Reisverslag USA en Canada 2012 - 2013

door Claudia and PJ Potgieser

 

home

who are we?

journal

our favorites

photo gallery

our book

guestbook

English

Oktober 2012,  Nederland

We sturen een mailtje rond dat we binnenkort weer op reis zullen gaan.
“Waar moet ik dan mijn Aurorakalender naar toe sturen?” is het antwoord van de altijd goedlachse Heidi, een befaamde Noorderlicht fotografe die we twee jaar geleden in Yellowstone hebben ontmoet.
“We komen hem wel bij je thuis ophalen”, is PJ’s spontane antwoord.
“Echt waar? Jij weet hoe je een vrouw gelukkig moet maken”, is het enthousiaste antwoord van vriendin Heidi.

“PJ, weet je waar Heidi woont?”, vraag ik.
“Ja, zo ongeveer”.

Ik pak de kaart van Noord Amerika erbij. “Kijk, hier landen we”, en wijs op Calgary in Canada. “En hier woont Heidi”, en wijs op het meest noordelijke puntje in de staat Minnesota.
“Holy shit”, mompelt PJ.

                        A = Calgary, E = Heidi
En zo begint onze roadtrip door allerlei staten waar we nog niet eerder waren!

Op zondag 28 oktober vliegen we naar Canada. We hebben geen last van orkaan Sandi die de oostelijke staten van de USA teistert. Zelfs geen zuchtje turbulentie.
Vanuit de lucht hebben we een prachtig uitzicht op de ondergaande zon boven de besneeuwde stad Calgary.

 

 

We hielden het weer al weken nauwlettend in de gaten, want we hadden geen zin om de camper te moeten uitgraven en net als in Nederland was het een mooie zachte herfst. Maar net als in Nederland was het ineens de laatste week een flink stuk kouder geworden en in Alberta viel zelfs de eerste sneeuw.

Dus is het bitterkoud als we een uur na de landing in Calgary buiten staan te wachten op het gratis shuttlebusje dat ons naar ons hotel moet brengen.
We checken in, brengen onze koffers naar de kamer en lopen dan snel een paar honderd meter naar een McDonalds voor een vette hap. Er ligt zo’n vijf centimeter sneeuw op de straten en het ruim onder nul met een straffe wind. Onze oren vriezen er haast af! Om half 9 ’s avonds liggen we allebei uitgeteld in bed in de warme hotelkamer.

De volgende morgen zijn we erg benieuwd hoe ons campertje erbij staat na ruim vier maanden in een buitenopslag gestaan te hebben. Na een enorm ontbijt van roereieren met worstjes, Belgische wafels, cornflakes, muffins en sloten koffie nemen we de gratis shuttlebus terug naar het vliegveld en daar nemen we een taxi naar de opslag. Ja, we blijven zuinige Nederlanders hè?
Onze taxichauffeur is een Indiër met een blauwe tulband en een enorme witte snor en baard. Hij is zwijgzaam, maar weet de opslag vijf kilometer verderop feilloos te vinden.

De camper staat er goed bij - jammer dat krakers de auto ondergepoept hebben – maar de motor start helaas niet. PJ haalt de generator tevoorschijn, maar na vijf minuten kapt die ermee.

   

Dus PJ ‘leent’ een auto bij het kantoor en hangt startkabels aan de accu. Na twee pogingen start de motor even later, maar dan gaat ook lichtje check engine (ga onmiddellijk naar de dichtstbijzijnde dealer) branden. Nee hé, dat is zo ongeveer de reden dat we vorige auto verkocht hebben!
We rijden naar een Dodge dealer en leggen het probleem uit aan chef werkplaats en hopen dat het te maken heeft met de lege accu’s en het starten met startkabels.
“Dat lijkt mij zeer onwaarschijnlijk”, is het sombere antwoord van de monteur, maar hij beloofd er vandaag naar te kijken.

 

Drie uur later komt het verlossende woord. Het komt wel door de lege accu’s en nadat de computer in de pick-up gereset is en we 100 Euro afgerekend hebben, kunnen we weer op weg. We kopen snel wat boodschappen en rijden naar de wintercamping ten noordwesten van Calgary. Daar komen we pas om half 5 aan, de dag is door onze vingers geglipt.

Dus koffers uitpakken, de boodschappen opbergen en controleren wat er allemaal niet meer werkt in de camper. De boiler is bij tijdens de  vorige winteropslag kapot gevroren en dat hebben we nog niet laten maken. De waterpomp van de camper doet het niet (bevroren?) en de toilet trekt niet door, dus dat moet even met een emmertje. We hebben een klein elektrisch kacheltje gekocht en al gauw is het bloedheet in de camper.

Bij het uitpakken van de koffer, kom ik erachter dat ik vergeten ben het zakje medicijnen in te pakken, die we vorige week bij de apotheek hadden opgehaald. Het gaat om PJ’s cholesterol pillen en voor mij de anticonceptiepillen. We vragen aan vrienden in Nederland of zij ze uit de stacaravan willen ophalen en met DHL te versturen naar Heidi’s adres. We checken het weer (sneeuw) en afstanden en zijn er nog niet over uit wat we gaan doen en welke kant we eerst op zullen gaan.

 

 

 

 

30 oktober 2012, Calgary Canada
Als we wakker worden is het nog pikdonker (vervelend die jetlag), maar zodra de eerste zonnestralen de horizon kleuren ga ik met een fototoestel naar buiten. Een volle maan zakt langzaam onder en de zon komt met veel bombarie op.

   

               

PJ repareert de niet werkende waterpomp, wat slechts een kapotte zekering blijkt te zijn, maar als hij de pomp aanzet, horen we ineens water stromen in het keukenkastje. Helaas, het waterfilter is kapot gevroren en het water spuit door het kastje! PJ haalt het filter er tussen uit en repareert de waterslang provisorisch met een schroef in de leiding. Ook het toilet zal moeten wachten tot het iets warmer is om aan dit soort klussen te beginnen.

Als we woensdag 31 oktober (weer om 6 uur) wakker worden, is het Halloween, -6°C en ben ik weer een jaartje ouder. Mijn bezoek aan het douchegebouw is een beetje griezelig. Van de drie douches (muntdouches, daar heb ik zo'n hekel aan, zeker als je net €35 voor de camping hebt neergeteld) zijn er twee buiten gebruik. Terwijl ik me in de enige beschikbare douchehokje sta uit te kleden, gaat ineens de douche naast mij lopen! Halloween spoken? En zonder dat ik een muntje in het apparaat heb gestopt, begint ook uit mijn douche heet water te stromen. Ik spring dus maar onder die gratis douche. Slippers houd ik wel vaker aan onder de douche, maar nu houd ik voor het eerst van mijn leven mijn gebreide muts op! Tjonge jonge, wat is het koud! Daarna maken we ons routeplan. We hebben meerdere keren het weer gecheckt en ik wil graag nog even van het winterweer genieten, dus ik vraag of PJ nog een rondje Noord wil rijden door Banff- en Jasper National Park over de Icefield Parkway en dan via Edmonton terug naar Calgary. Tja, een jarige kun je toch niets weigeren?

                            

Het eerste stuk van Calgary naar Banff valt een beetje tegen, er ligt alleen sneeuw op de bermen, maar niets op de bomen. Maar als we een beetje hoger komen, valt er zelfs verse sneeuw en zijn ook de bomen met een beetje sneeuw bedekt.

We overnachten op een 'camping' in Golden. Ik schrijf dit tussen haakjes, want het zijn een paar plekjes naast een motel met stroom, maar zonder water of douches. En Wifi kost 5 dollar, dus dat pikken we maar illegaal op van een buurtbewoner. Golden ligt een stuk lager, dus de sneeuw is nu regen en het is 5°C buiten. Morgen gaat het de hele dag regenen, dus dat zou op de Icefield Parkway sneeuw betekenen, dus blijven we nog een dagje hier in de buurt en gaan pas vrijdag de Parkway rijden. We verwachten geen beren te zien, misschien nog een paar herten, maar het gaat dit keer vooral om de mooie natuur met hopelijk veel sneeuw voor mooie plaatjes.

 

 

 

2 november 2012, Golden Canada
We rijden de Icefield parkway, een route op 2000 meter die loopt langs vele gletsjers, vandaar die naam. Het valt een beetje tegen, er ligt namelijk geen sneeuw op de bomen! We zijn speciaal een dag in Golden gebleven, zodat we het slechte weer zouden missen, maar de voorspelde zonnige dag blijft uit en het is een sombere bewolkte dag. Maar de Icefield Parkway blijft een prachtige route.

 

 

  

 

 
                een jong bighorn schaapje

     

                         

We overnachten op een ‘wintercamping’ in Jasper, maar dat blijkt alleen met stroom te zijn (geen dump en water) en warme douches. Ons elektrische kacheltje snort er lekker op los en de douches zijn schoon en de straal is fantastisch. Ik blijf er een kwartier onder staan en ik sta niet bekend als een lange doucher.

3 november 2012, Jasper Canada
Weer een sombere dag met zelfs een beetje regen. We rijden de Maligne Road waar we dikhoornschapen fotograferen
.

 
                                                             volwassen bighorn schapen in de sneeuw

’s Middags nemen we via de e-mail contact op met een oude schoolvriend in Edmonton. Of we in plaats van zondag nu al bij hem langs kunnen komen. Natuurlijk zijn we welkom. Terwijl we de Yellowhead Highway van Hinton naar Edmonton rijden, ligt er ineens een dik pak sneeuw op de bermen en op de bomen. Maar we willen voor het donker in Edmonton zijn, dus we hebben geen tijd om te stoppen en uitgebreid plaatjes te schieten. Dus ik moet me behelpen met foto’s vanuit een rijdende auto.

 

Om half 7 ’s avonds (toch nog in het donker) komen we bij Martin aan. Het is ruim 28 jaar geleden dat we elkaar voor het laatst gezien hebben tijdens een reünie en het is goed dat ik een jaar eerder ‘Facebookvriend’ met hem ben geworden, anders hadden we hem niet herkend! Van een 16 jarige puber is Martin veranderd in een knappe vent van 48.

PJ en ik hebben allebei met hem op de MAVO Kreeklaan in ’s-Gravenzande gezeten en na het behalen van ons schooldiploma is hij 30 jaar geleden met zijn familie verhuisd naar Canada. Zijn Canadese vrouw Marianne is er helaas niet, zij zit in bij familie in Australië.

Hun huis is wat ze in Canada een ‘starterswoning’ noemen: daar is dat een huis met 5 slaapkamers, 2 badkamers, 2 woonkamers, een keuken, een grote tuin en een aparte garage/schuur. In Nederland zou iedereen wel met zo’n ‘starterswoning’ willen beginnen! Wat ons als eerste opvalt hoe gezellig de woonkamer is, zeer on-Noord-Amerikaans met drie verschillend gekleurde muren: oranje, geel en terracotta en overal Australië en Afrika souvenirs. Nou ik voel me er meteen thuis! Via de voordeur sta je meteen in de woonkamer, wat vreemd is want de winter begint in Edmonton in oktober en duurt tot mei en de temperatuur zakt naar -22 tot -44°C! Dan zou je toch verwachten dat de ontwerper van het huis een tochthalletje zou bouwen. Het huis stamt uit de jaren 60. De tweede laag van het huis, waar een tweede woonkamer is, de tweede badkamer en twee slaapkamers is in de kelder, wat ze hier de basement noemen. Van buiten lijkt het huis misschien niet groot, maar door die basement kun je er toch gemakkelijk een gezin met drie kinderen groot brengen.
Martin besteld meteen een grote pizza en we kletsen de hele avond gezellig met elkaar. Wat is er in die 30 jaar een hoop gebeurd!

      

De volgende dag is het een stralend zonnige dag en tijd voor wat herinneringsfoto’s.

   

Vanaf Edmonton rijden we schuin naar beneden door de staten Alberta en Saskatchewan die vreselijk saai blijken te zijn. We kamperen op een wintercamping die geen water en dump heeft. Dit begint nu toch wel irritant te worden, zeker omdat ze ons zo €28 per nacht laten afrekenen.

   

6 november 2012, Grens Canada-USA
Vandaag gaan we grens van Canada-USA over bij Fortuna, North Dakota. Een vrouwelijke douanebeambte handelt alles af, stelt veel vragen, maar blijft beleefd en vriendelijk. Zo, was dat even een makkelijke grensovergang. Eindelijk hebben we nu het voordeel dat in Canada zijn binnengevlogen en via een landsgrens de USA binnenkomen. Nu mogen we 90 dagen op ons visum blijven, en dan via Mexico de Verenigde Staten weer verlaten. Als we de USA via een vliegveld binnenkomen, is de regel dat je ook na 90 dagen naar huis moet vliegen. Op deze manier kunnen we dus overwinteren in Mexico en in maart weer terugkomen in de USA op een nieuw visum. Begrijpen jullie het nog?

Het is een spannende dag, want de Presidentsverkiezingen zijn vandaag. Wie zal het worden; Barack Obama voor nog vier jaar of wordt het Mitt Romney? Om in het presidentengevoel te blijven rijden we naar Theodore Roosevelt National Park, waar we pas in het donker aankomen. De camping is helemaal leeg.

7 november 2012, T. Roosevelt NP, USA
Ik word wakker van een oorverdovende stilte! Het is lang geleden dat we ergens voor de nacht geparkeerd stonden, waar er geen bijgeluiden zijn. Ik moet gewoon even nadenken waar we zijn en waarom ik helemaal NIETS hoor!Na een tijdje worden de vogels wakker en zien we wilde kalkoenen rondscharrelen. Die zijn zich er vast niet van bewust dat het over twee weken Thanksgiving is en de Amerikanen zich massaal aan de kalkoen zetten.

 

 

   

We fotograferen canon balls, ronde stenen met een doorsnee van een meter die zo uit het zachte gesteente komen rollen. Helaas is het guur en bewolkt, dus we gaan snel verder. We zien op het Internet dat Obama het nog een periode mag proberen.
Het is nu nog 12 uur rijden naar Heidi, die met spanning op ons zit te wachten. Ze had in haar enthousiasme een programma voorgesteld alsof we een maand zouden blijven, maar ons plan is een paar dagen. We zullen wel zien. We hopen dat we samen met Heidi een nacht het Noorderlicht kunnen fotograferen.

8 november 2012, Babbit Minnesota  USA

Wat ligt Babbit, de woonplaats van Heidi en haar man Tom in the middle of nowhere! Er komt geen eind aan de wegen door het bos. Maar we zijn blij dat er eindelijk weer bomen om ons heen zien, want die kale vlakten in Alberta, Saskatchewan en North Dakota komen ons neus uit. We zien veel jagers, we nemen aan dat ze jagen op herten, maar dit blijkt achteraf op wolven te zijn. Niet leuk!

 

Het welkom is warm (ook van hun twee honden) en wat is het leuk om Heidi in haar eigen omgeving te zien. Heidi had geschreven dat ze helaas geen logeerkamer heeft, maar dat we natuurlijk op de bank mogen slapen. Dit is vanzelfsprekend niet nodig, want we dragen ons huisje altijd met ons mee. Ik vroeg mij wel af hoe klein ze dan zou wonen, misschien wonen ze ook wel in een stacaravan. Maar natuurlijk wonen Amerikanen niet echt klein, alleen hebben Heidi en Tom allebei hun kantoor aan huis (dat neemt al twee kamers in beslag), een slaapkamer, twee woonkamers, twee badkamers, een ‘sunroom’ (hierover later meer) en een enorme tuin.

 

We mogen de camper op de oprit van de buren zetten, want die zijn toch op vakantie, maar ze komen de volgende morgen onverwachts thuis! Heidi gaat even bij hen langs om te vragen of het goed is dat wij op hun oprit staan en dat is geen probleem. Ze nodigt haar buren meteen uit voor een brunch, “Eggs Benedict, om half 11 geserveerd”. De buren antwoorden dat ze er nu al naar uit kijken.Het blijkt dat Heidi, voordat ze een fulltime natuurfotografe werd, een chef kok was en ze kan heel goed koken. Vol bewondering zie ik hoe ze de eieren pocheert en de Hollandaisesaus klopt. De Engelse muffins gaan in de oven, de ham wordt verwarmd, de tafel gedekt voor zes personen, cupcakes op een mooie kristallen schaal, verse koffie gezet…
Het wordt half 11 en de buren zijn er nog niet. We gaan maar aan tafel en de buren komen gewoon niet opdagen! Zeer merkwaardig.
’s Middags komt de buurvrouw een pakje ophalen dat tijdens hun afwezigheid bij Heidi en Tom bezorgd is en er wordt met geen woord gerept over hun afwezigheid vanmorgen. Ik zou hier niet echt mee om kunnen gaan, dat zouden we in Nederland toch niet accepteren.

Heidi vertelt ons dat ze met de Kerst met haar familie altijd een thema avond hebben. “Dit jaar wordt het Dutch Christmas!”
 Ik vraag haar natuurlijk meteen wat een Hollandse Kerst dan is.
"We zetten onze schoen met een wortel en stro…”.

Ik begin meteen te lachen, en roep uit: “Dat is geen Kerst, maar Sinterklaas!!” 

Heidi blijkt het verhaal van onze Goedheiligman te kennen, want haar grootmoeder is Deens en ze schijnen in Denemarken ook Sinterklaas te vieren! Ze heeft zelfs papieren servetten met de afbeelding van Sinterklaas erop! Haar familie gaat dus aanstaande Kerst onze Sinterklaastraditie combineren met Kerst. Ik heb Heidi een paar recepten gegeven om bijvoorbeeld borstplaat, kruidnootjes, kerstkrans en speculaas te maken. Jammer dat we dit keer niets hebben meegenomen uit Nederland, zodat ze alvast kon proeven.

 

 

Een avond spelen we het bordspel Sequence in de sunroom. Dit is een kamer met veel glas die eigenlijk bedoeld is voor de late zomeravonden of het voorjaar. Maar Tom houdt het haardvuur flink gaande, Heidi heeft pizza gebakken die warm blijven op een warmhoudplaat en zo houden we het zonder zon de hele avond uit in de sunroom. De volgende avond spelen we Sequence in de woonkamer, voor de broodnodige variatie.

 

 

Op zondag neemt Heidi ons mee naar het International Wolf Center in Ely, een plek waar je vanachter glas een roedel wolven kunt bestuderen. Verder is er een expositieruimte, veel opgezette wolven en veel informatie over het behoud van de wolven. Een Aurora foto van Heidi hangt daar aan de muur.

 

Daarna rijden we naar het eind van de weg. Vanaf hier is er alleen nog een meer en dan begint Canada. Dit is de plek waar veel van Heidi’s Aurora foto’s genomen zijn. Graag waren we er ’s nachts op uitgegaan met Heidi om het Noorderlicht te fotograferen, maar helaas regent het ‘t hele weekend.

12 november 2012, Babbit Minnesota USA

Op de dag van ons vertrek heeft het gesneeuwd, is het bitterkoud en nemen we afscheid van de lieve Heidi en haar vriendelijke man Tom.

Een maand later stuurt Heidi een foto van het 'speculaasje' dat ze gebakken heeft; het blijkt een enorme windmolen te zijn! Ik had haar o.a. een recept gegeven voor 'brokkelspeculaas', met een foto erbij. Haar interpretatie was als volgt;

 

 

Na een dag rijden komen we aan in St. Cloud, Minnesota. Als we in de camper stappen, blijkt het binnen -1 °C te zijn! De gaskachel maakt overuren en we pikken heel langzaam Internet op en kunnen met moeite een e-mail sturen naar Regina, onze volgend logeeradres, om te vragen waar ze woont. De kachel heeft na twee uur niet genoeg power van de accu’s meer en begint koude lucht te blazen. We kruipen onder de dekens om warm te blijven, maar ook onze leeslampjes bij het bed geven vrijwel geen licht. Dit is nu wel ‘kramperen’ geworden. We moeten snel iets aan de accu’s laten doen, want ook na een dag rijden, worden ze niet opgeladen door de pick-up. ’s Morgens is het buiten -8°C en in de camper -1,5°!

 

Onderweg van Babbit naar South Dakota komen we door een dorpje dat Holland heet. We kunnen het niet laten om wat gekke plaatjes te schieten.

 

 

  

Vanuit Babbitt is het twee dagen rijden naar de volgende vriendin: Regina, een parkwachter uit Hyder, Alaska. Toen we haar leerden kennen was ze pas 19 jaar en nu 12 jaar later is ze getrouwd en heeft een dochtertje van anderhalf en woont nu in Sioux Falls woont (spreek je uit als Soe Falls). We komen aan het eind van de middag aan. Haar man is een week op zakenreis, maar wat is het leuk om haar dochtertje Rory te leren kennen. Het weerzien met Regina is erg gezellig en al gauw liggen we weer in een deuk om de meest melige dingen. We hebben, toen Regina nog parkwachter in Alaska was, vele uren doorgebracht op het uitkijkplatform, wachtend op beren. En in haar vrije tijd nam Regina ons mee op avontuur door middel van spannende wandelingen door de bossen, klauteren naar een ijsgrot of kamperen met uitzicht op de Salmon gletsjer. Toen PJ 40 jaar werd, verraste ze hem door in het Smokey the Bear kostuum op het platform te verschijnen en op een andere verjaardag bakte ze een berentaart voor hem.

 

   

Regina moet de volgende avond naar avondschool en ze vraagt of wij op Rory willen passen. Later vertelt ze dat haar dochtertje altijd begint te huilen als ze naar school gaat en achter moet blijven bij haar vader. Bij ons geeft ze geen kik en we komen de drie uur zo door met spelen, voorlezen, avondeten, schone luier en naar bed doen. Wat een heerlijk kind, dat nog niet praat, maar wel alles lijkt te begrijpen.

 

   

Het pakketje medicijnen dat vrienden in Nederland naar ons hebben opgestuurd, ligt nu al een week bij de douane in Cincinnati. Het ziet er niet naar uit dat het binnenkort geklaard wordt. Dus zijn we vandaag naar een inloopkliniek gegaan en hebben voor morgen een afspraak voor PJ.
PJ vond nog een oud doosje met 7 strippen anticonceptiepil van mij, 4 strippen waren over de datum, maar 3 konden we nog wel mee door (vervaldatum oktober, niet te moeilijk doen). We zullen wel zien of PJ morgen zijn cholesterol pillen krijgt.

16 november 2012, Sioux Falls South Dakota USA

Om half 12 heeft PJ een afspraak met de huisarts om een recept te krijgen zijn cholesterol medicijnen. Eerst krijgt hij een gesprek bij een verpleegster die zijn gewicht, bloeddruk en lengte opneemt en hem daarna allerlei vragen stelt zoals: “Ben je wel eens depressief, heb je wel eens aan zelfmoord gedacht?” en daarna komt er een dokter die een beetje met z'n vinger in PJ’s buik prikt en daarna het recept uitschrijft. En dat kost dan 80 euro. Daarna naar de apotheek en hij krijgt zonder problemen voor vijf maanden pillen mee. Ik blijf gewoon die oude anticonceptie slikken en in Mexico kan ik zonder recept nieuwe pillen krijgen.

Vanuit Sioux Falls rijden we westwaarts de hele staat South Dakota door voor een  aantal National Parken en toeristische attracties.
Als we langs Mitchell rijden, kunnen we het niet laten om even een bezoekje te brengen aan het corn palace. Paleis is misschien een beetje groot woord, maar dit gebouw is beplakt met maïskolven, granen en grassen. Al sinds 1892 en elk jaar een ander thema, dit keer heeft het veel met sport te maken. Binnen blijkt het een basketbalarena te zijn. Te kitsch voor woorden, maar altijd leuk om even gezien te hebben. En na dit bezoekje kun je toch alleen maar een kom romige maïssoep eten?

 

 

                                   

Het Badlands National Park heeft een oppervlakte van bijna 1000 vierkante kilometer en bestaat uit ravijnen, kloven en hoodoos,- die ontstaan zijn door water- en winderosie - afgewisseld met grote oppervlakten grasprairies. De Badlands is een droog gebied met weinig begroeiing en zachte rotsen. Daardoor zijn de hellingen steil, met losse, droge aarde, gladde klei en diep zand. Ik had in dit droge woestijnachtige gebied geen dieren verwacht, maar we worden verrast door de zeldzame ruigpootbuizerd, herten, pronghorn, dikhoornschapen, prairiehonden, bizons, coyotes en een das.

 
                                                                                         bighorn Schaap

 
                                                                                                                         Pronghorn

We staan vroeg op om de zonsopgang over het ruige gebied te fotograferen en ondanks de dikke wolkenlaag aan de horizon zijn we niet ontevreden.

 

 
               Coyote

 

 
                  Hertjes                                                                                            Coyote

 
                                                                            Ruigpoot buizerd

 
                                                                                 Prairiehonden

Hierna is Mount Rushmore aan de beurt :je weet wel; die vier President’s hoofden die uit de rots uitgehouwen zijn. We rijden de kronkelige weg naar de plaats waar je de hoofden het best kunt zien en lezen dat we 12 Euro moeten betalen om te parkeren - terwijl dit monument in de Parkpas valt - en dat je nergens langs de weg mag stoppen. Dit vinden we te gek en we rijden gewoon een paar keer heen en weer, terwijl ik foto’s vanuit het autoraam schiet. Seen it, done it, dit kan ook van het lijstje.

   

   
                                                                                                     de 'achterkant' van Rushmore....

18 november 2012, Windcave N.P. South Dakota
We komen aan het eind van de middag aan bij het Windcave National Park en kunnen pas de volgende dag een tour door de grotten doen. Dus kamperen we op de camping voor maar €4,50. Kijk, dat zijn nou eens leuke prijzen.
De volgende morgen maken we ons klaar voor de tour. Het is maar 10°C in de grotten, dus ik doe meerdere lagen aan, mijn muts op, handschoenen aan en stevige wandelschoenen. Nou, alleen dat laatste was nodig geweest, want de grotten hebben een luchtvochtigheid van 90% en al gauw stik ik de moord.
Omdat we maar met twee stellen zijn, vraagt de gids of hij ons voor een langere rondleiding mag meenemen, van anderhalf uur. Prima! De wandeling begint bij een lift en dat werkt meteen op mijn lachstuipen: PJ vraagt altijd of een hike rolstoelvriendelijk is, want hij is niet zo van het lopen. Hij komt tenslotte uit NL (Niet Lopen).
 

De grotten zijn indrukwekkend, je vindt hier geen stalagmieten of –tieten, maar zogenaamde boxwork creaties (speleothems). Het doet mij denken aan delicaat kantwerk, suikergoed of gekristalliseerd ijs.

   

 

19 november 2012, Douglas Wyoming USA
Vanuit South Dakota rijden we Wyoming in en in het plaatsje Douglas vinden een soort gratis ‘camping’ in een stadspark met een camper dump, water (overal is het water al afgesloten voor de winter, dus we hadden dringend water nodig), WIFI en zelfs warme douches!! Ik fotografeer een prachtige zonsondergang, terwijl herten door het gras dartelen.

Ondertussen komen we erachter dat de douane na 14 dagen denken en bestuderen besloten heeft om het pakketje medicijnen weer terug te sturen naar DHL. We zullen zien of het ook daadwerkelijk weer in Nederland aankomt. Wat een gedoe zeg!

 

21 november 2012, Longmont Colorado USA
We hebben contact opgenomen met Bob en SueAnn in Colorado, die we liefkozend onze fossiele vrienden noemen. B&SA hebben geen huis, maar wonen in een grote caravan die geparkeerd staat naast de Baptisten Kerk en school in Longmont. Ook hen hebben we voor het eerst ontmoet in 2000 in Hyder, Alaska. Maar met dit stel hebben we ook veel gereisd en wildlife gefotografeerd. Zoals elanden in Alaska, grizzlyberen in Bella Coola en bighoornschapen in Jasper.

B&SA hebben een briefje op de caravan geplakt dat ze tussen 5 en 6 weer terug zouden zijn. Het is half 4, dus wij pluggen de camper in elektriciteit en pikken wireless Internet op en wachten tot ze thuiskwamen.
Om zes uur komen ze thuis en gaan gezellig in hun camper bijkletsen Om half 7 komen we erachter dat ze met vrienden naar een all you can eat restaurant zijn gegaan en het komt niet in hun hoofd op om te vragen of wij al gegeten hebben. Nou, dat hebben we dus niet en we durven dit ook niet hardop te zeggen. Om 9 uur vallen we om van de honger en bakken snel wat eieren in onze eigen camper.
De volgende dag is het Thanksgiving Day, in Amerika net zo belangrijk als ons Kerstdiner.

Thanksgiving Day (dankzeggingsdag), is een nationale feestdag in de Verenigde Staten waarop dank wordt gezegd (traditioneel aan God) voor de oogst en voor allerlei andere goede dingen. Deze dag wordt gevierd op de vierde donderdag in november. Thanksgiving wordt gevierd met de hele familie en men legt grote afstanden af om bij elkaar te kunnen zijn. Omdat het in de VS op een donderdag valt, is het meestal zo dat werknemers ook vrijdags vrij krijgen. Daardoor wordt een familiereünie van vier dagen mogelijk.
Het eten speelt een grote rol: het is traditie om op Thanksgiving Day kalkoen te eten en er wordt dan ook aan deze dag gerefereerd als Turkey Day.  Traditionele bijgerechten zijn aardappelpuree, stuffing, zoete aardappels, sperziebonen, cranberries, en als nagerecht pecannotenvlaai en pompoentaart.
Voor de maaltijd kijkt men traditioneel naar wedstrijden American Football
.

Wij zijn uitgenodigd voor een Thanksgiving lunch bij vrienden van Bob en SueAnn. Ik heb voor gastvrouw Judy een Delftsblauw keukenschort meegenomen en Hollandse chocola en dat valt erg in de smaak. De tafel is mooi gedekt (jammer van die weggooi limonadeglazen) en iedereen heeft een gerecht gemaakt. We zijn met z’n 14-en. Het dessert bestaat zelfs uit vier soorten vlaai.

          

                

      
                        
Bob en SueAnn
Het valt mij op dat Amerikanen zich niet speciaal kleden voor zo’n uitgebreid diner, zoals wij dat doen voor een Kerstdiner. Ook had ik voor niets een paar flitsende laarzen met hoge hakken aangedaan, want we werden geacht om ons schoeisel bij de voordeur uit te doen.
Na het eten en de afwas gaan de mannen uitbuiken op de bank en kijken naar American Football en de dames beginnen door de enorme stapel advertentieblaadjes te snuffelen. Morgen is het namelijk Black Friday, traditioneel de dag om de Kerstcadeautjes in te kopen met enorme kortingen. Het is daardoor de drukste dag in het jaar voor de winkeliers. Het lijkt een beetje op de ‘Dwaze Dagen van de Bijenkorf’. Sommige mensen gaan al dagen van te voren bij de winkel voor de deur liggen (en missen zo het familiefeest totaal). Maar niets is heilig, ook Thanksgiving niet en het stunten van de winkeliers begint al op donderdagavond, dit tot ongenoegen van veel Amerikanen. Maar niet voor deze familie en er wordt een plan gemaakt hoe laat ze waar moeten zijn om in de rij te kunnen staan voor die geweldige aanbiedingen. Ik moet zeggen dat een flatscreentelevisie met een doorsnee van 1.30 m voor maar U$299,- geen geld is! En dit in de rij staan gaat dan de hele nacht door, elke winkel heeft zo zijn verschillende tijden voor andere aanbiedingen. De shoppers vertrekken om 8 uur ’s avonds en wij worden om 9 ’s avonds weer naar huis gebracht door Bob en SueAnn.
Wat een voorrecht om zo’n traditioneel feest mee te maken.

   

23 november 2012, Longmont Colorado USA
Ondertussen heeft een fotografe vriendin van Yellowstone gereageerd als ze op Facebook leest dat wij in Longmont, Colorado zijn.
“Ik woon daar nog geen 15 mijl vandaan, komen jullie ook bij ons langs?”.
Dat doen we graag (is toch nog drie kwartier rijden) en Cathy en Rick blijken in een bos te wonen, vlak bij Rocky Mountain National Park. De herten lopen te grazen in de tuin en ’s nachts lopen zwarte beren en af en toe een mountain lion (poema) door de achtertuin!!

 

We hebben een gezellige avond en de volgende morgen rijden we in twee dagen naar Utah, waar we onze spullen voor Mexico ophalen uit de kelder van mijn nichtje Diana en haar man Randy. Omdat we het vervelend vinden om steeds onze route naar het Noorden of Zuiden aan te moeten passen aan het ophalen van zomer- of winterkleren in Utah, hebben we nu zo min mogelijk achtergelaten in de kelder. Door de nieuwe flatbed constructie die PJ vorig jaar gebouwd heeft, hebben we veel meer opbergruimte en kunnen we nu niet alleen onze dikke winterjassen meenemen maar ook dingen zoals een elektrisch kookplaatje, onze hangmatten en vogelvoederbakjes (die we alleen in Mexico gebruiken). We laten alleen een goede linnen koffer op wieltjes achter (dat was nog voor die goede oude tijd dat je ieder gratis twee koffers mocht meenemen), kaplaarzen en moonboots.

26 november 2012, Plain City Utah USA
Vanochtend zijn we naar een campergarage geweest. De accu’s van de camper laden niet op tijdens het rijden, dus dat werd gecontroleerd. Het blijken geoxideerde connecties te zijn en zijn nu vervangen. Hopelijk is het probleem nu opgelost.
’s Middags gaan we naar een andere garage om iets aan de vering van de pick-up te doen. Er worden vier nieuwe schokbrekers geplaatst.

28 november 2012, Utah USA
We hebben haast om zuidwaarts te gaan, want vanavond is het volle maan en we willen dit fotograferen vanuit Bryce National Park. Ik vind dit het mooiste plekje op aarde (we gaan er nu voor de vierde keer heen).
Als we op het uitkijkpunt aankomen, is de horizon bedekt met een dikke wolkenlaag. Dat is wel een beetje teleurstellend, maar we schieten toch aardige landschapsfoto’s bij het licht van de maan en een lange sluitertijd.

 

 

 

Op de camping lezen we dat in september een poema op de camping gesignaleerd is! Ik weet wel dat dit ruim twee maanden geleden was, maar het idee dat deze enorme leeuw in de buurt van mensen is gezien, is voor mij al genoeg om een grote glimlach op mijn gezicht te toveren. Als wij hier in september waren geweest, zou ik nachtenlang op wacht zijn gaan zitten. Na 12 jaar USA hebben wij dit schichtige dier nog steeds niet in het wild gezien.

 

Deze foto van een levende poema hebben we genomen in het Sonora Desert Museum in Tuscon.

29 november 2012, Bryce Canyon NP Utah USA
We staan om zes uur op om op tijd te zijn voor de zonsopgang van half 8. Juist het moment ruim voordat de zon opkomt is wat mij betreft het beste moment op de kloof te fotograferen. Bryce Canyon is beroemd om zijn unieke geologische rotsformaties. Door de samenwerkende krachten van vriezen en dooien worden de
kalk- en zandsteenformaties langzaam geërodeerd en vormen zo de zogenaamde hoodoos. De afgesleten toppen zorgen voor prachtige formaties die in het eerste zonlicht erg mysterieus lijken. Het zachte licht zorgt voor schakeringen van de kleuren van de rotsen. De kleuren variëren van roze naar oranje.
Terwijl PJ probeert de knaloranje horizon vast te leggen, leef ik mij uit op de steeds van kleur veranderende kloof. Echt genieten en we zijn tevreden met het resultaat.

 

 

                            

Vanaf Bryce rijden we door Red Canyon.

 

 

Daarna naar Coral Pink Dunes Sands State Park. We komen hier eigenlijk terecht omdat onze camper te hoog is voor de doorgaande route naar Zion (i.v.m. een tunnel) en ik een kortere weg zie langs Pink Dunes. Het blijkt een prachtige omgeving te zijn die ons doet denken aan de rode zandduinen van Namibië.

 

 

 

Het laatste stukje (slechts 3 kilometer) is onverhard en als we weer op asfalt rijden en stoppen voor wat drinken, zien we wat een chaos het is in de camper.

 

                      

1 - 8 december 2012, Parker Arizona USA
Ruim een week verblijven we op een prachtige plek aan de Colorado rivier in Parker, Arizona. Om ons heen zijn kale rode bergen en overal geplante palmbomen. Het lijkt veel op een oase in de woestijn. Het is geen echte camping, maar een soort enorm park, waar de meeste grote caravans zonder stroom staan, met alleen een waterkraantje. Dry camping noemen ze dat. Wij hebben erg geluk, want we mogen op een niet officieel plekje gaan staan, waar de boten te water gaan, aan de rivier, met een picknicktafel, stroom, waterkraan en we pikken zeer gemakkelijk wireless internet op van het clubhuis! We staan op asfalt en hebben dus geen last van zand en aarde dat je de camper binnenloopt. Elke avond een prachtige zonsondergang en 's avonds horen we coyotes huilen, die zo dichtbij klinken dat ik een paar keer naar buiten ga om te kijken of ze echt niet onder de camper zitten.

 

 

 

Het park is zo groot dat als ik 's morgens een rondje wandel drie kwartier onderweg ben! Dit kost ons 15 euro per nacht.
Enige nadeel: er is maar 1 douchegebouw en dat is zo tien minuten lopen van onze plek vandaan, dus als je terug ben de camper bent, ben je alweer bezweet. Had ik al gezegd dat het 25 graden is?

                      

9 november 2012, Yuma Arizona USA
We spreken af voor Happy Hour in Yuma met onze vrienden Jim en Linda. Dit oudere Canadese stel hebben we jaren geleden ontmoet in La Penita Mexico. Vier jaar geleden hebben ze een chalet gekocht in een seniorpark en overwinteren in het milde klimaat van Arizona. Ze nemen ons uit eten naar een grill buffet restaurant en we eten natuurlijk veel te veel. Leuk om hen weer te zien.

   

      

We gaan ons nu klaar maken om naar Mexico te gaan.

23 maart 2013, USA
Na drie heerlijke maanden in Mexico, komen we in maart weer terug in de USA.
De eerste controle gaat gemoedelijk, maar daarna moeten we de camper parkeren voor een levensmiddelen controle. Tot PJ’s ongenoegen gaan we niet de grens over met een lege koelkast en vriezer, maar met allerlei vlees, vis en groenten.
De vrouwelijke douanebeambte is erg vriendelijk. We moeten erg aan haar spraak wennen, want ze spreekt met een dubbele tong: het lijkt wel of ze dronken is, maar waarschijnlijk heeft ze een beroerte gehad. We mogen de garnalen, kip, gehakt, sla, tomaten, uien, paprika en komkommer gewoon houden.
Daarna moeten we het gebouw in voor de immigratie. Dit gaat dit keer erg lastig. De officier is dit niet gewend en tuurt naar de computer waar al onze gegevens opgeslagen zijn.
“Jullie zijn aan het grens hoppen”, beweert hij.
Nou hoppen zou ik het niet willen noemen als wij net drie maanden in Mexico zijn geweest. En we zijn toevallig ook nog een heel jaar in Nederland geweest.
“Waar gaan jullie nu naar toe?”
“Wij vliegen over twee weken vanuit Calgary naar huis”.
“Calgary? Wat is Calgary?”
We zullen het maar wijten aan ons accent, want Calgary is toch een bekende en grote stad in Canada…
Uiteindelijk geeft de immigratieofficier ons toch nog een visum van 90 dagen.

We overnachten op de camping in Why, Arizona.
Na een frisse nacht en een warme dag rijden we noord naar Phoenix, waar we bij de Walmart supermarkt overnachten.

24 maart 2013, Arizona
In Flagstaff doen we boodschappen en ik zie een kop van de plaatselijke zondagskrant: ‘Eindelijk stroomt Grand Falls weer’ met een foto van een indrukwekkende roodbruine modderige waterval.
Terug in de camper googlelen we Grand Falls op onze laptop. Deze waterval in de Painted Desert is alleen imposant als de rivier in maart en april gevoed wordt door smeltwater. De rest van het jaar is het een lullig stroompje. De waterval is hier ongeveer 50 kilometer vandaan (in de verkeerde richting) en gedeeltelijk over een onverharde weg, maar we besluiten er toch naar toe te rijden. Ik neem de routebeschrijving van het internet over met alle afslagen en afstanden, want de waterval is geen goed aangegeven attractie in het Navajo Indianen reservaat.

We rijden door een vlak woestijnlandschap en het is niet voor te stellen dat hier ergens een 56 meter hoge waterval stroomt. Nadat PJ de camper geparkeerd heeft bij de Little Colorado rivier crossing zien we meteen dat een pick-up halverwege de rivier vast komt te zitten! De auto weet los te komen en rijdt achteruit weer terug. Wij blijven aan deze kant van de rivier. Door het Internet weten we dat we nog anderhalve kilometer moeten lopen over een vlak wandelpad, dus ik loop op mijn slippers.

 

De eerste blik op de waterval is imponerend. Niet zozeer de verrassende hoogte maar vooral de vele terrassen waar het roodbruin gekleurde water over stroomt voordat het in drie grote fasen diep beneden ons in de Little Colorado rivier valt.

  
Maar PJ ziet meteen dat hij de waterval ook vanaf de bodem van de kloof wil fotograferen. Er lopen daar tenslotte ook mensen.
“Maar ik loop op slippers!”, klaag ik.
We zijn niet de enigen die dit prachtige schouwspel komen bewonderen en ik wijt dat aan de zondagse krantenkop.
We lopen langs de rand van de canyon op zoek naar een plek waar we naar beneden kunnen klauteren en vinden dat ook. Het pad is redelijk eenvoudig - met wel een paar sprongetjes - bereiken we de bodem van de kloof.

PJ experimenteert met lange sluitertijden (ik had het statief meegesjouwd) en we genieten van dit gave lente spektakel.

 

 
                                                                                                                      En nu moeten we weer terug!

We rijden door naar het Grand Canyon National Park om daar de zonsondergang te fotograferen. We moeten ons dan wel een beetje haasten. Tot onze verbazing staat er een enorme rij auto’s voor de ingang en we vorderen maar langzaam. Als we eindelijk bij de kassa zijn en onze Eagle Park pas laten zien (gratis entree voor alle Nationale Parken) vragen we wat er aan de hand is.
De parkwachter antwoordt verbaasd: “Het is Spring Break (voorjaarsvakantie)”.
Oeps, daar hadden we  niet aan gedacht. Dan is natuurlijk ook de camping vol.
We rijden snel naar het eerste uitkijkpunt, maar de zon is al zo ver gezakt dat de canyon al in de schaduw ligt. Jammer!
We proberen alle uitkijkpunten uit, maar nergens kunnen we goede foto’s maken. We rijden het park uit aan de oostkant en kamperen langs de weg.

25 maart 2013, Grand Canyon USA
Wat is het koud! Ik kijk op de buitentemperatuurmeter en zie tot mijn schrik dat het -8 graden is! Nog geen drie dagen geleden zaten we in Mexico met 28 graden. Wat een overgang. Het wordt echt tijd dat we ons winter donzen dekbed uit de koffer halen die op het dak vastgebonden ligt.
De temperatuur stijgt langzaam naar 12 graden, maar de lucht is onbewolkt en de zon schijnt.
We rijden naar Utah en genieten van het uitzicht op Monument Valley.

 

We besluiten dit Indianenpark links te laten liggen, want morgen willen we door Valley of the Gods gaan rijden. Het landschap van Valley of the Gods lijkt sterk op dat van het veel bekendere Monument Valley. Ook in Valley of the Gods zie je schitterende rotsen die her en der verspreid staan in een verder leeg, weids woestijnlandschap. Via een 27 kilometer lange onverharde weg kun je door de eenzame vallei heenrijden. De toegang is gratis en omdat het niet zo bekend is als Monument Valley, heb je woestijn voor jezelf.

We overnachten gratis in Goosenecks State Park met prachtig uitzicht op de San Juan rivier, 300 meter dieper. Deze rivier stroomt hier 8 kilometer lang door een gebied dat in vogelvlucht maar 1,6 kilometer breed is. De loop van een rivier wordt o.a. bepaald door de hardheid van de bodem waar het water doorheen stroomt. Het water zoekt de weg van de minste weerstand, en omdat dat vaak niet de kortste weg is ontstaan er bochten in de rivier. Bij Goosenecks zijn dit wel vier indrukwekkende bochten.

  

PJ klimt op het dak om de koffer open te maken en gooit het dekbed en onze winterjassen naar beneden. Maar wat een afknapper: ‘het weer’ zit in de jassen en ze stinken naar de schimmel! Gelukkig zit het dekbed in een luchtdicht afgesloten zak. We hangen alles in de zon te luchten.

26 maart 2013, Goosenecks State Park USA
We hebben goed geslapen onder ons donzen dekbed, maar worden wakker met een bewolkte lucht! Daar balen we behoorlijk van, want die rotspartijen die uit de woestijn oprijzen moeten natuurlijk wel met een blauwe lucht gefotografeerd worden. Onze winterjassen hebben we ’s nachts buiten laten hangen, maar de vieze geur is nog niet verdwenen.
We rijden in de loop van de morgen toch over de onverharde weg door Valley of the Gods, maar echt mooie foto’s schieten we niet.

Om verder noord te komen, nemen we Utah State Route 261, een zogenaamde scenic byway, die begint ten noorden van het plaatsje Mexican Hat, vernoemd naar een aparte rotsformatie en die uitkomt in de buurt van Natural Bridges National Monument.


                                                              Zoek de verschillen

Het grootste deel van State Route 261 is verhard, maar er is ook 5 kilometer lang gravelgedeelte. Dit gedeelte wordt de Moki Dugway genoemd en begint op een hoogte van ruim 1600 meter. Het eindpunt is bijna 2000 meter hoog op het Cedar Mesa plateau. In totaal stijgt de weg dus 335 meter, dit gaat via een aantal haarspeldbochten met een hellingspercentage van 10%.

Het uitzicht over de omgeving en de weg is erg mooi, dus ik stel voor dat PJ de weg nog een keertje op en neer rijdt zodat ik foto’s kan nemen. Dit is tijdrovend, maar dan heb je wel spectaculaire foto’s.

 

We rijden dwars door het prachtige Utah met een mager zonnetje naar Goblin State Park, maar helaas is de camping vol. We hadden ons verheugd op een warme douche, maar moeten in het wild kamperen. PJ vind een prachtig plekje in de San Rafael woestijn en ik fotografeer ’s morgens vroeg de ondergaande volle maan.

 

 

 

 

27 maart 2013, Utah
De volgende dag rijden we naar een dorpscamping, nemen een douche en wassen de winterjassen. De schimmelgeur is er dan gelukkig bijna uit. Ik begin met het pakken van de koffer. We hebben lang getwijfeld of we langer in de USA zullen blijven, maar als we horen dat Yellowstone National Park een week later opengaat dan gepland en dat zou betekenen dat we nu nog een maand moeten wachten. Daar hebben we geen zin in, dus zullen we het vliegtuig van 2 april vanuit Calgary pakken. We rijden naar Ogden voor de autokeuring en overnachten bij mijn nichtje Diana en haar partner Randy. Het is bijna 20 graden in Ogden!

29 maart 2013, USA
We verlaten Utah en rijden de staat Idaho in. Er ligt nog sneeuw op de grond en de temperatuur zakt naar 15 graden.
   

We gaan op bezoek bij vriendin Melissa in Victor aan de voet van het Grand Teton gebergte. Ze woont met haar drie honden, twee katten en een konijn in een logwoning. We kletsen gezellig bij en gaan ’s avonds uit eten. De volgende morgen is zij al vroeg aan het werk, dus wij rijden verder noord.

   

31 maart 2013
Vandaag gaan we de grens van de USA – Canada over. Er staat een enorme rij (het is Eerste Paasdag) en we staan ruim 40 minuten in de rij te wachten. Iedereen is vriendelijk en we krijgen weer een visum voor een half jaar. We overnachten gratis op een parkeerterrein van een mall in Calgary.

               

1 en 2 april 2013, Calgary
Als we langs de supermarkt Canadian Superstore rijden, kunnen we het niet laten om nog even voor kaas- en kaneelbroodjes naar binnen te gaan. Bij de bakkerij is een dame net de cinnamon buns aan het besmeren met suikerglazuur. Ze steekt hiervoor haar gehandschoende hand in een EMMER met glazuur. Als ze ons de broodjes aanreikt, flap ik er ineens uit: “Mag ik uw vingers aflikken”. Eerst kijkt ze geschokt, maar daarna begint ze gelukkig te lachen.

Op de wintercamping van Calgary pakken we de koffers en maakt PJ de camper gereed voor een koude opslag. Hij moet dus al het water in de tanks en boiler vervangen door antivries. Om half 5 zijn we bij de opslag en betalen voor vier maanden. We weten nog niet precies wat we gaan doen, maar we kunnen altijd later bijbetalen. Daarna nemen we een taxi naar het vliegveld. We vliegen pas over 4 uur, maar konden niet later bij de opslag aankomen.
We hebben nogal veel over van ons eten en drinken, dus nadat we hebben ingecheckt, gaan we voor de douane nog lekker op de leren banken zitten, met een goede fles rode wijn, blokjes oude Cheddar kaas, kaas- en kaneelbroodjes en kijken via Uitzending Gemist naar de oudejaarsconference van Dolf Jansen en de verkiezingsconference van Freek de Jonge. Zo, zijn we weer helemaal bij.

We vliegen van Calgary naar London en dan naar Amsterdam, waar we ’s avonds aankomen. We worden opgehaald door mijn schoonvader Jan en die brengt ons naar onze stacaravan. Onze lieve vrienden hebben ontbijtboodschappen gedaan, het kacheltje aangezet, licht aangedaan, bloementjes neergezet, onze personenauto uit de opslag gehaald en het gas/water aangesloten. Wat een gespreid bedje!