Reisverslag USA, Canada & Alaska 2006

door Claudia en PJ Potgieser

 

home

who are we?

journal

our favorites

photo gallery

our book

guestbook

English

Terug naar overzichtspagina reisverslagen USA

Augstus 2006
We hebben onze camper verscheept vanuit Chili naar Houston, Texas.

De eerste Amerikaanse vlieghaven waar we landen is Cincinatti en de douane is ons niet gunstig gestemd. We worden er weer eens uitgepikt en moeten drie kwartier op het strafbankje wachten. PJ vindt dat het mijn schuld was, omdat ik een onsamenhangend verhaal hield. Maar nadat we ons verhaal iets duidelijker kunnen vertellen, krijgen we toch weer een visum voor een half jaar. We missen gelukkig niet onze vlucht naar Houston.  

In de haven Houston verloopt ook niets van een leien dakje. In plaats van 7 augustus rijden we uiteindelijk daar pas 18 augustus het haventerrein af door een nog eens vertraagd schip, langzame lossing van de lading en een douanecontrole die vier dagen op zich laat wachten! PJ vindt dat de pick-up als een dweil rijdt, maar ontdekt dan dat er bijna geen lucht meer in de banden zit! De douane heeft blijkbaar op zoek naar drugs (waar wij niet bij mochten zijn) de lucht uit de banden laten lopen. Maar het kan nog erger…
Het is ondertussen 41 graden in Texas en onze airconditioning in de pick-up doet het niet meer. Als we bij een garage stoppen om dit te laten maken, ontdekt een monteur dat de douane erg grondig te werk is gegaan. Ze hebben zelfs in het luchtfilter gekeken en zijn daarna vergeten de klep weer vast te zetten. Die losse onderdelen hadden veel schade kunnen veroorzaken aan de motor.
Als we ’s avonds bij een parkeerterrein langs de weg overnachten zakt de temperatuur maar langzaam naar 27 graden. We liggen te koken in onze kleine slaapruimte. Maar we moeten ons snel aanpassen aan de wisselende temperaturen, want de volgende dag komen we in een hagelbui terecht en de thermometer zakt in korte tijd van 38 naar 16 graden!  

We sjezen in een dag of vier naar Utah, waar mijn nicht Jayne al een afspraak voor ons heeft gemaakt voor de APK keuring. Dat gaat lekker vlot en voordat we het weten staan we al voor de grens van Canada. Maar voor het eerst hebben we problemen bij de grensovergang met Canada. De douanebeambte vindt het erg raar dat een Nederlander in een Amerikaanse auto rijdt en ook hier moeten we een half uur op een bankje wachten. De kattige tante vraagt om het kentekenbewijs en als PJ niet snel genoeg is, wil ze de hele map zien. De verwarring wordt hier alleen maar groter als ze de rekening van de huurauto en hotelkosten ontdekt (we hebben 12 nachten in een hotel moeten wachten totdat de camper eindelijk vrijgegeven werd door de douane in Houston).

De camper wordt van top teen doorzocht en ze kunnen de Argentijnse rode wijn (10 liter in plaats van de opgeven 1 fles rode wijn) niet over het hoofd gezien hebben. Toch krijgen we ons visum en mogen we verder. Dit komt waarschijnlijk omdat er voor ons een Aziatische man met een geladen pistool het douanekantoor binnenloopt en er ook nog een jachtgeweer in zijn auto blijkt te liggen. Het douanepersoneel staat op zijn achterste benen.
“Als ik nu in mijn auto lig te slapen en ik word overvallen…mag ik dan niet mijn pistool leegschieten op de overvaller?”, zegt de Aziaat verontwaardigd.
“Nee, natuurlijk niet!”, roept de douanier uit.
“Oh, in de USA wel…”.
Ach, na zoveel commotie kunnen ze natuurlijk niet moeilijk doen over een paar litertjes rode wijn. 

We racen verder over de snelweg en drie dagen later zijn we in Fish Creek.

22 september - 22 oktober 2006

Als we in Fish Creek zijn, spreken we een Duits stel dat net uit de Bella Coola vallei komt. Ze laten ons video zien van vissende grizzlyberen in de rivier. En ze hebben er veel beren gezien. Wij zijn een paar jaar geleden ook al eens naar deze plek geweest, maar toen waren we er volgens de lokale bevolking te vroeg (begin september). We moesten begin oktober maar eens terugkomen. (wat we trouwens niet gedaan hebben) Het grizzlyseizoen is blijkbaar nogal jaarsgebonden, want nu is het half september en dit jaar zijn er wel beren.  

Bella Coola ligt hemelsbreed maar 500 kilometer zuidelijk van Fish Creek, Alaska, maar om er te komen moeten we 1350 kilometer rijden! Bella Coola ligt namelijk op een ‘zijweg’ van Williams Lake (we zijn dan weer in de provincie British Columbia in Canada) die 450 kilometer lang is en dood loopt op de zee. Zulke wegen spreken tot onze verbeelding, wie gaat er nu in zo’n uithoek wonen? Vandaar dat we er als eens eerder naar toe zijn gereden. Ook de naam Bella Coola vind ik fantastisch klinken.  

We halen onze ‘fossiele’ vrienden Bob en SueAnn (68 en 67 jaar) over om ook hier naar toe te gaan. We reizen niet achter elkaar, maar ontmoeten elkaar op de uiteindelijke bestemming. Met alle ontophoud onderweg (auto wassen, boodschappen doen, naar de wasserette, opstapje camper laten lassen) doen we er 2 ½ dag over om er te komen.
Vanaf Williams Lake loopt de weg in 400 kilometer via een geasfalteerde weg redelijk geleidelijk omhoog naar 1500 meter. Dat is best een saai stuk, met af en toe in herfstkleuren getooide loofbomen. Na 400 kilometer zijn we op de Heckman pas. Hier overnachten we en merken dat het ’s morgens behoorlijk fris is. Daarna moeten we in slechts negentien kilometer afzakken naar zeeniveau via een ongeplaveide weg die op sommige stukken maar eenbaans is, maar wel tweerichting! En met een dalingspercentage van 17%! Toen we dit een paar jaar geleden reden, zat ik met geknepen billen en bezwete handpalmen achter het dashboardkastje. Nu is het nog steeds spectaculair, maar de weg is af en toe verbreed, zodat we tegemoetkomend verkeer erlangs kunnen laten. Niet dat hier zoveel verkeer rijdt, maar we moeten toch opzij voor een paar vrachtwagens. 

Als we in het Tweedsmuir Provinciaal Park aankomen, volgen we de Atnarco rivier. Bob en SueAnn zijn hier gisterenavond al aangekomen en als we naast hun camper parkeren, zien we dat Bob zijn fotoapparatuur al heeft uitgestald. Hij is een moedergrizzly met twee jonkies aan het fotograferen. Er is hier geen boardwalk, bijna geen toeristen en ook geen constante parkwachter toezicht. We zullen op onszelf moeten passen. De ranger is een vlotte jonge meid. Cara heeft al snel door dat wij wel weten waar we mee bezig zijn en laat ons behoorlijk onze gang gaan. De beren lopen meestal aan de overkant van de rivier of zwemmen in de rivier en zijn zo’n meter of twintig van ons verwijderd. Wij staan op de oever of zelfs lager aan de waterkant voor een mooi laag perspectief. De berenshow gaat vrijwel continue door (een uur of twee tussen elke beer) en na twee dagen hebben we al meer verschillende beren gezien dan in twee weken Fish Creek. En ander groot verschil met Fish Creek is dat de plek waar wij de beren fotograferen, tevens een picknickplaats is! Zo zitten we tussen de middag aan de zalmburgers die SueAnn zelf gemaakt heeft. En elke morgen bakt SueAnn muffins. Dit in tegenstelling tot Fish Creek waar niet gegeten of gekookt mag worden.  

De camping vinden we te duur (al is het een hotspot voor beren) en we overnachten elke nacht net buiten het Provincial Park. Bob en SueAnn zijn dit helemaal niet gewend, maar doen graag met ons mee. Het is de hele week zonnig en rond de twintig graden Celsius, maar ’s morgens vroeg nog wel zo koud dat de mutsen uit de kast komen. Hoogtepunt van de week is een moeder grizzlybeer met wel drie anderhalf jaar oude jongen: dan lopen er ineens vier grote beren door de rivier.  

Na tien dagen in de Bella Coola vallei doorgebracht te hebben, reizen we verder naar Jasper Nationaal Park. Wij hebben een soort haat-liefde verhouding met dit park. Te vaak hebben we namelijk meegemaakt dat de parkwachters vuurwerkkogels afschieten naar dieren die te dicht bij de weg komen! De entreeprijs voor het park is ook behoorlijk omhoog gegaan de afgelopen jaren. Een dagpas kost €12,75 en een jaarpas € 88,- en dan kun je maar vijf parken bezoeken, tezamen de grootte van Nederland. Ter vergelijking: in de USA koop je voor € 40,- een jaarpas die geldig is voor álle 388 nationale parken in de USA.
Het wildlife beleid is hier erg vreemd. Nadat ze je je geld afgetroggeld hebben, wordt je niet geacht te genieten van de wilde dieren die hier voorkomen. In hun parkbrochure staat bij de richtlijnen voor het bekijken van het wild letterlijk: “blijf in je auto zitten en rij na enkele seconden weer verder. Als je een beer ziet, bedwing de neiging tot stoppen. Waarom? Als een beer teveel aan mensen gewend raakt, zal hij het waarschijnlijk niet overleven.”
Wat een onzin! Als ze zo graag willen dat de dieren wild blijven, zet dan een hek om het park en laat er geen mensen in…maar, nee, eerst vragen ze geld en daarna mag je niet naar het wild kijken… 

We rijden Bob & SueAnn weer tegen het lijf en gaan gezamenlijk op zoek naar elanden. Ondanks dat we van andere fotografen tips hebben gekregen waar we ze moeten zoeken, vinden we ze niet. We staan een beetje besluiteloos op een parkeerterrein als we ineens bekenden uit Fish Creek zien. Tenminste…zij herkennen ons, wij moeten er even over nadenken. Dit stel hebben we één keer in 2001 in Fish Creek ontmoet. Debbie & Eric vragen of we al elanden hebben gezien.
“Nee, we kunnen ze niet vinden.”
Debbie legt ons precies uit waar zij de elanden voor het laatst gezien hebben. We volgen haar aanwijzing op en lopen een klein stukje door het bos. Op een open plek zien we al snel een elandstier met een leuk gewei. Hij volgt een vrouwtje met haar anderhalf jaar oud kalf. En alsof dit nog niet genoeg is, komt er even later een tweede elandkoe met haar jong tevoorschijn die weer gestalkt wordt door een kleiner mannetje. We hopen op een confrontatie tussen de mannetjes, maar ze verdwijnen allemaal in het bos. Het begint te schemeren en we kunnen toch geen foto’s meer nemen. 

’s Morgens vroeg proberen we de elanden weer te vinden, maar dan hebben iets minder geluk. De vrouwtjes met de kalfjes ontdekken we wel, maar geen mannetjes. En dat is in deze tijd van het jaar toch het leukst. Bij een meer vinden we wel pika’s, kleine knaagdieren die familie van het konijn zijn. Deze diertjes houden geen winterslaap en verzamelen gras dat ze op de rotsen te drogen leggen. Met dit ‘hooi’ komen ze de winter door.
Verder fotograferen we dikhoornschapen. Drie rammen met enorme horens (die hun hele leven blijven doorgroeien) likken het zout van de weg en verdringen elkaar voor het beste plekje. We kunnen ze tot een meter of vijf naderen. Over een paar weken zijn deze dieren een stuk gevaarlijker, want dan komen zij in de bronsttijd en dan komt het wel voor dat zij zonder aanwijsbare reden hun horens in de koplampen van auto’s boren.
’s Avonds kook in een Indische maaltijd voor Bob en SueAnn, compleet met nasi, gebakken banaan, verse kroepoek en saté. Bob is helemaal weg van de satésaus, die hij pindajus noemt.  

De volgende morgen gaan we voor de wapitit herten (vergelijkbaar met het Veluws edelhert) die aan het einde van de bronsttijd zijn. We horen de imposante mannetjes burlen, een hoog piepend geluid dat indruk maakt op de vrouwtjes. Een bok heeft het druk met zijn harem van wel 25 vrouwtjes. Hij beweegt zich om de kudde heen als een heuse herdershond om de dames in het gelid te houden. Met zijn borst vooruit, een voorpoot omhooggetrokken, gooit hij zijn enorme gewei naar achteren. Vrouwtjes die langzaam van de kudde afdwalen, worden door hem ´teruggefloten´. Hij rent ze achterna en stuurt ze met een langgerekte burl weer terug naar de kudde. Eén vrouwtje ontsnapt aan zijn aandacht en verdwijnt langzaam de bossen in. De bok heeft vrijwel geen tijd om te eten, omdat hij zijn harem moet verdedigen tegen andere mannetjes, moet paren en ook nog eens zijn harem bij elkaar moet houden. Het komt dus wel voor dat het sterkste mannetje met de meeste vrouwtjes de winter niet doorkomt, omdat hij niet genoeg vetreserves opgebouwd heeft! Uiteindelijk stuurt de bok zijn 24 dames naar de andere kant van de weg, waar ze achter een heuvel verdwijnen. We hebben meer dan twee uur genoten van zijn show. Oeps, dat is verboden volgens de parkrichtlijnen.  

We vinden dit park te prijzig om er nog langer te blijven en zakken langzaam af naar de USA. Ten zuiden van de plaats Banff gaan we met een grote boog om Calgary heen over de minder toeristische Kanaskin loop route. Deze weg gaat over een pas van ruim 2200 meter hoogte en de regen die wij ’s nachts gehoord hebben, is hier als sneeuw naar beneden gekomen. Het is een zonnige dag en het landschap ligt er schitterend wit bij. Ik probeer meteen mijn stoere nieuwe laarzen uit die een combinatie zijn van moonboots en motorlaarzen. Ze zijn in ieder geval lekker warm. Op een paar hertjes na zien we geen wild, want het jachtseizoen op de herten is geopend en de jagers in hun camouflagekleding rijden op en neer. 

We komen de USA zonder veel problemen in, alleen de rundvleesworstjes verdwijnen in de kiepelton van de douane. We rijden op het gemakkie naar Yellowstone Nationaal Park. Bij de ingang treffen we Bob en SueAnn weer, wat doen we na al veel samen. Dit park kennen we op ons duimpje, maar het is wel al een lange tijd geleden dat we hier voor het laatst geweest zijn. Dan moet je toch wel weer ontdekken waar de dieren zich ophouden. Het is stil in het park, we zien maar weinig wildlife.  

In de Hayden vallei is 25 kilometer lang geen kip te zien. Maar dan staan er ineens een stuk of vijf auto’s geparkeerd langs de weg. Dat is natuurlijk verdacht en we stoppen ook. Een van de auto’s is van een bekende van ons, een filmer die vooral geïnteresseerd is in wolven, maar van hem zelf is geen spoor te bekennen. Er staat een man nonchalant tegen zijn auto geleund en ik vraag hem of er iets te zien is. “Ik heb geen idee, ik ben ook gestopt vanwege die auto’s. Ik ben de heuvel al opgelopen, maar ik kan de fotografen niet vinden. Ik heb gehoord dat er ergens een karkas ligt waar wolven en beren op af komen“
Ik ben vastbesloten te ontdekken wat er aan de hand is en zeg tegen PJ dat ik het ga uitzoeken. De eerste heuvel is met enige moeite genomen en ook ik zie geen fotografen. Ik klauter de volgende heuvel over, dit kost wat meer moeite, want het Yellowstone park ligt op 2000 meter hoogte en ik heb geen goede conditie. Na elke heuvel is er weer een andere die het zicht ontneemt en zo ga ik een half uur door. Maar dan wordt mijn vastberadenheid beloond: in de verte zie ik het karkas van een bizon met een grizzlybeer erop! (en de fotografen die er een flink eind vandaan staan)
Ik loop snel terug. Bob, PJ en ik gaan met de fotoapparatuur op pad, maar onderweg komen we al een paar fotografen tegen.
“Is het feestje al afgelopen?”, vraag ik.
"De beer is weg, maar waarschijnlijk komt er nog wel een andere op af”, antwoordt een van de fotografen.
We gaan toch maar verder en voegen ons bij de overgebleven fotografen. Fotograaf Kim heeft het karkas gisteren gevonden, toen hij aan het hiken was. Hij heeft hier al zeven verschillende grizzlyberen gezien. Het is moeilijk in te schatten hoever we van het karkas staan. We denken tussen de  500 en 800 meter. Bob vindt het te ver weg en gaat op zoek naar ander wild. Na een half uurtje wachten, zien we ineens vijf wolven op het karkas afkomen!! Drie beginnen ervan te eten, twee blijven op een heuvel de wacht houden. Ondanks dat we er zo ver vandaan staan, weten de wolven wel degelijk dat we er zijn en ze houden ons met een schuin oog in de gaten. In het bos horen we wolven huilen en de vijf beantwoorden hun roep. Het prachtige geluid weerkaatst tegen de bergen. Echt om kippenvel van te krijgen. Nadat de wolven vertrokken zijn, zien we in de verte de volgende bezoekster aankomen. Een moedergrizzly met drie jonkies. Moeder springt bovenop het karkas en begint eraan te sjorren. De kleintjes vallen aan de zijkant aan. Een van haar jongen is behoorlijk te grazen genomen en heeft een groot stuk bont aan zijn dijbeen hangen. Zielig hoor, maar we weten dat volwassen beren zeer goed van grote wonden kunnen genezen. Hopelijk geneest die kleine ook snel. Nadat ook deze familie vertrokken is, houden we het voor vandaag voor gezien. De zon staat nu namelijk recht in ons gezicht.

Er zijn zo laat in het seizoen nog maar weinig campings open en we rijden helemaal naar de noordkant van het park om buiten het park te overnachten. Dan kunnen we meteen ook wireless internet oppikken. Zo zitten we ’s avonds via uitzending gemist.nl gewoon naar Nederlandstalige programma’s zoals ‘Spangen’, ‘de Lama’s’ en ‘De wereld draait door’ te kijken. We downloaden ook de foto’s en ze zien er niet uit! Het karkas is gewoon te ver weg om goede foto’s te maken, de zon te fel en door de koude nachten en warme dagen gaat de lucht trillen van de hittegolven, die het beeld onscherp maken. Maar dat weerhoudt ons er niet van om de volgende morgen weer te gaan, want we vinden het een geweldige belevenis. 

De volgende morgen staan we om zes uur op en rijden weer naar de Hayden vallei. We klauteren met onze spullen de heuvels over en alleen de filmer en Kim zijn er. Het is zonnig, maar nog maar min 5 graden. We houden ons muisstil. Op het karkas zit een grizzlybeer en op de heuvels liggen drie wolven. Als de beer uitgegeten is en weg sukkelt, komen twee wolven op het karkas af. Ze worden later weggejaagd door een grotere grizzlybeer. Een grote grijze wolf loopt nonchalant voorlangs de beer en gaat in de buurt op een heuvel liggen wachten. Dan horen we het gehuil en geblaf van twee coyotes. Ook dit geluid weerkaatst naar alle kanten en we weten bijna niet waar het vandaan komt. De wolf raakt geïrriteerd door de coyotes en jaagt ze weg. De beer blijft onverstoorbaar dooreten. Een coyote voelt zich ineens heel dapper, loopt langs de beer en maakt oogcontact. En rent daarna op de grote wolf af. De wolf weet even niet wat hij moet doen, maar kiest dan het hazenpad! Ongelooflijk, twee van die kleine coyotes jagen zo’n machtig beest weg. En die beer maar dooreten.
Wat hebben we genoten van de show. Als het licht te fel wordt, laten we de beer op het karkas achter. Aan het eind van de middag gaan we weer. Er zit nu een andere grizzly van het karkas te eten, wat duidelijk begint te slinken. Deze beer steekt zijn poot via de bek van de bizon in de kop en likt daarna zijn klauwen af. Waarschijnlijk zit hij van de hersens te snoepen…
Spannend wordt het weer als we een monsterlijke grote beer uit het bos zien komen. Doelbewust loopt hij over de heuvels naar het karkas toe. De kleinere beer ruikt de andere en vlucht een heuvel op. We houden ons adem in…
Maar dan voegt zich een fotograferend echtpaar met professionele fotoapparatuur met veel lawaai bij ons. De sereniteit is meteen verdwenen. De grote beer ziet het groepje mensen op de heuvel voor het eerst en rent er vandoor. En het ergste is dat die fotografen niet eens door hebben dat zij dit veroorzaakt hebben! We ergeren ons dood aan dit luidruchtige echtpaar en vertrekken. 

De volgende morgen zijn we weer met z’n viertjes (de die hards) en er zit weer een enorme grizzlybeer bij het karkas. Er is nu echt niets meer over van de bizon. Nadat de beer vrij snel vertrekt, zien we een uur lang niets. We gaan ervan uit dat de show voorbij is en lopen terug naar onze geparkeerde camper. 

Ondertussen zijn we erg benieuwd wat Bob die dagen gezien en gefotografeerd heeft. Hij vertelt dat hij uren bij een groep rivierotters heeft gezeten. We rijden het halve park door om deze diertjes ook te zien, maar we kunnen ze niet meer terugvinden. Jammer!
We zien nog wel een grote kudde Wapiti herten met een imposant mannetje die dat zelf ook vindt. Hij schudt met zijn grote gewei over de grond en door de modder. Maar dan komt er ineens een andere bok over de heuvel met in zijn kielzog een groot harem van vrouwtjes. De bokken gaan met elkaar in gevecht. We horen de geweien kletteren dat de vonken ervan af schieten. Het eerste mannetje heeft blijkbaar verloren en verdwijnt eenzaam over de heuvels. Zijn dames schikken zich in hun lot en voegen zich bij de overwinnende bok, die nu wel een erg grote harem heeft.  

We besluiten zuidelijk te gaan naar het Grand Teton Nationaal Park, dat naadloos aansluit op Yellowstone. Nog voor we het Yellowstone park uit zijn, zien we eindelijk heel dichtbij een grizzlybeer en PJ maakt de mooiste foto van zijn leven. Dit beertje is er een van een tweeling die we in 2004 regelmatig gevolgd hebben. Hij is pas drie jaar oud en is deze zomer voor het eerst zonder zijn moeder. We horen dat zijn tweelingzus het iets minder goed gedaan heeft en behangen is met ‘juwelen’ in de vorm van een halsband met radiozender en twee fel gekleurde oormerken. Ze stalkte namelijk de mensen van de camping en wordt nu beschouwd als een ‘probleembeer’ en is gemakkelijk te herkennen door die ‘juwelen’.
Het is al aan het begin van de avond als we de Tetons inrijden. Het wordt donker, gaat hard sneeuwen, de weg wordt wit en we kunnen steeds minder zien. PJ raakt helemaal gehypnotiseerd door de vlokken en kan eigenlijk het beste zien als hij zonder koplampen aan rijdt. We sukkelen stapvoets over de besneeuwde weg. Ik zit op het puntje van mijn stoel en tuur naar de rechterrijstreep. Met “Een beetje naar links, een beetje naar rechts”, probeer ik PJ in goede banen te houden. Als een auto ons inhaalt, denken we het gemakkelijker te krijgen, maar die auto zwalkt van links naar rechts over de weg. Dit is helemaal niets en zodra PJ een plekje ziet om te stoppen, parkeert hij de auto. In de nationale parken mag je absoluut niet naast de weg overnachten, maar we zien het niet zitten om nog verder te rijden. Ongestoord kamperen we midden in het park en de volgende morgen ziet alles er schitterend ondergesneeuwd uit.  

In de Tetons gaan we op zoek naar elanden en vinden er erg veel. Op een dag zelfs wel zeventien! De bronsttijd gaat beginnen de stieren zoeken de elandkoeien op. Helaas brengen elanden veel tijd door liggend in het gras. Uren wachten we op een eland met een groot gewei of hij eindelijk opstaat. Na drie uur wachten, krijgt PJ trek in koffie en lopen we naar de camper (15 minuten ervandaan). Bob heeft meer geduld en blijft. Als we de koffie net ingeschonken hebben, meldt Bob over de walkie-talkie dat de stier opgestaan is! En even later horen we dat de eland het vrouwtje bestijgt. Shit, dat we dat nu missen!!
Een paar dagen later krijgen we bijna nog een kans met een hitsig mannetje, maar het vrouwtje is te verlegen om het ‘te doen’ voor de toeristen. Het blijft bij een beetje knuffelen… 

Al met al hebben we een paar fantastische wildlife weken gehad en op 22 oktober nemen we afscheid van Bob en SueAnn en verlaten we de wildparken. We gaan nog even genieten van de zon, woestijn en natuurlijke hete bronnen in de staat Nevada. Op 8 november vliegen we namelijk naar Nederland en zullen daar vijf maanden blijven om geld te verdienen voor de volgende reis.

Terug naar overzichtspagina reisverslagen USA