Reisverslag USA 2005

door Claudia en PJ Potgieser

 

home

who are we?

journal

our favorites

photo gallery

our book

guestbook

English

Terug naar overzichtspagina reisverslagen USA

17  - 30 mei 2005 

Ons bliksembezoek aan Nederland was er een met een lach (de trouwerij van mijn zus Petra en Jan) en een traan (twee begrafenissen). Het was fijn om onze familie en vrienden zo ongepland weer te zien.  

Op 17 mei vertrekken vanaf Schiphol. Onze koffers worden opengemaakt en de douanebeambte moet erg lachen om de 15 kilo drop die we bij ons hebben. We landen we in Cincinnati, waar immigratie er geen probleem van maakt dat we al zo vaak en zo lang in Amerika zijn geweest. We krijgen weer een visum voor zes maanden. We worden in Salt Lake City opgehaald door mijn nicht Diana en haar partner Randy. We maken niet lang gebruik van hun gastvrijheid, want de volgende morgen rijden we al richting onze favoriete park Yellowstone. Dit park is ruim 10.000 vierkante kilometers groot, dat is een vijfde van Nederland! Maar in het park zijn verhoudingsgewijs weinig wegen, slechts totaal 500 kilometer. Dus er is nog veel echte wildernis. 

We rijden meteen naar Fishing Bridge, waar we vorig jaar wel twaalf verschillende  grizzlyberen hebben gezien. We zien hertjes, bizons, wapitiherten (vergelijkbaar met het Nederlandse damhert) en coyotes, maar geen beren. Wel andere bekenden van vorig jaar. Zo zien we Lynn (41), een kunstschilderes, die prachtige schilderijen maakt van de beren en ander wild. Samen naar dieren zoeken is altijd leuker en efficiënter dan met 1 auto. Maar ook met behulp van Lynn vinden we geen beren. Het Yellowstone Lake begint langzaam te ontdooien en het kruiende ijs levert mooie plaatjes op.

We proberen of onze wireless Internetkaart ook werkt bij het hotel midden in het park, maar die straalt geen signalen uit. Als we willen e-mailen, moeten we helaas dan toch naar de dorpjes net buiten het park.
De volgende dag komen we onze ‘fossiele’ vrienden Bob en SueAnn uit Colorado tegen. Met hen zijn we de komende week vrijwel onafscheidelijk. We besluiten ons geluk in een ander gedeelte van het park te beproeven. Van andere wildfotografen horen we over holen met jonge dieren. Zo brengen we uren door bij het hol van twee coyotes. De vijf puppies laten zich pas zien als het mannetje van de jacht terugkomt en zijn buit voor hen uitbraakt. Daarna neemt hij ze mee uit wandelen en als hij gaat liggen, laat hij de puppies over hem heen buitelen. Na een uur komt ook de moeder thuis en de vijf jongen hangen aan haar tepels voor melk. Moe en voldaan floepen ze alle vijf weer terug in het hol. Het vrouwtje gaat weer op jacht en pa past op de kinderen.

Zelf vinden we nog een coyotehol met twee puppies. Helaas hebben beide ouders een radiozender met antenne en fluorescerende oormerken om. Daar worden we af en toe wel moe van, hoe ze hier de dieren mismaken om ze te kunnen volgen en herkennen.
Een ander hol is van een badger (een zilverdas). Dit dier beweegt zich erg koddig, maar is verrassend snel en heeft scherpe tanden en lange nagels. Hiermee kunnen ze sneller een hol graven dan een man met een schep! De eerste dag zien we de das alleen razendsnel het hol verlaten. De volgende dag hebben we meer geluk en zien we haar terugkomen met een grondeekhoorn in haar bek. PJ maakt prachtige foto’s. Even later neemt ze haar drie jongen mee naar buiten. Ze hebben een identiek streeppatroon in hun gezichtjes als hun moeder, maar dan miniatuur. De jongen wagen zich niet verder dan tien centimeter van hun moeder vandaan, maar toch is het lastig om ze alle vier leuk op de foto te krijgen.

’s Nachts slapen we net buiten het park en Bob en SueAnn sparen ook maar wat graag de campingkosten uit en volgen ons naar onze slaapplekjes. Normaal rijden we ’s morgens zo vroeg het park in dat er nog geen ranger bij de ingang zit. Als we een morgen uitslapen, rijden we zonder er verder bij na te denken om zeven uur het park in. We hadden niet gezien dat er nu wel een ranger zit. Even later horen we over de scanner dat een rode pick-up truck met camper met Utah kentekenplaten zonder te betalen het park is ingereden. Of alle rangers naar ons  willen uitkijken. We staan op de zwarte lijst! We besluiten terug te rijden en alsnog ons toegangsbewijs te laten zien. We horen gelukkig dat we onmiddellijk afgemeld worden over de radio.
We rijden langs alle vogelnesten die we vorig jaar ontdekt hebben. De meeste vogels komen elk jaar terug naar het hetzelfde nest. Maar de kraanvogels, raven, golden eagles (adelaar), vis- en zeearenden zitten nog allemaal te broeden op hun nest. Om de kuikens te zien, moeten we nog even geduld hebben. Wel zien we al jonge eendjes en gansjes.

Onze volgende project zijn rivierotters. Volgens ingewijden moeten die te vinden zijn bij Trout Lake, een meer dat te bereiken is na een zeer steile klim van anderhalve kilometer. Bepakt met camera’s en statieven en dik aangekleed vanwege de kou is dit een inspannende bezigheid. Drie ochtenden zitten we tevergeefs te wachten aan de oever van dit prachtige meer. Omgeven door bergen met sneeuw, groene heuvels, enorme dennenbomen en bemoste omgevallen bomen is het een lust voor het oog. Maar de otters laten zich niet zien. Die ene keer dat we niet met z’n vieren zijn en Bob en SueAnn het ’s middags nog eens proberen, hebben zij wel geluk. Wij waren aan het e-mailen buiten het park.  Wij geven de otters voor deze week op, volgende week gaan we het wel weer eens proberen.

Een nieuwe diersoort op onze lijst zijn twee bevers, die vlak naast de weg aan takjes knagen en zelfs de weg oversteken. Zo kunnen we goed hun merkwaardige staart zien.
Op een dag na hebben we een wel heel speciaal dier gemist. Een mountain lion, ook wel cougar of poema genoemd, heeft van negen uur ’s morgens totdat het donker werd op de rand van een klif gelegen. Heel veel toeristen hebben vanaf de overkant van het ravijn dit machtige dier kunnen bewonderen. We vinden het erg jammer dat we dit gemist hebben, want poema’s zijn zeldzaam en ontzettend moeilijk te vinden.

En dan de beren. De zwarte beren zijn iets minder moeilijk te vinden. We zien een zwarte beer met twee kaneelkleurige anderhalf jaar oude jonkies. We herkennen ze van vorig jaar en zijn blij dat het hele gezin de winter goed is doorgekomen. Verder herkennen we een grote kaneelkleurige ‘zwarte beer’, waarvan elke toerist zweert dat het een grizzlybeer is. Deze beer wordt elk jaar mooier. We zijn verheugd als we Rosie de zwarte beer zien. Ze wordt vanwege haar beschaafd kleine rode oormerken, ‘Rosie met de rode robijnen’ genoemd. Helaas heeft ze een van haar jongen verloren en het overgebleven anderhalf jaar oude jong is niet meer zo speels als vorig jaar.

De twee moeders geven hun jongen regelmatig in het zicht van de toeristen de borst. Meestal wel in de schaduw van een boom, zodat het fototechnisch niet zo goed is. Ik verbaas mij erover dat ze hun jongen nog voeden, want een dezer dagen gaan ze hen wegjagen en moeten die kleine drommels het zelf rooien. Moederberen kunnen dan heel gemeen zijn tegen hun nietsvermoedende jongen. Misschien leuk om te weten dat de jongen van een beer met twee, drie of zelfs vier kleintjes niet vanzelfsprekend van dezelfde vader hoeven te zijn. In mei/juni paren de vrouwtjesberen met verschillende mannetjes.

Het weer is heel wisselvallig. ’s Nachts vriest het af en toe een paar graden en overdag wisselen regen en hagelbuien, zonnige temperaturen van twintig graden elkaar af. Zo blijven we onze kleren aan en uittrekken.
Mei is de periode van de jonge dieren en daarom is het zo leuk om in het park te zijn. Bizon-, elanden- en hertenkalfjes worden nu geboren. Maar de volwassen hoefdieren zijn langzaam aan het ruien van hun winterwacht en zien er niet uit. Vooral de bizon laat hele plukken haar op bomen en verkeerspalen achter.

Op een dag blijkt dat we een lekke achterband hebben. Maar gelukkig hebben we er vier achter en kunnen we er mee blijven doorrijden totdat het ons uitkomt om hem te laten maken. Met Bob en SueAnn rijden we nogmaals 180 kilometer door het park om bij Fishing Bridge te komen. We hopen dat de grizzlyberen zich nu wel laten zien, maar helaas, ook deze keer zien we ze niet.
Via de scanner horen we dat er bij Gibbon Falls een grizzlybeer bij een karkas zit, slechts 10 meter van de weg! Maar dat is hier 70 kilometer vandaan. We twijfelen erg of het de moeite is om de rit te maken. Met de snelheidslimiet die in het park geldt, kost het ons minstens een uur om er te komen. Als na een uur blijkt dat de beer er nog steeds zit, besluiten we de gok te wagen. Bij de plek aangekomen zien we een stuk of tien geparkeerde auto’s op het parkeerplaatsje, de rest van het verkeer wordt door de ranger doorgestuurd. We mogen de auto niet verlaten. Gelukkig gaat er net iemand weg en kan PJ de camper er zo inschuiven. Vanaf onze plek kunnen we tussen de bomen door net de kop van de grizzlybeer zien. Geen wonder dat er zo weinig auto’s geparkeerd staan, als je niet vooraan staat, zie je niets. Volgens de automobilist naast ons ligt de beer op een bizonkarkas te slapen. Dit blijkt achteraf wat overdreven te zijn. Ik warm wat worsten op en we eten een broodje hotdog in de camper. We zijn de enige camper en we krijgen we wat jaloerse blikken toegeworpen van automobilisten die hier al uren staan. Na drie kwartier staat de beer op en begint onze richting op te wandelen. We volgen hem met de auto en kunnen zo toch nog een paar leuke plaatjes schieten. Lynn voegt zich bij ons en krijgt een reprimande van de ranger als ze gevaarlijk rijdt en te dicht bij de beer komt. Wij kunnen dit volgen op de scanner en plagen haar daar later mee.

De volgende dag gaan we kijken bij het karkas en het blijkt een winter kill te zijn. Dat wil zeggen dat de bizon afgelopen winter aan ondervoeding of een verwonding overleden is en pas nadat de sneeuw gesmolten is, zichtbaar is geworden. Er is weinig van het beest over, alleen een paar ribben en zijn kop liggen nog naast de rivier.

We zien een bald eagle (zeearend) die laag over het water scheert. Hij probeert een volwassen eend uit de rivier op te pikken! De eend duikt telkens net op tijd onder. Vanaf de kant staan een stuk of twintig Canada ganzen de longen uit hun lijf te gakken. Moedigen ze de arend aan of proberen ze hun soortgenoten te waarschuwen? Na een stuk of tien pogingen staakt de arend zijn aanvallen en gaat op de kant zitten uitrusten.

’s Morgens vroeg fotografeer ik een wapitihert met haar Bambi. Het kalf is net geboren en hobbelt op wankele pootjes achter haar moeder aan. Steeds als de moeder stopt, probeert het te drinken. Pas een half uur later kom ik erachter dat er geen kaart in het fototoestel zit; de moderne versie van vergeten een rolletje in de camera te doen. Dit is mij nu al drie keer overkomen! En natuurlijk denk ik dan dat het de mooiste foto’s ooit geweest waren….

Twee dagen later rijden we langs dezelfde plek en zien eindelijk onze eerste grizzlybeer in dit gebied. Maar hij is een hertenkalfje aan het eten! Een half uur geleden heeft hij het kalf neergehaald, ik ben ervan overtuigd dat het ‘onze’ Bambi is. Na een uur is er niets meer van het karkas over en de beer verdwijnt in de bossen.

Wij besluiten het hier bij Fishing Bridge nog even vol te houden en hopen nog meer grizzlyberen te zien. We zijn natuurlijk wel nieuwsgierig of Bob en SueAnn meer geluk hebben, maar dat horen we over een paar dagen wel weer. Dit waren de eerste 12 dagen in Yellowstone National Park, ik had niet verwacht dat het toch nog zo’n lang verslag zou worden.

1 - 30 juni 2005

Heb je al eens in een hagelbui gereden, terwijl de zon schijnt? Dat overkomt ons alleen maar bij Lake Yellowstone in Yellowstone National Park. In de buurt van het meer kunnen we stormen al van verre zien aankomen. In de ene bocht regent het nog, maar in de volgende bocht rijden we weer in de zon. De dag die begon met de grizzlybeer die een hertje pakt, blijkt het begin van een succesvolle dag te zijn (natuurlijk niet voor de hertenkalfjes). Die dag zien we vijf keer beren, variërend van moeders met twee anderhalf jaar oude jongen tot jonge mannetjesberen. We denken dat de beren eindelijk los zijn, maar de volgende dag zien we weer de hele dag geen grizzlyberen.

Mooie taferelen zien we bij de herten. Een wapitihert likt haar pasgeboren jong liefdevol schoon. Alleen als ze aan de oren van het jong begint te sabbelen, klaagt deze steen en been. vEen week later zien we hert met een jong dat nog geen tien minuten oud kan zijn. Het staat zeer wankel op zijn dunne pootjes. Moeder brengt haar melk op gang door aan haar eigen tepels te sabbelen en het jong begint te drinken. We zien de nageboorte komen en moeder begint het op te eten. Het jong valt uitgeput in het gras. In dit gedeelte van het park zitten niet veel wolven en beren, zodat dit jong misschien kans heeft om groot te worden.

De mannetjes herten beginnen er steeds imposanter uit te zien. Het gewei van het mannetjeshert bestaat uit zeer snelgroeiende cellen die gevoed worden door de fluweelachtige bloedrijke huid die eromheen zit. Een gewei van een hert kan wel vijf centimeter per dag groeien! Geen wonder dat wij het gevoel hebben dat we het gewei letterlijk kunnen zien groeien. In Yellowstone zijn geweien met seven pointers normaal, dat wil zeggen dat het gewei zeven vertakkingen heeft. In een maand tijd zien we de geweien van 3 naar 5 pointers ontwikkelen. Als de geweien volgroeid zijn, kunnen ze een spanwijdte van anderhalve meter hebben. Na de bronsttijd vallen ze af en in het voorjaar begint het proces opnieuw. Dit geldt ook voor het gewei van de elanden. Dit in tegenstelling tot de horens van het dikhoorn schaap. Deze blijven zijn leven lang doorgroeien in een mooie ronde vorm en zitten vergroeid met zijn schedel.

We gaan e-mailen in het dorp West-Yellowstone, maar terug in het park komen we in de file. Via de scanner horen we dat een kudde bizons over de weg loopt door een diep ravijn. De file wordt langer en langer en stapvoets rijden we over de smalle weg. Pas na anderhalf uur zien we de bizonbillen en een half uur later kunnen we er eindelijk voorbij. We hebben 3 kilometer overbrugd. Dat is nog iets anders dan voor je werk in de file staan!

Heb je de film ‘Twister’ gezien? Hierin reizen verschillende type mensen in verschillende typen voertuigen achter wervelstormen aan. Zo voelen wij ons soms. Alleen zijn wij op zoek naar beren. Dit doen we met Lyn (41), die zo mooi kan schilderen.  Diana (52) de catlady, werkt in een dierenasiel en kan het niet weerstaan om af en toe een dier te adopteren. Zo komt het dat in haar busje een stuk of vier katten en een hond leven. John (27) probeert een bestaan op te bouwen als filmer en Joe (31) is brandweerman in Las Vegas en komt elke vakantie naar Yellowstone. Wat hebben we gemeen? Onze passie voor wilde dieren en grizzlyberen in het bijzonder. En dat we ons maar zo’n 1 keer in de week douchen. Waarin verschillen we? Zij slapen allemaal in hun auto, wij in een echt bed. Zij leven van crackers, chocola en instant maaltijden, wij eten elke avond een gezonde echte maaltijd. Via walkietalkies houden we contact met elkaar en met vijf voertuigen sukkelen we door het park op zoek naar beren. Zes paar ogen zien tenslotte meer dan vier.

Lyn ziet op een morgen een beer vanaf het strandje de weg over steken en in de heuvels verdwijnen. Als ze over het strand loopt, op zoek naar pootafdrukken, stuit ze op het karkas van een hertje. Als ze dit ons vertelt, besluiten we met z’n allen te gaan wachten in de buurt van het karkas. Het is ondertussen gaan sneeuwen en de temperatuur daalt naar rond het vriespunt. En dat op 12 juni. Vijf uur lang zitten we in een sneeuwstorm in onze auto’s. De beer laat lang op zich wachten, maar in de tussentijd vermaken we ons met twee coyotes, die zich tegoed doen aan het karkas. Na vijf uur komt dan eindelijk de grizzlybeer terug en ook nu kunnen we van zeer dichtbij vanuit onze auto foto’s en video maken. De beer is een bekende van vorig jaar en hij staat garant voor een show. Dit keer neemt hij een poot mee het ijskoude water van Lake Yellowstone in en slaat het heen en weer. Dit is geen gezicht. Dit hertje is duidelijk onderdeel van de voedselketen, want niet alleen de beer, maar ook twee coyotes, raven en meeuwen eten ervan. Een coyote neemt de kop van het hertje in haar bek en neemt het mee naar haar hol, waar zes puppies op haar wachten. Dit hertje is niet voor niets gestorven.

’s Avonds gaan we voor een keertje gezamenlijk op de camping staan en drinken nog een paar biertjes. We lachen om elkaars aangedikte avonturen. Zo vertelt Lyn over haar kat die ze had meegenomen het Yellowstone park in. De volgende dag is haar kat weggelopen. Lyn is in alle staten, zoekt uren naar hem en laat overal briefjes en berichten achter. Steeds als ze in het park is, gaat ze op zoek. Drie maanden later is ze weer op die camping en hoort ineens: “Miauw!”. En daar is haar kat, sterk vermagerd maar gezond en in leven. Drie maanden heeft haar kat grizzlyberen, wolven, coyotes en poema’s overleefd! Als dat geen superkat is…
John vertelt over zijn avonturen in Mongolië. Op een nacht wordt hij hevig rillend van de kou wakker in zijn –20 C slaapzak. Hij heeft medelijden met zijn twee Mongoolse gidsen die alleen onder een deken slapen. De volgende morgen vraagt hij aan zijn gidsen: “Goed geslapen?”.
“Ja, prima”, antwoorden de jongens.
“Niet koud gehad?”.
“Nee hoor”.
John voelt zich een watje.
Joe was in april in Yellowstone en ging wandelen langs het Trout Lake (waar wij op zoek waren naar rivierotters). Het meer is nog bevroren en hij ziet een jong mannetjeshert het ijs oplopen en er doorheen zakken! Joe bedenkt zich geen moment en probeert het ijs te breken voor het hert. Twee uur lang is hij hiermee bezig. Hij kan het hert al aanraken, maar heeft niet genoeg kracht op hem uit het water te tillen. Bovendien is het dier gewond, dus zal waarschijnlijk niet lang blijven leven. Joe geeft zijn pogingen op en ziet het dier voor zijn ogen verdrinken. Zes weken later besluit Joe weer een wandeling om het meer te maken. En grote zwarte beer heeft het karkas uit het water gekregen en is ervan aan het eten. Zo ziet Joe hoe ‘zijn’ hert opgegeten wordt. Het wandelpad wordt onmiddellijk een paar dagen afgesloten voor toeristen. Met al die verhalen wordt het later en later. Niemand heeft eraan gedacht brandhout te kopen en met een temperatuur van rond het vriespunt, worden we koud tot op het bot. Als we in bed kruipen, kan ik maar niet warm worden, ondanks mijn persoonlijke kacheltje (PJ). Ik heb medelijden met de anderen die alleen in hun koude auto’s slapen. De volgende morgen staan we allemaal om een uur of half zes weer paraat, ondanks een lichte kater.
“Goed geslapen?”, vraag ik.
“Ja, prima”, antwoorden ze.
“Niet koud gehad?”
“Nee hoor”
Ik voel me een watje.

Terug in het zwarte-berengebied zien we ‘Rosie met de rode robijnen’ weer. Ze heeft haar jong een week geleden verstoten. Gelukkig hebben we dit niet gezien, want het is hartverscheurend om het jong stomverbaasd steeds terug naar zijn moeder te zien komen. Moeder laat dan meestal haar tanden zien en kan behoorlijke meppen uitdelen. Rosie wordt achtervolgd door een mannetjes zwarte beer. Het mannetje heeft vreselijke kriebel en gaat regelmatig rechtop tegen een boom staan jeuken. Een mooi gezicht. Als Rosie even uitrust onder een boom, gaat de zwarte beer er gezellig naast zitten en vormen ze een schattig koppel. Nog geen week geleden zoogde ze haar kind en nu heeft ze alweer een vriendje.

Twee dagen later heeft Rosie een nieuwe stalker. Het is die mooie kaneelkleurige zwarte beer, waarvan de toeristen denken dat het een grizzlybeer is. Maar wat is er met hem gebeurd? Zijn linkeroog is rood ontstoken en er komt pus uit. Zijn schouders zijn helemaal kaal, hij heeft blijkbaar behoorlijk gevochten en is niet helemaal ongeschonden uit de strijd gekomen. Stalker volgt Rosie kilometers lang. Rosie is daar niet van gediend en bijt behoorlijk van zich af. Dat levert mooie vechtfoto’s op. Na een paar uur krijgt Stalker dan eindelijk zijn zin en hij klimt op Rosie. Dit is de eerste keer dat wij beren zien paren. En dat is niet zo snel voorbij. Meer dan een half uur staan we als echte voyeurs te kijken hoe Stalker steeds opnieuw probeert zijn nageslacht vast te leggen. Hij heeft Rosie al die tijd in de houtgreep en zij laat het gelaten toe. Een jongetje van een jaar of vier stapt uit de auto. “Oma, waarom zit die bruine beer bovenop die zwarte?”
Het antwoord van oma kunnen wij niet horen, maar blijkbaar is het niet bevredigend, want de jongen loopt naar de ranger en stelt zijn vraag opnieuw. Ook dit antwoord kunnen we niet verstaan, maar de preutse Amerikaanse mentaliteit kennende zal het wel in de strekking zijn van: “de zwarte beer is moe en die bruine probeert haar naar huis te duwen…”
Als we Rosie een paar dagen later weer zien, kunnen we onze ogen niet geloven! Haar flanken zijn helemaal kaal geschuurd; ze is letterlijk afgeragd door Stalker. In combinatie met die rode oormerken is ook zij geen mooie beer meer om te fotograferen.
Diezelfde dag zien we ook Rosie’s jong weer. Hij graast rustig, onwetend van het feit dat zijn moeder hier slechts anderhalve kilometer vandaan is. Het lijkt of hij zich al aan de nieuwe situatie heeft aangepast.

Het is niet zo dat wij elke beer herkennen hoor! Zo zijn we het er samen niet over eens of er twee of drie volwassen kaneelkleurige beren in dit zwarte berengebied rondlopen. We zijn erg benieuwd hoe het met de kaneelkleurige tweeling gaat, die nu zo ongeveer ook door hun moeder verstoten moet zijn, maar helaas zien we hen niet meer terug.

Het klinkt misschien alsof we constant dieren zien, maar we rijden vaak ook uren rond zonder iets te zien. Dus besluiten we een onderbreking in het zoeken naar wild te nemen en gaan naar een paar diploma-uitreikingen van mijn Amerikaanse neefjes en nichtjes in West-Yellowstone. In Amerika gebeurt dit met een hoop bombarie. De tieners dragen dunne toga’s en hebben een typische vierkante, platte baret op hun hoofd. De schoolband speelt en er is altijd wel iemand die mooi kan zingen. Met speeches van de leerlingen en de docenten en het uitreiken van studiebeurzen en diploma’s zijn we al gauw een paar uur verder. Daarna een barbecue in iemands garage en het feest is compleet. PJ telt een stuk of zestig mensen aan lange tafels en dan is er nog steeds ruimte voor het buffet. Die garages in Amerika zijn echt giga groot.

Terug in het park. Als we door de Hayden Valley rijden, zie ik een grote groep raven op het veld. Dit vraagt om onderzoek en als ik het heuveltje oploop, ligt er een dijbeen van een volwassen hert. Er zit nog genoeg vlees aan, zodat de wolf of  grizzlybeer die dit veroorzaakt heeft, zeer waarschijnlijk nog wel terug zal komen. We besluiten de camper er vlak naast op de weg te parkeren en te gaan wachten. Het is drie uur ’s middags, twintig graden en de zon schijnt genadeloos. Voorlopig zal er geen wild op af komen. PJ gaat met z’n rug naar het raam liggen lezen en ik zit aan tafel te tekenen. Regelmatig kijk ik op en scan de heuvels af. Ik hoor de raven schreeuwen en teken nog even door. Als ik weer opkijk, zie ik de kont van een grijze wolf met het dijbeen van het hert in zijn bek bij ons vandaan lopen!
Vloekend en tierend spring ik op, grijp het fototoestel en begin te schieten. Ik ben boos. Boos op mezelf, omdat ik niet eerder heb opgekeken. Boos op PJ, omdat hij daar maar lag te lezen en de heuvels niet in de gaten heeft gehouden. Kun je je voorstellen wat een mooie foto’s we hadden kunnen schieten, met die wolf die slechts tien meter bij ons vandaan dat been had opgehaald? Maar gelukkig is dit niet het einde van de actie. Nog twee wolven komen tevoorschijn. Een voor een lopen ze naar het water, waar de maag van het hert drijft. Een mooie, bijna witte wolf neemt de opgezwollen maag in haar bek en brengt het naar een graseilandje in de rivier. Daar stoeit ze er even mee en dan verdwijnen ze alle drie. Wow! We hebben toch nog mooie foto’s geschoten. John arriveert een paar uur te laat en loopt met PJ nog eens door het veld op zoek naar de rest van het karkas, maar dat kunnen ze niet vinden. Vreemd, wel een maag en een vers dijbeen vlak bij de weg, maar waar is de rest gebleven?

Laat op een middag zien we grizzlybeer Monkeyface weer. Zo hebben we de ongeveer vier jaar oude beer vorig jaar genoemd, omdat hij een kaal voorhoofd had en meer op een aap leek dan een beer. Nu is hij veranderd in een mooie forse beer. Toch weten we zeker dat het Monkeyface is, omdat geen andere beer zulke rare fratsen uithaalt. Vorig jaar hebben we hem met een coyote zien SPELEN! En ook nu is hij bevriend met de coyote die zes puppies probeert groot te brengen. We zien hem een keer op zijn rug liggen en met de nagels van zijn achterpoten probeert hij een paar botten op te pakken om ermee te jongleren. Twee keer zien we hem zijn karkas wassen in het meer van Yellowstone, alsof hij last van het zand heeft. Deze keer graaft hij op het strand naar wortels en besluit een bad in het ijskoude Lake Yellowstone te nemen. Een beetje verbaast kijkt hij naar zijn toeschouwers. Een vrouw met videocamera is zo gefascineerd door deze beer dat ze recht op hem af loopt.
“Mevrouw, niet doen! Kom terug! Kom terug!”, roepen de toeristen.
Maar het lijkt wel of ze ons niet hoort. De beer komt uit het water en de vrouw is nog geen tien meter van hem verwijderd. Monkeyface voelt zich bedreigd en rent op haar af. De vrouw staat eerst stokstijl stil, blijft de beer aankijken en loopt langzaam naar achteren. Ze raakt niet in paniek en dit is de juiste manier van handelen. De beer is gerustgesteld en loopt weer verder over het strand. Het is weer eens goed afgelopen. Ik leg het allemaal vast op video, maar ik ben niet zo koelbloedig en de beelden zijn schokkerig en rommelig.

Na ruim een maand in het park, houden we het voor gezien. We hebben zeker 17 verschillende grizzlyberen gezien (van de ongeveer 2000 die er in het park rondlopen…), een stuk of 12 verschillende zwarte beren (moeilijk uit elkaar te houden, ook omdat we de zwarte beren meestal zien in een gebied van maar een paar kilometer) en heel veel ander wild. We hebben eigenlijk alles gezien wat we wilden zien, behalve dan die poema, maar daarvoor hadden we geloof ik ook in Nederland kunnen blijven…

We rijden terug naar Utah, waar we bericht krijgen van de verschepingsagent dat er plek voor ons is op de boot naar Chili. We gaan onze camper naar Zuid Amerika verschepen!

Terug naar overzichtspagina reisverslagen USA