Reisverslag USA, Canada & Alaska 2011

door Claudia en PJ Potgieser

 

home

who are we?

journal

our favorites

photo gallery

our book

guestbook

English

Terug naar overzichtspagina reisverslagen USA

Augustus 2011, USA en Canada

1 augustus 2011 Utah

De vliegreis van Amsterdam naar de USA zit er gelukkig weer op. Ik begrijp niet dat sommige mensen vliegen leuk vinden! Het begint al op Schiphol waar een rij voor het inchecken staat die ongelogen 100 meter lang is! PJ sluit meteen achterin de rij aan, terwijl ik ga kijken of die rij echt voor de Delta incheckbalie is. En jawel hoor, we moeten echt in die lange rij gaan wachten (wel voor alle Delta- en KLM vluchten). Gelukkig gaat het vrij snel en zijn we een half uur later al ingecheckt.
Tot onze vreugd vliegen we niet met Delta, maar met een KLM toestel. Het is een toestel met 2 stoelen – gangpad – vier stoelen – gangpad – twee stoelen. Helaas zitten wij in het midden met aan beide zijden een persoon naast ons. Tja, dat krijg je als je zo laat boekt.
De vlucht naar Dallas, Texas duurt 9 ½ uur! Maar met de zeer vriendelijke stewardessen, het goede eten van KLM (couscous salade met zongedroogde aubergines en feta, kip curry, warme knapperige broodjes, brie die op temperatuur is, gratis rode wijn en koffie met Baileys Ierse likeur, een ijsje, een pizzapuntje, pastasalade met zongedroogde tomaatjes) en een televisieschermpje in de stoel voor ons met een zeer uitgebreide entertainment programma gaat het toch redelijk snel.
Toch wel irritant dat je door die Star Alliance van te voren niet weet of je in een Delta -, Air France- of KLM toestel terecht komt. Je betaalt hetzelfde maar de service is beduidend slechter bij Delta. Toen ik naar in juni naar Nederland vloog had ik geen tv schermpje en was het grote scherm 15 meter bij mij vandaan. Ze vertoonden drie films, maar wel twee keer dezelfde! En het eten was echt slecht en voor een wijntje of sterke drank moet je extra betalen.
Onze terugvlucht in oktober is weer met KLM, maar er staat al op het ticket dat deze vlucht door Delta zal worden uitgevoerd. Helaas!

In Dallas moeten we door de immigratie en dat gaat zonder problemen. Wel hebben we een overstap van 5 uur, dus gaan we even naar buiten voor een frisse neus. Nou, alsof we tegen een muur oplopen. Het moet daar 40 graden Celsius geweest zijn. Na tien minuten op een bankje met al die uitlaatgassen is er van een frisse neus ook niet echt sprake. De hete lucht inademen brandt gewoon in je longen!
De rest van de tijd hangen we binnen in de airco op lekkere leren relaxbanken. PJ is een week geleden door z'n rug gegaan, heeft pijnstillers gekregen en moet zes weken rust houden, maar nu begint z’n rug steeds meer op te spelen.
Met het tijdsverschil is het ondertussen voor ons 2 uur ’s nachts en tijdens de vlucht van Dallas naar Salt Lake (2 uur) hebben we lekker geslapen. We hebben allebei het opstijgen niet eens meegekregen.
 
   onze camper voor het huis van Randy & Diana
                      in Plain City, Utah
Mijn nichtje Diana komt ons halen en aangekomen in Plain City duiken we meteen in bed. Het is pas 10 uur 's avonds, maar we zijn doodop.
's Morgens zijn we natuurlijk al vroeg wakker. De dag begint met zo'n 20 graden en het is een beetje bewolkt. De pick-up start na 1 keer gloeien. De koelkast is helaas nog steeds kapot, dus daar gaan we morgen achteraan. Hopelijk vinden we snel een camperboer die de koelkast meteen zonder afspraak kan repareren.

2 augustus 2011 Utah
De volgende dag gaan we op weg om de koelkast te laten repareren. Onze Amerikaanse ingebouwde camperkoelkast is enorm, zoals je kunt zien op de foto's, en er niet eenvoudig uit te halen.
Bij de eerste camperboer hebben we geluk, ze willen meteen kijken en vijf minuten later staat onze camper in de garage. Ze hebben geen wachtruimte (noch een koffiemachine!) dus wij hebben nog snel onze tuinstoeltjes eruit gehaald en op het parkeerterrein zitten we te wachten. In de schaduw welteverstaan want de temperatuur is ondertussen gestegen naar 30 graden. Na VIER uur ga ik maar eens gaan vragen hoe het er mee staat.
“We hebben eerst het ‘koelelement’ gecheckt en dat is (na VIER uur) gezakt naar 2 graden, dus dat werkt nog. Nu gaan we de ‘printplaat’ checken”.
Rare volgorde, wij zouden met de printplaat beginnen, want dat kan volgens PJ in een paar minuten. We blijven dus maar weer wachten. Na een uur (!) komen ze vertellen dat de printplaat kapot is en vervangen moet worden. Dat gaat ons 100 Euro kosten. Dat moet dan maar en wij blijven weer wachten. Ondertussen zijn we al zo’n vijf keer van plaats verschoven om in de schaduw te blijven. PJ verrekt van de pijn in zijn rug, is zijn pijnstillers vergeten, heeft zijn boek uit, z’n sigaretten zijn al een paar uur op en we hebben al 5 uur lang geen koffie gedronken.

                printplaat

Klanten komen en gaan, dus we kijken niet op van een knul die zijn auto voor ons parkeert en een telefoongesprek voert. Spannend wordt het als van de andere kant een politiewagen aan komt rijden en de auto klem rijdt, de jongen uit zijn auto haalt, zijn telefoon afneemt en hem in de handboeien slaat! Merkwaardig wordt het als de agent de telefoon van de knul oppakt en het telefoongesprek verder voert! We kunnen het gesprek net niet volgen, maar horen regelmatig het woord bond wat betekent dat de jongen op borgtocht vrij is en zich regelmatig op het bureau moet laten zien. Terwijl de knul op de achterbank van de politieauto gezet wordt, roept hij naar ons: “Kunnen jullie mijn vrouw bellen en zeggen dat ik gearresteerd ben?”.
De agent vraagt of wij hiermee lastig gevallen willen worden.
“Wij zijn Nederlandse toeristen en geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om mij hiermee te bemoeien”, antwoordt PJ.
“Jullie zitten wel mooi eerste rij” antwoordt de vriendelijke agent.

Ondertussen is het bijna 5 uur ’s middags als we te horen krijgen dat ondanks de nieuwe printplaat de knopjes aan de buitenkant van de koelkast nog steeds niet werken.
“Vanwege die niet werkende knopjes heb ik de koelkast naar jullie gebracht”, merkt PJ geïrriteerd op. Ze hebben nog wat meer tijd nodig, dus PJ vraagt of hij de camper nu kan meenemen en morgen kan terugbrengen. De man piept iemand op die de camper uit de garage kan halen en PJ moet alvast de rekening betalen. Het uurloon in de garage is 130 dollar en we zitten hier al zes uur, maar gelukkig is de rekening ‘slechts’ 150 Euro. Nu de camper nog, maar er gaan weer 30 minuten voorbij. PJ gaat binnen maar eens vragen waar zijn camper blijft. Zonder verontschuldigingen wordt de jongen nogmaals opgepiept. Na tien minuten komt hij naar ons toe om te zeggen dat de sleutels in de pick-up liggen en de deuren op slot zijn. Of wij ook reservesleutels hebben? Daar zakt je broek toch van af!

Zeven uur later rijden we met een nog steeds kapotte koelkast en 150 Euro armer het parkeerterrein af. Wij zijn in Amerika nog nooit zo klantonvriendelijk behandeld.

3 augustus 2011 Utah
De volgende dag staan we om 8 uur al voor het hek van de camperboer en tien minuten later staat de camper weer in de garage. We hebben de tuinstoeltjes weer uitgeklapt, een thermosfles koffie meegenomen, PJ’s pijnstillers en ontbijt (en lunch). Tot onze grote verbazing horen we na een half een bekend motorgeluid en de camper staat weer voor ons neus.
“Er was alleen een elektriciteitskabeltje kapot”, zegt de man,  “jullie hoeven niets meer te betalen”.
PJ vraagt meteen: “Dus er was niets mis met de printplaat?”
“Oh, jawel, die was ook stuk”
We hebben zo onze twijfels, maar wat doe je eraan.
Het is pas kwart voor negen en we hebben nog een hele dag om de rest van ons boodschappenlijstje te volbrengen. We kopen wat spullen in voor 'project flatbed' (de extra dieseltank moet nog aangesloten worden) en ’s avonds trakteren we Diana en Randy op een Mexicaans etentje.

4 augustus 2011 Wyoming
We rijden 400 kilometer noord naar het Grand Teton National Park. Nooit eerder waren we hier hartje zomer en we verwachten ook niet veel wildlife te zien. We worden daarin niet teleurgesteld, want we zien voornamelijk muggen! En een mannetjes eland met een mooi fluwelen gewei.

   

Maar we komen voornamelijk voor onze vrienden uit Jackson Hole en omstreken en daarvan zien we er gelukkig wel een paar. 's Avonds drinken we op de camping Margarita cocktails bij een kampvuur. Ziek zijn we de volgende dag als we erachter komen dat om een uur of 12 's nachts een fantastische Noorderlichtshow te zien was boven de Tetons!

 

 

                     Foto genomen door Mike Cavaroc
                                    geplukt van het Internet

Na twee dagen hebben we genoeg muggenbulten en trekken we verder noord. Dwars door het Yellowstone National Park, waar we alleen wilde toeristen zien. We rijden door naar Helena, waar we overnachten. De volgende dag gaan we grens van Canada over. We hebben gekozen voor de grensovergang bij Glacier National Park, omdat deze toeristisch is. Het park laten we links liggen, want wij hebben niets met dit Nationale Park. Misschien komt het omdat de enige weg door het park, verboden is voor grote voertuigen zoals wij hebben, maar ook omdat het park voornamelijk te bewandelen is. Niet ons favoriete hobby met die zware cameraspullen.

9 augustus 2011 Canada
Vanuit het raam van de auto krijgen we wat vragen voorgeschoteld door de Canadese douane. Bijvoorbeeld hoeveel drank, sigaretten we hebben en of we wapens bij ons hebben. Eerlijk geven we overal antwoord op.
"Kennen jullie iemand in Canada?"
"Ja, we gaan vrienden in Kamloops opzoeken"
Onmiddellijk moet PJ de camper parkeren en we moeten ons melden in het kantoor! Twee knappe vrouwelijke douaniers, wel tot op de tanden bewapend, willen wel even een kijkje nemen in onze camper.
Maar eerst vraagt de ene: "Waarom kennen jullie mensen in Kamloops?"
Grappig dat de douane altijd kans ziet een vraag te stellen die je niet verwacht en eigenlijk ook nergens op slaat. "Waarom...? Misschien omdat het aardige mensen zijn?".
PJ gaat klaar staan om door de schone dames gefouilleerd te worden, maar we moeten naar het kantoor.
Terwijl wij binnen ondervraagt worden, wordt de camper van boven tot onder onderzocht. Als de dames ervan verzekerd zijn dat wij geen drugs, wapens of kinderporno bij ons hebben, mogen we doorrijden. We overnachten even ten zuiden van Calgary.

De volgende dag rijden we naar het bedrijf waar we in oktober onze camper willen stallen. Het is een grasveld, omheint door een hek, dus we hopen er maar het beste van. Het is in ieder geval niet duur en vlak naast het vliegveld. Dat is wel zo gemakkelijk.

Daarna rijden we door naar Kamloops, waar onze vrienden Bob en Charlotte wonen die we vier jaar geleden hebben leren kennen in Mexico. 's Avonds gaan we hamburgers eten bij hun dochter Melissa en haar vriend Sean.

Char assisteert mij met het maken van een Indische rijsttafel en kijkt haar ogen uit. Zelf kroepoek bakken, nasi, bami, gado-gado, saté, pindasaus en gabakken banaan met seroendeng. Conimex nasikruiden kan ik hier in Canada kopen, maar de kroepoek en seroendeng heb ik uit Nederland meegenomen.

Vier dagen blijven we logeren in Kamloops. We helpen Bob & Char met het thuisbrengen en in elkaar zetten van hun nieuwe eetkamertafel, zes stoelen en een porseleinkast. Het lijkt IKEA wel. PJ werkt aan 'project flatbed' en Bob helpt hem een handje. De extra dieseltank moet nog gemonteerd en aangesloten worden, een tweede vuldop wordt geïnstalleerd en ik schilder de deuren die ervoor komen. Na twee dagen is het bijna af.
Verder eten, koken en drinken we uitbundig en daarbij zijn Melissa en Sean ook altijd van de partij.

 

14 augustus 2011 Kamloops, Canada
We vertrekken uit Kamloops en ik val meteen in slaap. Vijf uur later kan PJ kan z'n ogen ook niet meer openhouden en zet hij de camper aan de kant voor een dutje! We komen die dag maar tot Quesnel en overnachten op het parkeerterrein van Staples; een kantoorboekhandel die gratis wireless internet aanbiedt. We kijken 's avonds via de laptop een beetje televisie (Uitzending Gemist).

15 augustus 2011 Quesnel, Canada
We verhuizen van Staples naar de buurman Canadian Tire, want PJ voelt al een tijdje trillingen in het stuurwiel. Misschien zijn het de schokbrekers of is het de vooras? De monteur heeft meteen tijd om even te kijken en neemt de camper mee voor een proefrit. Hij komt tot de conclusie dat het de banden zijn, de camper is nogal zwaar voor de banden en die beginnen te slijten. De monteur wil ze alle zes vervangen, maar ze zitten er pas een jaar op, dus dat vinden we te snel. Dat doen we wel op de terugweg van Alaska. Dan maar de voorwielen omwisselen en uitbalanceren. Een uurtje later zijn we onderweg.
We rijden naar Prince George, waar we boodschappen doen en daarna nemen de John Hart Highway 97 naar Dawson Creek.

 

 

Er wordt hard aan de geasfalteerde weg gewerkt en op een bepaald punt moeten we ruim een half uur wachten op een 'pilotcar' die voor de file uitrijdt en tussen de werkers en hun graafmachines door manoeuvreert. Als we bij het volgende wachtpunt komen, besluit ik even snel naar de toilet te gaan. In mijn haast laat ik de deur van de camper openstaan. Terwijl ik zit te plassen, begint PJ ineens op te trekken; de volgende pilotcar is gearriveerd en de auto's beginnen te rijden! In de file achter ons ziet iemand dat onze camperdeur open staat en waarschuwt een van de werkers. Die laat de pilotcar en de hele rij auto's stoppen, om PJ te kunnen waarschuwen.
"Weet je dat je camperdeur wagenwijd openstaat?"
PJ antwoordt:"Ik zal het je nog sterker vertellen, mijn vrouw zit op het toilet!"
De man kan de humor er niet van inzien. Ik heb mezelf ondertussen uit de benarde situatie bevrijd en klim weer in de pick-up. De pilotcar wordt via de walkietalkie gewaarschuwd en de auto's gaan weer rijden. Ben ik even te kakken gezet, gênant! Terwijl we in een sukkelgangetje de pilotcar volgen zie ik ineens een zwarte beer met jong aan de kant van de weg! Helaas kunnen we hiervoor niet stoppen, we kunnen toch moeilijk weer de boel op stelten zetten.

Als de wegwerkzaamheden voorbij zijn, kunnen we vaart meerderen, maar dan zitten er ineens drie flinke bobbels in het wegdek als de Mexicaanse verkeersdrempels. PJ kan niet meer remmen en we klappen er bovenop. De camper wordt een paar millimeter uit de bak gelicht en tikt tegen het achterraam van de pick-up. Deze breekt onmiddellijk! Jemig, wat een pech. Het achterraam bestaat uit drie delen, het middelste gedeelte kan open en is nog heel, maar de andere twee ramen zijn als een spinnenweb gebarsten.

Het is nog 70 kilometer naar de eerstvolgende beschaving en we rijden dus maar verder. Bij elk hobbeltje in de weg, horen het raam kreunen en verder barsten. We laten een spoor van glasblokjes achter ons.

 

Pas om een uur of 7 komen we in het plaatsje Chetwynd aan en gaan op zoek naar een overnachtingsplek. Midden in het dorp is een gravelparkeerplaats waar trucks en campers welkom zijn. Om ons heen staan hotelletjes, maar we kunnen geen Internet oppikken. We hebben geen zin om dan om een lawaaierig parkeerterrein midden in het dorp te staan en gaan dus maar op zoek naar een rustiger plekje. Pj vindt dat naast een begraafplaats. Terwijl ik de avondmaaltijd kook, zet hij de laptop aan om een spelletje te doen en tot zijn stomme verbazing hebben we wireless Internet! Ik weet niet met welke hoge sferen PJ in contact staat, maar het Internet werkt.

 

16 augustus 2011 Chetwynd, Canada
De volgende morgen gaan we op zoek naar een glaszetter en vinden die vrij snel in het dorp. Ze kunnen er twee nieuwe perspex ruiten inzetten, maar de camper moet dan wel een meter naar achteren. Pff dat is nogal wat. De jongens hebben een uur nodig voor het raam, wij hebben een uur nodig om de camper naar achteren te zetten en de auto leeg te halen en weer een uur om alles weer in elkaar te zetten. Project flatbed is een millimeterklus geworden en veel speling hebben we niet meer. Geloof me, PJ maakt z'n bijnaam Grumpy nu wel waar!

   

Na drie uur zijn we weer on the road en we overnachten langs de Alaska Highway.
Toen Japan in de Tweede Wereldoorlog Pearl Harbour aanviel, reageerde Amerika door, in maar negen maanden tijd, deze weg aan te leggen; dwars door de wildernis van Alaska en Canada. Zo kon de Amerikaanse vliegbasis in Alaska bevoorraad worden en stelden ze zichzelf veilig voor aanvallen vanuit Japan. Zo'n vijftien jaar geleden was de Alaska Highway nog niet geasfalteerd, maar wel een geliefd doel voor reizigers. Ondanks zijn naam ligt maar 350 kilometer van de totale bijna 2500 kilometer in Alaska. De rest ligt in Canada.
17 augustus 2011 Alaska Highway, Canada

Als wij in de USA vertellen dat we naar Alaska gaan, reageren de Amerikanen vaak vol bewondering:"Gaaf, over de Alaska Highway?" Zij denken dan zeker aan de jaren 80, toen de weg nog een groot avontuur was, je reservebanden moest nemen en gegarandeerd een gebroken voorruit zou oplopen. Nu is de weg prima, asfalt met brede vluchtstroken, eigenlijk een beetje saai.
Pas na Fort Nelson begint het qua natuur interessant te worden en dan hebben we al 450 kilometer van de Alaska Highway gereden!
Fort Nelson was in de jaren 50 een gemeenschap zonder elektriciteit, telefoon, drinkwater, koelkasten of artsen. Nu is het nog steeds niet veel bijzonders met 4400 inwoners, maar als we voor een hotel parkeren hebben we razendsnel wireless Internet en kan ik de website uploaden. We vervolgen onze weg over de Alaska Highway. We zien een coyote die een haas achterna zit, een elandkoe met jong, twee kraanvogels en een zwarte beer. Als we het door het Stone Mountain park rijden, zien we woudbizons (kleiner dan hun grote broer in Yellowstone) en kariboes (groter dan hun neef de rendier).

   
        zwarte beer                   pas op voor overstekende kariboes                        daar zijn ze, maar zonder zo'n mooi gewei

 
                                                                                                      jonge kariboe

   
      pas op voor woodbizons                        en daar is de eerste al

   
       de camper en een woodbizon               Folded Mountain in Stone Mountain Park

De natuur is prachtig, met turkooizen gekleurde rivieren en ruige rotsen. Het weer is wisselvallig; het ene moment schijnt de zon, het andere moment hagelt het. De temperatuur schommelt de hele dag tussen en 4 en 14 graden. We voelen ons net Amerikanen; PJ draagt een korte broek en ik heb een katoenen zomerbroek aan, Amerikanen vertikken het namelijk om in augustus winterkleren te dragen...'t is pas koud als het vriest!

 

Vlak na het Muncho Lake Park zien we weer een zwarte beer. Hij verblikt of verbloosd niet van ons en blijft gestaag doorgaan met grazen.
Na de volgende bocht zien we een vrouwtjesbeer met DRIE jonkies! Ook zij doen niets anders dan grazen. Maar wat zijn ze leuk!Na drie kwartier geven we het op en gaan we naar Liard Hot Springs.

 

 

 

We zijn al vaker naar deze prachtig gelegen hete bron geweest. Via een houten boardwalk loop je door een varenbos naar een hete rivier. Het pad naar de tweede bron (een klein meer) is afgesloten vanwege een 'probleembeer'. Terwijl we langzaam als een kreeft gekookt wordt, begint het te regenen.

   
                             Een stomende rivier, het water is echt gloeiend heet!

                       
                                                                                Grumpy: Ik haat regen!

De camping is vol, dus parkeren we gratis aan de overkant van de weg. Een zwarte beer is verderop in de berm aan het grazen. Ik kook een snelle pastamaaltijd (het is ondertussen best laat geworden) en we zien door het camperraam weer een zwarte beer, die probeert in een vuilnisbak te klimmen! Het personeel van het nabij gelegen hotel is hiervan niet gecharmeerd en probeert de beer met vuurwerkkogels weg te jagen. Dit is wat je noemt een probleembeer.
De volgende dag ligt er voor het hotel een aangereden zwarte beer op de weg! Zonde toch!

 

 

18 augustus 2011, Alaska Highway Canada
We beginnen de dag met nog een heet bad, die dode zwarte beer, een levende zwarte beer, nog een dode zwarte beer en een dode woodbizon. We hebben in tien jaar Noord-Amerika pas 1 keer eerder een doodgereden zwarte beer gezien en dan nu op een dag al twee!

De rest van de dag zien we geen wildlife. In Watson Lake willen we even onze was doen bij een wasserette, maar WL heeft er geen. Ik vertel dit om aan te geven dat de dorpjes langs deze weg niet veel voorstellen. Dat is toch moeilijk voor te stellen als je in dichtbevolkt Nederland woont. We schieten lekker op en rijden vanaf Liard 700 kilometer noord over de Alaska Highway naar Whitehorse.
De supermarkt Wal*mart laat campers op haar parkeerterrein overnachten en dat doen ze dan ook massaal. Wij dus ook maar, maar vinden het niets: om 11 uur 's avonds horen we nog generatoren brommen en om zes uur 's morgens rijdt iemand luid toeterend over het parkeerterrein.


 
PJ geeft een bedelaar met een goed verhaal vijf dollar en we checken het weer in Alaska. Voorlopig wordt er voor de komende week overal regen voorspelt. Balen! We doen onze was en buiten de wasserette worden we aangesproken door een Zwitser die onze foto's op de camper bewonderd. We vragen waar hij naar toe gaat.
"Als mijn auto gerepareerd is, ga ik de Dempster Highway rijden".
"Is het daar geen slecht weer dan?"
We checken snel nog even op het Internet hoe het daar is de weersvoorspelling is redelijk. We besluiten ons plan om te gooien en eerst de Dempster Highway te gaan rijden.

Ondanks dat we gezelschap missen; we reizen meestal met een paar andere fotografenstellen naar Alaska, is het toch ook wel lekker dat we zonder te overleggen onze plannen kunnen omgooien. Het is de hele dag druilerig, echt weer om met een goed boek, een dekentje en de kachel aan op de bank te zitten. Dus stoppen we al om 4 uur, pikken in het gehucht Pelly Crossing nog internet op ook en zitten lekker binnen terwijl de regen op het dak tikt en de wind om de camper huilt.
's Avonds krijgen we bezoek van een mooi vosje (een cross fox).


een grintparkeerterrein met stroom voor 30,-!!
19 augustus 2011, Klondike Highway
We vertrekken lekker op tijd en zijn al om half 10 bij het begin van de Dempster Highway. We besluiten een nachtje camping te boeken voor 30,- met elektriciteit op een afschuwelijk saaie camping.
Ik was de achterkant van de camper een beetje, dat is tenslotte onze voordeur. We laden alle batterijen op, nemen een hete douche en reorganiseren de pick-up. 's Middags gaat de zon schijnen en we hebben goede hoop voor de Dempster. Bij het tankstation herken je meteen welke auto's er van de Klondike highway komen en welke van de Dempster. De laatste zitten tot aan het dak toe onder de modder! We informeren of ze kariboes hebben gezien, maar die zijn er nog maar mondjesmaat. Het zou jammer zijn als we te vroeg zijn en de kuddes migrerende kariboes er nog niet zijn.

20 - 24 augustus 2011, Dempster Highway


 


De Dempster Highway is een doodlopende weg die loopt van Dawson City naar Inuvik (in cirkel kaartje boven) en is ongeveer 700 kilometer lang.
Kaartje links: Tuktoyaktuk is alleen in de winter bereikbaar over zogenaamde iceroads.
Met de aanleg is begonnen in 1959 nu is het nog steeds een gravelweg, maar loopt door een prachtig natuurlandschap.

Korporaal Dempster, die leefde in het begin van de vorige eeuw, heeft de schamele eer gekregen dat deze weg naar hem vernoemd is, naar aanleiding van de volgende gebeurtenis. De schaarse dorpjes in Noord Canada konden alleen via de lucht of met de boot bereikt worden en in de winter met de hondenslee. De regering besloot rond 1900 dat de Royal Canadian Mounted Police moest patrouilleren om een oogje in het zeil te houden of de wet wel nageleefd werd. In de winter van 1905 ging de eerste politiepatrouille met de hondenslee op weg vanuit Dawson City naar Fort McPherson. Een stuk van 750 kilometer waar ze een maand over deden. In 1910 ging Inspector Fitzgerald met drie man en vier hondensleden op weg, maar ze kwamen nooit aan! Ze reizen zonder inheemse gids, die niet alleen de weg beter weet te vinden, maar bijvoorbeeld ook elanden kan ruiken, zodat de voedselvoorraad niet opraakt. Ze raken de weg kwijt. Met temperaturen van -50 graden Celsius vriezen ze langzaam dood. Korporaal Dempster is degene die ze vindt, drie maanden nadat ze vertrokken zijn.
 

Fitzgerald heeft een logboek bijgehouden en daardoor kan de tocht gedeeltelijk gereconstrueerd worden. Het blijkt dat de vier mannen om te overleven de sledehonden hebben opgegeten en daarna zijn ze hun leren bovenbroeken gaan koken om daarop te kunnen kauwen. De mannen worden bekend als The Lost Patrol en begraven in Fort McPherson. Korporaal Dempster legt de barre sledetocht in totaal acht keer af. In 1945 werd deze tocht voor het laatst gemaakt. Wat een tragisch verhaal!
Deze spectaculaire weg hebben we drie keer eerder gereden en we krijgen er maar niet genoeg van!
In 2001 wilden we in juni de midzomernacht zien, maar kwamen in een sneeuwstorm terecht. In 2007 hebben we hem in augustus gereden op zoek naar kariboes en omdat het zo beviel hebben we het in september nog eens dunnetjes overgedaan.
Dit keer zijn we weer vooral op zoek naar kariboes. Deze dieren lijken qua uiterlijk veel op een rendier, maar rendieren zijn halfgedomesticeerde (tamme) dieren die leven in Scandinavië en Groenland, terwijl de kariboes volledig wild door Noord-Amerika en Siberië zwerven. De kariboe heeft langere poten dan het rendier en is groter en zwaarder.

De 'Porcupine' kariboe kudde bestaat uit zo'n 123.000 dieren en hiernaast is hun migratiegebied te zien in de rode cirkel, helemaal tot in Alaska. Porcupine heeft trouwens niets met stekelvarkens te maken, de kariboes moeten tijdens hun trek de Porcupine rivier oversteken.

De kariboes reizen natuurlijk niet met z'n honderdduizend tegelijk, meestal trekken ze in groepjes van 20 à 30 dieren. Een aantal dieren draagt een radiozender en de migratie van de groep wordt nauwlettend in de gaten gehouden door biologen in vliegtuigjes. Vroeger werd hun trek op Internet gezet, maar hierdoor werd het wel heel gemakkelijk gemaakt voor de jagers die gewoon op de bewuste plek met hun geweren klaar konden gaan zitten. Dus helaas voor ons is het nu maar de gok waar ze zijn en of ze nog rond de Dempster Highway rondtrekken of al verder getrokken zijn naar Alaska.

 
              Een rendier uit Scandinavië                                  Een kariboe die we in 2008 in Alaska gefotografeerd hebben.
               Veel verschil lijkt er niet te zijn, maar wij gaan als wildlife fotograaf natuurlijk geen tamme dieren fotograferen!   

We beginnen de Dempster in de mist, maar al snel knapt het op, komt de zon door en het landschap ontplooit zich in zijn volle glorie.
De weg is onverhard en maakt soms een flinke dip naar de rivierbedding. Om een uur of zes stoppen voor het avondeten en loop ik rond op ons plekje. Wel even schrikken als ik verse berenpootafdrukken in de modder zie. Het begint te regenen terwijl de zon schijnt, verschijnt er een volledige regenboog boven onze camper.

 

   

   

Als na het eten de zon doorkomt besluiten we nog even te gaan jagen naar wildlife, het is hier tenslotte tot een uur of 10 licht genoeg om te fotograferen. Al snel zien we in de verte een prachtige dikke zilverachtige grizzlybeer en na twee uur geduldig wachten, komt de beer naar de weg.

   

 

Nadat de beer overgestoken is, trekt hij langzaam doch zeker naar een stel in een piepkleine vouwkampeerwagen die van de weg af een mooi plekje gevonden hebben. Het is al half 11 's avonds, maar we gaan die toeristen toch maar even waarschuwen. Ze bedanken ons en wij laten ze achter met Silvertip die steeds dichterbij hun kamp komt.

Ook wij vinden een leuk slaapstekkie een paar kilometer van de beer en de volgende morgen zijn we al vroeg op. Het is nog schemerig en als we bij de beer komen, komt hij net UIT het kamp van de toeristen wandelen! Ik zweer je, die heeft lekker naast hun kampvuur onder hun vouwkampeerwagen liggen pitten!
Vanuit de auto kunnen we de beer goed zien op slechts twintig meter van ons vandaan, maar het is nog te donker voor foto's.
We rijden helemaal noord tot km 450 voor de kariboes, maar kunnen er geen een vinden. Dus proberen we ons geluk met de beer van vanochtend. We hoeven niet ze ver terug te rijden, want we zien een prachtige blonde vrouwtjes beer over de weg naar ons toe lopen.

Terwijl we stoppen, parkeert er een wegwerker naast ons en als hij de beer ziet zegt hij: "Dat is Scruffy (Slonsje)".
"Eén van je vriendinnen?", vraagt PJ.
De man lacht. "Die beer is voor de Duvel niet bang".
Wat een afschuwelijke naam voor zo'n prachtige beer zeg. Ik hernoem haar meteen Goldilocks.
Goldilocks trekt zich inderdaad niets van ons aan en we volgen haar 4 1/2 kilometer lang terwijl ze langs de weg noord loopt.
Wat een fotogeniek beertje!

De rest van de dag zien we niets. We vinden weer een mooi gratis plekje om te overnachten en ik zet 's nachts drie keer de wekker voor het Noorderlicht, maar helaas.

 

24 augustus 2011, Dempster Highway
Weer vroeg op, het is 7 graden en een beetje mistig. Er ligt verse berenpoep op de weg bij ons kamp! We kunnen zien dat de beer noord is gegaan en wij dus ook. Na een kilometer ligt er weer een verse hoop en na een kilometer weer! Nou, die heeft gisteren zeker Chinees gegeten...
De beer kunnen we niet vinden, maar wel de 'Silvertip beer'. Hij staat prachtig te poseren in een toendraveld en smult van de rijpe bessen.

 

En later zien we Goldilocks weer, die heeft weer flink wat kilometers afgelegd. We geven het op wat betreft de kariboes en rijden terug naar het begin van de Dempster. Onderweg genieten we het prachtige roodgele landschap.

 

   
En dan moet de camper echt even afgespoeld worden!

Ondertussen hebben we een mailtje gekregen van de Nederlanders JP en Hannie dat ze in Denali zijn.
"JP en Hannie?", hoor ik jullie denken, "wie zijn dat nu weer?". Nou grappig dat je erover begint, wij kennen ze namelijk ook niet! JP en Hannie zijn beginnende wereldreizigers en hebben onze website gevonden en we houden al maanden e-mail contact. We willen ze graag in levende lijve ontmoeten en gaan dus nu beginnen aan onze trip naar Alaska.

25 - 31 augustus 2011, Alaska
Via de Top of the World Highway (weer zo'n onverharde weg die de naam highway mag dragen) rijden we Alaska binnen. We zien meteen de kampen van hunters en vragen ons af waar ze op jagen. Waarschijnlijk elanden en kariboes. Wij zien ze in ieder geval niet.
We volgen de rest van de geasfalteerde Alaska Highway naar Fairbanks, waar we boodschappen doen en de tanks helemaal vol druppelen met diesel, omdat de diesel hier 30 cent per gallon goedkoper is. Daarna zuid naar Denali National Park. We zijn nog niet binnen of we worden 'klemgereden' door een stoer voertuig: JP en Hannie! Wat hebben ze ons snel gevonden. We hebben al zo lang met elkaar gecorrespondeerd dat het meteen vertrouwd aanvoelt. JP (kort voor Jean-Pierre) en Hannie staan op de camping, dus wij boeken daar ook een nacht. Het klikt meteen en we hebben een gezellige avond samen. Ik bak spekpannenkoeken met echte Zeeuwse stroop.

   

Hollandser kan dit plaatje toch niet. Als Hannie de stroop ziet (zelf een Zeeuwse) vraagt ze of ik meer Hollandse producten uit Nederland heb meegenomen.
"Oh ja, Conimex nasi- en bamikruiden, seroendeng, kroepoek, ketjap manis...", som ik op.
Hannie begint te lachen en ik kijk haar schaapachtig aan.
"Hoor je nou wat je zegt...Hollandse producten!"
We moeten er hartelijk om lachen.
De Brabantse JP (45) en Zeeuwse Hannie (43) hebben hun huis verkocht, banen opgezegd en met een Landrover met een 'safari'vouwkampeerwagen (nog nooit gekampeerd!) zijn ze in juli 2010 vertrokken uit Nederland. In de USA besloten ze een ander voertuig te laten bouwen, die meer aan hun wensen voldeed om rond de wereld te zwerven. Dat werd deze stoere camper op een Fordchassis.

                  
                  
We vertellen over onze passie van wildlife fotograferen en als ik zeg dat we morgen om zes uur willen rijden, trekt Hannie wit weg. Maar fideel als ze zijn, zullen ze ook om 5 uur opstaan om 'te Claudia en PJ-en". Het wordt laat met veel rode wijn en mooie verhalen.
De volgende morgen zijn we toch vroeg op pad en staan versteld van de prachtige herfstkleuren op de taiga en toendra. Zo mooi hebben we het nog nooit gezien.

 

Denali National Park is alleen per bus bereikbaar, maar de eerste 20 kilometer zijn wel met je eigen voertuig te rijden. Daarvan is een stukje van 15 kilometer voor ons interessant, want daar zitten veel elanden die in de bronst (rutting) zijn. Nadat JP en Hannie de weg een keer heen en weer gereden hebben, nemen ze afscheid van ons. We kunnen hen er niet van overtuigen dat het ECHT HEEL LEUK is om een weggetje van 15 kilometer zo'n dertig keer per dag heen en weer te rijden. Geef ze eens ongelijk. Zij hebben hun eigen manieren om wildlife te vinden en zoals je kunt zien op hun website: http://www.jphannieontour.nl/ zien ze er genoeg van. We hopen dit gezellige stel nog eens tegen te komen in Mexico of zo.  

Wij blijven dus maar op en neer rijden en vijf minuten na ons afscheid zien we een vrouwtjeseland met een jong de weg oversteken. Als ze door de prachtig gekleurde taiga lopen, kan ik een mooie foto schieten. De rest van de morgen besteden we aan een enorme elandstier dat eerst drie kwartier ligt te dutten en daarna wel opstaat, maar tegen een lelijke achtergrond. Z'n bladvormig schoffelgewei heeft al gauw een spanwijdte van twee meter! Het rood is bloed van de fluwelen basthuid die hij er aan het afschuren is. Elanden werpen hun gewei tussen december en maart af en in april beginnen ze weer voren af aan. Door de aderrijke huid groeit dit gewei in een maand vijf tot deze enorme proporties.

 

Na een middagdut gaan we weer onderweg, heen en weer, heen en weer en dan stuiten we op een groepje fotografen die aan het inpakken zijn.
"Wat hebben we gemist?"
"Een lynx"
We kunnen net een vloek onderdrukken.
"Gaaf, heb je een mooie foto kunnen nemen?"
"Tweehonderd".
Heel erg jammer dat we zo'n zeldzame kat met van die schattige toefjes aan de oren en stompe staart gemist hebben.

We overnachten gratis buiten het park met goed uitzicht op het Noorden. We hopen natuurlijk op het Noorderlicht, want het is onbewolkt. Ik zet de wekker drie keer, maar zie geen groen gordijn aan de hemel.


   http://www.free-predator-pics.com/Download/Lynx_Wallpaper_Free

 
nachtvorst zorgt voor de mooie kleuren, maar 't is wel koud 's morgens!

De volgende morgen staan we weer vroeg op en al om kwart voor zes rijden we op het bekende weggetje. Het is onbewolkt en Mount McKinley is te zien! Dit is best zeldzaam, je ziet eerder een grizzly in Denali dan de hoogste berg van Noord Amerika. De besneeuwde top ligt prachtige in een roze gloed te schitteren. Over de toendra hangt een mysterieuze sluierbewolking. En als de zon opkomt is de natuur weer een beetje roder.

 

De rest van de dag blijft het onbewolkt en we hebben meestal de ervaring dat als je Mt McKinley kunt zien, je geen dieren ziet. Nou dat klopt.

30 augustus 2011, Denali National Park
We zijn weer voor zessen in het park en zien meteen vier elandstieren, twee elandkoeien en nog een vrouwtjeseland met een kalf!! Maar wat is er nog weinig licht. Toch proberen we het met een hele hoge sluitertijd (3200 ASA!) en de foto's zijn prachtig gelukt.

 

En als de zon opkomt zien we er nog een paar.

 

 

Wat is de omgeving toch prachtig, echt geen straf om zoveel keer heen en weer te rijden, maar soms wel dodelijk saai.

31 augustus 2011, Healy Alaska
Ik vergeet de wekker te zetten en word om half 7 wakker. We hadden ons meteen weer om moeten draaien, want met deze dag beginnen onze grote problemen.
Om 7 uur rijden we het park in en een uur later raakt de motor oververhit, hebben we geen stuurbekrachtiging en doen de remmen het niet meer! PJ zet de camper onmiddellijk aan de kant en kijkt onder de motorkap.
"Een gebroken V-snaar". Na enige tijd krijgt PJ een lift naar Healy, een gehucht 15 km buiten het park. Hij koopt een nieuwe V-snaar en ontmoet Denis Schwahn, een monteur die beloofd in de loop van de middag langs te komen om de snaar te plaatsen. Na twee uur is PJ terug en staan we midden in het park te wachten. De laptop is al na een paar uurtjes leeg en ook de accu's van de camper beginnen te haperen, waardoor de kachel het bijna niet meer doet.

We hadden eigenlijk gisteren de watertank moeten vullen, dus een douche nemen is er ook niet bij. Een beetje behelpen is het zo wel. Gelukkig komt Denis zoals beloofd aan het eind van de middag naar ons toe, maar constateert meteen dat ook de katrol die de V-snaar aanspant verbogen is en vervangen moet worden. Hij stelt nog voor ons naar Healy te slepen, maar om het park uit te komen, moeten we 10% helling af en zonder remmen is dat voor ons geen optie. De katrol moet uit Fairbanks komen, hier 200 kilometer vandaan, en toevallig moet Denis morgen net die kant op. Hij zal morgenmiddag terugkomen met een nieuwe katrol en V-snaar. We moeten illegaal in het park kamperen en gelukkig komt er voor het donker een parkwachter langs om poolshoogte te nemen. We leggen de situatie uit en ze heeft er geen problemen mee dat we hier blijven staan. Nu weten we in ieder geval dat we niet 's nachts uit ons bed getrommeld worden.

1 september 2011, Denali National Park
Nou daar staan we dan. Met een prachtig uitzicht over de rode toendra, maar dat wordt na 36 uur toch ook wel saai! En zonder kachel ook wel een beetje fris. Denis komt pas om een uur of 5 terug uit Fairbanks en is twee uur bezig om de v-snaar en katrol te plaatsen. Hij heeft niet het juiste gereedschap en als we hem ineens horen vloeken en het daarna heel stil wordt, weten we meteen dat er iets mis is. Er zit een haarscheur in de katrol! Alles werkt weer, we kunnen weer rijden, maar Denis gaat wel een nieuwe katrol bestellen.
We gaan weer op pad en slapen 's avonds weer buiten het park.
 
2 september 2011, Denali National Park
Heen en weer, heen en weer op het bekende weggetje fotograferen we de elanden. Maar als PJ onder de motorkap kijkt is die haarscheur in de katrol wel erg groot geworden. Dus rijden we naar een camping in Healy en terwijl we betalen, komen we Denis al tegen. Ja, Healy is niet zo groot.
"De katrol moet uit de Noordpool komen en ik denk dat hij er zaterdagavond is".
Even denken we dat hij een grapje maakt, maar Northpole is een plaatsje bij Fairbanks. We maken het ons gemakkelijk op de camping, met Internet, stroom en douches.
Op zondagmorgen(!) komt Denis de nieuwe katrol plaatsen en we kunnen weer op weg.

4 september 2011, Denali National Park
Ons geluk is maar van korte duur want zondagmiddag komt er ineens witte stoom onder de motorkap vandaan! Naast koelwater spuit er een dikke olieachtige substantie uit het koelsysteem! We zien toch kans in Healy terecht te komen en Denis komt om half 11 's avonds nog kijken. Dit is echt een te groot probleem voor ons handige mannetje en we zullen de camper naar Fairbanks moeten laten slepen.

                   

7 september 2011, Fairbanks $$$$$$
Met Denis afgesproken dat z'n vrouw ons voor een vergoeding naar Fairbanks brengt.
"Tussen 9 en 10 uur?"
Ik zou liever een wat specifiekere tijd gehad hebben, maar natuurlijk gaan we akkoord. Om 9 uur zitten we als echte Hollanders klaar met ons rugzakje. Het wordt half 10, 10 uur, half 11, 11 uur. Nu begin ik me toch wel op te winden en loop naar hun camper die hier ook op de camping staat. Ze hebben twee enorme honden, maar die zitten gelukkig aan de ketting. Ik kan net op het achterraam kloppen. Denis komt met verwarde haren naar buiten. Z'n excuus is nog verwarder, maar hij brengt ons nu (z'n vrouw was zwak, ziek, misselijk, maar gaat wel mee) en verwijt ons dat we niet telefonisch bereikbaar zijn. Ze wonen hier verdorie nog geen 100 meter vandaan! Hoe moeilijk is het dan om te zeggen dat het iets later wordt?

Om half 12 gaan we op pad. De sfeer is al gauw opgeklaard en z'n vrouw (een heel jong ding) verteld leuke anekdotes.
"Ben je hier geboren?" vraag ik haar.
"Nee, in Arkansas, maar toen Denis na ons trouwen aan mij vroeg waar ik wilde wonen, zei ik Alaska"
Ze vindt het hier fantastisch "Het is alsof ik in een Harry Potter film woon".

Na twee uur rijden zet Denis ons af bij het vliegveld. Gisteren hebben we via het Internet bij het goedkoopste autoverhuurbedrijf de goedkoopste klasse gereserveerd. Er staat een gloednieuwe Toyota Corolla voor ons klaar. Niet slecht! We rijden eerst naar het sleepbedrijf om een idee te krijgen wat het slepen van de camper van Healy naar Fairbanks kost. De man is erg behulpzaam en geeft ons een quote. (slik). PJ vraagt of er naast de Ford dealer nog andere bedrijven zijn die een dieselmotor kunnen maken. Ron stelt de "Diesel Doctor" voor, een bedrijf dat gespecialiseerd is in dieselmotoren. Dat klinkt vakbekwamer dan de Ford garage en met ons meegenomen navigatiesysteem vinden we dit bedrijf al snel.
Ook deze mensen zijn erg vriendelijk, maar hebben pas 15 september tijd voor ons. Dat is over ruim een week! De monteur denkt dat we de 'motor hebben opgeblazen' een kostbare, tijdrovende reparatie die vier dagen gaat duren. (slik slik). We maken met hen de afspraak voor 15 september en rijden dan terug naar Rons Towing om af te spreken dat ze de camper op 14 september in Healy komen ophalen.
Nu hebben we nog tijd om uitgebreid boodschappen te doen in Fairbanks, want in Healy is alles zo duur.

Pas om 10 uur 's avonds zijn we terug op de camping in Healy. PJ is behoorlijk uitgekakt en gaat meteen naar bed. Ik ben juist helemaal hyper en stuiter tot 12 uur in de camper. Als ik eindelijk naar bed ga, lig ik te klappertanden terwijl het helemaal niet zo koud is. Waarschijnlijk alle emotie van vandaag. Tjonge jonge wat een geld!

8 september 2011, Healy
Tja, nu hebben we nog een week in Healy, maar met de huurauto kunnen we nu wel Denali in en zijn we lekker mobiel. En een koelkast en fruitmand vol verse producten. Wat een luxe ineens.
Ik moet denken aan onze eerste kennismaking met Alaska in 2000. We reden de grens over en onze oude Mercedesbus kreeg kuren en we haalden net het gehucht Tok (inwoners 800). De versnellingsbak was helemaal aan gort en moest gerepareerd worden in 'de stad'. Dat bleek ook Fairbanks te zijn, maar dat ligt 5 uur van Tok vandaan! 26 dagen lang stonden we op een autosloopveldje van de plaatselijke garage, toen nog zonder laptop, elektriciteit en met alleen een draagbaar chemisch toiletje.

Ik schreef in 2000: Tja, en wat doen wij zoal de hele dag? Allereerst tot tien uur uitslapen. We zitten al flink noordelijk, dus de dagen zijn hier erg lang. De zon gaat om pas kwart voor elf onder en komt om vier uur al weer op. We gaan als een razende door onze boekenvoorraad heen en ik maak tijdrovende maaltijden zoals kippenragout van kippendijen. Elke dag gaan we e-mailen in een souvenirwinkel, twintig minuten lopen vanaf de garage. Voor het gebruik van de computer betalen we in eerste instantie €7,- per uur. Na een paar dagen kan ik dit, als nieuwe vaste klant, afdingen tot €2,30 per uur. We e-mailen dagelijks. Het is het uitje van de dag! We kopen voor 35 dollarcent een gestencilde Tokse krant die wekelijks uitkomt. Hierin wordt geadverteerd voor de tien kerkgemeenschappen die Tok rijk is, maar ook voor de drie verschillende Anonieme Alcoholisten verenigingen! Ook staan er de openingstijden van de bibliotheek in waarbij wel expliciet wordt gemeld dat "de vrijwilligers die de bieb runnen ook een privéleven hebben, maar dat ze hun best zullen doen zich aan de openingstijden te houden. Excuses voor het eventuele ongemak". Hilarisch toch?  

Door deze ervaring heb ik het volgende geleerd: als we minder dan 50 boeken in onze 'huisbibliotheek' hebben word ik zenuwachtig, dus vullen we voorraad altijd aan met tweedehands Engelse boeken die we ruilen of kopen voor een kwartje in de bieb. Ook heb ik altijd een puzzelboek in de kast. Ik snap absoluut niets van kruiswoordpuzzels, maar als je je echt verveeld zijn woordzoekers wel vermakelijk.
Gelukkig hebben we dit keer wel elektriciteit, staan op een camping en hebben we een laptop en Internet. We kunnen zelfs 'Uitzending Gemist' kijken en zijn begonnen met aflevering 1 van "De Lama's". Daar wordt PJ altijd zo vrolijk van. Buiten zitten is wat minder hier in Alaska, het is maar 12 graden overdag, maar de zon schijnt geregeld.

   

Omdat we niet meer zo vroeg opstaan en uit verveling een middagdutje doen, maken we het 's avonds laat. Daardoor missen we op een bewolkte avond het Noorderlicht niet! Het is door de bewolking niet zo spectaculair, maar dit kunnen we in ieder geval in ons zak steken.

   

                                        tja...

9 september 2011, Healy Alaska
Met onze huurauto rijden we elke dag wel even Denali National Park in. De toendraherfstkleuren zijn nu wel over het hoogste punt heen en de rode blaadjes beginnen te vallen. Maar de populieren beginnen net geel en oranje te kleuren. Elke dag zien we elandstieren en PJ maakt deze waanzinnige foto door op de grond te gaan liggen!

 

Ik ben verrast als ik tot de ontdekking kom dat de oude schoolbus uit de film "Into the Wild" (2007)honderd meter van de camping in Healy geparkeerd staat! Deze prachtige film is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Christopher McCandless die alle schepen achter zich verbrand en als zwerver Noord Amerika doortrekt. Op zijn tocht door de Verenigde Staten ontmoet McCandless (prachtig neergezet door acteur Emile Hirsch) de ene opmerkelijke persoonlijkheid na de andere. Niettemin vestigt Christopher zich nergens definitief, want hij heeft één groot doel en dat is helemaal afgesloten van de mensheid in de natuur van Alaska te leven. Hij trekt in een afgelegen gebied bij Denali National Park in een oude schoolbus en is in eerste instantie tevreden met de isolatie, de schoonheid van de natuur en het leven van wat de natuur geeft. Een prachtige filosofische film met een tragisch eind. Een aanrader!
De echte bus staat nog steeds in de wildernis te roesten, maar om daar de film op te nemen was vanwege technische redenen niet mogelijk. Een kopie van de bus werd gebouwd uit twee oude bussen van hetzelfde type. Deze bus staat dus in Healy bij restaurant 49th State Brewing Company.

     

 
                                                           de binnenkant van de oude schoolbus

   
Christopher's laatste kaart aan z'n ouders        De echte Christopher met z'n buit                  Z'n laatste woorden...

Na een nacht regen, rijden Denali park in en zien dat er verse sneeuw op de bergen ligt! De elandstieren die we zien lijken elke dag groter. Ze beginnen nu zelfs een beetje te sparren met elkaar.

 

 

Hier is de link van ons Youtube fimpje: http://www.youtube.com/watch?v=bnaQEMSlaz0 van de twee elanden hierboven. Het lijkt wel of ze een dans uitvoeren, zo slow motion als het gaat.

We houden elke dag het weerbericht van het Noorderlicht in de gaten. Het Noordpoollicht loopt als een band om de bovenkant van de aarde en is er altijd!! Maar is natuurlijk alleen zichtbaar als het donker is en de stormen in het heelal zijn niet altijd even heftig. Voor 9 september is er een flinke storm voorspelt, maar bij ons is het bewolkt en miezert het! Met afschuw zien we de auroragrafiek pieken naar enorme hoogten. We overwegen zelfs zuid te gaan rijden naar Anchorage ofzo, maar dat is 5 uur rijden en geen optie. .
De volgende dag moeten we lezen dat de Aurora Borealis zuid tot in Montana te zien was en vrijwel heel Scandinavië was bedekt door de groene band! Hoe frustrerend als je midden in de band zit en niets gezien hebt.
Maar in de nacht van 11 op 12 september is er weer een stormpje voorspeld. Niet zo heftig als twee dagen geleden, maar volgens het weerbericht kunnen we een onbewolkte nacht verwachten, dus wij gaan ervoor. Eén nadeel is dat we ook een volle maan hebben, die voor teveel licht kan zorgen op het Noorderlicht.

   
Om half 8 's avonds komt de volle maan op.        Fairbanks ligt midden in de band        De grafiek voor 11 september (achteraf)

Om kwart over tien zien we ineens een groene 'regenboog' over de camping! We nemen snel een foto met onze camper en een paar foto's van onze eigen "Into the Wild" schoolbus die op de camping staat.

 

Daarna rijden we met de huurauto naar andere plekken, waar de noordelijke hemel beter kunnen zien. Meestal zien we alleen de groene boog of een dikke straal, het noorderlicht 'danst' niet echt. Soms is het ook een tijdje stil en vragen we ons af of het al afgelopen is. Maar we houden vol.

 
Foto links: het steelpannetje is te zien door de boog

We sjezen even naar Denali park omdat het ons wel mooi lijkt om de bergen op de voorgrond te hebben. Op het hoogste punt van de weg staan een stuk of tien fotografen in hun auto's te wachten. Nou, dat vind ik dus niets; als er dan noorderlicht te zien is, doe ik natuurlijk per ongeluk de autodeur open en verpest andermans foto met het binnenlichtje van de auto. Dus rijden we terug naar Healy.
Om half 2 gaat de Aurora ineens 'dansen'. Wat een prachtig gezicht! De foto's zijn moeilijk te nemen omdat we naast de snelweg staan en het nog behoorlijk druk is 's nachts. Maar we wilden toch graag dit Alaska treinstel op de voorgrond.

Om drie uur 's nachts zien we nog steeds groenige banen in de lucht, maar dan komt er ook bewolking binnen. Op de begraafplaats van Healy nemen we dan nog deze foto (de plek te laat ontdekt) die ik wel symbolisch mooi vind met het kruis. Om half vier gaan we terug naar de camping en moe maar voldaan naar bed.

 

 

 

De volgende dag slapen we lang uit en maken aan het eind van de middag nog een rondje Denali. We zien een enorme elandstier die een groot gedeelte van z'n gewei verschuilt achter de bomen.
Een manier om in te schatten hoe groot het gewei van een eland is door de punten van het voorste gedeelte te tellen. Als de eland 3 tot 4 punten heeft, dan is de doorsnee van het gewei minstens anderhalve meter. Wij tellen bij deze stier zes punten!

 

 

 

14 september 2011, Healy Alaska
Vandaag wordt de camper dan eindelijk naar Fairbanks versleept. De sleepwagen verschijnt om half 12 en een uurtje later is hij met ons huisje onderweg. Hij brengt onze camper naar de 'Diesel Doctor' in Fairbanks die gespecialiseerd is in dieselmotoren. We hopen maar dat ons hebben en houwen in goede handen is bij deze dokter.

   

De volgende dag ligt de halve motor al uit elkaar en vrijdagmiddag komt het verlossend woord: we hebben de motor niet opgeblazen. De oliekoeler is vervangen, maar de radiator zit vol met stroperige olie en ook de waterpomp moet vervangen worden. De monteurs hebben de motor zover in elkaar gezet dat ze hem konden laten lopen en testen en verder klonk die goed. Maar ze hebben nog wel een paar dagen nodig om de boel weer in elkaar te zetten. Dus voorlopig zijn we hier nog niet weg.

15 september, Fairbanks Alaska
Ondertussen hebben wij ons intrek genomen in het Wedgewood Resort in Fairbanks. Voor 50 euro per nacht (naseizoenprijs) hebben we een appartement gehuurd
met een woonkamer met twee banken en een bureautje, een eetkamer, een badkamer, een keuken en een slaapkamer met walk-in closet! We hebben tv in de woonkamer én in de slaapkamer. En een balkon op het oosten. We zijn erg blij met ons tijdelijke huis. Het is een appartement met de luxe van een hotel; 's morgens wordt er een krant onder de deur geschoven en als we weg geweest zijn is het bed opgemaakt, hangen er schone handdoeken, is de keuken en de badkamer gesopt en de woonkamer gestofzuigd. Het appartement is zo groot dat we elkaar regelmatig kwijt zijn.

   

De loofbomen beginnen hier prachtig te kleuren. Twee maal daags maken we een heerlijke wandeling door het "± 300.000 vierkante meter Wedgewood Wildlife Santuary", wat deze hotelketen heeft aangekocht en grenst aan het appartementencomplex. Het bevat een meer met observatieterrassen en een fotografieschuilhut. In de zomer zijn hier veel watervogels, helaas zijn de meesten nu al vertrokken. Maar in de schuilhut fotograferen we wel bevers en twee toendrazwanen.

 

   

 

Er is ook een taiga bos en een enorm graanveld ("Creamer's Field Migratory Waterfowl Refuge") waar in de zomer kraanvogels neerstrijken. Helaas zijn ook de kraanvogels al naar het zuiden getrokken, maar er 'grazen' nog wel honderden Canada ganzen. De wandelpaden zijn allemaal rolstoeltoegankelijk (PJ's standaard vraag als we gaan hiken). Verder is er op het terrein een museum met antieke auto's, een Bird Observatory waar je achter glas zaadetende vogels kunt observeren (op dit moment alleen koolmeesjes) en een grasveld met oude Alaska hutten, waar op het dak wilde bloemen groeien. De aangelegde plantsoenen hebben nog verrassend veel bloeiende bloemen. Een behoorlijk uitgebreid resort dus en ik ben blij dat PJ dit op het Internet gevonden heeft.

   

   
veldbloemen op het dak van een Alaska hut                                Intrigerende patronen in gevallen herfstbladeren...

Naast wandelen en shoppen, rijden we wat rond. Het jachtseizoen op de elanden is in volle gang en dat merkten we als we de Chena Hot Springs weg rijden (waar wij in andere jaren mooie foto's hebben genomen). De kogels vliegen letterlijk om onze oren! Niet de beste plek om te zijn. Jagen hoort hier gewoon bij het leven; de gouverneur van Alaska neemt midden in zijn campagne tijd vrij om op elanden te gaan jagen. En zegt dat ook vrijuit in de krant.
Verder zitten we veel achter de laptop, ouwehoeren we op Facebook, werk ik de website bij, kijken we televisie en lezen we.

22 september 2011, Fairbanks
De Diesel Doctor is langer bezig met de operatie dan verwacht, want steeds moet er weer een ander onderdeel vervangen worden. We hebben dan de motor niet opgeblazen, maar er is toch erg veel schade aan de motor. Maar eindelijk - na zeven werkdagen - is de camper klaar om de garage te verlaten.

23 september 2011, Fairbanks Alaska
Omdat de camper gisteren pas aan het eind van de middag klaar was, zijn we nog een nachtje in het appartement gebleven. De volgende morgen zijn we wel even bezig voordat we alle spullen, die we in de acht dagen hotel bij elkaar verzameld hebben, weer op de juiste plek in de camper terug hebben. Daarna rijden we naar het vliegveld om de huurauto af te leveren. Nog even tanken, even boodschappen doen bij verschillende supermarkten en een buitenkraan vinden die nog niet afgesloten is om de watertank te vullen met drinkbaar water. Pas om een uur of 11 zijn we klaar om de testrit naar Denali National Park te gaan maken. We hebben gekozen voor een weg die we nu wel op ons duimpje kennen, lekker vertrouwd met een paar steile testheuvels. Maar we zijn Fairbanks nog niet uit of in het dashboard gaat een lichtje branden: 'Check motor' (ga onmiddellijk naar je dichtstbijzijnde dealer). We zijn in de buurt van de Diesel Doctor dus rijden we daar naar toe.
De eigenaar stelt ons gerust, de computer in de pick-up ziet dat er een onderdeel in de motor ontbreekt, maar dat hebben we volgens de dokter niet nodig. Hij kijkt even onder de motorkap en ziet dat er olie drijft in het koelwater. Dus spoelt hij het systeem even schoon en vult het koelwater bij. We kunnen onderweg gaan. "No worries". Het lichtje 'check motor' gaat meteen weer branden.
Net buiten Fairbanks checken we het koelwater even en de eerste druppels olie drijven alweer in het koelwater. Dat baart ons wel een beetje zorgen.
Na drie uur rijden komen we aan het eind van de middag in Denali Park aan. Op 17 september is het  toeristenseizoen afgelopen en alle winkeltjes, bezoekerscentrum, wasserette en openbare douches zijn gesloten. De bussen rijden al niet meer sinds 15 september. Maar vreemd genoeg is de enige weg (250 km) die het park inloopt nu tot kilometer 50 (zolang het weer het toelaat) toegankelijk voor iedereen. Normaal kunnen we met onze camper maar 25 kilometer het park inrijden, de rest moet je met de bus doen, maar als het park 'gesloten' is kunnen we veel verder rijden!

   

Het is een rare gewaarwording om alle openbare gebouwen en winkeltjes met houten platen afgeschut te zien, best een beetje luguber. We zijn de enigen met 'buitenstaatse kentekenplaten' die rondrijden, de rest van de bezoekers komen uit Alaska. Het is ook al behoorlijk laat in het seizoen om nu nog in Alaska te zijn. We rijden vrijdagavond een paar keer heen en weer, maar zien geen wildlife.
We kunnen nu gratis overnachten op Riley Creek Campground en krijgen niet meer of minder service dan we een maand geleden kregen toen we hier met Hannie en JP sliepen en er 28 U$ voor moesten betalen. Het is best koud en we halen het donzen winterdekbed maar eens tevoorschijn. Het is tenslotte vandaag officieel herfst.

24 september 2011, Denali National Park
Net na zonsopgang rijden we het park in. Het is bewolkt en boven de rivieren hangt een dikke mist, wat mooie plaatjes oplevert. De herfstkleuren zijn op een paar plekken na helemaal verdwenen. Na een paar keer heen en weer gereden te hebben, zien we ineens een groter elandstier die de heuvel af komt stormen. Hij is bezweet en stoomt in de koude ochtendlucht. Een mooi gezicht. En laat hij nu ook nog eens een van de weinige plekken uitgekozen hebben, waar er nog een beetje herfstkleur is. Ik schiet een paar foto's met de 600mm door het open raam.

   

We zijn toch niet gerust over die olie in het koelwater en rijden 's middags terug naar Fairbanks en overnachten op het parkeerterrein van de Walmart supermarkt. We hebben een testrit van 750 kilometer gedaan en het koelwater is nu helemaal troebel van de olie en de wanden van het koelwaterreservoir zijn zwart van de aangekoekte olie.

25 september 2011, Fairbanks
Het is zondag en we moeten nog een hele dag uitzingen, voordat we morgen naar de Diesel Doctor kunnen, dus boeken we twee nachten in het Wedgewood Resort. 'Ons appartement' is bezet, dus krijgen we een ander appartement. Een verdieping hoger, dezelfde inrichting, ander uitzicht en dit keer met een flatscreen televisie. De hele middag kijken we afleveringen van Ice Road Truckers. 's Avonds bak ik een sock-eye zalm in de oven.

26 september, Fairbanks
Al om half 9 staan we op de stoep bij de Diesel Doctor. Ook deze keer is de eigenaar niet onder de indruk. "No worries", hij spoelt het systeem gewoon weer even door. Er is zoveel olie in de motor gekomen, dat dit gewoon residu is dat nog naar boven komt drijven. We hadden niet verwacht dat we zo snel alweer klaar zouden zijn en hebben nog een nachtje in Wedgewood Resort te goed. Nou, daar maken we dan maar het beste van. Het is een prachtige herfstdag en we wandelen nog een keer om het meer van het Wedgewood Wildlife reservaat. De twee toendra zwanen weerspiegelen weer prachtig in het meer.
Als ik 's middags gewoontegetrouw de websites van het noorderlicht voorspellingen check, zie ik dat er op dit moment een enorme Aurora storm door het heelal woedt!

Maar het duurt nog zeker 7 uur voordat het hier donker genoeg is om het ook te kunnen zien. Ondertussen komt de bewolking langzaam binnen drijven. Eindelijk valt de avond, maar hiermee trekt ook de bewolking dicht. Ik zit me te verbijten, op het Internet noemt de ene site het 'storm niveau" een andere heeft het over "extreem++". De grafiek begint te pieken en wij zitten er middenin. Maar zien er niets van!!! Zooo frustrerend. PJ wordt helemaal gek van mij als ik om de tien minuten naar buiten ga, in de hoop iets te kunnen zien. We gaan om half 12 naar bed en elk uur zet ik de wekker, het zou toch maar ineens op kunnen klaren...

27 september 2011, Fairbanks
Gebroken en gefrustreerd word ik wakker. De eerste foto's van de Noorderlicht show verschijnen al op het Internet. Wat was het spectaculair... Zucht! Een man uit Noorwegen reageert: "De sterkste aurora die ik ooit heb gezien, scheen zelfs door de bewolking heen". Nou bij ons dus niet!
Deze aurora gaat de boeken in als 'de sterkste magnetische storm in jaren'. Aahgggrr.
De Fairbanks ochtendkrant is weer onder de deur door geschoven en een artikel meldt dat ook vannacht de Aurora storm blijft nagalmen. Maar dan moeten we wel uit de bewolking zien te komen.

             

Vandaag moeten we dan echt vertrekken. Tussen de steden Fairbanks en Whitehorse (bijna 950 kilometer) zitten maar drie nederzettingen (Delta 884 inwoners, Tok 1214 inwoners en Haines Junction 811 inwoners). Normaal vinden wij die grote leegte van dit continent zo aantrekkelijk, maar nu boezemt het ons angst in. Als we ergens panne krijgen, hoe vinden we dan hulp.
Het is -2 graden Celsius en PJ krabt de voorruit schoon. De motor start in een keer en snort als een tevreden poes. Het lichtje 'check motor' brandt weer. We wagen het er maar op. We zijn van plan om morgen in Whitehorse langs de Ford dealer te gaan voor een second opinion en natuurlijk weer een spoeling. In Delta fotografeer ik een paar borden, de koudste temperatuur gemeten was in 1975 en was -72 graden Fahrenheit. Dat is MIN 57 graden Celsius !!!!! We willen niet graag vast komen te zitten in Alaska in de winter.
De grote leegte lijkt mee te vallen als we in the middel of nowhere een huis met reclamebord zien voor een hondentrimsalon! Zouden ze veel klandizie hebben? Tijdens een snelle stop in Tok pikken we wireless Internet op en ik check de Aurora website: de storm woedt nog steeds en zal ook vannacht doorgaan.

Om 5 uur gaan we grens Alaska - Canada over. De Canadese douanebeambte ziet onze paspoorten en begint met een dik accent in het Nederlands tegen ons te praten! Grappig.
De hele dag rijden we al met bewolking boven ons hoofd. Met het Noorderlicht in ons achterhoofd blijven we doorrijden. Eindelijk: blauwe lucht voor ons. Maar dan duurt het nog een paar uur voordat ook het noorden achter ons wolkenvrij is en dat hebben we nodig om de show te kunnen zien. Om 8 uur 's avonds is het overal helder. Nu nog een overnachtingsplek zien te vinden, waar we ook een mooie voorgrond voor de foto's hebben. Op de wegenkaart zie ik dat we niet ver van het Kluane meer zitten. We hebben daar wel eens vrij gekampeerd omdat het zo'n mooie plek is. En water op de voorgrond zou voor een mooie weerschijn van het noorderlicht kunnen zorgen. Het begint nu donker te worden en de weg heeft veel slechte plekken. Als je daar te hard over rijdt, wordt de camper gelanceerd. Eindelijk om kwart over 9 's avonds vinden we een geschikte plek voor de overnachting. PJ heeft dan al 11 uur achter het stuur gezeten.
Ik warm snel een blik soep op en maak een paar crackers met Chedder kaas. Ik ben er zo van overtuigd dat we het Noorderlicht gaan zien, dus ik zit op hete kolen. We lepelen onze soep naar binnen en halverwege doe ik het camperlicht uit om naar buiten te kunnen kijken. PJ schiet uit z'n slof.
"Mag ik !@#$ mijn soep eerst opeten?

 

Als we klaar met eten zijn, kan ik me niet langer inhouden, ik weet gewoon zeker dat het Noorderlicht al bezig is. Ik doe nogmaals het licht uit en jawel: de eerste groene slierten verschijnen in het noorden!!! We kleden ons warm aan en PJ zet de camera op de juiste instelling om dit te kunnen fotograferen en laat mij de hele avond op de knop drukken. Het begint met een soort groen rooksignaal in het noorden maar al gauw wordt ook het oosten bij de show betrokken. Hoe donkerder het wordt, hoe intenser de kleur. Wat is het mooi!

  

 

PJ laat mij zien hoe je door middel van een zaklamp de voorgrond kunt verlichten op de foto. Hij verft als het ware over de boom of camper met het licht terwijl de lens een lange tijd open staat. Een wonderlijk resultaat.

  

  

Ik experimenteer met het aantal seconden dat de lens openstaat; 10, 15, 20 of zelfs 30 seconden. De camera heeft daarna nog eens dertig seconden nodig om de foto op de geheugenkaart weg te schrijven, voordat ik de volgende foto kan nemen (en wij hebben hele snelle geheugenkaarten!). Nou lijkt een minuut per foto niet lang, maar ik kan je verzekeren dat ik regelmatig sta te springen en de camera sta aan te moedigen om op te schieten. Het komt vaak voor dat ik een foto naar het oosten neem en tijdens de eerste dertig seconden het noorderlicht in het noorden ineens veel mooier is. Zodra ik de camera hoor klikken, draai ik het statief gauw de andere kant op, stel de camera in en dan maar die seconden wachten tot de camera klaar is voor een nieuwe foto. En de show duurt nu al twee uur! De reflectie in het water valt tegen, ik was vergeten dat het Kluane meer heel groot is en als de wind er vat op krijgt, zijn er heuse golven in het water. Maar het water weerspiegelt soms wel groen en dat is ook mooi.

  

  

  

Om half 1 beginnen die vreemde wolken recht BOVEN ons ineens groen te kleuren! Het noorderlicht beslaat nu het noorden, oosten en ruim boven ons naar het westen. Dat is bijna de hele lucht! Om 1 uur doet het vuurwerk er nog een schepje bovenop. Het licht dans, krult, waait  en schiet met enorme snelheid door het luchtruim. We zien groene strepen, witte vegen en rode randen. Dertig seconden de lens openlaten is dan veel te lang, maar in mijn enthousiasme vergeet ik de sluitertijd te veranderen. Maar in mijn hoofd blijft het vereeuwigt. Om 2 uur begint het een beetje af te zwakken. We zijn doodmoe (vind je het gek, na 11 uur rijden met een knoop in je maag en 4 uur met je hoofd omhoog) en koud tot op het bot en besluiten naar bed te gaan. Morgen hebben we nog een flinke rit voor de boeg. Het voelt bijna oneerbiedig om naar bed te gaan, terwijl de hemel nog doorgaat met de uitvoering. Het duurt lang voordat we in bed weer op temperatuur zijn.

  
                rechtsboven: Dit is de laatste foto die ik maak (toen het begon af te zwakken!) 't Is maar wat je afzwakken noemt!

28 september 2011, Kluane Lake Canada
We worden na 5 uur slapen wakker met een bewolkte lucht en een voldaan gevoel. Zo, dit kunnen we in ons zak steken. We vinden eerlijk gezegd dat we het ook wel een beetje verdiend hebben. We vervolgen onze weg over de Alaska Highway. Het lijkt of we achterstevoren het herfstseizoen weer inrijden: in Alaska zijn de rode toendrakleuren allang vervaagd, de loofbomen zijn van briljant naar bruin gekleurd en we hebben de bladeren zien vallen. Hoe zuidelijk we in Canada komen hoe geler de loofbomen weer worden.

Om 1 uur 's middags komen we in Whitehorse aan en rijden meteen naar de Ford garage. Wat een tegenvaller; deze Ford dealer verkoopt alleen auto's en heeft geen garage.

We proberen of we het systeem bij Canadian Tire kunnen laten spoelen, maar daar hebben ze pas over drie dagen tijd voor ons. Er zit niets anders op dan door te rijden naar de volgende civilisatie (1250 kilometer). We overnachten in het gehucht Teslin, pikken snelle wireless Internet op en kijken een paar afleveringen van "De wereld draait door". Zijn we weer helemaal op de hoogte van ons idiote kabinet (doe eens normaal man!). De noorderlicht storm raast nog steeds (!), maar bij ons is het bewolkt.

29 september 2011, Teslin Canada
De hele dag regent het. De kortste weg naar de beschaving is 700 kilometer via de Cassiar Highway. Maar anderhalve maand  geleden heeft een enorme modderlawine een gedeelte van de weg overspoeld. Met man en macht wordt eraan gewerkt om de weg weer begaanbaar te maken, de Cassiar is tenslotte een belangrijke toegangsroute naar Alaska. De weg is bij Bob Quinn Lake elke twee uur even open en daar zullen we 40 kilometer in een karavaan achter een pilotcar aan moeten rijden. PJ is daar niet zo happig op, hij rijdt liever in zijn eigen tempo, zeker omdat de motor bij een langzame snelheid nogal heet wordt. We realiseren ons dat we de laatste 'pilot' van 6 uur gemist hebben en pas morgenochtend om 8 uur de eerste kunnen pakken. Toch rijden we door naar het Quinn Lake om even de situatie met de pilotcar te zien. Als we er om 7 uur aankomen staat er een rij auto's en vrachtwagens met draaiende motor.

Merkwaardig, dus ik loop even naar de wegwerker die de slagboom 'bewaakt'.
"Gaat er nog een pilot vanavond?", vraag ik hem.
"Vanaf 8 uur is de weg de hele nacht open en je mag er doorheen zonder pilotcar"
Dat is mooi, dan kunnen we in ons eigen tempo door de constructie. Ik maak een snelle Surinaamse kiproti maaltijd en tien minuten nadat de weg opengesteld is, gaan we in het pikkedonker op weg. Gelukkig staan er veel paaltjes met reflectoren en eigenlijk merken we nergens iets van de modderlawine. We overnachten aan de andere kant van de 40 kilometer zone.

30 september 2011, Cassiar Highway Canada
We hebben met onze Engelse vriend Doug afgesproken op de hoek bij de afslag naar Hyder. Dougie is drie jaar geleden naar Canada geëmigreerd en heeft er geen probleem mee om 380 kilometer (enkele reis) te rijden om ons te ontmoeten. We hebben hem tweeënhalf jaar geleden voor het laatst gezien toen we gezamenlijk op een Kermode beer aan het jagen waren. Dit is een zeldzame zwarte beer met een witte vacht (geen albino!). Geschat wordt dat er nog maar minder dan 200 bestaan, dus toen wij er in 2009 met heel veel geduld toch nog twee witte beren vonden, waren we erg blij. Dougie werkt als een soort magneet op deze dieren en hij heeft er deze zomer al vier verschillende gezien, waarvan 1 in de achtertuin van z'n overbuurman!
Het weerzien is hartelijk. Wij hebben vanochtend twee keer een zwarte beer aan de kant van de weg zien grazen en ik vraag Dougie of hij ook nog iets gezien heeft onderweg.
"Ja, twee zwarte beren", antwoordt hij en daarna zegt hij quasi nonchalant: "en een witte..."
Ik geef hem een stomp op zijn arm: "Dat meen je niet!"
In hetzelfde weiland waar wij in 2009 een witte beer zagen, heeft hij er vanochtend ook 1 gezien. Dat is nummer vijf voor Dougie! Na Hyder moeten we ons geluk daar maar gaan beproeven.

De doodlopende weg naar Stewart/Hyder is 60 kilometer lang en wij hebben vele zomers op het uitkijkplatform van Fish Creek doorgebracht om vissende grizzlyberen te zien.
Door de hevige regenval die de hele zomer geduurd heeft, is de rivier in een kolkende massa verandert die enorme boomstammen heeft meegesleurd en de rivier is buiten z'n oevers getreden. Hierdoor is er een brug weggeslagen, is de weg op tien plaatsen afgebrokkeld tot de middenlijn en heeft een rotslawine de weg geblokkeerd. Onze fossiele vrienden Bob en SueAnn waren al zeven weken in Hyder toen de twee dorpjes van de buitenwereld afgesloten werden. De weg werd officieel als rampgebied uitgeroepen en het leger kwam met materieel en een 'Bailey Brug'. Toeristen die met een personenauto waren gekomen, werden geëvacueerd met een vliegtuig, terwijl hun auto's op een soort plat binnenschip naar Prince Rupert gebracht werden. De camper van Bob en SueAnn en die van nog vijf andere echtparen was hiervoor te groot, dus zaten ze een week in onzekerheid of ze nog weg konden komen.

   
                                    Deze foto's heb ik van Facebook afgehaald, ik weet niet wie ze genomen heeft.

Op dit moment is de weg 1 keer per dag open. Ik begrijp dat jij je nu afvraagt waarom wij in vredesnaam er vrijwillig voor kiezen om dan nu naar Hyder te gaan.
Nou, dat zit zo: toen wij vastzaten in Healy, Alaska zat Bob vast in Hyder en dagelijks stuurde hij ons
e-mailtjes over vissende wolven in Fish Creek!! Wolven die vissen eten is een uniek verschijnsel en dit dagelijks vanaf een platform kunnen zien is misschien iets dat je een keer in je leven meemaakt. Dus toen de weg eindelijk een keer per dag opengesteld werd, waren Bob en SueAnn niet van de partij! Bob schreef dat het te goed was om dit te verlaten. Maar ook zij zijn uiteindelijk een week later weggegaan.
Wij hebben de weersvoorspelling van Hyder gecheckt en voor het weekend voorspellen ze zon! Dat komt sowieso niet vaak voor in een kust regenwoud, dus willen we van de situatie gebruik maken. Misschien zien wij de wolven ook wel!

We arriveren anderhalf te vroeg bij de pilot auto, maar we hebben genoeg bij te praten met Dougie. Lekker comfortabel in de camper met een mok koffie kletsen we uitgebreid over de afgelopen twee jaar.
Om 12 uur vertrekt de pilotcar met een sleep auto's en vrachtwagens achter haar. De destructie van de natuur is werkelijk overweldigend en het zal nog maanden duren voordat de weg weer aan beide zijden begaanbaar is. Ook hier wordt met man en macht aan de weg gewerkt. We zien nog een zwarte beer als we in een karavaan achter de pilotcar aanrijden.

   
           zwarte beer kijkt ons na                  de 'Bailey Brug' over de ravage geplaatst

   

Een uur later zijn we in Stewart en het giet. Dougie checkt in in het King Edward Hotel en biedt ons een lunch aan. Wij gooien onze was in de openbare wasserette in hetzelfde hotel en we eten een King Eddy hamburger. Het duurt uren voordat onze was droogt in de droger, dus zitten we uren te kletsen. Maakt niet uit, het goede weer is pas voor morgen voorspelt.

Pas aan het eind van de middag rijden we door naar Hyder en het Fish Creek platform. Het is alweer drie jaar geleden dat wij hier voor het laatst waren en het eerste dat ons opvalt is dat het platform zo hoog boven de rivier gebouwd is. Het toeristenseizoen is officieel afgelopen en de rangers werken niet meer. Je mag het platform op eigen risico betreden. Het tweede dat ons opvalt is dat er geen vis is in de kreek! Door de hevige regenval zijn ook de dode vissen weggespoeld en is er voor beren (of wolven) geen reden meer om hier te komen. Dat is wel even een tegenvaller. We hangen wat rond en zien toch nog een zwarte beer met een schattig jong die graast van het groene gras aan de waterkant.

 

1 oktober 2011, Hyder, Alaska
Het is niet vroeg licht, dus pas om 8 uur zijn we weer terug op het platform. Dougie heeft twee Ketazalmen ontdekt in de kreek en ze Claudia en PJ genoemd. Geduldig wachten we op wat er gaat komen. Het zwarte beertje met haar jong verschijnt om 9 uur en daarna nog twee keer die dag.

   

Verder komen er nog twee verschillende zwarte beren. Een beer balanceert op een omgevallen boom in de lagune en valt pardoes in het water.

 

Er zijn niet veel toeristen die zo laat in het seizoen nog naar Hyder gaan, maar we komen nog wel Duitse wereldreizigers tegen in een stoer voertuig. We raken in gesprek en ze vertellen dat ze op weg zijn naar Zuid Amerika. Ze waren daar al eerder op een vierweekse vakantie en hebben veel reizigers ontmoet.
"Een stel was al acht jaar onderweg en dat inspireerde ons om ons leven om te gooien en te sparen voor deze camper en te gaan reizen".
Uiteraard vertellen wij dat wij in 2005-2006 in Zuid Amerika waren. Een paar uur later komen ze op ons af. "Reisden jullie voorheen in een rode pick-up met camper?"
"Ja..."
"Dan hebben we jullie in januari 2006 op de camping van Villaricca in Chili ontmoet en zijn jullie onze inspiratiebron geweest!!"
Ook bij ons begint het te dagen en als ze even later de foto laten zien van hun huurcamper en onze camper in de achtergrond is het verhaal compleet.
Wat een toeval en we zijn er wel trots op dat we mensen inspireren tot een ander leven.

Helaas zien we die dag geen grizzlyberen of wolven.
Later horen we van de zoon van een ranger dat de minst schuwe wolf op twee jongens is afgelopen die op ganzenjacht waren in Hyder. Ze hebben de wolf in het gezicht beschoten met hagel! Het dier probeerde weg te komen en na nog 5 schoten hagel was het dier eindelijk uit zijn lijden verlost. Wat afschuwelijk!! Wat bezielt sommige mensen toch?
Vissende wolven was een prachtige toeristische attractie geweest, maar misschien zitten ze daar in Hyder niet op te wachten. In 2001 hebben wij ook vissende wolven gezien in Fish Creek (iedere fotograaf schoot toen nog analoog, niet digitaal) en in de winter van 2001-2002 zijn alle wolven afgeslacht. Het heeft tien jaar geduurd voor het weer voorkwam en we verwachten niet dat deze roedel de winter zal overleven.

2 oktober 2011, Hyder Alaska
We brengen nog een halve ochtend op het platform door en besluiten dan de pilotcar van 11 uur te pakken. Ik had nog een foto van de Duitsers met hun stoere camper willen nemen, ze zouden 'vroeg' opstaan om naar het platform te komen, maar om half 10 zijn ze er nog niet. Blijkbaar heeft niet iedereen hetzelfde idee over vroeg opstaan.
Ook Dougie vertrekt met ons en we zien nog drie zwarte beren onderweg. We hebben besloten om in Terrace naar de Ford dealer te gaan (100 kilometer de verkeerde kant op) zodat we ook bij Dougie thuis langs kunnen (nog eens 60 kilometer extra de verkeerde kant op). Maar vandaag is het zondag, dus we hebben geen haast om vanmiddag al in Terrace te zijn.

 
                                                   Daar komen we aan! (foto's genomen door Dougie)

Dougie gaat alvast naar huis en wij parkeren bij het bekende weiland waar we in 2009 drie dagen gewacht hebben op een Kermode beer en waar Dougie vrijdagmorgen ook een witte beer gezien heeft. Het is nog steeds zonnig en we kunnen de tuinstoelen buiten zetten. Na een uur wachten, is daar ineens de witte beer!!!! Het is een gezonde dikke beer, maar wel erg ver weg. Anderhalf uur lang genieten we van deze bijzondere zeldzame beer tot ze in de struiken verdwijnt.

   

Volgens de legende van de Indianen van Canada, heeft de raaf de aarde veranderd van sneeuw naar groene bossen. Maar hij wilde dat iedereen zich de IJstijd zou herinneren, toen de planeet nog bedolven was onder gletsjers en een koude deken van sneeuw. Daarom maakte hij elke tiende zwarte beer wit.
En voor altijd zouden zij in harmonie met elkaar leven.

Maar Kermode beren, ook bekend als Spirit Bear of Ghost Bear, bestaan wel degelijk. De wetenschappelijke verklaring voor de witte vacht van de Kermode beer is een beetje anders dan de legende van de raaf; namelijk twee zwarte beren dragen een recessief wit gen en brengen dit over naar hun kroost. Ze zijn geen albino's en ook niet verwant aan de ijsbeer.

De beren zijn zeldzaam en komen alleen voor in de regenwouden van noord British Columbia (Canada) die lopen van de kust van Prince Rupert tot Princess Royal eiland. In het binnenland loopt hun gebied tot aan Hazelton, BC. Biologen schatten dat de populatie Kermode beren bestaat uit 1200 dieren, waarvan er slechts 200 wit zijn. Ondanks dat de witte beer een beschermde diersoort is, mag er wel gejaagd worden op de andere 90% die wel het witte gen met zich meedraagt, maar waarbij dit niet te zien is. De Kermode beer is met uitsterven bedreigd omdat zijn leefgebied steeds kleiner wordt door het kappen van bomen en verkeerd management.

      
                  Leefgebied van de Kermode Beer             En een biologieles in witte en zwarte beren (bron: National Geographic)

We besluiten dat de Ford garage in Terrace wel even kan wachten en we overnachten langs de kant van weg met prachtig uitzicht op de "Zeven Zusters" gebergte. Morgenochtend willen we weer terug naar het weiland en zien of de beer er nog terugkomt.

3 oktober 2011, British Columbia, Canada
En jawel hoor; het beertje is er al als we aankomen. Deze keer heeft ze gezelschap van een vette zwarte beer en zijn een stuk dichterbij. Toen wij tweeënhalf jaar geleden voor het eerst een Kermode beer zagen in ditzelfde weiland was de beer ook samen met een zwarte beer. Omdat het juni was, namen wij onmiddellijk aan dat ze samen waren vanwege de paartijd. Maar nu is het oktober en weer is de witte beer samen met een zwarte beer! We vergelijken de foto's en komen tot de conclusie dat het dezelfde witte beer is (alleen nu flink gegroeid), maar ook dezelfde zwarte beer (heel veel littekens). Zeer merkwaardig dat de beren nog steeds samen zijn, een beer is een solitair dier dat alleen tijdens de paartijd samenkomt. We hebben er geen verklaring voor.

   

Na een uur verdwijnen ze uit het zicht en rijden we door naar Terrace. De Ford garage hoort ons verhaal aan en zeggen meteen dat ze geen tijd voor ons hebben. Maar ze willen wel even naar de olie in het koelwater kijken. De monteur vindt het heel erg meevallen, het systeem moet wel gespoeld worden (dat duurt 4 a 5 uur en niet een half uurtje zoals bij de Diesel Doctor), maar dat kan wel wachten tot we in Calgary zijn. Het lichtje 'check motor' dat al sinds Fairbanks brandt verklaart hij ook. Omdat de Diesel Doctor een onderdeel heeft vervangen door een by-pass kit denkt de computer in de pick-up dat er iets mis is. Pas als ze een 500 dollar chip inbrengen kan de computer om de tuin geleidt worden, dus daar zullen we mee moeten leven. Gerust gesteld rijden we door naar Kitimat waar Dougie woont.
We hebben de Ford garage nog niet verlaten als we een raar vibrerend geluid horen uit de motor! We willen niet paranoia lijken en negeren het maar.

Doug is drie jaar geleden vanuit Londen naar Kitimat verhuisd, een stad met 9000 inwoners, liggend aan een fjord en omgeven door natuur. Zijn droom was tussen de beren te wonen. Nee, hij is geen tweede Timothy Tredwell die dit ook deed en is opgegeten door een grizzlybeer! En wat is er mooier als je achter je laptop zit en in de tuin van de buurman een wolverine of een Kermode te zien? Dougie rijdt vrijwel elke avond door de bossen en langs de rivieren om z'n lievelingsdier te zien. Hij laat ons nu z'n favoriete plekjes zien en we wandelen 's middags met de gele Labrador die hij drie uur per dag 'leent' van een vriendin. Net zoals in Hyder heeft de regen de dode zalmen weggespoeld en zien we geen beren.

   

4 oktober 2011, Kitimat Canada
Na de lunch vertrekken we weer richting de witte beer. Doug belooft morgenochtend 'even' langs te komen (ruim anderhalf uur rijden). We zetten de muziek wat harder om het rare vibrerende geluid niet te horen, we willen ons niet aanstellen.
Bij het weiland aangekomen moeten we een uurtje wachten en dan komt ze weer tevoorschijn, met haar zwarte maatje en dit keer op slechts honderd meter. We kunnen haar mooi fotograferen, zelfs met het licht in haar zwarte ogen. Dit is beslist geen albino!

 

We overnachten weer bij de 'Zeven Zusters' en pikken zelf in the middle of nowhere wireless Internet op. Hier is de link naar ons filmpje van de witte beer op Youtube: http://www.youtube.com/watch?v=qDc6rh36TuY (en vergeet niet terug te komen om de rest van dit verhaal te lezen!)

 

5 oktober 2011, British Columbia Canada
Ook de volgende morgen zijn de beren weer paraat en ook Doug is van de partij. Dit keer ver weg, dus we maken geen foto's. Als de beren na een uur in het bos verdwijnen, gaan we er ook vandoor. We nemen afscheid van Dougie en rijden over de Yellowhead Highway naar Prince George. Aan het eind van de rijdag maakt de motor ineens een heel schril fluitend geluid. Houdt het nu nooit eens op? We overnachten in Burns Lake.

6 oktober 2011, Burns Lake Canada
We parkeren voor een eenmansgaragebedrijf en wachten tot die open gaat. De monteur komt om 9 uur kijken, maar heeft het te druk en verwijst ons door naar de Ford garage in Vanderhoof, 130 km verder. We zetten de muziek nog een tandje harder en hopen er maar het beste van. De garage in Vanderhoof zit ook tot over hun oren in het werk en de dieselmonteur is net een cursus aan het geven en zal pas na twaalven terug zijn. Dus blijven we wachten.
Om half 1 neemt de dieselmonteur de camper mee voor een testrit. Zijn conclusie is dat er een scheurtje zit in een 140 dollar pijpje dat in verbinding staat met de uitlaat. Het kost 2 uur om dit te vervangen en daar heeft de monteur geen tijd voor, maar we kunnen er volgens hem wel mee naar Calgary rijden. De tijd begint nu echt te dringen, over vier dagen vliegen we naar Nederland.
Dus doen we oordopjes in en de muziek harder en zo rijden we weer verder.

7 oktober 2011, Quesnel Canada
We rijden naar Williams Lake en doen de was bij de openbare wasserette. Drie kwartier later ziet PJ een plas koelvloeistof onder de pick-up liggen! We rijden naar de Ford garage en je raadt het al: razend druk en ze sturen ons door naar Kamloops, 4 uur verder. Het is vrijdagmiddag en maandag is alles gesloten vanwege de feestdag Thanksgiving. Dinsdag vliegen we vanuit Calgary naar Nederland. Je begrijpt zeker wel dat we nu wel in de piepzak zitten.

Een half uur voor sluitingstijd komen we bij de Ford garage in Kamloops aan en vertellen ons verhaal. Deze garage heeft wel tijd voor ons en we kunnen woensdag 12 oktober al bij hen terecht. Maar we hebben vliegtickets voor de dag ervoor! We zullen gaan proberen de vliegtickets te wijzigen naar een week later. Hopelijk zijn de problemen met de camper minimaal en zijn we binnenkort op weg naar Calgary.

We rijden door naar het huis van Bob en Charlotte en worden weer met open armen ontvangen. Hun dochter Melissa heeft ons uitgenodigd voor het Thanksgiving diner op zondag. Thanksgiving is hier net zo belangrijk als onze Kerst en Melissa gaat voor het eerst kalkoen klaarmaken. Wij zijn dus haar proefkonijn, of moet ik proefkalkoen zeggen? We hebben een zeer geslaagd diner en zijn onder de indruk van Melissa's kookkunsten. Maar ook haar vriend Sean krijgt een vuurdoop: hem wordt geleerd hoe je een kalkoen aansnijdt, een serieuze taak.

 

 

   

M 

Maandagmorgen vertrekken Bob en Char richting Mexico en hebben dus hun huis winterklaar gemaakt, maar wij kunnen wel voor de deur blijven staan met stroom en Internet.
Dinsdagmorgen zijn we nog even naar de Ford garage gereden om hen te vertellen dat we zelf onze truck komen brengen en het tijdstip voor woensdag te bevestigen. We werden om 8 uur verwacht.

12 oktober 2011 Kamloops, Canada
Woensdagmorgen staan we om kwart voor 8 voor de deur. Het is al druk, veel mensen staan in de rij om hun sleutel af te geven, maar wij hebben dit vrijdag al gedaan en we hebben een afspraak voor 8 uur, dus gaan we in de wachtruimte zitten. Om half 9 toch maar even gemeld dat we er zijn. We herkennen niemand van vrijdag of dinsdag en zijn dus stomverbaasd als de planner vraagt wat er moet gebeuren aan de truck. PJ bleef rustig en legde alles uit.
Wij gaan weer naar de wachtruimte. Om 10 uur staat onze truck nog steeds buiten!!! Ik ga naar de balie en vraag waarom wij nog steeds niet geholpen zijn, we hebben toch een afspraak voor 8 uur. Planner loopt even weg en komt terug met een k-smoesje dat er een auto van het ministerie om half 8 was binnengebracht en technisch dus eerder aan de beurt was.

Om half 11 gaat onze truck dan eindelijk naar binnen. De dieselmonteur moet:
1. het koelwaterlek ontdekken
2. het pijpje met scheur vervangen wat het irritante fluitende geluid veroorzaakt
3. alles in de motor qua klemmen nakijken of er niets loszit

De monteur komt een uurtje later terug met de mededeling dat hij geen lek kan vinden. Daar zijn wij niet blij mee, want waar is dan die plas koelwater vandaan gekomen? Bij de Ford dealer in Vanderhoof hadden ze gezegd dat het pijpje 140 dollar kostte en dat het 2 uur arbeid was om het te plaatsen. Bij de Ford in Kamloops kost dit pijpje ineens 300 dollar en zou het vijf uur kosten op het te plaatsen. Maar ze hebben het pijpje niet op voorraad, dus de monteur kan ook hier niets aan doen. PJ vraagt hoe het zit met de koppakking.
"Dan moet ik een testrit maken en vol gas een heuvel oprijden" antwoordt de monteur met een blik van daar ga ik niet aan beginnen. Nu moet je weten dat Kamloops op zeven heuvelen gebouwd is en je bij elke hoek wel een heuvel hebt. PJ overtuigt hem dat dit toch nodig is, maar na de testrit komt hier ook niets uit. De koppakking lekt dus niet.
Het advies van de monteur is:"Zorg dat je zo snel mogelijk van deze auto afkomt!".
"Maar haal ik Calgary dan wel?" vraagt PJ.
"Gewoon heuvel op rustig aan doen".
Nou da's lekker, om in Calgary te komen moeten we over het Rocky Mountains gebergte, dat is goed voor je zelfvertrouwen.
De monteur heeft dus niets gerepareerd, niets ontdekt en ons vertrouwen in de auto behoorlijk de grond in geboord.
En of we toen even 300 dollar willen afrekenen!

Ontdaan rijden we terug naar het huis van Bob en Char. Tegen de tijd dat we daar aankomen ben ik in tranen. PJ gaat meteen achter het Internet om naar vliegtickets te zoeken en terwijl hij mij op de hoogte brengt vallen mijn ogen gewoon dicht. Ik ben er emotioneel even helemaal doorheen en ga middagtukken.
We spreken af dat we de volgende dag vroeg richting Calgary zullen rijden (650 km).

13 oktober 2011, Cranmore, Canada
We zijn vandaag aangekomen in Cranmore (100 km van Calgary). De auto liep wonderbaarlijk goed (we wennen al aan dat irritante fluitgeluid) en we hebben het rustig aan gedaan. We hebben vliegtickets voor 17 oktober, dus nog even de tijd. De volgende dag rijden langs de camperopslag om zeker te weten dat ze ons maandag verwachten. Dat is allemaal in orde.

17 oktober 2011, Calgary Canada
We staan ruim op tijd op om er zeker ervan te zijn dat de pick-up start en de opslag haalt. Alles gaat goed en we stallen de camper. PJ gooit nog voor de zekerheid antivries in de vrijwel lege watertanks. We krijgen een lift naar het vliegveld en hebben een goed vlucht naar huis.

Oktober 2011 t/m maart 2012, Nederland
Met een onbetrouwbare camper in Calgary staan we nu niet echt te springen om weer terug te gaan. PJ wil graag zijn spaargeld steken in een investering; een huis dat we opknappen en klaar maken voor de verhuur. Vrij snel vinden we een geschikte woning in Spijkenisse en maken de koop rond. Begin december beginnen we aan de verbouwing en aanschaffen van het interieur. Drie maanden later is alles klaar en de woning staat nog geen week op de verhuurmarkt of de makelaar verhuurd het aan een bedrijf in steigerbouw en isolatie.
Ons huis in Maassluis kan ook wel een opknapbeurt gebruiken en we verhuizen weer.

Terug naar overzichtspagina reisverslagen USA