Reisverslag Mexico 2009 - 2010

door Claudia and PJ Potgieser

 

home

terug

20 januari 2010
We hebben weer een klein paradijs gevonden! Twee dagen geleden zijn we aangekomen in Chetumal aan de oostkust van het schiereiland Yucatan. We staan op een camping aan een binnenzee van de Caribische Oceaan, net noord van Belize. Er zijn genoeg palmbomen om onze hangmatten op te hangen, er waait een aangename bries en het is 28 C.

 

 
    camping aan een binnenzee van de Caribische Oceaan 

    
uitzicht vanuit de camperdeur                                                                                                 huisjes die je kunt huren

 

Februari 2010, Yucatan Mexico

4 februari 2010
We ruilen het ene paradijs in voor het andere, door vijf uur noordelijk te rijden. Nog steeds op het schiereiland Yucatan, maar nu vlak bij Playa del Carmen. De camping Paamul bezochten we al eens eerder in 2003 en we besluiten dit keer voor een maand te blijven (als je een maand vooruit betaald krijg je korting). Deze enorme camping ligt aan de Caraïbische Oceaan en heeft een prachtig wit zandstrand met palmbomen. Het zand bestaat niet uit gemalen schelpen, maar uit gemalen koraal en wordt daardoor niet heet in de zon. Het wordt ook wel aircostrand genoemd. Snorkelen en duiken schijnt hier ook zeer goed te zijn, maar dat hebben we (nog) niet gedaan.

   

Ons plekje is niet zo idyllisch als dat in Chetumal, want we kunnen de zee en het strand niet zien, maar we hebben weer genoeg palmbomen om ons heen om de hangmatten op te hangen, dus wij zijn tevreden.

   
              Ons plekje in Paamul (ik moet er wel eerlijk bij vertellen dat we op het moment van de foto's geen buren hadden)

Op het terrein staat ook een hotelletje en schattige cabaňas die te huur zijn, maar Paamul is vooral bekend om de constructies die de Noordamerikaanse overwinteraars om hun caravans heen bouwen. Officieel heten het palapas, maar dit is veel meer dan vier palen en een rieten dak om in de schaduw te kunnen relaxen in je hangmat. Deze constructies zijn enorm groot om hun evenzo grote caravans (RV's = Recreation Vehicles) te kunnen huizen. Sommigen hebben zelfs muren, zodat je de caravans niet eens meer kunt zien.

 
palapas met de caravan eronder          maar hier kun je de caravan niet meer vinden

 


                             hotel aan het strand

                    schattige cabaňas te huur

Op het noordelijke strand liggen de grote schelpen voor het oprapen. Brokken hersenkoraal liggen aangespoeld op het strand en vormen rotsen waar we overheen kunnen klauteren. Ook heel delicaat lila kleurig waaierkoraal is er te vinden. Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn op het strand: er ligt ook veel aangespoeld plastic afval en schoenen.

   

Ik raak gefascineerd door de kleuren van de planten die hier groeien. Huiskamerplanten groeien hier welig.

   

   
                                                             uitzicht vanuit de hangmat

Behalve het prachtige strand is er ook een andere reden dat we graag terug wilden naar Paamul. Toen we hier in 2003 kampeerden hebben we mooie vogels gefotografeerd, onder andere de motmot; een kleurrijke vogel met een aparte staart. Maar toen hadden we geen digitale camera en we zouden de vogels nu graag met ons professionelere apparatuur nogmaals fotograferen. Maar helaas, door de tropische storm Wendy die in 2007 over de Yucatan raasde, horen we dat veel vogels verdwenen zijn. Een vogelaar verteld mij dat door de storm grote bomen zijn omgewaaid, waardoor de Lineated Woodpecker (een specht van 33 cm!) geen bomen meer had om gaten in te maken. Hierdoor verdween ook de toekan en de parkiet die hun  nesten in de holletjes van de specht maken. De voedingsbodem van de motmot spoelde weg door de hevige regenbuien. Het is een soort kettingreactie geworden. Toch hebben we in een week tijd al een paar mooie vogelfoto's geschoten en ik blijf uitkijken naar de motmot, die toch wel hoog op mijn wensenlijstje staat.
                            Wenkbrauw Motmot

   
                     fregatvogel                                          maskertroepiaal                                  Yucatan specht

   
                Yucatan gaai                                  maskertroepiaal                                               eekhoorn

Het was ons al opgevallen dat een van de palapa's met dat gele 'verboden-te-betreden-lint' omwikkeld  was. We dachten dat de eigenaar misschien vergeten was de huur te betalen, maar dan horen we wat voor lugubers zich slechts twintig meter bij ons vandaan heeft afgespeeld. Het gele lint is om een plaats delict te beschermen! Een Amerikaanse voortvluchtige kinderverkrachter en zijn vrouw hadden afgelopen jaar hun intrek genomen in een van de palapa's. Niemand wist natuurlijk van zijn verleden. In juli 2009 heeft de man zijn vrouw haar neus en mond omwikkelt met duct-tape en in een kuil onder de palapa begraven. Daarna heeft hij er een nieuw betonnen plaatsje over gestort! In december 2009 probeert de man zelfmoord te plegen door een overdosis te nemen en belandt in het ziekenhuis. Daar bekend hij de moord op zijn vrouw tegen een verpleegster. De verpleegster waarschuwt de politie. De man wijst de politie waar hij zijn vrouw (waarschijnlijk) levend begraven heeft en ze wordt opgegraven. Vreselijk toch!

     

10 februari 2010
Ook in het paradijs regent het wel eens....
   

12 februari 2010
Het Canadese echtpaar Norma en Croft, die we in december in San Miguel ontmoet hebben, zijn ook aangekomen op de camping Paamul. Omdat we maar twee uur tijdsverschil hebben met Vancouver kunnen we met hen naar de spectaculaire opening van de Olympische Winterspelen kijken. De volgende dag zit ik aan hun buis gekluisterd om naar het schaatsen te kijken (heren 5000 meter) en zien we Sven Kramer voor Nederland de eerste gouden medaille binnenhalen! En dan de dames op de 1000 meter een zilveren en een bronzen medaille. Wel zuur om met tweehonderdste van een seconde van de gouden troon verstoten te worden. Maar, petje af Hollandse schaatsers!

   

18 februari 2010
Nog steeds ga ik elke morgen een uur lopen vanwege de conditie, maar ik ben dan ook op zoek naar de Motmot. Die kleurrijke vogel heb ik nog niet gevonden, maar ondertussen heb ik al vele interessante dieren gezien. De eerste keer dat ik een papagaai zag, had ik geen fototoestel bij mij, dus sindsdien neem ik altijd mijn fotorugzak mee en heb ik deze plaatjes kunnen schieten.

   

 

De agoeti of goudhaas is een vrij groot knaagdier. Met zijn korte poten, kleine staart en opvallende oren lijkt hij wel wat op een grote cavia. Ze zijn ongeveer 50cm lang. Ze leven van wortels, zaden en vruchten. En hier in Mexico eten ze ook tortilla's! PJ noemt ze 'fat-ass rats'.

   
                          Visarend                                         Geelkeelzanger                                             Lachvalk

   
                    Heremietkreeft                                     Geelkruinkwak                                         Cayenne-bosral                

   
      Mockingbird (Tropische Spotlijster)                Tropische Koningstiran                                         Kalkoengier      

   
                        Hagedis

De leguanen zijn altijd dankbare stilzittende objecten. Bij de steiger zitten er heel veel, maar ze zijn rotskleurig en goed gecamoufleerd. Probeer maar eens te ontdekken hoeveel je er op deze foto kunt vinden...

Het zijn er een stuk of negentien!

   

19 februari 2010
Vanochtend verraste ik een jaguarundi (wezelkat); een katachtige die verwant is aan de poema. Het roofdier is ongeveer 25-35 cm hoog en inclusief staart zo'n 60cm lang. De jaguarundi jaagt vooral op vogels en kleine zoogdieren zoals knaagdieren en konijnen. Daarnaast staan ook hagedissen, kikkers, vissen en fruit op het menu.
Onze camera kan zeven foto's per seconde nemen en ik had geluk dat de kat mij een seconde lang aankeek, voordat hij in de struiken verdween. Ik had zeven foto's genomen, die allemaal hetzelfde waren!

 

 

20 februari 2010
En weer een gouden medaille voor een landje dat niet groter is dan Vancouvereiland!

   
                                                                                                 Mark Tuitert heeft de snelste tijd

26 februari 2010
Vrijdag is het Vlinderdag:
   

29 februari 2010
Al dertig ochtenden trek ik een spijkerbroek aan, mijn gymschoenen, een blouse met lange mouwen, knoop een hoofddoekje om, spray de onbedekte delen huid met muggenspray, doe mijn fotorugzak om en ga weer op zoek naar de Motmot. Maar ook die laatste ochtend voordat we zullen vertrekken van de camping Paamul heb ik deze exotische vogel niet gevonden. PJ stelt voor om nog twee nachten bij te boeken, zodat we niet in het weekend hoeven te reizen en we nog van het onverwachte schitterende weer kunnen genieten. We krijgen dan natuurlijk geen maandkorting en hebben ook geen internet meer, maar dat zullen we wel overleven.
Nog één keer loop ik mijn rondje door de droge lage jungle en ik kan het bijna niet geloven: daar zit ie dan: de 'wenkbrauw Motmot'! De vogel is mooier van achteren, maar z'n aparte staart en turkooizen wenkbrauw komt wel mooi tot z'n recht.
  
Maart 2010, Yucatan Mexico

2 maart 2010 - Paamul
Vanuit Paamul steken we het Yucatan schiereiland schuin over naar de noordelijke badplaats Puerto Progreso. De camping ligt ruim ten westen van de badplaats en we vinden er niets aan. Het strand is twee huizenblokken lopen van de camping, maar de woningen zijn letterlijk op het strand gebouwd zodat je het gevoel krijgt in iemands voortuin te liggen. We spreken een Zwitsers echtpaar die al een maand op deze camping staat en het prima naar hun zin hebben. Zo zie je maar, smaken verschillen. Heel veel mensen hebben een hekel aan de camping Paamul, terwijl wij er ruim vier weken met plezier gestaan hebben.

 

 
3 maart 2010 - Puerto Progreso
We trekken een stukje langs de kust en gaan dan landinwaarts door de mangrovebossen. We zien veel watervogels en fotograferen een groep vliegende witte pelikanen. Bij elke verbreding (parkeermogelijkheid) in de eenbaansweg ligt veel afval. Jammer dat de Mexicanen zo onachtzaam met hun fragiele natuur omgaan.

In het plaatsje Kinchil zien we voor het eerst de mototaxi, gemotoriseerde bakfietsen met een dakje om de passagiers te beschermen tegen de zon. De bakfiets is altijd al een taxivervoermiddel geweest in Mexico, met een piepklein bankje voorin voor krap aan twee personen. Maar ook Mexico wordt moderner en de Mexicanen zijn inventief. Door het achterwiel uit hun brommer te halen en de brommer vast te lassen aan de bakfiets ontstond de gemotoriseerde bakfiets. Of je snijdt je brommer in tweeën en laat de passagier op je zadel zitten en rijd je er zelf naast...

   

We komen rond lunchtijd aan in Celestún, een vissersdorp aan de westkust van de Yucatan. We willen hier een boottocht boeken om de flamingo's te zien, maar ons oog valt eerst op een andere toer. Voor €7,50 kunnen we twee kilometer over een houten plankier door de mangrovebossen wandelen. Dat klinkt wel interessant en nadat we een boterham gegeten hebben, lopen we het reservaat in. Onze gids Sergio wijst meteen op een bootje, waarin we moeten plaatsnemen.
"Bootje? Nee, we willen lopen!".
Sergio haalt zijn schouders op en volgt ons over het plankier. Na vijfhonderd meter staat er een enorme houten uitkijktoren, vanwaar we een ruim uitzicht hebben over de mangroven en de rivier waar de flamingo's moeten zitten. Ondertussen heeft iemand anders de boot verplaatst en liggen de zwemvesten weer voor ons klaar. Ook dit keer probeert Sergio ons duidelijk te maken dat we nu echt in het bootje moeten gaan. Vertwijfeld wijzen we naar het plankier dat de mangroven in verdwijnt, maar begrijpen dan dat we eerst in het bootje moeten en op de terugweg via het plankier gaan.
Het water van de rivier is zo ondiep dat de gids de boot met een stok kan voortduwen. Midden in de rivier staan vier flamingo's en Sergio vaart er langzaam naar toe. Hij blijft er ruim honderd meter vandaan, wat te ver is om foto's te nemen. We varen daarna nog een heel stuk over de rivier en we beginnen een beetje te balen. Dit wilden we helemaal niet, het leek ons juist zo leuk om dwars door de mangrovebossen te wandelen. Eindelijk gaan we de bossen weer in en mogen we uitstappen. We zien een lineated woodpecker (grote specht), maar verder valt het vogelleven tegen. Nu moet ik toegeven dat ik nog nooit midden op de dag ben gaan vogelen, dus eigenlijk is het wel logisch dat we weinig zien. Een vette slang kronkelt onder het plankier door. Sergio probeert ons van alles te vertellen, maar ons Spaans is gewoon niet goed genoeg om het meeste te begrijpen. Op campings, winkels en markten redden we ons meestal wel. De rode mangroven staan met hun wortels in het zoete water en geven het heldere water een aparte kleur. Na een uur staan we een beetje teleurgesteld weer terug bij de camper. Ik denk dat deze tour 's morgens vroeg wel interessant zou zijn, maar als we er twee dagen later om 8 uur voorbij rijden, zien we dat ze op dat tijdstip nog niet open zijn.

 

 

 

 

 

Celestún heeft geen campings en we rijden wat rond om een plek te vinden waar we kunnen kamperen. We stuiten op een groot bewaakt parkeerterrein, direct aan het strand, met veel palmbomen. We vragen of we er mogen overnachten en dat is geen probleem. We zijn de enigen en liggen de rest van middag in de zon. De volgende morgen fotografeer ik kaalkopooievaars en witte reigers die aan het strand aan het vissen zijn en aangespoelde zeesterren en het schild van een degenkrab.
   

   

Om tien uur lopen we naar het dorpsplein waar een restaurantje zit dat gerund wordt door een jong Nederlands stel. In 2003 hebben we daar een heerlijke pizza gegeten en we zijn benieuwd of ze er nog steeds zijn. Ondanks het bordje op de deur dat ze voor het ontbijt van 8 - 11 geopend zijn, is de deur gesloten. Jammer, nu weten we nog niet of de Hollanders dit nog steeds runnen en zal ik vanavond weer zelf moeten koken. De rest van de dag genieten we van onze luxe bewaakte parkeerterrein.
We staan erg in dubio of we de flamingotour met ochtendlicht of avondlicht moeten doen. Het is geen goedkoop tripje en we zouden er ziek van zijn als we de vogels tegen het licht moeten fotograferen. De Lonely Planet reisgids adviseert om de tour 's morgens te doen, vanwege de dagelijkse opstekende wind in de loop van de dag.

3 maart 2010 - Celestún
We gaan voor het ochtendlicht en staan de volgende morgen ruim voor achten al te trappelen bij het kaartjesverkooppunt, maar dat gaat pas om acht uur open. De boottocht van een uur kost €50,- We zijn de enige toeristen die zo vroeg zijn en om kwart over acht stappen we in het gemotoriseerde bootje. Onze gids is niet erg spraakzaam en dat vinden we wel prima zo. We hopen wel dat hij dichter bij de flamingo's komt dan Sergio eergisteren. Na tien minuten varen zien we dat de horizon roze gekleurd is van de grote flamingo's. Gaaf! Langzaam varen we steeds dichterbij en zonder de vogels te verstoren nadert onze boot de flamingo's tot zo'n 45 meter. We hebben de ochtendzon direct in ons rug en de fotografische omstandigheden zijn perfect! Het meest opvallende aan de vogels is de kleur, niet roze, maar een heel fel oranjeroze. Door het ochtendlicht zijn ze bijna fluorescerend. Onverstoorbaar filteren de vogels met hun aparte snavel het water op zoek naar garnalen en kreeftjes. Hun oranje kleur danken ze aan rode kleurstoffen die ze via hun voedsel opnemen.


   

 

Verderop staat een grote groep vrijgezelle mannetjes hun paringsdans te oefenen. Ze maken hun nek zo lang mogelijk en bewegen hun koppen synchroon heen en weer. We blijven ruim drie kwartier rond de grote groepen flamingo's dobberen en PJ maakt waanzinnige foto's. We storen de vogels niet, want ze vliegen niet op als we ze naderen, de enige vliegende flamingofoto's die PJ maakt zijn de vogels die juist op ons afkomen om zich bij de rest te voegen! Op de terugweg varen we nog het mangrovebos in en mogen we uitstappen met een zoetwaterbron. Hier zien we nog een paar leuke vogeltjes. Er zijn behalve vissers geen andere bootjes op het water en pas tachtig minuten later zijn weer terug op de kade. We vinden de tour zijn geld wel waard en geven de gids een fikse tip.
   

Terug in Celestún zie ik dat de deur van het 'Nederlandse' restaurantje wel openstaat. We hebben geen idee meer hoe de Hollanders eruit zagen en als ik een blanke knul in spijkerbroek zie staan, vraag ik of hij een Nederlander is.
"Ja, inderdaad", antwoordt hij een beetje verbaasd.
Ik vertel hem dat we hier in 2003 gegeten hebben, maar krijg niet de indruk dat hij nog weet dat wij hen toen een zak drop hebben gegeven. In het restaurant ruikt het heerlijk zoet naar vanille en kaneel en dat blijken de Hollandse pannenkoeken te zijn. Maar we hebben al net ontbeten met een kom muesli, fruit en yoghurt bij de botenaanlegsteiger, dus spreken we af dat we vanavond een pizza komen eten.
We rijden een half uur noord over een slechte weg langs de kust en vinden een verlaten strandje waar we de rest van de dag in de zon liggen.

s Avonds gaan we zoals afgesproken naar het restaurantje. Op de begane grond is het knus met maar vijf tafeltjes en een zitje, maar op het dak is een enorm terras. Het is nu een beetje te fris om buiten te zitten, dus blijven we beneden. Pascal komt gezellig een praatje maken, terwijl wij wachten op onze pizza's. Ik informeer naar zijn vriendin. "Ik heb een Mexicaanse vriendin, mijn Hollandse vriendin is na twee jaar terug gegaan naar Nederland". Steeds verder in het gesprek begint het ons te dagen, dat dit niet de Nederlander is die wij zeven jaar geleden ontmoet hebben! Pascal's ouders komen elke winter een paar maanden logeren, onze Hollanders hadden weinig contact meer met het thuisfront.
"Alleen voor het afscheidsconcert van de Golden Earring kom ik terug naar Nederland", zei die knul toen. Pascal is geboren in Noord-Brabant, onze Hollanders waren ras Hagenezen.  De menukaart is nog hetzelfde, pannenkoeken voor het ontbijt en 's avonds pizza etc. en aan het interieur is niets veranderd, maar er is volgens ons wel van eigenaar gewisseld. Als Pascal vertelt dat hij de tent in 2004 overgenomen heeft van een Nederlands stel, weten we het zeker, maar we vinden het gênant om dat nu nog hardop te zeggen! De pizza's zijn nog net zo lekker en de restanten nemen we mee om koud te eten voor de lunch.
 

6 maart 2010 - Campeche
De volgende dag rijden we naar Campeche. Het is erg warm op de stadscamping, maar het Internet is supersnel en de rest van de middag gebruiken we op de website te updaten en onze mail te beantwoorden. 's Avonds kijken we via Uitzending Gemist naar de Nederlandse televisie.
Zondag pakken we de stadsbus naar het historische centrum. Om zich in de 16e en 17de eeuw te beschermen tegen piraten, bouwden de rijke stedelingen een vestingwal en bastions. Een gedeelte van die stadsmuur staat er nog en ook negen bastions. Binnen de muren zijn de straten schoon, de huizen in frisse pastels geschilderd en alles ziet er even idyllisch uit. We lopen letterlijk de blaren op onze voeten.

     

   

   


Op de terugweg duiken we nog even een supermarkt in voor wat boodschappen. De achtergrondmuziek in de supermarkt is Nederlandstalig! We herkennen het nummer en de artiest niet, het klinkt een beetje als een volkszanger. Het volgende nummer is van dezelfde artiest, ze draaien de hele CD! Merkwaardig. Bij de kassa krijgen we gratis Spaanse les. Twee jongetjes die met hun moeder achter ons in de rij staan, vinden het reuze interessant om te zien wat die gringo's voor boodschappen inkopen. Hardop zeggen ze elk artikel wat uit onze boodschappenwagen komt en op de band gelegd wordt. "Manzanas, galletas, huevos, tuna, naranjas, jamón...". We moeten er hartelijk om lachen. Voor de supermarkt is de bushalte en de bus brengt ons zonder overstap direct terug naar de camping. Gelukkig hoeven we niet ver te lopen met de plastic tassen vol levensmiddelen op onze pijnlijke voeten.

8 maart 2010 - Isla Aguada
Langs de Golfkust rijden we verder naar het zuiden. Onderweg fotograferen we een lachvalk. Deze roofvogel dankt zijn naam aan het haast menselijk lachgeluid dat hij maakt, maar helaas hebben we dit nog nooit gehoord. In het vissersplaatsje Isla Aguada willen we een week op de camping blijven staan, maar de camping is behoorlijk duur en als het ook geen Internet meer blijkt te hebben, blijven we maar een nacht. We zijn nu zo gewend aan onze levenslijn met het thuisfront, dat we maar moeilijk zonder internet meer kunnen.

 

 

9 maart 2010 - Palenque
We rijden de volgende dag door naar Palenque. Hier waren we zeven weken geleden ook, maar toen was het weer te slecht om de Mayaruïnes te bezoeken. Dat gaan we morgen doen. Het is nu 33 graden en de lucht is strakblauw. De camping loopt gezellig vol met jonge mensen.
De volgende dag staan we al vroeg op en als ik uit de camper stap om naar de douches te gaan, hoor ik twee toekans! Ze zitten helaas te hoog voor foto's. De eerste ingang naar de ruïnes is maar een kilometer lopen van de camping, maar helaas zo vroeg nog niet open. We moeten heuvelopwaarts nog twee kilometer verder lopen voordat we bij de hoofdingang zijn. Onderweg zien we weer twee toekans overvliegen, maar we kunnen weer geen foto's nemen.
We horen het al van verre; twee rivaliserende groepen brulapen zijn in conflict over een boom en brullen de longen uit hun lijf. Hoe dichter we bij de ingang komen, hoe harder het geluid wordt. We kopen onze entreetickets en lopen zo snel mogelijk op het geluid af. Het komt van achter een van de piramides vandaan, juist een waar je op mag klimmen. Zo snel als onze longen dat toelaten rennen we de steile trappen op en jawel, de apen zijn nu bijna op ooghoogte. Het geluid dat ze maken is oorverdovend. Het klinkt niet als het gekwetter van een chimpansee, maar heel laag en diep. We zien hoe verschrikt de apen naar elkaar kijken en elkaar proberen te imponeren met hun gebrul.

 

 

Anderhalf uur staan we te genieten van dit oergeweld. Daarna wandelen we tussen de piramideruïnes door die natuurlijk ook erg indrukwekkend zijn. De ruïnes staan midden in de jungle. Regelmatig vliegen er krijsende groene papagaaitjes over. Via een junglepad, waarlangs de overblijfselen van de Mayaruïnes overgroeit zijn door wortels en bomen en langs een heldere waterval, komen we via de lagere ingang weer op de weg.

   

   

We lopen terug naar de camping waar we lunchen en in het zwembad bijkomen van de zweterige trip. Om half vier gaan we weer terug en kunnen nu wel via de eerste ingang met hetzelfde kaartje weer naar binnen. We hopen nog wat wildlife op het junglepad te zien, maar het is nog te warm. De apen laten ook niet meer van zich horen, maar we zien wel een toekan achter een piramide verdwijnen. Zou hij erachter geland zijn? We trekken weer een sprintje de trappen op en kunnen hem wel horen, maar zien hem niet. Het zweet gutst nu echt overal vandaan en we zijn zeiknat. Om vijf uur gaat het park dicht en lopen we over de weg terug naar de camping.  

11 maart 2010 - Agua Dulce
De volgende morgen pikken we wireless internet op bij het Best Western Hotel in Palenque en rijden daarna door naar Agua Dulce. We kamperen bij Rancho Hermanos Graham. Hier zien we weer de Montezua Oropendula vogel, die zulk apart geluid maakt en daarbij zo'n vreemde dans doet. Ze zijn bezig met het bouwen van hun hangnesten en laten flink van zich horen.
   
 
Ondertussen is de temperatuur gestegen naar 36 graden Celsius! Als ik 's avonds een douche ga nemen, zie ik witte minikikkertjes op de muren en huidskleurige gekko's. Helaas word ik helemaal lek geprikt door de muggen onder de douche.

18 maart 2010, San Patricio de Melaque
We rijden naar de westkust en komen aan in San Patrico de Melaque. Gisteren was het St. Patricksday en we weten dat dit in San Patricio groots gevierd wordt. Gelukkig is de camping net ver genoeg van het dorp dat we het vuurwerk niet kunnen horen wat altijd in de dagen ervoor en erna afgestoken wordt. De camping is weer eens een verborgen paradijsje. Onze achtertuin is een lagune met watervogels en onze voortuin is de baai van Navidad.
                    
                                                            'onze achtertuin'
   
        In die rode cirkel staan wij                                blauw 'waterkippetje'
   

Vissers lopen over het strand met enorme vissen op hun schouders. 'Forel' noemen ze die, maar ook wel 'torro' (stier), omdat het zulke vechters zijn. Ze vangen ze in de surf en we zien regelmatig grote scholen in de opslag van de golven. Deze forellen zitten weer kleine scholen sardines achterna. En daar komen dan de pelikanen en zeemeeuwen op af. Het is een drukte in de zee...
Ik maak een lasagneschotel met een romige vis- en garnalensaus, maar als ik de oven wil aansteken, doet die het niet meer! Natuurlijk zijn wij niet voor een gat gevangen en we proberen de schotel in de barbecue te bakken. Dat lukt best aardig, al is de onderkant een beetje verbrand.
  

   
Elke morgen is er een geel vogeltje dat zichzelf spiegelt in onze ramen en hele verhalen met zichzelf houdt in de spiegel. Hij ziet zelfs kans om zich op te sluiten in onze auto!

   

   
Voor het hotel dat op het terrein staat, hebben ze heel veel Mexicaanse tegeltjes gebruikt.

22 maart 2010, La Manzanilla
In een vissersdorpje La Manzanilla, 15 kilometer verderop laten Amerikaanse kennissen van ons, Gary en Martha een huis bouwen. Ze wonen tijdelijk in een vrolijk gekleurd huurhuis. 's Avonds eten we bij Jolanda's, een restaurant aan het strand gerund door de Nederlanders Jolanda en Leon. Deze reizigers waren op de motor op wereldreis, totdat ze spontaan besloten in dit kleine dorpje een Hollands/Indisch restaurantje te beginnen. Het loopt als een trein, al is de jachtschotel met rode kool van hun menu verdwenen. De bitterballen hebben in 2004 al eens geprobeerd en vonden we niet zo lekker. Dit keer laat PJ zich de kipsaté met pindasaus goed smaken en ik bestel een Thaise roerbakschotel met zeevruchten.

 

 

                                                                                    Martha & Gary

 

23 maart 2010, Puerto Vallarta
We stoppen even in Puerto Vallarta om boodschappen te doen bij de Walmart supermarkt. Vier enorme cruiseschepen liggen in de haven aangemeerd, onder andere de Holland America Line, recht tegenover de supermarkt.
                  

24 maart 2010, Sayulita
We blijven maar 1 nachtje in het surferdorp Sayulita. De camping is nog druk met Canadezen, wat ons een beetje verwonderd zo laat in het seizoen. We weten van andere jaren dat hier een spannend junglepad is, waar we exotische vogels en wel eens neusbeertjes gezien hebben. Dit piepkleine stukje jungle ligt ingeklemd tussen de oceaan, de snelweg en twee dorpen. Het is er nog steeds, maar we zien dit keer helaas geen wildlife.

 

 

Daarna rijden we door naar La Peňita de Jaltemba waar we een paar dagen op de camping La Peňita willen blijven. De enorme camping (130 standplaatsen met betonnen patio's en nog een groot tentgedeelte) is leeg op vijf Canadese caravans na. We vragen bij de receptie of we vier nachten kunnen blijven. Antonio kijkt heel moeilijk! "Ja, er is nog één plekje beschikbaar, maar echt alleen tot maandag!". Een rare gewaarwording als de camping vrijwel leeg is. De volgende dag begint de intocht (zeg maar gerust invasie) van de Mexicanen uit de steden. Iedere Mexicaan die het zich kan veroorloven reist in de Paasvakantie (Semana Santa) af naar de kust. En dat merken we! De camping loopt echt stampvol.

   
         Het strand en de camping zijn vrijwel leeg als we aankomen...

   
      Maar na twee dagen zijn alle plekken gevuld!

We waren eerst van plan om ruim voor de Pasen het land uit te zijn, maar we vinden het zo gezellig dat we Antonio vragen of er nog afzeggingen zijn. Jawel, maandag moeten we verhuizen naar een andere plek en kunnen we nog tien dagen langer blijven. Zeiltjes worden over de tenten gespannen, de Mexicaanse hoepapamuziek staat op z'n hardst, markthandelaars komen hun waar verkopen en overal duiken standjes op met sierraden, prullaria, rieten hoedjes etc. Eten kun je hele dag door. Het begint al om zes uur 's morgens als de garnalenverkoper over de camping rijdt en met een megafoon zijn garnalen aanprijst. Er worden taco's verkocht, vers gebakken broodjes, gevulde ananassen, maar ook toetjes, op de barbecue gebakken garnalen of vis. Het clubhuis waar normaal gepokerd wordt, is in een dag veranderd in een minisupermarkt. Het strand wordt binnen een dag overgenomen door palen en zeilen. Minder leuk zijn de lange wachtrijen bij de douches en de geur van zweet en in olie gebakken vis die 's morgens vroeg over de camping waait. Ook jammer dat Mexicanen geen gevoel voor privacy hebben, we vinden regelmatig 's morgens een groepje op ónze patio die gezellig een sigaretje zitten te roken of te ontbijten...

   

   

Van de Mexicaanse 38-jarige Angelica krijgen we elke morgen salsadanslessen. We denken dat we het aardig kunnen, totdat Angelica's nichtjes en neefje erbij komen en ons laten zien hoe flexibel hun heupen zijn. We worden uitgenodigd voor een Mexciaans etentje bij Angelica en haar man Oscar. We proeven van de arrechera (gemarineerd rundvlees van de barbecue), nopales (salade van cactusbladen), guacamole (gepureerde avocado's), quesedillas (tortilla's met gesmolten kaas), jicama (een soort grote radijzen), frijoles fritos (gepureerde bonen) en salsa pico de gallo (pittige dip). 

   
  Ricardo zorgt voor de BBQ                           Angelica, m'n salsadanslerares

   
                   PJ en Oscar                                 Met nichtje Paula op de foto                       De hele Mexicaanse familie

2 april 2010, Goede Vrijdag in La Peňita
We worden wakker van gezang en als we de gordijnen bij het bed openschuiven, zien we een enorme kruis met een paarse shawl en grote groep Mexicanen die onder ons raam aan het zingen is! Het duurt even voordat we door hebben dat de Katholieke Mexicanen bezig zijn aan de kruisgang van Jezus en dat naast onze camper een van de vijftien provisorische kapelletjes gebouwd is met palmbladen en bloemen. We dachten even dat ze juist die gringo's wilden bekeren, maar ze zingen over de lijdensweg van Christus en zijn dood aan het kruis.

   
Het provisorische kapelletje naast onze camper     Het dragen van het kruis          Gezamenlijk zingen bij een van de 15 kapelletjes
Ik bedenk mij nu dat de muur van palmbladen die onze buren vorige week om hun tenten gezet had, misschien niets te maken had met privacy en schaduw, maar met de intocht van Jezus in Jeruzalem op Palmzondag. Toen ze na een paar dagen verdroogd naast onze camper lagen, heb ik ze gepakt om onder onze hangmat te leggen! Misschien hadden ze gebruikt moeten worden voor de kapelletjes!

Betekenis Palmzondag
Op Palmzondag gedenkt de katholieke kerk de intocht van Jezus in Jeruzalem en het begin van zijn lijden en sterven. De palmtakken waarmee Jezus bij zijn intocht werd toegejuicht symboliseren de vrede die de Koning komt brengen. Met palmzondag worden dan ook palmtakken gezegend die vervolgens achter de kruisbeelden worden gestoken in kerken en huizen.

De stof van de bank in de camper is een beetje versleten en ik leen een naaimachine en samen stofferen we de bank en de kussens opnieuw.

             

Na de Pasen begint het weer een beetje leeg te lopen en als we zien dat een prachtige plek vrijkomt, vragen we of we nog langer kunnen blijven en we verhuizen voor de derde keer. Deze plek is naast de trap naar het strand.

   
 

12 april 2010
In twee lange reisdagen rijden we naar de grens, samen met Martha en Gary, de kennissen uit La Manzanilla. Onderweg hebben we geen problemen gehad, nou behalve dan een incidentje met een soldaat bij een militaire controle. Honderd kilometer voor de grens kwamen we door een militaire controle en werden er uit gepikt. De soldaat vroeg of hij in de camper mocht kijken. Hij was niet ouder dan 18 jaar en zei dat mijn ogen zo blauw zijn als de Caribische oceaan. Daar kon ik nog om lachen, maar toen hij onze drankvoorraad vond, wilde hij met mij een fles Brandy soldaat maken. Daarna ging hij op het bed liggen om in de kastjes te kijken en vroeg of hij een dutje op ons bed mocht doen. Of misschien vroeg hij wel of ik met hem in bed wilde komen! Ik wees op mijn horloge en zei: "Vamos, vamos!".

Daarna vroeg hij of ik marihuana had! Het moest niet gekker worden! Hij wees naar de kastjes boven ons hoofdeinde van het bed en vroeg wat erin zat. "Kabels, voor de laptop", antwoordde ik. Hij wilde dat IK ze open deed. Ik wees op mijn strakke spijkerrokje en zei: Ja, doei!". Dat vond hij wel grappig. Ik vond dat het nu lang genoeg geduurd had en gelukkig vond de soldaat dit ook.
Ook Martha en Gary kregen een uitgebreide controle, hun militair wilde van alle hebbedingetjes de prijs weten en of hij het kon kopen.
   
Altijd reden tot feest in Mexico                Lange rij vrachtwagens voor militaire check          Bloeiende bermen in de woestijn

Op 14 april gaan we grens over bij Lukeville.

terug