Reisverslag USA, Canada & Alaska 2008

door Claudia en PJ Potgieser

 

home

who are we?

journal

our favorites

photo gallery

our book

guestbook

English

Terug naar overzichtspagina reisverslagen USA

Juni 2008 USA, Yellowstone
Weer terug in onze camper na een paar maanden werken in Nederland. Meteen noordwaarts naar  Yellowstone National Park, want we zijn al zo laat in het seizoen. Maar de winter was lang en er ligt nog veel sneeuw. Op 11 juni valt er zelfs nog op de passen 30 centimeter verse sneeuw!

     

Juli 2008 USA
De feestdag 4th of July vieren we bij familie in West-Yellowstone. Een paar dagen vermaken we ons op Lake Hebgen en maken actiefoto's van de kids. Omdat het nog te vroeg in het seizoen is om naar Alaska te vertrekken, reizen we westwaarts en poedelen we in hete natuurlijke bronnen in Idaho en Oregon.

   

Augustus 2008 Canada en Alaska
In de staat Washington gaan we de grens over naar Canada. We zijn goed voorbereid, we nemen geen vers fruit mee de grens over (in verband met fruitvliegjes) en geen rundvlees (in verband met gekke-koeienziekte) en geen aardappelen. Maar we stinken er toch weer in. Vanwege een of andere motje mogen we dit keer ook geen groenten invoeren. De krop sla, tomaten, paprika moeten we dumpen in een diepvrieskist, die al overvol zit met aardbeien, hondenvoer, aardappelen etc. De eventuele mot wordt hierdoor doodgevroren en de producten afgevoerd.

Onze eerste stop is in Osoyoos waar Canadese kennissen, die we ontmoet hebben in Mexico, gastheer en -vrouw op een camping zijn. De camping ligt op een lang schiereiland en het uitzicht over het meer doet me denken aan Italië. We hebben een gezellige avond met hen.

Daarna rijden we door de Okanagan vallei noordwaarts. Onderweg zijn vele hectare bos vernietigd door de Mountain Pine Beetle, een kever die eitjes legt onder de bast van de boom. De boom gaat binnen drie jaar dood. Het is een triest gezicht om al die dode bomen te zien.
In Kamploops gaan we nog even door met de Mexicaanse fiësta. Ook Charlotte en Bob kennen we van de Mexicaanse camping La Penita en we worden met Margarita cocktails ontvangen. We blijven twee dagen bij hen. Een hele kip wordt op Mexicaanse wijze op de barbecue gebraden, met de poten gespreid. Bij ons vertrek krijgen we een grote zak kersen mee, geplukt uit eigen tuin.

   

                           


Bij een bibliotheek onderweg zoeken we naar afgeschreven boeken die voor een dollar te koop worden aangeboden. Met een stapel van 17 boeken loop ik naar de balie om af te rekenen, maar de dame wuift mij weg. “Beloof me dat je ze, nadat je de boeken uit hebt, naar een andere bieb brengt.”

Gewoon omdat we nieuwsgierig zijn, wegen we de camper bij een vrachtwagenweegstation, die op dat moment niet in gebruik is. De auto met camper weegt 6000 kilo. Dat is nogal wat!
 
Na twee dagen rijden, zijn we in Hyder, Alaska. Het giet van de regen, maar we hadden ook niet anders verwacht, het is tenslotte een regenwoud. Onder een grote paraplu omhelzen we onze fossiele vrienden Bob en SueAnn en ook Dave en Jenny zijn al gearriveerd. Ze zijn allemaal nat en koud van een dag staan op het platvorm en iedereen vertrekt naar zijn kampeerstek.
De volgende morgen staan we al vroeg op het parkeerterrein van Fish Creek. De site gaat pas om zes uur open, dus wachten we geduldig in onze camper. Maar het is al licht genoeg om een grizzlybeer over het parkeerterrein te zien struinen. Als de rangers arriveren, mogen we het platform op. We hadden het al gehoord, maar het met eigen ogen zien is toch anders: de kreek is leeg, er is vrijwel geen zalm!
 

    Jenny, Claudia, PJ, SueAnn, Bob, ranger Carl and Dave

    de berenfamilie vorig jaar nog compleet
En het is niet alleen in Fish Creek triest gesteld met de visstand, langs de gehele kust van Oregon tot Alaska is het sportvissen op zalm verboden! We komen niet achter de oorzaak.
De grizzlyberen komen een voor een langs, ze lopen door de kreek en zijn net zo verbijsterd als wij. Als de beren niets doen, is het fotograferen ook erg saai en we zijn het al snel zat. De grizzlydrieling die we nu al twee jaar volgen, heeft de winter overleefd en zijn het huis uitgeschopt door moeders. Ze moeten het nu alleen redden. Twee zijn nog steeds samen en het is schattig om te zien hoe zus haar grote broer steeds volgt.

 

Een paar dagen later komt het personeel van Fish & Game uit Ketchican om de vissen te tellen. We hebben geen idee hoe je vis kunt tellen door door de kreek te lopen, maar ze doen dit elk jaar een paar keer, dus ze weten blijkbaar wat ze doen. Rond deze tijd moeten er ongeveer tussen de 6000 en 12.000 vissen in de kreek zwemmen. Vorig jaar telden ze een diepterecord van slechts 500 vissen. Maar dit jaar is het nog triester gesteld; slechts 146 vissen worden er geteld!

We leren het Engelse echtpaar Tony (68) en Linda (59) kennen. Tony is gespecialiseerd in het fotograferen van landschappen en cowboys, maar van beren heeft hij geen kaas gegeten. Hij is een gretige leerling en zijn gezelschap is een welkome afwisseling tijdens de saaie dagen. Zijn droge Britse humor zorgt voor vele lachsalvo’s op het platvorm. Linda, z’n muisgrijze en zwijgzame vrouw heeft zijn grappen natuurlijk allemaal al een keer gehoord en we hebben af en toe medelijden met haar. Het regenachtige weer is omgeslagen en het is al dagen prachtig zonnig weer.

  

 
  en nu zijn het er nog maar 145...

 

 

 

 

Tien kilometer verder is de Salmon gletsjer en een paar knullen uit Hyder hebben jaren geleden een ijsgrot ontdekt. De grot verandert elk jaar van vorm, maar bestaat nog steeds. Het is voor ons al meer dan vijf jaar geleden dat we de grot gezien hebben en we zijn toe aan een verzetje. Met een groep van 13 personen, in de leeftijd van 8 tot 68 jaar, beginnen we aan de steile afdaling. Er is geen pad, we banen ons een weg door dicht struikgewas. Als we een paar hopen berenpoep ontdekken, wordt het pas echt spannend. Over een paar ijsvelden en dan hebben we een weids uitzicht over de gletsjer en zien we de grot diep onder ons liggen.

 
                           de route naar de ijsgrot                                      Links zie je de grot en rechts de mensen lopen

   

Nu nog afdalen door het losse gravel. Na een uur zijn we bij de ingang van de grot. Iedereen komt even op adem en dan helpen we elkaar de grot in. Binnen is het is adembenemend mooi. Het ijs is turkoois blauw in alle variaties. We kunnen dit jaar diep de grot inlopen en maken vele foto’s. Deze expeditie is natuurlijk niet geheel ongevaarlijk, maar de grot is er al jaren en zal toch niet instorten als wij net binnen zijn…

 

   
Na een uur wordt het tijd om weer naar boven te klimmen. Met trillende benen en piepende longen van de inspanning staan (liggen) we anderhalf uur later weer op de weg. Met Dave, Jenny, Tony en Linda rijden we met de campers naar de top van de berg om daar de nacht door te brengen. We gooien wat vlees op de barbecue en genieten van het prachtige uitzicht.

De volgende dag komen we allemaal krom van de spierpijn uit onze campers en rijden we nog verder naar de mijnen en de vele gletsjers in dit gebied. De gravelweg is dit jaar zeer goed onderhouden en we zijn nog nooit zo ver het gebied ingereden. Na elk dal gaat er weer een nieuwe wereld voor ons open.

   

Terug bij de kreek is er niets veranderd. Dus als we horen dat er een grizzlybeer met twee jongen in de buurt van Salmon gletsjer rondhangt, weten we niet hoe snel we de berg weer op moeten rijden. Vijf dagen en nachten brengen we daar door en fotograferen de drie beren elke dag. De jonkies zijn al in hun derde jaar, zijn bijna net zo groot als hun moeder en zouden op zichzelf moeten zijn. We zien zelfs dat ze nog borstvoeding krijgen! Soms zien we hen ver weg en volgen we hen met verrekijkers, soms zijn ze slechts op 25 meter van ons vandaan. We zien ze zwemmen en vechten in een prachtig blauw meertje, spelen op sneeuwvelden, achtervolgt worden door een mannetjesbeer, als een bolletje harig wol op elkaar slapen, over een paar gletsjers lopen en vele, vele kilometers afleggen. Het meest speciale moment voor mij is als de moeder, 50 meter bij ons vandaan in een heldere kreek stapt om af te koelen en met haar kop op een steen in slaap valt! De beren zijn niet de enigen die het warm en last van de muggen hebben. Het is op 1500 meter bijna 30 graden, maar we moeten alle lichaamsdelen bedekken met kleding. De muggen prikken zelfs door spijkerbroeken heen! We weten dat we regelmatig veel te dicht bij de beren zijn, maar als ze in ons bijzijn borstvoeding geeft en zelfs in slaap valt, weten we dat we ze niet verstoren in hun doen en laten.

   

   

   

           

Na ons vijf dagen vermaakt te hebben, verdwijnt de berenfamilie op zaterdagavond in de mist en de volgende dag kunnen we ze niet meer vinden. Ook de dagen erna niet. Ondertussen is het weer gaan regenen en we besluiten naar het noorden te reizen.

16 - 23 augustus 2008: Met nog twee andere stellen zullen we vanuit Hyder richting het noorden gaan. Wayne en Beth zijn twee dagen eerder vertrokken en Dave en Jenny (waar we vorig jaar ook mee gereisd hebben) vertrekken een uurtje na ons. Helaas zijn Bob en SueAnn dit keer niet van de partij, onze fossiele vrienden blijven liever deze zomer in Hyder achter. Eerst moeten we 600 kilometer over de Cassiar Highway. Het regent de hele rit en we zien geen wildlife. Dave en Jenny zien zeven zwarte beren. Wat maakt een uur later veel verschil.

Onze pick-up doet ineens raar en begint een paar keer zo erg te trillen dat we bijna van de weg raken. We stellen een bezoek aan een garage uit tot Fairbanks, 1400 kilometer verderop.

Nu ik dit zo opschrijf klinkt dat wel heel raar, dus ik zal het even toelichten. Het is vrijdagmiddag en we kunnen waarschijnlijk niet eerder dan maandag terecht bij een garage. Tot aan Fairbanks komen we maar 1 grote stad tegen, bovendien vinden we het vervelend dat de rest dan geen idee heeft waar we zijn. We doen het heel rustig aan en komen twee dagen later in Fairbanks aan. Wayne en Beth staan zoals afgesproken al op ons te wachten op het parkeerterrein van de Wal*Mart supermarkt en Dave en Jenny arriveren als snel.

 

Ik zal even onze reisgenoten voorstellen: Wayne besloot op 44-jarige leeftijd na drie mislukte huwelijken op zijn motor vanuit Vancouvereiland naar zijn oom en tante in New Brunswick te rijden. Een road trip van de west- naar de oostkust. Daar aangekomen wilde zijn 29-jarige nichtje Beth wel een paar dagen vrij nemen van haar baan als 112 telefoniste om bij hem achterop de toeristische attracties te bezoeken. Al hun hele leven beste vrienden veranderde dit na deze tocht in een huwelijk van neef en nicht. Ze zijn nu 19 jaar getrouwd. Na een verplichte vroege pensionering zocht Wayne een hobby en dit werd fotografie.  En dat brengt Wayne en Beth met ons hier in Fairbanks.

De modern geklede Jenny was tot aan haar pensioen lerares Handelskennis en Dave werkte als opzichter in een fabriek. Met dit stel uit Colorado hebben wij al vele uren wildlife fotograferend doorgebracht. Jenny heeft haar van nature krullend haar geblondeerd en gebruikt altijd make-up. Ze heeft de broek aan in dit huwelijk en Dave is een lekkere onnozele farmboy die vreselijk geestig uit de hoek kan komen.

We willen gezamenlijk de Dalton Highway rijden, een onverharde weg die na 700 kilometer noord doodloopt op de olievelden van Prudhoe Bay en Deadhorse. Maar wij moeten morgenochtend eerst naar een garage. De rest stelt voor op ons te wachten, maar wij vinden dit onzin. We hebben geen idee wat er met onze auto aan de hand is en of dit lang gaat duren.
“We vinden jullie wel, er is tenslotte maar één weg”.

 

 

Op maandagmorgen gaan we eerst naar de Ford garage, maar daar hebben ze nog nooit van planning gehoord. Ze kunnen ons niet vertellen of er vandaag, morgen of misschien pas volgende week een monteur naar onze auto kan kijken! Dus rijden we naar een plaatselijke kleine bandenservicecentrum. Zij kunnen ons dezelfde middag helpen. Het blijkt een versleten ophanging van de stuurstang te zijn, onderdelen worden besteld, binnen een uur bezorgd en om zes uur zijn we weer onderweg en beginnen we aan de Dalton Highway.

De Dalton Highway is in 1974 binnen vijf maanden gebouwd nadat in Prudhoe Bay olievelden ontdekt werden. Om de ruwe olie te vervoeren naar de ijsvrije haven van Valdez moest er een 1200 kilometer lange oliepijpleiding gebouwd worden. Deze pijpleiding ligt grotendeels bovengronds vanwege de permafrost - permanent bevroren grond - en de migrerende dieren. Om het personeel en bevoorrading naar het noorden te krijgen, werd een weg aangelegd. De voorheen verlaten Arctische toendra was voor altijd veranderd en de Dalton een feit.
Pas sinds 1994 mogen de toeristen helemaal tot aan het eind rijden, maar de weg is voor en van de truckchauffeurs, die altijd voorrang hebben.

   

De informatie die we over deze weg hebben, liegt er niet om:
"De weg is smal, heeft zachte bermen en steile heuvels. Lange stukken zijn onverhard met scherpe stenen, gaten in de weg, wasbord, en - afhankelijk van het weer - stoffig of glibberig door de modder. Pas op voor gevaarlijke bochten en losse gravel. Bij Coldfoot kun je sneeuw en ijs verwachten in elke maand van het jaar. Neem twee reservewielen mee, gereedschap om banden te verwisselen, noodfakkels, extra diesel en een CB radio (‘bakkie’). Er is voor particulieren geen medische hulp beschikbaar. Brandstof is alleen verkrijgbaar in Coldfoot en Deadhorse. Er zijn geen supermarkten, banken of telefoonbereik."

Je zou er bijna niet eens aan beginnen, maar het is een van de weinige wegen in Alaska die wij nog niet gereden hebben, dus toch een leuke uitdaging. Bovendien komt dan ook ons reizigersbloed weer boven: na de Noordkaap (de meest noordelijke punt van Europa), Kaap Agualas / Kaap de Goede Hoop (de meest zuidelijke punt van Afrika), Ushuaia (de meest zuidelijke punt van Zuid-Amerika) kan Deadhorse (de meest noordelijke punt van Noord-Amerika) toch niet aan ons lijstje ontbreken.
We volgen de bovengrondse pijpleiding naar het noorden. De leiding is nooit ver weg met regelmatige serviceweggetjes. Deze worden beschermd door zogenaamde ‘hoofdpijndoelpalen’, als de onderhoudsauto er onderdoor kan, kan hij de pijpleiding niet beschadigen. De leiding zigzagt door het landschap, dit voorkomt dat de leiding breekt tijdens een aardbeving of hevige vorst. En koud kan het hier zijn, de laagst gemeten temperatuur was in januari 1971, een straffe min 62 graden Celsius! De doorgaande weg is inderdaad smal en zodra PJ een vrachtwagen ziet, gaat hij volgens goed gebruik zo ver mogelijk aan de kant stilstaan. Dit waarderen de chauffeurs en verminderen dan ook meestal vaart. Het eerste gedeelte van de rit gaat door de taiga, met korte kromme sparrenboompjes die vaak meer dan honderd jaar oud zijn. Het blijft tot 11 uur licht en de zon schijnt precies in ons gezicht. Die avond rijden we nog 4 ½ uur en hebben er dan 200 kilometer erop zitten.

 

   

Als we opstaan is het 3 graden, maar de lucht is prachtig blauw en de zon schijnt. We passeren de poolcirkel, tanken dure diesel in Coldfoot en vinden de rest van ons gezelschap net voor de Atagun pas. De toendra begint al mooi te kleuren en we maken veel landschapfoto’s onderweg. Dave heeft ons allemaal te pakken als hij op zijn onnozele manier vraagt: “Waarom hebben ze hier zo’n lange WATERleiding gebouwd?”. Even denken we dat hij het meent, maar dan zien we zijn scheve glimlach en weten we dat we in de maling genomen worden. Dit is typisch Dave.
We zien veel uitgebloeid fireweed, een kruid met rode bladeren en knalroze bloemen wat als eerste groeit na grote bosbranden. 2004 was een record brandjaar. Heet, droog en winderig weer zorgde ervoor dat de vlammen meer dan 2 miljoen hectare verwoestte. Ter vergelijking: de totale oppervlakte van Nederland is  3,4 miljoen hectare.
Wij waren dat jaar in Denali National Park, meer dan 500 kilometer zuid van de branden en konden soms niet verder dan twintig meter kijken vanwege de rook! Maar de branden zorgen ervoor dat de bossen verjongen en creëren ideale groeicondities. Ze worden daarom alleen geblust als ze mensen of huizen bedreigen. De oliepijpleiding is ook bestand tegen brand, de leiding is omgeven door gegalvaniseerd staal.
De weg is niet altijd onverhard; er zijn ook stukken geasfalteerd. Dit vinden we eerlijk gezegd vervelender, omdat de weg op permafrost gebouwd is en de geasfalteerde stukken door de vorst gaat ‘wokkelen’. Op de onverharde stukken wordt - nadat ze kapot vriezen - gewoon een nieuw laagje gravel gestort en daarna glad geschraapt door een speciale machine.

Na 450 kilometer noord gereden te hebben, zijn we op de plek waar we de migrerende kariboes hopen te zien. We zien vrijwel geen toeristen (huurcampers mogen volgens hun contract niet verder dan de poolcirkel), maar er zijn wel veel jagers. Het pijl-en-boog jachtseizoen is geopend en ook de jagers zijn naarstig op zoek naar de kariboes.

De verwachtte enorme kuddes kariboes blijven uit en het heen en weer rijden begint saai te worden. Dave en Jenny kappen er om half acht mee en ook Wayne en Beth parkeren hun voertuig voor de nacht. Dit verbaasd ons een beetje, want we hebben nog zeker drie uur licht. Wij blijven dus maar op en neer rijden en zien ineens een kudde van wel twaalf dieren. Helaas zijn het vrouwtjes en jonkies en die hebben geen imposante geweien.

Om tien uur ’s avonds zien we vijf mannetjes met prachtige fluwelen geweien. We parkeren snel de camper en sluipen aan de andere kant van de heuvel dichterbij.

Maar dan zien we dat een gecamoufleerde jager het op dezelfde dieren gemunt heeft. We wachten af en zien dat een van de mannetjes dichterbij komt en recht op de jager afloopt. Het is een hele rare gewaarwording om je zoeker te richten op een dier, terwijl een jager zijn pijl op hetzelfde dier heeft gericht! De jager spant zijn boog, PJ klikt en klikt, de jager schiet…en mist! De kariboe schrikt en loopt recht op ons af. Op het laatste moment ziet hij ons en besluit terug te rennen naar zijn groep. De rest van de mannetjes krijgen we niet meer te zien, ze vluchten snel naar veiliger oorden. We zijn blij voor het dier en voor onszelf en na het downloaden van de volle kaart liggen we pas om half twaalf in bed.

   

De volgende morgen staan we om half zes op. Het is min 4 graden en de meeste jagers liggen nog te kleumen in hun tentjes. Hebben wij mooi de gelegenheid om een kariboe te vinden. Als we langs de rest van de gang rijden, zijn alle gordijnen nog gesloten. Onbegrijpelijk! We vinden weer een apart exemplaar die net het eerste zonlicht opvangt en maken mooie foto’s. We kunnen niet wachten om onze vrienden ermee te plagen “You snooze, you loose”. Ze balen ongelooflijk, maar dat krijg je ervan. Je moet er toch wel een beetje energie in steken, wil je de dieren vinden en fotograferen. Vanaf dat moment wordt PJ door Wayne en Dave ‘onze onverschrokken leider’ genoemd en wordt hij steeds om advies gevraagd. Alsof hij wel weet waar we de dieren kunnen vinden!

 

Later spreken we de bewuste jager. Hij geneert zich dat hij in ons bijzijn miste, maar dat kan ons natuurlijk niet schelen. We proberen te begrijpen waarom mensen zulke imposante dieren willen doden. In ieder geval is het bow hunten meer een sport dan het neerknallen (en verwonden) met geweren en pistolen wat we vorig jaar op de Dempster Highway zagen. Ik pik een uitgave van de jagersreglementen op. Door dit te lezen, hoop ik meer inzicht te krijgen in deze sport. Maar het vervult mij eerder met walging dan met begrip. Het begint al met het voorwoord van Sarah Palin, de huidige gouverneur van Alaska en tevens running mate van de Republikeinse presidentskandidaat John McCain:

Beste medejagers,
Net zoals jullie, kijken mijn familie en ik reikhalzend uit naar de start van het jachtseizoen op de beste plek ter wereld om te jagen. Het is weer tijd om te genieten van het prachtige buitenleven, tijd te spenderen met vrienden en familie, eropuit te gaan en een paar van het vele Alaska wild te ‘oogsten’. Onze staat heeft een jarenlange trotste jachttraditie. Jagen is een belangrijke familieactiviteit en staat centraal in onze economie en ons sociale welzijn. Duizenden Alaskanen werken in de groot wild industrie en zijn voor hun bestaan afhankelijk van de jacht. Voor vele andere Alaskanen is de jacht de belangrijkste voedselbron voor hun families. Daarom zal mijn partij ervoor zorgen dat het wildlife management uitgebreid en gecontinueerd wordt.


Bla bla bla, zo gaat het nog wel even door. En altijd dat gezeur dat ze jagen vanwege het vlees. Wat is dit nu voor excuus; wij gaan toch ook gewoon naar de slager voor ons vlees, waarom zou een inwoner van Alaska dat niet kunnen doen?
Verder lezend in dit reglement kom ik erachter dat inwoners van Alaska die 60 jaar of ouder zijn of vijftien jaar of jonger geen jachtvergunning nodig hebben. Kinderen onder de tien jaar mogen alleen jagen in het bijzijn van iemand van zestien jaar of ouder met een jachtvergunning. Ik begrijp niet dat ouders hun kinderen op zo’n jonge leeftijd leren om te gaan met wapens!
In de brochure staan foto’s van kinderen van twaalf die hun eerste kariboe of eland geschoten hebben. En hoe ziek ben je als ouder als je een foto opstuurt van je achtjarige zoon met een geschoten dier en er trots bij vertelt dat je dochter van drie meegeholpen heeft in de jacht!!

                        

Verder op de Dalton vinden we een kudde muskusossen. Deze gedrongen dieren hebben lang golvend haar dat tot aan hun enkels valt en twee horens die als een helm samenkomen op hun voorhoofd. Dit is een van de weinige diersoorten die de IJstijd overleefd hebben. Het is moeilijk voor te stellen dat dit dier 15.000 jaar geleden over de vlakten zwierf met de sabeltandtijger, de reuzenluiaard en de mammoet! Ze doen mij denken aan die shampoo reclame van een stoere motorrijder in leer met prachtig lang haar. De wol - qivuit - van de muskusos is de lichtste en warmste wol ter wereld en hierdoor ook de duurste. Daarom wordt geprobeerd ze te temmen in farms.

   

Hun natuurlijke vijand is de toendrawolf en als een roedel wolven hen aanvalt vormen ze snel een strakke cirkel om hun jongen. Met hun scherpe horens naar buiten gericht, proberen ze de wolven af te weren.  In de bronsttijd vechten de mannetjes voor de vrouwtjes. Ze rennen van twaalf meter afstand op elkaar in en botsen met hun horens op elkaar. Ze blijven dit herhalen tot een van hen opgeeft. Omdat de muskusos met uitsterven bedreigd werd, werden ze geherintroduceerd in gebieden waar ze vroeger ook voorkwamen; onder andere in Scandinavië. In Alaska leven nu ongeveer 2300 ossen. Voor U$ 500,- kan een Alaskaan een jachtvergunning kopen om een mannetje af te schieten! Leren die lui het nooit?

We zijn nu op een punt dat we moeten beslissen of we verder of terug gaan. Het dichtstbijzijnde benzinestation is 200 kilometer terug in Coldfoot of 200 kilometer verder in Deadhorse. We kiezen natuurlijk voor het laatste en rijden verder over de rode toendra. We zien veel jachtkampen, maar helaas geen kariboes of beren. Af en toe zien we een kleine kudde muskusossen, jagende uilen en roofvogels.

   

Het landschap begint nu een beetje saai te worden. Maar de weg valt ons 100% mee, al die Indianenverhalen over de Dalton blijken wat overdreven te zijn. Deadhorse is een echte werkstad met 5000 inwoners die vrijwel allemaal op olievelden werken. De diesel is iets goedkoper dan in Coldfoot en naast een paar hotels is er niets voor de toerist zoals wij. Na een uurtje hebben het wel gezien en rijden weer een stukje zuidwaarts. Naast een rivier zetten we ons kamp op en barbecueën ons avondeten. Een inwoner van Deadhorse komt langs en vangt een paar vissen voor ons die we ook roosteren op de barbecue.

      

Terug in het kariboegebied, zien we nog steeds geen kuddes en besluiten we terug naar Fairbanks te rijden. We zijn gelukkig nooit getuige van het doodschieten van een kariboe, al zien wel regelmatig de geweitrofeeën bovenop de pick-ups. Als we deze weg nog eens gaan rijden, nemen we in ieder geval veel extra jerrycans diesel mee, we willen niet nog eens helemaal naar Deadhorse rijden..

24 - 31 augustus 2008: De kans dat je grizzlyberen ziet in Denali National Park is groter dan dat je Mount McKinley ziet (de hoogste berg van Noord-Amerika), die 300 dagen van het jaar door wolken bedekt is. Wij hadden geluk en zagen beiden. Maar we zijn hier vooral voor de enorme elandstieren en die hebben we veelvuldig gefotografeerd. Ook hier zijn de herfstkleuren van de taiga en toendra briljant.

   

September 2008 Alaska
1 – 9 september 2008: We reizen nog steeds met de twee andere stellen In totaal hebben we dik twee weken in Denali doorgebracht. In dit park mag je niet zelf rijden, je moet je verplicht in een oude groene schoolbus door het park laten vervoeren. Deze, soms negen uur durende ritten, waren niet zo geslaagd, maar we zijn in goed gezelschap en hebben veel pret. Meer succes hebben we in de eerste twintig kilometer in het park, waar je wel zelf mag rijden en waar we veel elanden fotograferen. We gaan terug naar Fairbanks en volgen de Alaska Highway zuidoostwaarts.

   

   
                                                 foto genomen door Frank Hooghiemstra

10 - 13 september 2008: We wijken even van de Alaska Highway af voor een uitstapje van 220 kilometer doodlopende weg naar Haines. In de Chilkoot rivier zien we binnen 24 uur twaalf verschillende grizzlyberen. Ze hangen rond de dam die Fish & Game heeft gebouwd om de sock-eye zalm te kunnen tellen. Ook hier is het een slecht zalmjaar, maar ze hebben toch nog bijna 33.000 zalmen geteld. Een spannend moment is als we een husky hond op het strand een beer zien bedreigen! De beer schrikt en gaat op zijn achterpoten staan, maar herstelt zich snel en gooit zijn kop dreigend naar beneden. Gelukkig loopt het allemaal goed af.

     

   

14 - 16 september 2008: We volgen de Alaska Highway zuidoost naar Dawson Creek. De loofbomen zijn nu ook in herfstkleuren. Onderweg zien we wood bizons en kariboes. We badderen in de hete rivier van Liard Hot Springs en het is er nog net zo idyllisch als acht jaar geleden.

   

17 - 27 september 2008: Via spannende en slechte wegen in British Columbia gaan we op zoek naar grizzlyberen in Bella Coola en vinden ze ook. De paddenstoelen schieten uit de grond, de bessen zijn rijp en de bladeren vallen van de bomen. Het is nu echt herfst.

     

   

   

     

28 - 30 september 2008: We staan op de weg naar een paar beren te kijken die in de rivier aan het vissen zijn. Opeens horen we achter ons "Hmmmpf" (klinkt als het briesen van een paard) en vanuit de struiken komt een grizzlybeer tevoorschijn! PJ pakt zijn pepperspray in een hand en het statief met de camera in zijn andere en we lopen langzaam achteruit. Helaas heeft PJ zijn volle koffiekop op de grond gezet en ik heb geen tijd meer om die op te halen. De beer loopt op de kop af en begint spontaan over de grond te rollen! Zou het soms komen omdat PJ altijd oploskoffie drinkt?

   

     

Oktober 2008
1 -3 oktober 2008: We laten de beren zich klaarmaken voor hun winterslaap en gaan zuidwaarts.

4 - 6 oktober 2008: We logeren een paar dagen in de straat van Charlotte en Bob, een Canadees stel dat we vorig jaar in Mexico hebben leren kennen. Zij wonen hartje Kamloops, een grote stad. De temperatuur is 's nachts gezakt naar 0 graden en het is mistig. Ik sta in hun huis onder de douche en PJ zit nog even in de camper achter de laptop. Hij kijkt uit het raam en ziet een zwarte beer over de stoep lopen!! Dat is toch wel even heel verwarrend.
We worden er nu van beschuldigd dat we het koude weer EN de beren naar Kamloops hebben meegenomen...;-)

   
In juli stonden we ook zo bij hen in de straat                            Zwarte beer in een voortuin (erg mistig)   

7 oktober 2008: Al sinds Hyder wordt ik geplaagd als ik mijn nieuwe camouflagebroek aan heb, die ik gekocht heb ik een Army dump store en dus echt een officiële legercamobroek is! Ik kan mij wel voorstellen dat mensen beginnen te lachen, want de broek is oranje-geel-bruin-zwart gevlekt. "Waar denk jij je voor te camoufleren?", werd mij vaak gevraagd. Totdat ik hoog in het noorden in de toendra was, toen verstomden alle commentaren. Ik was namelijk bijna niet meer te zien!

                       

8 - 12 oktober 2008: We zakken door de staten Washington en Oregon zuidwaarts. Opvallend zijn de besneeuwde vulkanen die zo uit het vlakke landschap omhoog geschoten zijn. We zijn op zoek naar warmer weer, maar zelfs in noordelijk California hebben we nog nachten van -4 graden C.

   

13 - 18 oktober 2008: Eindelijk vinden we hete dagen (32 graden C) en warme nachten in Death Valley, California. We moeten hiervoor wel een onverharde weg rijden die maar 60 kilometer lang is, maar waar we 3 1/2 uur over doen. Eerst nog een pas van bijna 2300 meter en daarna alleen maar dalen. We komen uit bij Saline Valley Hot Springs, een oase in de woestijn. Wel jammer dat de luchtmacht dagelijks zijn piloten in straaljagers het laagvliegen laten oefenen. Soms komen ze zo laag over dat we bang zijn dat de ramen uit de camper zullen springen.

   

                 

   

19 oktober2008: Een heerlijk rustige nacht hebben we op de zoutvlakten van Bonneville (Utah). Hier worden in de zomer races over land worden gehouden om snelheidsrecords te vestigen. Natuurlijk proberen wij dit niet uit, want we hebben namelijk in Bolivia al eens twee dagen vastgezeten op de zoutvlakte van Uyuni, de grootste zoutvlakte ter wereld. Dat overkomt ons niet nog een keer!

   
                           Zoutvlakten van Bonneville (Utah)                                                   Zoutvlakte van Uyuni (Bolivia)

Op maandag 20 oktober zien zo'n 3 miljoen Britten in hun krant onze berenfoto's! Dit is dankzij onze Engelse vriend Doug die ook getuige was van het beer-koffiekop voorvalletje. Hij werkt bij de Metro krant in London.

                  

24 oktober - 11 november 2008: We vliegen voor een bliksembezoek van 18 dagen naar Nederland. Het is altijd fijn om onze familie en vrienden weer te zien, al is het maar van korte duur.

Terug naar overzichtspagina reisverslagen USA