof ik een emmer water over mij heen krijg! Ik ben tot aan mijn onderbroek nat! Ik heb nog net mijn dure camera weg kunnen houden.

 

 

Ik besluit de camera op te bergen en verder met mijn compact cameraatje te schieten, die is tenslotte waterproof. Het is veel te dichtbij voor een 100-400mm lens. Na de douche zegt Andrew: “We are blessed”. Gezegend worden door de adem van een walvis, dat vind ik wel mooi gezegd. Uiteindelijk schiet ik bijna 60 foto’s met mijn point-and-shoot. Op een gegeven moment kruip in de verste hoek voorin de boot, zodat ik een beter overzicht heb van het stel dat bij de achterkant van de boot de walvissen aait. Maar moeders heeft mij in de gaten en al snel zwemt ze onder mij bij de voorkant van de boot. En gooit er nog een fontein water uit. Bizar is dit.
Opeens horen we een klap en begint de boot gevaarlijk te schudden!
“Wat was dat?”, vraag ik verschrikt.
“Dat is die kleine”, grinnikt Rafael, “die geeft de boot een duwtje”.
“Is er wel eens een boot omgeslagen?”, vraag ik en Sonja vertaalt het voor Rafael.
“Niet door de walvissen, wel een keer toen er tien mensen in een boot zaten en ze allemaal dezelfde kant op leunden”.
Het zal je toch maar gebeuren…

 
                          Het jong laat de boot schudden!!

Na ruim twintig minuten start Rafael de motor weer en we tuffen langzaam weg. Zodra we stoppen komt er een walvis naar de boot.
“Daar is Blanca weer”, zegt Rafael. Het is dezelfde walvis met haar jong.
“Geven jullie de walvissen namen?”, vraagt Andrew.
“Nee”, lacht onze kapitein, “maar zij heeft wel een heel duidelijke witte pigmentvlek op haar kop. Ik zie het later op de foto’s ook. We blijven nog eens tien minuten stil liggen en het jong maakt van de gelegenheid gebruik om Andrew met de staart helemaal nat te spetteren.
Als we al na vijf kwartier weer richting haven afkoersen, maakt niemand bezwaar. Het is ondertussen harder gaan waaien, de boot deinst op de golven, de bewolking is nu echt helemaal dichtgetrokken, we zijn nat en koud…maar met een fantastische ervaring rijker.

Dagenlang breek ik mijn hoofd over de reden waarom een walvis contact zoekt met de mens en ook nog haar pasgeboren nakomeling door mensen laat aanraken.
Als fotograaf komen wij best wel eens tegen dat een landzoogdier ons nadert. Dat gaat van eekhoorn, vos, coyote en zelfs tot een grizzlybeer. Eigenlijk is dat altijd foute boel. Het dier is gevoerd en associeert mensen met eten. Bij een eekhoorn, vos of coyote is dat geen groot probleem, behalve dat ze door auto’s gemakkelijk overreden kunnen worden. Bij beren is dat anders; als zij een auto met voedsel associëren en dat niet krijgen, worden ze agressief. En dan moeten ze meestal worden afgeschoten.
   

Maar hoe zit het dan met die walvissen? Wij hebben haar geen schaaldieren, wormen of zeesterren gevoerd en ik weet zeker dat dit ook voorheen niet gebeurd is. Ze willen ook helemaal niet eten, ze leven van hun opgebouwde vetreserves.
Ik google het op internet en kom filmpjes tegen op Youtube van mensen die zelfs hun hand steken in de open bek van de walvis en de tong en tandvlees aaien. En het dier blijft terugkomen voor meer. Of die de walvis een zoen op hun kop geven. Ik zie foto’s uit de baai van San Ignacio waar een moeder haar jong omhoog duwt, zodat de toeristen haar kunnen aaien. Of dat de walvis met de boot speelt.

Geen andere wild zoogdier – of andere grote gewervelde – brengt zijn nakomelingen dicht genoeg bij mensen voor fysiek contact. Wetenschappers zijn erover eens dat alle walvisachtigen (orka, walvis, potvis, narwal, vinvis) zeer gevoelig zijn voor aanraking. Misschien komt het omdat de van nature nieuwsgierige en intelligente dieren, beloond werden met die aangename aanraking en nu terugkomen voor meer.
Wat een intrigerend mysterie en het mooiste is dat het door het dier geïnitieerd is en niet door de mens.

We verlaten het gebied en rijden verder noord door een prachtig woestijnlandschap met grote keien en cactussen. Zodra we Guerrero Negro achter ons laten, gaat de zon weer schijnen en is de lucht strakblauw.

                    

 
                                                     Niet veel benzinepompen in de woestijn, maar hebben de locals iets op gevonden...

We kamperen op een camping die meer een camperplaats is, zonder verdere faciliteiten. Ik maak nog een wandelingetje door de omgeving en fotografeer de zonsondergang.

 

            

6 februari 2014, Cataviña – Baja California Mexico
Ik word ‘s morgens wakker met hoofdpijn, een pijnlijke strot, een akelig hoestje, piepende oren en een loopneus. Zou dit door de walvisadem komen? Zonder douche gaan we op pad. Met grote regelmaat komen ons Amerikaanse huurcampers tegemoet, allemaal hetzelfde model en van hetzelfde verhuurbedrijf. Vrijwel allemaal hebben ze ergens een Duitse vlag hangen. Die zijn vandaag vast de grens over gekomen.
“Daar heb je er weer een!”, roep ik verbaasd als nummer 27 voorbij komt.
Er is blijkbaar een Duitse karavaan onderweg naar de Baja. De verzekering alleen moet een godsvermogen kosten, want welk Amerikaans camperverhuurbedrijf laat zijn klanten naar Mexico gaan. Meegaan in zo’n karavaan is ook niet goedkoop en ik zie ze al met dertig stellen aankomen op al die campings die momenteel geen water hebben.
Ik ben blij dat wij noord gaan…
We schieten lekker op en komen aan het eind van de middag in Ensenada aan. PJ vindt de doorgaande snelweg over de Baja een stuk minder smal, dus blijkbaar went het toch. Het is ondertussen weer bewolkt en de temperatuur is gezakt naar 12 graden. We willen niet naar dezelfde camping als we de eerste dag in Mexico geweest zijn, want die ligt ruim noord van Ensenada en die weg is zoals ik al eerder schreef ingestort. We weten niet zeker of de camping nu wel bereikbaar is. Dus gaan we op zoek naar een andere mogelijkheid. Bij de eerste camping die we vinden, vragen we of ze een warme douche en WIFI hebben. “Nee, alleen koude douches, geen elektriciteit en WIFI bij het kantoor”.
De tweede camping die we vinden, blijkt verlaten te zijn. De derde camping is meer een huisjeskamp met een paar campingplaatsen. Ook weer geen warme douches, maar wel elektriciteit en WIFI. Dit was de laatste mogelijkheid ten zuiden van deze stad, dus gaan we er maar voor. We hebben geen zin om de boiler van onze eigen douche op te starten en gaan op tijd naar bed.

7 februari 2014, Ensenada – Baja California Mexico
Als we wakker worden is het maar 3°C. Het moet niet gekker worden. Vandaag hoeven we maar 120 kilometer naar Tecate, maar we zien toch nog kans hier de hele dag over te doen. Boodschappen bij de supermarkt, wat onderdelen bij de Doe-het-zelf zaak, tanken. Bij een volle tank krijgen we vier gratis burrito’s en twee blikjes Coca-Cola. Bij de supermarkt vindt PJ Hollandse stroopwafels. Die zien we ook wel eens in Canada, maar meestal kun je daarmee iemands hersens inslaan. Dus kopen we 1 pakje en proberen ze op het parkeerterrein uit. “Zo, die zijn goed!”, smult PJ en we besluiten nog even terug te gaan voor meer. Altijd leuk om cadeau te geven aan onze Canadese vrienden.

De Tecate camping ligt 30 kilometer ten oosten van de grensstad. Ondanks dat we met het navigatiesysteem rijden, lezen we natuurlijk ook de borden. Terwijl PJ dwars door de stad naar het oosten rijdt, blijft de navigatiedame maar zeggen dat we een u-bocht moeten maken. Dus PJ zet de camper aan de kant en vergroot het navigatiekaartje.

Aha, de navigatiedame vindt het handiger als we even de grens met de USA overwippen en via de Amerikaanse snelweg naar het oosten rijden en dan weer terug in Mexico komen. Zo zijn wij niet getrouwd, meissie!
De camping Rancho Ojai buiten Tecate blijkt een mooie Mexicaanse ranch te zijn.
“Overnachting is 24 Euro”.
Slik…
“Maar we hebben een actie en de tweede nacht is gratis”.
De plekjes zijn leuk, WIFI is redelijk, de oude boerderij is een recreatieruimte geworden met allemaal opgezette herten, er zijn wasmachines en drogers en...gloeiend hete douches! Dus blijven we twee nachten. Kan ik hopelijk een beetje uitzieken, want ik blijf maar sukkelen met die fikse verkoudheid.

   

Ik heb er behoorlijk de pee in dat de NOS het niet toestaat dat wij in Mexico naar de Olympische Spelen kunnen kijken. Zelfs niet naar een praatprogramma over de Spelen dat op het tijdstip van de De Wereld Draait door wordt uitgezonden.

                     

Tijd om eens de balans op te maken over de Baja. We zijn twee maanden naar dit schiereiland geweest. Het was leuk voor de verandering, maar we zouden het niet snel nog een keer doen. Allereerst zijn hier bedroevend weinig campings aan zee, terwijl op het vaste land vrijwel elke camping aan de kust ook daadwerkelijk met uitzicht op zee is. Verder moet je minstens tot La Paz rijden (1400 km) voordat de temperatuur aangenaam wordt. We hebben niet vaak ’s avonds buiten kunnen eten en al helemaal niet kunnen genieten van een zwoele avond. In februari opstaan met een temperatuur van 3°C is een beetje te gortig.
Hoogtepunten waren de walvistour en de surfers in Playa San Pedrito met de enorme golven. De camping in Los Barrilos zouden we wel aanraden.
Het dieptepunt is toch wel dat we 18 dagen zonder warme douche hebben moeten doen (dan tel ik die douche in de camper niet mee). Ik vind kamperen leuk, het maakt mij niet uit dat we in een klein huisje rondrijden, een keer een koude douche is ook niet erg (mits het buiten maar lekker warm is), maar na een week op een plakkerig strand willen we toch wel uitgebreid kunnen douchen.
Er zijn grenzen aan een eenvoudig leven.

The Road Ahead (miles Of The Unknown) van City to City

The road ahead is empty
It's paved with miles of the unknown

Whatever seems to be your destination
Take life the way it comes
Take life the way it is

Horizon in the distance
So close and yet so far away

You shouldn't be surprised
When on arrival
The dream has flown away
Or fears not have to stay

The road ahead never gives away a promise

The road ahead
Is a highway or a dead end street

Raindrops on your windscreen
They fall from heaven or from hell

You drive into the light or into darkness
Uncertainly as your guide

The road ahead never gives away a promise

The road ahead
Is a highway or a dead end street

The road ahead never answers any questions

And nothing is sure along the way
Not even tomorrow

With miles of the unknown ahead of you

The road ahead is empty
It's paved with miles of the unknown

Whatever seems to be your destination
Take life the way it comes
Take life the way it is...

Ik zou nog terugkomen op de verkeersborden in Mexico. Toen ik schreef dat ik de verkeersborden kon lezen, dacht je vast: ja lekker makkelijk. De borden in Nederland bestaan voornamelijk uit symbolen. De borden met tekst gaan meestal niet verder dan ‘Niet brommen’ of ‘Uitgezonderd bestemmingsverkeer’. Hier in Mexico is dat niet het geval. De verkeersborden bestaan - op een paar uitzondering na – uit twee regels tekst.
Kennen wij het symbool voor ‘glad wegdek’ hebben ze in Mexico de tekst: ‘Con lluvia disminuya su velocidad’. Tegen de tijd dat je die tekst gelezen hebt, zit je al in een slip.
Leuk zijn ‘Maneje con precaucion, su familia le espera’: ‘rij voorzichtig, je familie wacht op je’ en ‘No deje piedre sobre el paviemento’: laat geen stenen op het wegdek achter. Mijn favoriet staat in La Peñita de Jaltemba: ‘Semaforo en operation’: de stoplichten doen het!
Het is mij niet duidelijk waarom ze zoveel met tekstborden werken in plaats van symbolen. Het is toch veiliger om in een oogopslag iets te begrijpen.

 

Hier staan de vele tekstborden die Mexico rijk is.

      

9 februari 2014, Tecate - Mexico
Vanaf Tecate is de eerstvolgende camping in Santa Ana, maar dat is 650 kilometer rijden. En dan moeten we onderweg ook nog de tijdelijke import van de auto regelen. In voorgaande jaren zouden we dan overnachten bij een Pemex benzinestation, maar we zitten nu zo dicht in de grensstreek dat we dit niet risicoloos vinden. We voelen ons veilig in Mexico, maar je moet de problemen ook niet op gaan zoeken.

                  

We kunnen ook naar Puerto Peñasco rijden, dat is wel 100 km om, maar in totaal maar 400 kilometer rijden. Ik heb gisteren de hele dag op de bank gehangen met hoofdpijn en een loopneus, dus PJ maakt er liever een kortere reisdag van. Achteraf zei hij dat ik die dag overal heel langzaam op reageerde of zelfs helemaal niet. Hij had blijkbaar niet door dat ik bijna de hele reis geslapen heb.

                         

We beginnen de dag met een mooie bergpas, vol met grote ronde keien. De weg is best steil en het vrachtverkeer mag niet sneller dan 70 km p/u rijden. Op matrixborden wordt aangegeven hoe hard je rijdt. We zien dat twee personenbussen ons inhalen met 120 km p/u. Je zou maar een busreisje geboekt hebben. Ook een vrachtwagen vindt onze 70 kilometer te langzaam en raast ons voorbij. Even later ruiken we verbrandde remschijven en de vrachtwagen staat met dubbel knipperlicht in de berm. En dat is dan een beroepschauffeur.

 

Aan het eind van de middag komen we in Puerto Peñasco aan. Dit is een favoriete winterbestemming voor Amerikanen. Het is tenslotte maar 100 kilometer van de grens van Arizona. Alles is hier verengelst en de plaats wordt door de Amerikanen Rocky Point genoemd. De camping is niet meer dan een groot asfaltparkeerterrein, wel direct aan zee. Geen bomen of struiken, bloeiende planten, de douche werkt met muntjes en tegen zonsondergang gaan de campinggasten gezellig op het asfalt met elkaar borrelen.

 
Je zou hier maar je winter moeten doorbrengen...                                Malle Pietje is er ook

 

10 - 12 februari 2014, San Carlos - Mexico
In Caborca moeten we de tijdelijke invoer van de auto regelen. We zijn nu op bekend terrein (hier doen we altijd de invoer), dus alles verloopt lekker soepel. Er wordt een borg van €240,- van onze creditcard afgeschreven en krijgen een hologramsticker voor op de voorruit. Die borg krijgen we binnen een week nadat we Mexico hebben verlaten weer op onze rekening gestort. Misschien is het toch wel goed geweest dat de banjercito in Tecate gesloten was, nu heeft het geld toch twee maanden langer op onze rekening gestaan en voor de Baja hoef je geen tijdelijke invoer te betalen.
Onderweg stijgt de temperatuur naar 31°C. Zo warm hebben we het de afgelopen maanden nog niet gehad. We overnachten in San Carlos en blijven daar nog een dag extra staan, gewoon omdat het zo'n mooie camping is.

 

 

13 - 17 februari 2014, Mazatlan – Mexico
We proberen dit keer zoveel mogelijk de dure tolwegen te vermijden. PJ moet vanzelfsprekend binnen zijn zelfbedachte budget blijven, hihi. Mexico is goed met het aangeven waar je van de doorgaande route af moet om tolvrij te rijden door middel van grote borden met LIBRE er op. Maar zodra je dan over de landweggetjes rijdt, moet je het zelf maar uitzoeken. Met als gevolg dat we iets te vroeg afslaan en midden in de drukke stad Ciudad Obregon terecht komen.

     

 

 

 

 

 

 

 

 

In Mazatlan gaan we weer naar de bekende camping Mar-a-villas. Dit is een kleine camping ingeklemd tussen hoogbouw, met veel groen en een prachtig eenzaam strand.

 

                       

Naast de reguliere oudere kampeerders zijn er dit keer ook een paar stellen met jonge kinderen. We worden meteen uitgenodigd voor het Valentijns feestje met live muziek, een enorm buffet en wat geldinzamelingen voor het Goede Doel. Een vrouwelijk Mexicaans voetbalelftal is met een bus verongelukt, 1 dode en 17 dames zijn in het ziekenhuis beland. Op de camping zijn maar zo’n 30 plekjes, maar de tafel met eten en toetjes is enorm.

   

 

De bejaardenband zingt ongelooflijk vals, maar ze hebben er plezier in. Een dertienjarige tweeling vragen of ze met PJ op de foto mogen, want ze denken dat hij Brad Pitt is! We liggen helemaal in een deuk. We blijven hier vijf dagen.
Erg gênant dat onze buurman mij een fles hoestsiroop geeft, hij heeft blijkbaar nogal last van mijn kuchen. Een andere kampeerster, die verpleegster is, geeft mij het advies om een antibioticakuur te starten, iets dat PJ ook al tegen mij gezegd heeft. Ik loop nu al twee weken met die verkoudheid. Gelukkig hoef je in Mexico voor veel medicijnen niet naar een huisarts en kunnen we het gewoon zonder recept bij de apotheek ophalen.

              
                                    en eindelijk kunnen we weer goed brood kopen

18 februari – 5 maart 2014, La Peñita - Mexico
Ondertussen krijgen we een e-mailtje van vriendin Char die al sinds begin november op de camping van La Peñita staat. Ze schrijft dat er een hoekplek met buitenkeuken is vrijgekomen. Het zal toch niet waar zijn? De camping is voor 90% vol en dan heb ik het over zo’n 150 plekken. En dan zou zo’n gewilde plek vrij zijn? Zonder reservering rijden we naar La Peñita en jawel, we mogen zo in de hoekplek intrekken. We hebben uitzicht op zee, een buitenaanrecht, met zeilen creëren we schaduw en plek voor twee hangmatten.

 

 
De twee weken vliegen voorbij met veel uit eten, spelletjes met onze vrienden, een paar dagen oppassen op het hondje van Bob en Char, lekker koken en de dagelijkse ochtendwandeling.

 
uit eten met Terry & Leslie, Char & Bob in Tonita II in Guyabitos                  Kokosgarnalen met mangochutney voor 9 euro

   
 een aardbeimargarita                      een mango margarita                            versgevangen Waho (familie van de makreel)

  
Leslie heeft na een Arrachera diner (lendestuk) moorkoppen voor dessert gemaakt          een paar dagen op Chiquita passen

 
                 famileportret (met hondje)                               en na de ochtendwandeling is een Mango Smoothie onze beloning

De Carnavals parade is weer een echte Mexicaanse happening. Het is moeilijk om informatie in te winnen in Mexico. Dus als we vragen wanneer de carnavalsparade is krijgen we twee data door. Vol verwachting lopen we op de eerst genoemde datum (28 februari) naar het dorp. De hoofdstraat is schoongeveegd en de politie zorgt ervoor dat geparkeerde auto’s verwijderd worden. Dat ziet er veelbelovend uit. Het is 6 uur ’s avonds en na anderhalf uur wachten besluiten we eerst uit eten te gaan. Het plein waar het restaurantje aan ligt, staan een aantal kinderkermisattracties (botsautootjes, minireuzenrad en een rups) en er is een podium opgezet voor een band. Het is er al gezellig druk. Na het diner lopen we weer terug naar de hoofdstraat, maar er is nog steeds geen zicht op een carnavalsparade van kinderen en knappe missen.

We blijven nog geduldig wachten en zien dat er aan het eind van de straat wat commotie. Een groep mensen omringt iets, we zien televisiecamera’s, veel flitsen van fototoestellen…
Uiteindelijk komt de groep onze kant op. Een man met een witte cowboyhoed, geruit overhemd en rode body warmer is blijkbaar heel belangrijk. Vrouwen duwen hun baby in zijn armen en nemen foto’s. Hij schudt de handen en kust mensen op de wang. Een hoempapa band speelt een deuntje, de man komt steeds dichterbij en schudt dan onze handen. En wij hebben geen idee wie hij is! Nadat de groep gepasseerd is, blijven wij verbouwereerd achter. Geen kinderparade, geen foto’s. Hebben we hier nu uren voor staan te wachten? We lopen naar het plein in afwachting van de band, maar de een na de andere speech komt voorbij en we zijn het wachten zat.

Pas de volgende dag lezen we in de krant (van Dorothy en Bill) dat dit gouverneur Roberto Sandoval Castañeda van onze provincie Nayarit was. Het was de bedoeling dat hij om 6 uur de nieuwe malecon (strandboulevard) feestelijk zou openen, maar zover is hij nooit gekomen. Het monument staat om 10 uur ’s avonds nog steeds ingepakt. De kinderparade zal pas op 4 maart zijn.

 

 

   

Maart 2014 Mexico

4 maart 2014, La Peñita de Jaltemba – Mexico
De Mardi Gras parade zal om half 5 beginnen, dus lopen wij om half 6 naar het dorp. Vanzelfsprekend is de boel nog niet op gang gezet, maar wij weten van vorige jaren dat de parade zich in de achterstraatjes opstelt. Kan ik mooi wat close-up foto’s nemen van de gezichten. Ondanks dat de parade maar uit zo’n dertig praalwagens bestaat, duurt de optocht uren. Halverwege gaan we een hapje eten en zien nog kans de staart van de parade te fotograferen in het donker.

 

   

   

 

   
                                                                                                       daar heb je mijn favoriete slager!

 

   

   

   

   

 

   

 
                      helemaal gefascineerd ben ik door de ruiters die super hoge pumps dragen te paard

   

Natuurlijk fotografeer ik op de camping ook het wildlife.

 

5 maart 2014, La Penita - Mexico
De Tostada Party is het laatste grote feest op de camping. Er zijn 160 toegangskaartjes verkocht, dus er wordt een grote opkomst verwacht. Ook dit feest wordt voornamelijk door vrijwilligers voorbereid. De 'tostada's' zijn doodgewone tortilla's die in een ingenieus bakje worden gelegd en dan even in de hete olie worden gebakken. De vrijwilligers zijn de hele ochtend in de weer om 200 bakjes te frituren.
De tostada's worden gevuld met varkensvlees en gehakt, bonen, sla, olijven, zure room, geraspte kaas en avocado.

   

   

          

6 – 26 maart 2014, Sayulita – Mexico
We rijden een half uur zuid en komen op de camping van Sayulita aan. Duitser Thies en zijn Mexicaanse vrouw Cristine runnen al zo’n dertig jaar Sayulita Trailerpark & Bungalows.

   

   
                   't Is maar een klein plekje en onze buitenkeuken is behelpen, maar we vinden het hier heerlijk

      

Het is een kleine gemoedelijke camping met veel veel palmbomen en direct aan zee, surfers en gezinnen met kinderen. We parkeren onze camper weer naast de Rotterdammers Billy (Wim) en Jopie. Het is meteen bal. Hun dochter Cora (49) is voor twee weken over en heeft drie vrienden meegenomen. Eindelijk weer wat mensen van onze leeftijd om mee op te trekken.

   

     
Sayulita nachtleven                                                                           Deze man maakt Churro's, een zoete lekkernij

Billy bakt Hollandse appeltaart, Jopie brengt ons een prakkie zuurkool met rookworst, we krijgen Hollandse oude kaas, boerenkool uit blik (uit blik? Dat heb ik nog nooit gegeten) en het hoogtepunt is al Billy voor 12 personen een Indische rijsttafel klaarmaakt!

   

Maar het aller-leukste zijn 2 drie maanden oude katertjes die met drie weken op de camping te vondeling zijn gelegd en door Thies en Billy zijn geadopteerd. Al snel hebben de katertjes door dat onze hangmat heerlijk is om een middagdutje te doen en PJ maakt allerlei speelattracties voor hen.

   

 

De camping heeft een heerlijk rustig strand, maar soms is het er verrassend druk.

 

 
De zonsondergangen zijn elke avond een verrassing. Een paar keer wandelen we door de jungle en fotograferen we vogels en bloeiende planten.

   
                                                               Ferruginous dwerguil

   
                                                                                                               Trogon

 
                                                                             Ivooraratinga

     
       Het dwerguiltje heeft aan de achterkant nepogen!

   
                                                              koningsspecht

7 – 9 maart 2014, 5th Annual Punta Sayulita Longboard - SUP Classic
De jaarlijkse Sayulita Surf en SUP (Stand Up Paddle) competitie valt een beetje tegen, er zijn namelijk vrijwel geen golven, maar de dames en heren zijn weer even strak en gebruind, dus ik heb weer twee dagen op het strand gestaan met camera en statief. Net als vorig jaar zullen de Huichol Indianen de spelen officieel openen en op traditionele manier hun zegen geven aan de deelnemers. Dit staat gepland om 11.00 uur, maar er is geen Indiaan te bekennen. Dit is weer zo typisch Mexico!

   

   

   
               dit jaar wordt er gebruik gemaakt van 'drones' met camera's, dit tot groot ongenoegen van de honden

   

         

   

        

   

Het dorp is kleurrijk met veel muurschilderingen, mozaïeken en vrolijke souvenirwinkeltjes.

     

   

   

   

 

   

 

22 maart 2014, Sayulita – Mexico
Eindelijk komen ook die trage Latino’s (Chileense) Claudia en Cristian naar het vaste land van Mexico en we trekken een paar dagen met hen op. Cristian heeft ons in Alaska al verteld dat hij een acteur is in soapseries, maar pas in Sayulita ontdekken we dat hij echt beroemd is. Als we even stoppen bij een half-pipe waar een meisje aan het skaten is, roepen de omstanders dat zij Chileense is. Cristian loopt op haar af en het meisje valt helemaal in katzwijn! Ze krijgt een kleur, begint te stotteren en omhelst Cristian. Erg grappig om te zien.

   

26 maart – 6 april 2014, La Peñita – Mexico
We nemen met moeite afscheid van de katjes en vertrekken noord. Onderweg stoppen we voor een week in La Peñita. De camping is vrijwel leeggelopen en we kunnen weer een (andere) hoekplek met keuken innemen.

   

 
De keuken komt zonder kraan, dus PJ moet even aan de klus

Voor het eerst fotograferen we grote en kleine zilverreigers en koereigers in  hun broedkleed. Ook dit is weer op de camping in het mangrovebos. Verschillende watervogels bouwen hun communenesten in de takken en het is een drukte van baltsende en parende vogels. We hebben dit nog niet eerder gezien en zijn onder de indruk van de pauwachtige veren van de doodgewone reigers.

 

 

   

7 april 2014, La Peñita – Mexico
Met nog maar 5 dagen te gaan in Mexico, had ik dit verslag al afgesloten. Ik had niet verwacht dat er nog zoveel nare dingen zouden gebeuren. Een dag voor vertrek komt PJ erachter dat de achterlichten van de camper het niet meer doen. Hij is de hele middag druk met elektriciteitskabels checken en vervangen. Hij is net klaar als we ineens een enorme klap horen! De stroom in de camper valt uit. Maar het is niet alleen bij ons en prompt verzamelen de kampeerders zich bij het kantoor. Al snel blijkt dat een eekhoorn ergens op een verzamel stroomdoos is gaan staan en zichzelf heeft geëlektrocuteerd. Hij is van vier meter hoog op iemands keuken gevallen. Voorlopig hebben geen Internet en op veel plekjes is er geen stroom.

Gelukkig waren we toch van plan om te verhuizen, zodat we de camper kunnen wassen. Ik leg de laptop op bed, maar sluit het dakluik niet goed af. Nadat de camper lekker helemaal is gesopt, is het bed nat en ook de laptop druipt! We starten hem op, maar hij maakt rare geluiden en start zelf allerlei programma’s op. Dus maar even laten drogen. Ik heb voor het reisgemak al drie maaltijden gemaakt voor onderweg, bami en Surinaamse kiproti zit in de vriezer en ik maak nog snel een Shepard’s Pie (gehakt ovenschotel) voor morgen. ’s Avonds gaan we met nog 3 stellen uit eten. Het eten is heerlijk en de cocktails zijn enorm (en maar €3,50).

   

               

                     

8 april 2014, La Peñita – Mexico
De laptop heeft nog steeds kuren, al hebben we wel een mailtje kunnen versturen. Na een snel afscheid van de resterende kampeerders vertrekken we van La Peñita. Er rijden vandaag nog twee andere stellen naar het noorden, met dezelfde overnachtingsplekken als wij, maar zij zullen de tolwegen nemen. Aangezien de Mexicaanse tolwegen een van de duurste ter wereld zijn, besluiten wij de LIBRE te rijden en elkaar te ontmoeten op de campings. We hebben straks in de USA al genoeg kosten op ons bordje: een nieuwe voorruit (steenslag en een barst), zes nieuwe banden en de auto krijgt een beurt en APK-keuring (en de koelkast, camperradio en dieseloverpomper, maar dat merken we later pas).

Het is half 2 ’s middags. We zijn net het dorp Acaponeta voorbij. We moeten nog 155 kilometer naar Mazatlan.
“Zo, ik schat dat we rond vier uur op de camping staan”, zegt PJ. Dit wordt wel met een warm biertje, want de koelkast doet het sinds vanochtend ineens niet meer. Zou dat met die eekhoorn te maken hebben?
“SHIT”, zegt PJ en kijkt hoe de temperatuur van de motor ineens omhoog loopt. “De stuurbekrachtiging doet het niet meer… en de remmen ook bijna niet”.
Snel parkeert hij de camper naast de snelweg. We hebben geluk, want de tweebaansweg heeft net nieuwe bermen, met schoon grind, horizontaal en zo breed als een auto. Als we uitstappen zien we dat de v-snaar onder de motor hangt, nog wel intact, en er stroomt een roze vloeistof uit de motor.
We besluiten geduldig te wachten.

Na twintig minuten stopt de Policía Municipal, de lokale politie. Drie man stapt uit, waarvan er één losjes een machinegeweer over zijn schouder draagt. Ze vragen wat er loos is en we laten de snaar en vloeistof zien. We proberen uit te leggen dat we een bergingsauto nodig hebben. De agenten willen persé dat PJ de camper aan de andere kant van de weg zet. We begrijpen er niets van en uiteindelijk doet PJ het maar. Het verkeer wordt stilgelegd en PJ moet wel vijf keer steken om de tweebaansweg over te steken omdat de stuurbekrachtiging en de remmen het niet doen. Als hij dan eindelijk aan de andere kant in de berm staat, wordt de politiewagen voor onze camper geparkeerd.
En dan komt er een lullig touwtje tevoorschijn dat ze aan de bumper willen vastmaken.
No, no!” roept PJ uit, “Transmisión automática, no es posible!!!”.
Als je een beetje (meer) verstand hebt van auto’s, weet je dat je een pick-up met automatische transmissie niet met een kabel kunt slepen. Zelfs al na een korte afstand, kan er ernstige schade aan de transmissie optreden. Deze schade openbaart zich vaak pas later omdat het maar zelden gebeurt dat de transmissie al tijdens het slepen vastloopt. De politieagenten vinden dit maar onzin en we moeten echt alles uit de kast halen om hen te overtuigen. Ze gaan wel een monteur bellen.
De agenten rijden weg en tien minuten later stopt er een auto. Een oude man in met olie besmeurde kleren stapt uit. Hij heeft aan z’n linker hand alleen een duim en pink, maar kan er goed mee overweg. Vluchtig onderzoekt hij de motor.
“Het is de polea (poelie) van de v-snaar”, zegt hij met veel overtuiging. Vreemd, de snaar en poelie zijn nog geen zes maanden geleden vervangen.
“Ik sleep jullie wel even naar mijn huis”.
Natuurlijk hebben we weer bezwaar en twijfelen nu ook zijn kunde, want we hebben toch al gezegd dat het een automatische transmissie is.
“Maar het maar drie kilometer”, zegt 7-vingers geïrriteerd, “en ik kan het onderdeel uit Mazatlan laten bezorgen, ik zal heel langzaam rijden, over de berm.”
Dit is voor ons deja vu, drie jaar geleden stonden we in Denali National Park, Alaska met een gebroken
v-snaar en een verbogen poelie. Een lokale monteur zou het wel even ter plekke repareren. Na een dag wachten midden in het park, inclusief een overnachting, wordt de snaar en poelie erop gezet. De poelie krijgt tijdens het opzetten een haarscheur en een nieuwe moet uit Fairbanks komen, 200 kilometer verderop. Als de tweede poelie erop gezet is, blazen we een dag later de motor op en moet de camper naar Fairbanks gesleept worden, waar ons een enorm dure reparatie te wachten staat. Toch wel begrijpelijk dat wij het niet zo op lokale mannetjes hebben (en dan hebben we nu ook nog de
taalbarrière).
Ik probeer 7-vingers uit te leggen dat wij liever een sleepauto willen bestellen die ons direct naar de Dodge garage kan brengen. Bovendien kennen we dat gedeelte van Mazatlan op ons duimpje en weten dat er in die straat alles verkrijgbaar is, van supermarkten, hotels, McDonalds, restaurantjes en zelfs het strand is vlak bij.
Ik vraag hem of hij een sleepdienst wil bellen. 7-vingers pakt zijn telefoon, prutst een beetje en zegt dat hij geen beltegoed heeft.
“We rijden wel naar het dorp”, zegt hij mopperend en wil dat PJ met hem meegaat.
“Het is hier erg veilig”, zegt hij geruststellend tegen mij.
Ik besluit om met de deur dicht in de camper te gaan zitten. Ik vind het geen prettig idee dat iedereen kan zien dat er een vrouw alleen in de voorcabine zit. Het is 36°C, binnen en buiten, en met de plafondventilator en twee open raampjes probeer ik een beetje wind te creëren. Het is ondertussen half 3 en met een spannend boek probeer ik niet op de verstrijkende tijd te letten. Maar na twee uur zweten, begin ik mij toch wel zorgen te maken…hoelang kan het duren om een sleepdienst te bestellen?

“Leef je nog?”, hoor ik PJ roepen en ik ben zo opgelucht dat hij weer terug is.
Hij neemt uitgebreid afscheid van 7-vingers en dan hoor ik zijn verhaal.
Met de monteur is hij dus naar het dorp gereden. De gravelberm hield al na 500 meter op en dan had de camper over de snelweg gesleept moeten worden, waar vrachtwagens ruim 80 km per uur rijden. Na ongeveer drie kilometer ziet hij een autosloopplaats. Is dat de casa van de monteur? Had hier onze pick-up gerepareerd moeten worden? In het dorp rijden ze eerst naar de sleepdiensten. Er staat een sleepauto met een platte laadbak (perfect) en een paar normale sleepauto’s. De monteur doet het woord. “Zijn vrouw wil niet dat ik de reparatie doe”, hoort PJ hem zeggen. Niemand wil PJ helpen. 7-vingers raakt steeds geïrriteerder dat PJ maar mondjesmaat Spaans spreekt. Hij begint hem ‘die lul die geen Spaans spreekt’ te noemen. Dus rijden ze naar een Internetcafé, waar twee behulpzame meiden de sleepdiensten in Mazatlan afbellen. Kosten: 3000 dollar. Zijn ze helemaal gek geworden? PJ probeert bakzeil te halen bij 7-vingers, of toch hij de reparatie wil doen? Maar daar heeft de monteur geen zin meer in. Nog maar eens bellen. Weer nul op rekest. PJ hoort 7-vingers zeggen: “Ik ben zijn secretaresse niet”. Een van de meisjes maakt heimelijk een gebaar naar PJ, terwijl ze naar de monteur wijst. Bedoelt ze dat die kerel niet te vertrouwen is? 7-vingers gaat even naar buiten om met zijn mobiele telefoon te bellen. Blijkbaar is zijn beltegoed toch niet helemaal op…
Uiteindelijk vinden de dames een sleepdienst in Mazatlan die wel wil komen voor een redelijke prijs, maar er moet wel 2500 pesos (€150,-) vooruit betaald worden. 7-vingers rijdt door het dorp op zoek naar een plek waar het geld overgemaakt kan worden. PJ probeert hem duidelijk te maken dat hij ook een cajeta (geldautomaat) nodig heeft, want hij kan alleen het voorschot betalen. 7-vingers is de taxidienst blijkbaar zat en doet alsof hij PJ niet begrijpt.
Het geld wordt overgemaakt in een winkel waar je meubelen op afbetaling kunt kopen. Daarna rijdt
7-vingers PJ weer terug naar mij. PJ is nog in het schamele bezit van 150 pesos en dat geeft hij aan
7-vingers. Die zal niet erg blij zijn met 9 euro voor de bewezen diensten. Had hij maar even een flappentapper moeten zoeken.

Samen wachten we op de sleepdienst, die er over twee uur zal zijn.
En jawel, na ruim twee uur komt de sleepauto uit Mazatlan. In een kwartiertje zet de jonge Juan onze camper met de voorwielen op de sleep en draait de aandrijfas los. Om half 8, net tijdens zonsondergang gaan we op weg.

                       

Meestal hebben trucks voorin een bank, maar deze vrachtwagen heeft twee voorstoelen; hele kleine! PJ klimt als eerste naar binnen en plaatst alleen zijn rechterbil op het stoeltje, ik volg en kan met moeite mijn linker bil op de stoel kwijt. En zo moeten we dan drie uur zitten. De versnellingspook is aan vervanging toe en maakt vreselijke geluiden als Juan hem in de eerste versnelling zet. Door de politie staat de camper met de neus de verkeerde kant op, maar onze chauffeur ziet kans in één beweging met sleep te draaien. Na een tijdje rijden, wordt de pook gloeiend heet en PJ brandt bijna zijn voeten. Ook de snelheidsmeter werkt niet. Nu rijdt PJ niet harder dan 80 km per uur en heb ik wel een beetje het gevoel hoe hard dat gaat. Ik denk dat Juan minstens 100 rijdt. Zelfs PJ kijkt af en toe angstvallig door het achterraam naar ons huis, dat bonkt en schudt. Zo sjezen we door de gitzwarte nacht naar Mazatlan.
Onze billen beginnen te tintelen en we proberen vaak te verzitten. Gelukkig stopt Juan regelmatig; eerst neemt hij een plaspauze (wij kunnen even de benen strekken en de billen masseren), dan stopt hij omdat hij water wil drinken bij andere een sleepdienst. Juan neemt uitgebreid de tijd om met een waakhond te kroelen. De volgende stop is voor koffie. Maar nu zijn wij aan de beurt. Als we Mazatlan naderen zegt PJ dat hij nog geld moet trekken.
Dinero?”, vraagt Juan verbaasd.
Si”. We moeten nog een restant bedrag van 1300 peso betalen en een fooi voor Juan.
Bij de eerste bank, komt er geen geld uit de automaat. Shit!
Dus hebben we nog een stop nodig. We kennen deze stad, dus PJ wijst dat hij het bij de supermarkt LEY wil proberen. Eerst proberen we het bij een bank, maar ook daar werkt zijn kaart niet. Dus rennen we over het uitgestrekte parkeerterrein naar de supermarkt. De rolluiken beginnen al te zakken. Nee hè! De nachtwaker kijkt ons vragend aan en PJ zegt dat hij alleen even geld hoeft te trekken. Gelukkig is de nachtwaker geen strenge man en hij laat ons door. We zien maar één geldautomaat en het is niet van de bank die we normaal gebruiken. Wat een spanning, maar gelukkig…de bankbiljetten rollen eruit.

Om half 11 komen we bij de Dodge dealer aan en mogen van de nachtwaker voor het hek parkeren. PJ legt de resterende 1300 peso klaar plus de fooi. Juan haalt de camper los en komt met een kladje op ons af.
“Ik krijg nog 300 peso van jullie”.
We zijn zo verrast dat we vergeten om een bon te vragen en even later zien we de achterlichten van zijn sleepauto. Achteraf begrijpen we nu wel waarom Juan zo verwonderd was dat we nog geld moesten trekken, wie heeft er nu geen 18 euro in zijn portemonnee? Dus de sleep viel mee, nu de garage nog. We pikken gelukkig wireless internet op en kunnen familie en vrienden op de hoogte brengen.
9 – 10 april 2014, Mazatlan – Mexico
Al vroeg zijn we woensdagmorgen uit de veren. Een knappe man met een hagelwit overhemd en een keurig geperste broek spreekt ons aan in vloeiend Engels. Hij noteert de problemen en nu is het een kwestie van wachten tot een monteur er naar kan kijken. De 6000 kilo wegende camper wordt door een aantal man het terrein opgeduwd.
De poelie is niet het probleem, die zat alleen een beetje scheef. Het is de waterpomp. Natuurlijk is de pomp niet op voorraad en al snel horen we dat die er waarschijnlijk vrijdagmorgen zal zijn. De camper wordt weer buiten het hek geduwd en we mogen erin blijven wachten.
Zoals ik al schreef, kennen we dit gedeelte van de stad op ons duimpje.
Dus lopen we even naar de buurvrouw, de MEGA supermarkt voor een vers brood en koude drank. Helaas is de koelkast nog steeds stuk, dus kopen we ook een piepschuim koelbox en een zak ijs van vijf kilo.

Het zijn twee warme wachtdagen (27°C), al is het hier lang niet zo heet als langs de snelweg, en aan het eind van de middag lopen we even naar de boulevard om uit te waaien.

Ik koop een grote beker sap bij een kraampje. Geen slechte plek om met pech te staan. Ik ben zo blij dat we voet bij stuk gehouden hebben dat we een sleepauto wilden. Ik moet er toch niet aan denken om met 35°C bij
7-vingers in de achtertuin te staan met zijn verkeerde diagnose en waarschijnlijk niet de middelen om de autoproblemen op te lossen. Ik weet dat de meeste mensen die met pech komen te staan, helemaal lyrisch zijn van de behulpzame Mexicanen, maar ik denk dat wij het net even niet getroffen hebben.

Achteraf vragen we ons natuurlijk wel af of we niet beter met de twee andere stellen over de dure tolweg hadden moeten rijden. Al reden zij wel met enorme caravans en hadden ze ook niet veel kunnen uitrichten. En als zij een auto eventueel los hadden gemaakt van de caravan, kun je op de tolweg ook niet zomaar draaien. Maar een beetje morele steun was wel fijn geweest.

En waarom waren we op pad met zo weinig contant geld? Ja, dat is weer zo’n foute bezuiniging. We wilden niet teveel geld overhouden als we Mexico uitrijden, want we weten niet zeker of we hier nog terugkomen. En we wisten dat we onderweg nog wel geld zouden kunnen trekken, dus met €160,- aan contant geld zouden we een eind komen.

   

11 april 2014, Mazatlan – Mexico
Om half 9 krijgen we te horen dat de waterpomp inderdaad aangekomen is en om half 1 is de pomp geplaatst, maar ook een nieuw luchtfilter en oliefilters, testrit is gedaan, de rekening betaald en zijn we klaar om te vertrekken.
We besluiten naar de camping in noord-Mazatlan te rijden. Dat is maar een klein stukje testrijden, maar we hebben het wel even gehad vandaag.
PJ probeert te ontdekken wat er mis is met de koelkast, ik maak hem leeg en gooi heel veel eten weg, we doen een was en nemen een lekkere lange douche

 

12 – 13 april 2014, Mexico
Over de tolwegen rijden we in twee dagen naar de grens. De auto houdt het goed. Voor de grens staat onverwachts een lange rij auto’s en waar we normaal vijf minuten over doen, zijn we nu pas na drie kwartier de grens over. Dat was de douane en nu nog immigratie voor ons visum. Er is een bus gestopt en een stuk of vijftig tieners staan te wachten met hun papieren. We piepen voor en staan na een half uur buiten met een 90 dagen visum in ons paspoort gestempeld. We overnachten in het plaatsje Ajo op een camping.

14 april 2014, Yuma USA
We laten de koelkast reparen in Yuma, Arizona. In eerste instantie denken ze daar het probleem op te lossen met een nieuwe printplaat van 180 Euro. Die hebben we drie jaar geleden net vervangen! Maar de monteur kijkt verder dan zijn neus lang is en ontdekt een paar verschroeide elektriciteitsdraadjes. Die verdomde eekhoorn! De vervanging van de draadjes is gratis en we hoeven ook geen uurloon te betalen. Lekker een mazzeltje!
Het is pas april, maar het is nu al heet in Yuma. Dit is een favoriete overwinteringplaats voor de Amerikanen en Canadezen. Maar niet iedereen is hier even blij mee; we zien een bumpersticker met de tekst "Als je het hier in de zomer te heet vindt, moet je ook in de winter oprotten".

Onze plannen zijn dat we op 2 mei in Denver, Colorado zullen zijn. Onze Nederlandse vrienden Peter en Monique komen voor een maand naar de USA, hebben een camper gehuurd en we zijn van plan in vier weken zo’n 4000 km door Utah, Nevada, Arizona, Montana, Idaho en Wyoming te scheuren.

terug