Reisverslag USA 2002

door Claudia en PJ Potgieser

 

home

who are we?

journal

our favorites

photo gallery

our book

guestbook

English

Terug naar overzichtspagina reisverslagen USA

17 oktober 2002
Na drie veel te korte weken in Nederland komen na een rustige vlucht over de Atlantische oceaan aan in Chicago en moeten we door immigratie. De douanebeambte ziet de vele stempels van de USA in onze paspoorten en krijgt meteen argwaan.
"Wat zijn jullie al vaak in The States geweest? Vakantie? Waar betalen jullie dat van?".
Ik probeer hem uit te leggen dat we ons huis verhuurd hebben en dat we daarmee voor een groot gedeelte onze reis bekostigen, maar de man zet ons meteen uit de rij. We moeten een mevrouw in uniform volgen die onze paspoorten in beslag neemt en ons meevoert naar een ruimte met houten banken.
"Neem daar maar plaats".
Er zitten nog een stuk of tien anderen en geduldig blijven we daar wachten. Er zijn verhoorkamers, waar af en toe iemand voor een zeer lange tijd verdwijnt en aan de balie worden vingerafdrukken en foto's genomen.
Na drie uur wachten, we hebben ondertussen onze aansluiting naar Salt Lake City gemist, word ik opgeroepen.
De immigratie officier is een kattige vrouw die we in die drie uur al aan het werk gezien hebben bij een jongen, en ze had een aantal van zijn vrienden gebeld en zijn school en was vreselijk lelijk tegen hem tekeer gegaan.
Alleen met haar in een kamertje, gaat ze gelijk mijn tas doorzoeken. Ik had daar van de Tax Free parfumerie een kaartje met een luchtje in gedaan en het eerste wat ze zegt is: "Waarom stinkt alles zo naar de parfum", en ze trekt haar neus op en gooit mijn papieren op het bureau.
Ik leg uit van het kaartje en moet dat gelijk zo ver mogelijk van haar vandaan opbergen.
Verkeerde start en daarna begint ze mij op een zeer intimiderende manier te verhoren. Ik kan praten als Brugman, maar ze vuurt de ene vraag na de andere op mij af en vindt alles belachelijk of ongeloofwaardig (op onze leeftijd zolang reizen, twee maanden beren kijken ect). Ze zegt dingen zoals: "Ik heb je al eens gesproken bij de grenspost in Minnesota (is niet waar, dat was onze gemakkelijkste grensovergang na 11 september met een aardige grijze heer) en dat daar geen beren zijn". Als ik zeg dat wij in Churchill geweest zijn en wel ijsberen gezien hebben, lijkt ze niet te luisteren. Heel irritant. Ook heb ik het gevoel dat ze de tijden verkeerd gebruikt zoals: "Wat doe je in Canada?" i.p.v. wat heb je in Canada gedaan. Ik geef dan heel onschuldig antwoord: "We zijn hier toch in Amerika?". Dat brengt haar helemaal over de rooie.
Na een minuut of tien moet ik mijn adresboek pakken, want ze zal wel even iedereen in dat boek gaan bellen om te checken of ik wel de waarheid heb gesproken.
Ik ga even naar PJ terug, kan stoom afblazen en hij kan mij tips geven over wat ik nog moet zeggen.
Als ik mijn adresboek breng, begint ze weer heel lelijk tegen mij te doen, ik raak nu helemaal van slag en kan mijn geduld ook niet meer bedwingen. Na vijf minuten katten, stuurt ze mij de kamer uit, want ze gaat bellen.
Na een kwartier moet ik terugkomen.
Dan zegt ze iets waar mijn broek van afzakt. Ze heeft een aantal personen gesproken uit mijn adresboek en sommigen beweren dat wij door middel van klusjes zoals babyzitten, het gras maaien en schoonmaken geld bij verdienen!
Mijn mond valt eerst open van verbazing en daarna schiet ik in de lach (FOUT). Ze maakt mij uit voor leugenaar en geeft me een aantal keren de kans om toch te bekennen. Natuurlijk houd ik voet bij stuk, want we hebben nooit geld verdient bij de familie. 
Haar laatste woorden zijn:"Donder maar op, ik zal er voor zorgen dat jullie het land niet in mogen en dat jullie er nooit meer inkomen.
Paars van woede en onmacht kom ik terug bij PJ. We zitten weer een half uur te wachten, komt er een andere immigratie ambtenaar naar ons toe en gaat naast ons zitten. Hij wil nog een aantal vragen stellen. PJ heeft al die tijd zich niet kunnen uiten en zegt dat hij ook een vraag heeft. Hij vraagt of dit nog lang gaat duren, want er is familie die ons komt ophalen in Salt Lake en die wil hij graag even waarschuwen zodat ze niet voor niets komen.
Dat schiet helemaal in het verkeerde keelgat van die ambtenaar. Hij haalt 11 september erbij, er zijn 3000 Amerikanen gedood en geen Nederlanders (????), Amerika is bijna in staat van oorlog en ga zo maar door. Gelukkig zien we kans het tij te keren en dan blijkt dat de man ons gewoon een visum wil aanbieden van 6 maanden. Niets aan de hand dus, al die herrie van dat wijf is allemaal bluf geweest. We zien de kenau ook niet meer terug. Onze koffers staan al op de gang, de vlucht wordt omgeboekt en we zitten business class en 5 uur later dan gepland komen we aan in Salt Lake City.

Ik heb aan dit verhoor een hele wrange nasmaak over gehouden. Ik kan me nu goed voorstellen dat mensen na urenlange verhoren getraumatiseerd raken (zo erg is met mij niet hoor!) en dat ze iets bekennen dat ze niet gedaan hebben. Het was voor mij heel irritant dat ik mijn verhaal niet in chronologische volgorde kon vertellen, dat ze steeds vragen op mij afvuurde, waardoor mijn verhaal heel onsamenhangend werd. Zo heb ik bijvoorbeeld nooit de kans gekregen haar te vertellen dat we zeer snel naar Mexico willen afreizen en helemaal geen lang visum nodig hebben. Verder vond ik dat ze zo agressief begon, dat ik meteen in de verdediging moest.
Wel grappig is dat ze, ondanks dat ze ons dus erg verdacht vonden, nooit onze koffers doorzocht hebben. Hoe hadden we dan de 20 pakken hagelslag en 25 chocoladeletters, die we op verzoek van de familie hebben meegenomen, moeten verklaren?

Ondertussen zijn we toch binnen, hebben een visum voor zes maanden waar we maar 2 of 3 weken van zullen gebruiken, want dan hopen we al in Mexico te zijn.

Nou, ik heb deze nare ervaring lekker van mij afgeschreven en we gaan binnenkort weer pad. PJ is nu druk met het passen en meten van de twee nieuwe accu's voor de camper, die net iets groter zijn dan de vorige. Op dit moment is het zonnig, bijna 19 graden en de natuur is in prachtige herfsttinten, kortom een herfst waar je normaal alleen maar van kunt dromen.

Ogden, Utah, 20 oktober 2002
Terwijl President Bush en zijn kornuiten een oorlog op Irak voorbereiden, maakt de rest van Amerika zich op voor Halloween. Op de avond van 31 oktober gaan kinderen verkleed langs de deuren en roepen: "Trick or Treat" (een truckje of een snoepje, waarbij ze natuurlijk liever snoep willen).
In afwachting op die avond versieren mensen hun veranda's, tuinen en deuren met oranje pompoenen, uitgehold met gezichtjes, zwarte katten en levensgrote Dracula's, Frankenstein's, spoken en vliegende heksen. Natuurlijk slaan er altijd een paar door en zo zien we een huis bedolven onder het spinrag en aan de gevel plakt een harige spin van 4 bij 4 meter. In de tuin staan grafstenen met half opgegraven skeletten en metershoge opblaasbare pompoenen.
We zien de buurt langzaam in het decor van een kindergriezelfilm veranderen. Om geheel in de stemming te blijven koop ik een Halloween broek (oranje met zwarte spinnetjes), want ik ben tenslotte jarig op 31 oktober.
Het is in de derde week van oktober overdag nog 22 graden. Mensen lopen in korte broeken en kinderen staan zonder jas op de schoolbus te wachten, terwijl het zo 's morgens vroeg nog maar 6 graden boven nul is.
Op zondag vertrekken we uit Ogden en reizen met de Snowbirds naar het zuiden. Misschien heeft die immigratiefeeks toch gelijk: in Amerika reizen alleen oude mensen. Het jachtseizoen is nog in volle gang en we zien de kampen van de jagers langs de weg. Gemakkelijk te herkennen aan de fluoricerende kleding die ze dragen zodat ze niet neergeschoten worden door over enthousiaste mede jagers. Onderweg zien we alleen dode herten.
We kamperen langs een onverharde weg even van de doorgaande route. We zien oranje figuren door de bosjes sluipen. 's Morgens laat ik mijn wandeling maar achterwege, ik wil niet graag voor een huppelend hertje aangezien worden (bij nader inzien...een logge ree dan).
In Albuquerque (de staat New Mexico) logeren we een paar dagen bij mijn achterneef Marty, zijn vrouw Tammy en hun vier zoontjes (ja, weer een Mormoon). Vanuit daar rijden we naar de grens van het echte Mexico, die we donderdag denken te passeren.

Terug naar overzichtspagina reisverslagen USA