Reisverslag Zuid Afrika 2009

door Claudia and PJ Potgieser

 

home

journals

our favorites

photo gallery

our book

guestbook

English

  
Velen jaren spraken we erover om terug te gaan naar Afrika. Tien jaar na dato boekten we spontaan voor een maand een camper en stapten op het vliegtuig naar Johannesburg.

November 2009, Zuid Afrika

Ithala Game Reserve, dag 1 t/m 5 (4 - 8 november 2009)
De witte neushoorn staart ons met z'n kleine oogjes aan. Zijn twee maten trekken zich niets van ons aan en grazen gewoon door, maar hij blijft ons in de gaten houden.
We zijn drie dagen geleden vanuit New York naar Johannesburg gevlogen en hebben voor een maand een camper gehuurd. De neushoorn is niet het enige wildlife dat we tot zover gezien hebben. Lange nieuwsgierige giraffen, watervlugge wrattenzwijnen, ijverige strontkevers en grappige zebra's passeerden onder andere al de revue. We zijn in Ithala Game Reserve, een park zonder leeuwen, waardoor de dieren relaxed zijn. We begrijpen niet waarom, want ze kunnen ook nog opgegeten worden door wilde honden, de hyena, het luipaard en het jachtluipaard. Die roofdieren hebben nog niet gezien, maar de trip is ook pas net begonnen.

   
          Vervet aapje                             Eerste gedeelte van de route door Zuid Afrika                       Bijeneter

     
         Zonsopgang op de camping                     Verfrissende bush douche                    Even de stomme toerist uithangen

   
            Witte neushoorn                                            Zebra's                                                 Baviaan

   
              Dung Beetle (strontkever)                  Wegen in Itahla Game Reserve                                Roofvogel

We zijn niet alleen naar Zuid Afrika gekomen. We hebben onze Amerikaanse vrienden Dave en Jenny ook zover gekregen dat ze met ons meegingen. Vanaf hier reizen we verder noordwaarts naar het beroemde Kruger National Park. Hier hopen we dan de Big Five te zien (leeuw, luipaard, zwarte neushoorn, olifant en de Kaapse buffel).

Kruger National Park, dag 6, 7 en 8 (9 - 11 november 2009)
We zitten buiten te eten. Slechts vijf meter van ons vandaan ligt een hyena te wachten op een snack. Dit roofdier kan met zijn sterke kaken door botten heen bijten. Toch zijn we niet bang voor hem, want tussen ons en het dier zit een elektrisch beveiligd hek. In Kruger National Park zijn alle campings omgeven door dit soort hekken. Wij zitten dus opgesloten, in plaats van het wildlife. Het hek gaat ’s morgens om half 5 open en wordt ’s avonds om half 7 hermetisch afgesloten.

   
                                                                     Hyena          Olifant bedekt met rode modder              Olifant met jong

Nog voor we gisterenmiddag het park inreden, zagen we bij de ingang al een grote kudde olifanten die zich afkoelden in de rivier. Daar hadden wij ook wel behoefte aan, want het is 42C. In het eerste half uur in het park zien we veel olifanten met jonkies, impala’s (herten), buffels, giraffen en tot onze verbazing wel zes neushoorns. Hiervoor zijn we speciaal eerst naar Ithala Game Park gegaan! Als het in dit tempo doorgaat, komen we nooit op adem.

Vanwege de hitte komen we de volgende dag maar moeizaam op gang. Dave en Jenny vertrekken twintig minuten eerder en zien meteen hun eerste luipaard!
Wij stuiten op een dode buffel die op de weg ligt, maar nog helemaal in tact is. Aangereden? denken we, totdat we de jonge mannetjesleeuw ontdekken die slechts vier meter van de weg ligt te slapen! Af en toe kijkt hij verveeld op. De rangers besluiten dat de buffel toch wel erg in de weg ligt, en beginnen hem weg te slepen. Jammer, denken we, maar tot onze stomme verbazing slepen ze het dier alleen maar van de weg en laten hem zeven meter van de weg in het gras liggen. Daar kunnen de rangers van Yellowstone nog een puntje aan zuigen, daar worden de dode dieren die te dicht bij de weg liggen, meteen naar een geheime bone yard gesleept. De leeuw is alert opgestaan en kijkt waar zijn prooi naar toe is verdwenen.

     
     Slapende leeuw vlak naast de weg       Rangers halen dode buffel van de weg                Close up van alerte leeuw  
            

Wij parkeren vlak bij het lijk en wachten geduldig tot de leeuw zijn prooi komt opeisen. Maar het lijkt wel of hij alleen checkt waar de buffel ligt en verdwijnt dan in het struikgewas. Van half 8 ’s morgens tot half 5 ’s middags wachten wij geduldig tot het dier terugkomt, maar we worden niet beloond. In Kruger mag je je auto niet verlaten en we zijn dus blij met ons rijdend huisje met toilet en keuken. We doen zelfs omstebeurt een dutje.

De volgende dag sjezen we om half 5 de poort uit en gaan terug naar de dode buffel. PJ heeft de GPS coördinaten in de Tom-Tom gezet, maar als we nog maar anderhalve kilometer van plek verwijderd zijn, wordt onze weg geblokkeerd. En door wat! Drie neushoorns liggen op het warme asfalt te slapen!
Met een grommende motor jagen we hen weg en rijden snel verder. Aangekomen bij het karkas wordt onze weg weer versperd. Dit keer liggen er een stuk of twintig hyena’s op de weg. Dat betekent dat er leeuwen bij het karkas zijn! We rijden dichterbij en zien twee slapende leeuwinnen en de jonge leeuw. Het eerste uur gebeurt er weinig. De twee leeuwinnen proberen onder het mom van kroelen met elkaar langzaam steeds dichter bij het lijk te komen. Centimeter voor centimeter sneaken ze vooruit. De leeuw opent af en toe een oog, gromt dan alsof hij lijkt te zeggen: “Meissies, ik heb jullie echt wel door hoor! Ik eet altijd eerst”. Ook de hyena’s kruipen langzaam dichterbij door het hoge gras.

   
 Slapende neushoorns                              Camper omgeven door hyena's               Leeuwen zijn vlakbij

Ineens wordt het onhoorbare startsein gegeven. De leeuw staat op en gaat naar de achterkant van de buffel en begint te eten. De hyena’s beginnen opgewonden rondjes te rennen terwijl ze hun typische geluid maken: “Woe-hoep, woe-hoep”. Een van de leeuwinnen maakt gebruik van de chaos en springt over het karkas om ook een graantje mee te pikken. De leeuw brult woedend en laat zijn scherpe tanden zien. De geluiden die we horen zijn spectaculair. En dan mogen ook de leeuwinnen eten, al is het wel aan de voorkant. Terwijl de leeuwinnen proberen door de taaie huid te komen, smikkelt de leeuw van de zachte ingewanden. Dave en Jenny staan verkeerd op de wind en kokhalzen van de lucht die vrijkomt. Tussen onze campers is er ruimte voor ongeveer twee auto’s.

     

De toerbusjes rijden af en aan, maar blijven meestal maar tien minuten.
“Rotten jullie nou eens op”, horen we ineens. Een open toerbus met Nederlandse toeristen komt blijkbaar voor de tweede keer langs. Ik geloof mijn oren niet. Ik vertel hen dat wij gisteren negen uur bij dit karkas gewacht hebben, terwijl er toen niets gebeurd is. En dat we vanochtend om half vier zijn opgestaan om een plekje op de eerste rang te bemachtigen en dat we dit nu wel verdiend hebben. De toeristen zijn niet onder de indruk en vinden nog steeds dat we ruimte moeten maken voor anderen. Ondanks dat we  vinden dat we ver genoeg van het karkas af staan om anderen ook een blik te gunnen, rijden we een meter naar voren. Ze kunnen verder de pot op.
Om elf uur houden we het voor gezien en na een rondje park, zijn we op tijd terug op de camping om te barbecueën, foto’s te downloaden en te relaxen.
We hadden niet verwacht dat we de leeuwen zo dichtbij zouden kunnen fotograferen.

Kruger National Park, dag 9 en 10 (12 en 13 november 2009)
Na drie dagen op de Berg-en-Dal camping (leuk hè, al die Nederlandse namen?), wordt het tijd voor een ander gedeelte van het park. De variëteit aan geweien van de hoefdieren in Afrika is ongelooflijk. We zien zelfs een kudde zeldzame sabelantilopen.

     
         Blue Wildebeest                            Kudu                                Water Buck                              Impala

   
            Sabelantilope                                              Kaapse Buffel                                            Nyala

Op diverse plaatsen in het park (o.a. op de campings) staan borden met een gedeelte van de kaart van Krugerpark. Met magneetjes kun je hierop aangeven waar je welk dier hebt gezien. Wij zijn vooral geïnteresseerd in de rode (leeuw), zwarte (luipaard) en witte magneetjes (cheetah). Rond Pretoriuskop camping wordt met regelmaat een luipaard gezien, dus doen wij ook een poging. We rijden vele rondjes en zien verse kattensporen over de bandensporen, maar dat mooie dier laat zich niet zien.

   
    Magneetjes geven het wildlife aan                        Pootafdruk van grote kat                             Errug warm!

Tijdens een van de rondjes waarbij wij voorop rijden, roept Dave ineens over de walkie-talkie: “Stop, kom terug, leeuwen!”.  PJ zet de camper in z’n achteruit en rijdt langzaam terug. We turen het veld in, maar kunnen ze niet vinden. “Daar!”, wijst Dave en dan zien we ze in de BERM liggen. Een leeuwenpaartje ligt heerlijk te snurken in het gras en lijkt zich niet bewust van wereld om hen heen. Na een kwartiertje komen we erachter waarom ze zo moe zijn…het prachtige mannetje staat op, bestijgt z’n vrouwtje en paart met haar. Het vluggertje duurt slechts vijf seconden en dan vallen ze weer uitgeput neer. Alleen een sigaretje ontbreekt nog. Hoelang zal dit al aan de gang zijn? We blijven geduldig kijken hoe de leeuwen slapen en zien ze drie keer paren, totdat het tijd wordt om terug te gaan naar de camping voordat het hek sluit. Wat mij vooral opviel is hoe groot de leeuwin was. Haar enorme kop en poten maken veel indruk. Een groot verschil met de twee vrouwtjes die we gisteren gezien hebben.

   

De volgende dag gaan we weer op zoek naar het leeuwenpaartje, maar kunnen ze niet vinden. Dave merkt droog op: “Het zal wel een one-night-stand geweest zijn”. We maken een groter rondje, we zien nog genoeg dieren, maar het is erg warm. De temperatuur loopt op naar ruim 45 graden Celsius. Na een tip van een toerist stuiten we op een troep leeuwen. Zeven leeuwinnen en een leeuw liggen vlak naast de weg onder een boom te hijgen van de warmte. Zodra we stoppen, vluchten ze er vandoor. Niet elke leeuw is blijkbaar gediend van toeristenauto’s.


 

Terug op de camping gooien we een boerewors op de braai (barbecue). We zijn erg blij met de airco in de camper, voor het eerst in twaalf jaar reizen hebben we deze luxe en we slapen heerlijk koel.
’s Nachts begint het ineens te gieten en bliksemen, dus prompt valt de stroom uit en daarmee ook de airco. Je moet in Afrika niet te veel wennen aan luxe…  

Kruger National Park, dag 11 en 12 (14 en 15 november)
Als we ’s morgens wakker worden van de wekker, regent het nog steeds. De regen brengt allerlei enge kruipers naar boven die over het natte asfalt trekken. Vijftien centimeter lange duizendpoten, enorme hoogpotige kevers, mini kikkers en giga slakken. PJ doet z’n best, maar kan ze niet allemaal ontwijken.
In de loop van de dag knapt het op en wordt het zelfs weer heet. Midden op de dag komen we bij een poel aan waar nijlpaarden liggen te knorren en bellen te blazen in het water. Gele weefvogeltjes bouwen aan hun ingewikkelde nestjes en vliegen af en aan. Een giraffe komt drinken in de bekende spreidstand. We zien een krokodil voorbij zwemmen en de Yellow-billed Stork (Afrikaanse Nimmerzat) vissen in het water. Maar het hoogtepunt zijn de twee olifanten die komen afkoelen door zich met modder te bespuiten. En op dat moment besluiten twee nijlpaarden ook nog eens een robbertje te gaan stoeien. We weten gewoon niet waar we moeten kijken.

   

 

  

 

Het kwik stijgt weer naar 45 graden als we naar de meest zuidelijke punt rijden. Dieren zoals de olifant, Kaapse buffel en neushoorn moeten hun huid beschermen tegen de zon en parasieten en dat doen ze door zich met modder te besmeren. De olifant heeft daar wel een erg handig gereedschap voor, maar de andere dieren rollen gewoon door de modder. De modder is niet overal dezelfde kleur en we zijn dan ook niet verbaasd als we een ‘rode’ neushoorn zien.

“Hebben jullie de leeuw gezien bij een karkas?”, vraagt een toerist ons die noordwaarts gaat. Niets gezien, maar wel interessant.
“Weten jullie waar die leeuwin met welpen is?”, vraagt een andere toerist. Hmm, nu begint het vervelend te worden.
Als we weer noordwaarts trekken, zien we een opstopping en al gauw weten we waarom: alweer vlak naast de weg ligt een dood dier verscholen in de struiken. Een leeuwin is achter een bosje haar twee welpen aan het zogen. Zonder de geparkeerde auto’s om ons een hint te geven zijn we hier op de heenweg dus ongemerkt voorbij gereden!
We schuiven langzaam auto voor auto op en kunnen uiteindelijk mooie foto’s nemen van de leeuwenfamilie.

 

In Kruger moet je een dag van te voren al reserveren voor de camping. Dat vinden wij best lastig, want we laten het liever van het wildlife afhangen waar we die nacht slapen. Nu zijn we bijvoorbeeld maar tien minuten verwijderd van Crocodile Bridge camping, maar we hebben gereserveerd voor een camping hier 45 minuten vandaan. Gelukkig hebben we een Tom-Tom navigatiesysteem gehuurd bij de camper en weten we precies tot hoelang we bij de leeuwenfamilie kunnen blijven. We nemen wel een kwartiertje speling, voor het geval we onderweg nog iets tegenkomen. Een uur voor de sluiting van het hek rijden we noordwaarts. Vrij snel komen we de aparte grondneushoornvogels tegen. Snel een paar plaatjes schieten en weer verder. Dan staat er een nijlpaard naast de weg, ook niet iets wat je dagelijks ziet. Klikklak. Oeps, een opstopping van auto’s. Er staat een neushoorn op de weg, maar dat lijkt niet het probleem te zijn, want de mensen kijken naar de rivier. Nog maar zeven minuten extra. Deze mensen moeten toch ook allemaal op tijd op de camping zijn? We wringen ons er langzaam door en kijken bewust niet naar de rivier. We willen niet eens weten wat we missen. Snel door. Mooie zonsondergang. Klikklak. Een olifant. Wegwezen, nog maar drie minuten speling. Net op tijd komen we op de camping aan, met achter ons een rits auto´s. Wat een gestress.

   
            Grondneushoornvogel                                       Nijlpaard

De volgende morgen sjezen we zo snel als de snelheidslimiet dat toestaat terug naar de leeuwenfamilie. We weten dan nog niet dat deze dag de Grote Kattendag gaat worden. Gelukkig is het nog te donker om te kunnen zien wat we missen onderweg. Bij het karkas liggen er twee leeuwinnen pontificaal op de weg. We zijn de eersten aan onze zijde, vanaf de andere camping kant staan er een stuk of vier auto´s en toerbusjes. Moeder leeuwin komt met een bebloede bek van het karkas, haar welpen blijven nog even eten. Ze ploft ook neer op de weg. Een van de welpjes begroet zijn tante met een knuffel en geeft dan ook zijn moeder een koppie. De leeuwin lijkt er met dichte ogen van te genieten. Daarna even je zusje plagen en dan liggen er 5 leeuwen op de weg. Wat een machtig gezicht om het gedrag van deze dieren zo van dichtbij te mogen volgen.
De andere leeuwinnen gaan nu eten, de hiërarchie is bij de meisjes goed geregeld.

   

We laten de leeuwen achter en reizen noordwaarts. Binnen 22 kilometer zien we vier keer leeuwen op een karkas! Maar niet zo indrukwekkend als de leeuwin met de welpen. We nemen nu een ander gedeelte van het park en de omgeving wordt weidser, kaler en droger. Dit is het jachtgebied van het jachtluipaard (cheetah). Maar we zien helemaal geen dieren, zelfs de altijd trouwe kuddes impalaherten ontbreken. De route wordt al snel saai en we merken dat we al dagen om half vier opstaan. Onze ogen beginnen te prikken van de slaap. Maar daar komt verandering in als we ineens in de verte een jachtluipaard zien! Ze verdwijnt weer, maar we blijven in de buurt patrouilleren. En dan staat ze ineens naast de weg! En ze heeft haar jong bij haar. Het jachtluipaard lijkt ons volledig te negeren en steekt twee keer de weg over op zoek naar een prooi. Haar jong volgt haar met een serieuze blik op haar snuit. Wat een prachtige gracieuze  dieren. Voor een lange tijd zit ze nog op een heuveltje om haar heen te kijken en verdwijnt dan uit het zicht.

   
          Jachtluipaard en haar jong                                                                                       Jong jachtluipaard

We zijn toe aan lunch en een plek waar we uit de camper kunnen om de benen te strekken. Bij bepaalde picknickplekken mag je je voertuig uit. Er hangt ook een magneetbord, dus ik neem snel even een kijkje. Een jongen komt kordaat op het bord aflopen. Het is overduidelijk dat hij een paar magneetjes wil plakken. Zeer teleurgesteld is hij dan ook als hij ziet dat iemand anders dat al gedaan heeft. Dus dan maar nadrukkelijk wijzen en hardop zeggen: Ja, deze heb ik gezien, terwijl hij op een rood magneetje wijst (leeuw) en deze (nog een rode) en deze ook (een zwarte!).
“Hoelang geleden heb je een luipaard gezien?”, vraag ik meteen.
“Oh, een half uur geleden, ze had een impalahert neergehaald”.

“Een luipaard op een karkas, 15 kilometer noord!”, roep ik, terwijl ik naar de camper ren. PJ maakt meteen zijn sigaret uit en springt in de bestuurdersstoel.
Let’s go!”, roept hij naar Dave en Jenny.
Dave kijkt beteuterd. Je ziet hem gewoon denken: “Daar wordt alweer een maaltijd door mijn neus geboord”.
We kunnen dit gewoon niet laten schieten, de kans dat het luipaard er nog is, is groot.
We rijden snel naar de plek en jawel 40 meter van de weg, een beetje verscholen achter wat struiken zien we het luipaard. En ze is niet alleen, ze heeft twee grote welpen! Fantastisch! We parkeren aan de andere kant van de weg, zodat we niemand in de weg staan en blijven vier uur genieten van deze prachtige dieren.
 

   

We hadden niet durven dromen dat we elke dag leeuwen zouden en dan op 1 dag zoveel grote katten met welpen en allemaal zo dichtbij. Deze reis kan niet meer stuk.

Kruger National Park, dag 13 t/m 18 (16 – 20 november 2009)
Toen we spontaan besloten om voor een maand naar Afrika af te reizen, hadden we geen idee of dit de juiste periode was om te gaan. Het idee ontstond en drie weken later zaten we in het vliegtuig!
Zuid Afrika ligt aan de zuidkant van de evenaar dus in november is het daar voorjaar. Is hun voorjaar hetzelfde als de onze? Staan de bomen in bloei en begint alles groen te worden? Worden dan ook de jonge dieren geboren? Ook wisten we dat het regenseizoen zou beginnen. Hoe erg zou dat zijn? Hoosbuien en dan zonneschijn of regent het dan de hele dag? We waagden de gok en hebben er geen spijt van gehad, want we zagen heel veel jonge dieren.

Jonge dierenparade:
     
                 baviaan                                      olifant                                          jakhals                           vervetaapje

   
                     zebra                                                 wildebeest                                         tsessebe

   
             wrattenzwijn                                                leeuw                                                   giraffe 

   
                  neushoorn                                               impala                                                   luipaard

En wat betreft het regenseizoen: daar kom ik straks op terug, maar de natuur werd er prachtig groen van.
   

We slapen uit tot zes uur en doen de was. Jenny en Dave hebben het een week aangekeken hoe wij in een emmer onze was doen: water en wasmiddel in de emmer, wasgoed erbij, deksel erop, de hele dag rijden en dan ’s avonds de was uitspoelen en aan de lijn buiten en ’s morgens (als het nog niet droog is) de schone was binnen in de camper aan een lijntje hangen. Werkt prima voor ons. Ze besluiten het er ook maar eens op te wagen. We laten de was op de camping hangen, want we komen hier toch weer terug. Terwijl we een paar uur bij twee leeuwen die een buffel hebben gedood parkeren, begint het te miezeren. Nee hè, zo wordt het wasgoed natuurlijk niet droog.

We zien de zeldzame Saddle-billed Stork (ooievaar) die door haar kleurencombinatie ons doet denken aan de Rietveldstoel, de nog zeldzamere Martial Eagle (vechtarend) en de kleurrijke Bateleur (arend).

   

We vinden nog een karkas met twee prachtige leeuwen. Helaas doen ze niet veel dan hun buit bewaken voor de jakhalzen en hyena’s. Het blijft de hele dag miezeren. In de camper voelt het beddengoed en de gordijnen klam aan en we hangen ’s avonds ook nog de vochtige was binnen. Het wordt tijd om het ventilatorkacheltje uit de doos te halen, die we de hele nacht laten snorren. Dit is wel een land van uiterste, de ene nacht de airconditioner en de andere nacht de kachel!

De volgende morgen staan we al om 5 uur bij een waterdrinkplaats en zien een leeuw drinken! Als hij vertrekt proberen we hem met de verrekijker te volgen. We zien dat hij niet alleen is, er is nog een leeuw … en nog 1! Nee, we zien er vier … nee, het zijn er vijf! Vanaf de weg proberen we te achterhalen wat hun pad is en schatten in waar ze de asfaltweg zullen raken. Binnen vijf minuten zijn we ineens omringd door vijf volwassen leeuwen. Wow! Ze sukkelen op het gemak voor ons uit. Een normale toerist zou tevreden zijn met de foto van vijf leeuwenkontjes, maar wij zijn niet normaal en passeren de leeuwen om hen van voren te kunnen fotograferen. Dit herhalen we een paar keer. Wat een spannende gebeurtenis.

   

     

Een troep leeuwen heet een lion pride, en bestaat meestal uit een aantal vrouwtjes en een mannetje. De vrouwtjes jagen, maar de man eet als eerste. Maar wat doe je als je een jong mannetje bent en nog geen harem bij elkaar hebt gesprokkeld? Het gebeurt wel vaker dat jonge vrijgezelle mannetjesleeuwen een clubje vormen, die dan een bachelor pride wordt genoemd. Wij noemen deze jongens al snel de Gay Pride, zoals ze lopen te koketteren met hun kontjes.

We overnachten op de Letaba Restcamp, in een gebied dat bekend staat om de grote kuddes olifanten. Vanuit de camper is het moeilijk in te schatten hoe groot een olifant is, maar we krijgen hiervan een uitstekende indruk in het olifantenmuseum op de camping. Menig schedel met giga slagtanden hangt aan de muur. Maar ook in het park zien we prachtige levende exemplaren met grote slagtanden, die ons soms de weg blokkeren.

    

Kruger heeft speciale drinkplaatsen voor olifanten: grote ronde betonnen bakken, waar alleen de olifant zijn slurf in kan steken. Het is een grappig gezicht om de olifanten te zien drinken met hun slagtanden rustend op de rand. Twee olifanten begroeten elkaar liefdevol en tasten elkaar af met hun slurven.

   

We staan bij een waterdrinkplaats te wachten op een olifant die langzaam deze kant op komt. Als wij even gaan kijken waar hij blijft, roept Dave ineens over de walkie-walkie: “We zijn omringt door olifanten”!”. Een grote kudde met veel kleintjes is vanuit het niets opgedoken en stormt langs hun camper. Wij zijn net op tijd terug om alles van een veilige afstand in ons op te kunnen nemen. Ze drinken snel en vliegen er weer vandoor. Waarom hebben ze zo’n haast? Weten zij iets dat wij niet weten? Pas de volgende dag komen we erachter wat zij waarschijnlijk instinctief hebben aangevoeld. Het begint die avond te stortregenen!

   

We trekken verder noord, helemaal tot Punta Maria, de meest noordelijk camping. Kruger is 450 kilometer lang, langer dan Nederland! We zien heel veel dieren, een prachtige grote uil met kuifjes en roze oogleden en we poseren bij de Kreeftskeerkring, weer zo´n denkbeeldige lijn op de aardbol.

   
                   Kreeftskeerkring                          Verreaux-Oehoe                 PJ aan de haal met een olifantenbot

Om 5 uur wordt het ineens donker, de temperatuur zakt naar 15 graden en het begint te gieten. We rijden snel naar de camping. Terwijl we onze camper lekker warm maken met het kacheltje, zijn we er niet van bewust welk drama zich afspeelt in een ander gedeelte over het park, maar hierover later meer.

Kruger National Park, dag 19 t/m 22 (21 - 24 november 2009)


          de oranje lijn is onze route
Punta Maria Restcamp. Het regent nog steeds als we opstaan, een uurtje later dan normaal, omdat het anders toch te donker is. We gaan weer zuidwaarts. Al snel merken we dat we net zoveel dieren zien als het 45 graden Celsius is, als wanneer het pijpenstelen regent. Maar foto’s nemen met een waas van regen tussen de lens en het dier geeft geen mooie resultaten.

 

Een tegenligger wuift ons langzamer te rijden, steekt vier vingers op en wijst met z’n duim naar de richting waar hij vandaan komt.
Hum, zou er over vier kilometer iets te zien zijn? Maar na vier kilometer is er niets. Pas na vijftien kilometer zuidwaarts gereden te hebben, zien we wat hij bedoelde: tien meter van de weg ligt een gedode Kaapse buffel en een leeuw ligt erbij te slapen. Later worden dat drie leeuwen en een hele magere leeuwin. We hebben al meteen een goede plek, het terrein is open en we kunnen alles goed zien.
Ondanks de regen maken we een mooie fotoserie van de leeuwen die ons heel intensief aankijken. Vooral de leeuw met de rossige manen geeft mij kippenvel zoals hij soms dwars door mij heen lijkt te kijken. Ze zeulen veel met de buffel en het is ongelooflijk om te zien hoe zo’n leeuw in z’n eentje een hele buffel van zijn plaats krijgt.

 

We horen later waarom we vaak gedode dieren zo vlak bij de weg zien liggen; tijdens de jacht slaat de buffel op de vlucht en als hij dan op het gladde asfalt komt, glijden ze vaak uit. Voor een leeuw is het dan een koud kunstje om het dier te grijpen en te doden.
Als ik ’s avonds het bed opmaak, ontdek ik dat het matras zeiknat is; de regen stroomt langs het lekkende raam als een waterval naar beneden! Tja, krijgen we zonder extra kosten een waterbed bij de camper…

Bij de receptie kunnen we niet achterhalen wat de weersvoorspelling is, dus rijden PJ en ik na een bezoek aan de leeuwen het park even uit om in Phalaborwa het Internet te checken. Kan ik meteen onze website updaten. Goed nieuws: vanaf morgen blijft het de hele week droog!
Weer terug naar de leeuwen, ze zijn nog steeds aan het eten en er liggen nog geen andere kapers op de loer. Wel hebben ze het karkas nog tien meter verder van de weg verplaatst.

   
       lekker sjorren aan de buffel                  hele magere, maar intense leeuwin                         samen delen

Als we terugrijden naar de Letaba Restcamp, zien we een opstopping van auto’s.
“Volgens mij zien ze een luipaard”, heeft PJ een voorgevoel.
We zien heel veel bavianen in alle soorten en maten die zich massaal aan het verplaatsen zijn, maar geen luipaard. Even verderop staan twee olifanten vlak naast de weg een boom om te duwen om de wortels te kunnen afbreken. Overal staan auto’s.
PJ blijft het gevoel houden dat er meer aan de hand is dan de bavianen en de olifanten. Toch rijden we naar de camping die vlak om de hoek is. Het inchecken op de camping en reserveren voor de volgende nacht is weer een hele strijd. Het gaat tergend langzaam en elke dag moeten we in discussie om hetzelfde te betalen als gisteren! We checken nog even het magneetbord en PJ had gelijk; er is hier vlak om de hoek een luipaard gesignaleerd!

PJ en ik gaan toch nog maar even terug naar die bavianen en olifanten. Die zijn er niet meer, maar er staan nog wel een paar auto’s en de mensen kijken door verrekijkers. Een bejaard stel - hij met gele jampotglazen - wil ons best even wijzen op een dood hertje dat in een boom hangt! De luipaard die dit gedaan is, is al een tijdje niet meer gezien. We blijven twintig minuten wachten en dan moeten we echt terug naar de camping voor het hek sluit.

dode impala in boom    

 

   

Om tien voor half vijf staan we de volgende morgen al voor het gesloten hek en ik verbijt me dat de poort pas om 10 over half vijf open gedaan wordt. We rijden naar de bewuste boom en in de schemering zie ik hoog in de boom een zwiepende staart met spikkels! De luipaard komt even later naar beneden en ligt een tijdje onder de boom z’n poten te likken. Hij wordt lastig gevallen door een hyena en voordat het licht genoeg is om foto’s te nemen, steekt hij de weg over en verdwijnt uit het zicht.

Tijd om verder zuidwaarts te gaan, want we hebben gereserveerd voor Satara Restcamp. We zijn getipt over twee karkassen met leeuwen. Het eerste karkas hebben we snel gevonden, maar we zien geen leeuwen. Het ligt aan een onverharde weg en de regenval heeft ervoor gezorgd dat de weg superglad is en de camper begint zelfs te slippen. We houden ons voorlopig even aan de geasfalteerde wegen. Dat is in Kruger geen probleem, want we hebben gemerkt dat we langs de geasfalteerde wegen net zoveel dieren zien als langs de onverharde wegen. En PJ vindt het wel zo relaxed rijden als hij ook om zich heen kan kijken.

Verder zuid ligt niet ver van de weg een dode wildebeest. We turen de omgeving af naar het roofdier dat haar gedood heeft, maar kunnen niets vinden. Vreemd. We hebben Dave en Jenny even uit het oog verloren, dus blijven we maar niet wachten bij dit karkas tot het roofdier terug komt.
We pikken D&J weer op en vinden het ene dode dier na het andere! Wat is er aan de hand? Even later horen we welk drama zich hier heeft afgespeeld.
In Kruger heerste er droogte en de dieren raakten ondervoed. Toen de temperatuur afgelopen donderdag ineens van 45 graden Celsius naar 15 zakte, werd dat veel zwangere herten teveel en ze vielen dood neer! Zielig hoor, maar de regen kunnen ze goed gebruiken. We zien ook meteen het verschil wat de regen maakt, alles is ineens supergroen.

   
          Olifantenvoetstappen in de modder   
 

 

   
              Baobab boom

Tijdens het rondje dat we rijden, zien we in totaal tien dode dieren langs de weg. Dat betekent dat er uit ons zicht waarschijnlijk nog veel meer dode dieren liggen, en de roofdieren hoeven voorlopig niet hard te werken.

We rijden weer even langs de camping om het magneetbord te checken. Er zijn sinds vanochtend twee leeuwen, drie jachtluipaarden en twee luipaardmagneetjes bij gekomen! We gaan richting de jachtluipaarden. Om 12 uur ’s middags zien we bij een kruispunt een kleine opstopping. Twee jacht-luipaarden liggen in de schaduw van een boom, maar wel 100 meter van de weg. We parkeren en wachten. Jachtluipaarden jagen voornamelijk overdag. Hierdoor verkleinen ze de kans dat hun buit door een leeuw gestolen wordt, want leeuwen slapen meestal overdag en jagen 's nachts. Maar uitzonderingen bevestigen de regel en deze luipaarden blijven de hele middag in de schaduw slapen! Ruim vijf uur later geven we het op. We hebben ondertussen wel wat informatie vergaard; deze luipaarden worden hier regelmatig gezien en een mannetje is kreupel. Dan zullen ze niet veel verder komen.

De volgende dag gaan we daarom dus terug naar de jachtluipaarden. Bij de plek aangekomen turen we onder de boom, maar daar liggen ze niet. We rijden een half uur rondjes tot we een geparkeerde auto langs de weg zien staan, op een plek waar we eerder ook al voorbij zijn gekomen. De man met de gele jampotglazen wijst ons op de twee jachtluipaarden die tien meter van de weg liggen te slapen! Gênant dat we die veteranen nodig hebben om het wild te vinden…deze jongens lagen hier vast een half uur geleden ook al.
   
De twee mannetjes liggen innig omstrengelt te slapen en likken over elkaars gezicht. Wat een plaatje! Later gaat een mannetje op jacht en de andere strompelt er langzaam achteraan. Het is wel vertederend om te zien dat een mannetje zich over de andere ontfermt heeft. Misschien zijn het broertjes. We hopen maar dat het goed komt met het kreupele mannetje.

Om 1 uur nemen we pauze op de camping om de foto’s te downloaden en de was te doen. We ontmoeten een pas getrouwd Nederlands stel. Jennifer is ex-militair en nu een stoere brandweervrouw. Kevin zit bij de commando’s en is net terug uit Afghanistan. Ze zijn op huwelijksreis. Zij waren vanochtend ook bij de jachtluipaarden (om je een idee te geven hoe ‘druk’ het hier is: zij waren 1 van 6 auto’s) en kunnen niet geloven dat we gisteren ruim vijf uur lang gewacht hebben. Ze hebben gekscherend een naam voor ons soort mensen: ‘freaks’. Wij vinden dat lekker melig en spreken af om ’s avonds een wijntje met elkaar te drinken. We hebben een gezellige avond en gaan veel te laat naar bed.

De volgende morgen gaat de wekker weer om half vier. We trekken langzaam verder zuidwaarts. Een Kaapse buffel is met z’n verkeerde been uit bed gestapt en blokkeert snuivend de weg. Buffels zijn nogal heethoofdig en humeurig en worden daarom als een van Afrika’s gevaarlijkste dieren beschouwd. We gaan met een grote boog om hem heen.

 
De impala’s hebben massaal besloten dat dit de juiste dag is om te bevallen en we zien overal jonge hertjes. Bij een picknickplek zien we een night adder; een kleine, maar wel giftige slang die het nestje van twee knalblauwe spreeuwen belaagt. 
   
              Night Adder                                                                                                          Purper Glansspreeuw       

We gaan vandaag al om half drie naar de Skukuza Restcamp en koelen af bij het zwembad. Jennifer en Kevin zetten hun tentje naast onze camper op en we maken ons op voor een gezellige avond. PJ schrikt zich dood als hij in het donker een harig beest langs zijn been voelt strijken! Het blijkt een bush-baby te zijn. Op z’n Afrikaans is dit een ‘nagapie’, maar ik vind het meer een kruising tussen een Koalabeer en een luiaard (ja luiaard, zonder p). Het aapje met grote gele ogen loopt zeer behoedzaam en heeft vreemde tenen. Het leeft voornamelijk van vruchten en vruchtensap, maar hier op de camping struint hij helaas de afvalbakken af.

   
                                                                           Bush Baby                                              Neushoornvogel
Het wildlife op de camping is trouwens uitbundig, veel dieren zien toch kans om langs of over het elektrische hek te komen. En de vogels hebben het natuurlijk helemaal gemakkelijk.


Wildlife op de camping:
       
         Baviaan                  Familie Vervet aap             Salamander                    Helmparelhoen              Afrikaanse Hop

               
                  Parende schildpadden                            Bush Buck                                               Dwergooruil

Jennifer verteld lacherig dat wij niet de enige ‘freaks’ in Kruger zijn. Vandaag hebben ze een 80-jarige vrouw ontmoet die al uren bij een paar rotsen geparkeerd stond. Toen ze haar vroegen wat ze daar deed vertelde ze met een rokerige stem: “Er zit hier een luipaardjong en ik wacht tot de moeder terugkomt van de jacht”. Jennifer vertelt dit verhaal om aan te geven dat zij het jong niet konden vinden en ook niet genoeg geduld hebben.
Wij staan met onze oren te klapperen, Jennifer heeft geloof ik niet door wat een schat aan informatie ze ons zo even tussen neus en lippen geeft. Als een luipaard haar jong achterlaat, betekent het dat de welp nog erg jong is en dat de moeder dus een schuilplaats heeft tussen die rotsen. Dan is ze daar morgen ook weer te vinden! We gooien meteen onze plannen om: we gaan morgen niet verder zuidwaarts, maar weer naar het noorden! En achteraf geen verkeerde beslissing, want dit wordt een van de mooiste momenten uit onze reis.

Kruger National Park, dag 23 t/m 31 (25 november - 4 december 2009)

We staan te popelen om het luipaard te vinden, waar Jennifer ons gisterenavond over tipte. We moeten een heel stuk terugrijden, maar dat hebben we er wel voor over. Jennifer heeft heel duidelijk uitgelegd waar de schuilplaats moet zijn, maar dat was niet nodig, want we zien al snel de geparkeerde auto’s. Het luipaard loopt inderdaad rond, maar er is geen plek voor ons! PJ parkeert de camper zolang dubbel en we proberen foto’s te nemen over de geparkeerde auto’s. Da’s wel frustrerend. Als ze verdwijnt achter een paar rotsblokken, verdwijnen ook één voor één de auto’s. PJ parkeert de camper op een strategische plek met veel zicht en het wachten kan weer beginnen. Dave en Jenny staan tien meter achter ons en Jenny kan vanuit het achterraam van hun camper nog nét de gespikkelde staart zien. Het luipaard ligt met haar jong in de schaduw. Zolang we weten dat ze inderdaad nog in de buurt is, is ‘t het wachten wel waard. We halen de kussens van de bed-bank zodat we het statief kunnen gebruiken op een harde houten ondergrond. Dit hadden we veel eerder moeten doen in plaats van de camera op het open raam te balanceren. Pas vijf uur later (!) komt het luipaard weer tevoorschijn en gaat met haar jong op de rode rotsen liggen, precies in ons zicht! We maken de foto's van ons leven!! Ik vind het zulke geposeerde foto's dat het bijna niet te geloven is dat het een in het wild levend dier is.

 

   

We kunnen ons geluk helemaal niet meer op, als ze in de schaduw van een boom haar jong begint te zogen, slechts tien meter van de weg. Wat een prachtbeest.

   

We hebben gereserveerd voor een camping hier 4 ½ uur vandaan, maar we willen natuurlijk veel liever vannacht op de Lower Sabie restcamp, die hier slechts vijf kilometer vandaan is. Om 1 uur rijden we naar Lower Sabie en het veranderen van de reservering is zo gepiept. We zijn er zelfs een beetje verbaasd over. Terug naar het luipaard, maar nu kunnen we geen goede plek meer krijgen. Jennifer en Kevin zijn ook van de partij en we halen hen over ook hun reservering te veranderen. We gaan op tijd naar de camping om te barbecueën en een paar biertjes te drinken. We hebben een hele gezellige avond met elkaar. Stiekem zijn we ook wel blij om weer eens Nederlands te kunnen praten.

   

Om verzekerd te zijn van een goede plek bij het luipaard, staan we al om vier uur ’s morgens bij de gesloten poort. En dan zijn we nog niet de eersten!
“Nog een grotere freak”, zegt Kevin en wijst op de auto voor ons.
“Moet je horen wie het zegt”, zegt PJ en wijst op hun huurauto die direct achter onze staat. De Hollanders zijn duidelijk met ons ‘freakvirus’ besmet.
Als om half vijf de poort opengaat, komt de lange rij auto’s en campers in beweging. Gelukkig gaan de meesten naar een waterpunt vlakbij, waar gisterenmorgen vijf leeuwen kwamen drinken.
Al snel zijn we bij de luipaardschuilplaats en ze is al druk. Het is nog niet licht genoeg om foto’s te maken, maar we kunnen haar wel goed volgen. Ze heeft een impalahertje gevangen en sjouwt ermee rond. Ook speelt ze met haar jong en doet maf met een klein boompje. Als het wat lichter is, doet ze alles nog eens over. Het is weer fantastisch.

 
We nemen afscheid van Jennifer en Kevin, zij hebben nog een lange weg naar Kaapstad te gaan.
Wij gaan richting Berg-en-Dal restcamp voor onze laatste nacht in Kruger National Park. Bij een waterdrinkplaats zien we twee olifanten die in ‘musth’ zijn.
Musth is een periodieke staat van overheersing in olifantenstieren die tot onvoorspelbaar gedrag en verhoogde agressie kunnen leiden. Je kunt deze periode herkennen aan een vochtige streep uit een klier tussen hun oog en hun oor, constant druppelen van urine en een sterke muskusgeur.
De twee mannetjes wapperen met hun oren en wroeten met hun slurven in elkaars gezicht. We houden gepaste afstand en PJ houdt z’n voet op het gaspedaal. Het is wel spannend om te zien hoe deze mannetjes elkaar uitdagen.  

   

Dit is het laatste wat we zien in Kruger. We zijn er in totaal 17 ½ dagen geweest en hebben maar twee 'katloze' dagen gehad. Dit hadden we absoluut niet verwacht en ons bezoek aan dit fantastische park is dan ook erg geslaagd. De restcamps zijn net kleine dorpjes en van alle gemakken voorzien. Dat moet ook wel als je elke dag om half zeven wordt opgesloten. Er is een restaurant, een winkel met souvenirs en kruidenierswaren, benzinestation, ATM machine, soms een internetcafé, huisjes die je kunt huren, een camping die erg compleet is. Zo zijn er altijd warme douches en (zeer vreemd) ligbaden. Ik moet er niet aan denken om op de camping een ligbad te nemen, dan moet ik eerst met een schuursponsje en Jif in de weer...Bovendien kost een bad veel meer water en dat kunnen ze in Afrika toch wel beter gebruiken? Verder zijn er keukens met gaspitten en een boiler die kokend water geeft. Het kraanwater in Zuid-Afrika kun je drinken, al hebben wij dat niet gedaan. Elke plek heeft een barbecue die de volgende morgen wordt schoongemaakt door het campingpersoneel. Er is een wasserette met een wasmachine en droger die op muntjes werkt. Wij hebben daar niet zo vaak gebruikt van gemaakt, als we om half 7 de poort binnenreden, ingeschreven hadden, geparkeerd, foto's downloaden, eten koken, douchen en op tijd naar bed dan blijft er weinig tijd over om ook nog naar de wasserette te gaan.

We hebben afgesproken dat we mogen uitslapen, maar zijn toch al om zes wakker en in de weer. In Nelspruit in de Crossing Shopping Mall doen we boodschappen en checken het internet. We hadden gehoopt de website te kunnen uploaden, maar krijgen onze laptop niet wireless.
We nemen de tolweg van Nelspruit naar Pretoria, zodat we lekker opschieten. Niet voor lang, want we worden aangehouden door de politie. Of hij even in onze camper mag kijken. Als hij binnen is, vraagt hij om PJ's rijbewijs of paspoort.
"Die ligt in de kluis", zegt PJ in de hoop dat het dan okay is.
"Geen probleem, pak hem maar", antwoordt de agent.
Terwijl wij de kluis openen, kijkt de agent over onze schouders mee. We zijn bijna aan het eind van onze trip, dus we hebben gelukkig geen cash meer in voorraad. Je zit er toch niet op te wachten om je hele hebben en houwen aan een agent te laten zien.
Nadat hij PJ's rijbewijs en paspoort bestudeerd heeft, mogen we doorrijden. Dave en Jenny ontspringen de dans en staan een stukje verderop op ons te wachten.
Sommige borden die we onderweg zien zijn grappig, anderen best grimmig.

 
Onderweg komen we in een vreselijk hoosbui terecht en het begint te onweren. We hebben nog nooit zo'n lichtvoorstelling gezien. De bliksemschichten volgen elkaar in moordend tempo op en slaan ruim voor ons in. We wilden nog naar een souvenirmarkt in Hartebeespoortdam, maar ons navigatiesysteem stuurt ons naar een resort. Met die regen wordt het toch niets. Dus voeren we maar 'camping' in en er blijkt er een vlak bij te zijn. Dave en Jenny zijn onder de indruk, aan de buitenkant kun je niet zien dat het een camping is.

De volgende morgen schijnt de zon weer en de Welwitchia Country Market blijkt vlakbij in de buurt. We zijn de eersten toeristen en de jongens worden meteen overvallen door opdringerige mannetjes. Ze vragen op een slinkse manier om hun naam op een lijst te zetten en het land waar ze vandaan komen, als een soort onderzoek. Maar dan moeten Dave en PJ geld doneren en de mannen worden nu echt vervelend. PJ wordt zo boos en roept mij terug omdat hij onmiddellijk wil vertrekken. Ik weet dat dit de enige mogelijkheid is om souvenirs te kopen en laat me niet zo snel ompraten. We blijven toch maar. Veel verkopers hebben de woordenwisseling met de irritante mannetjes gehoord en verontschuldigen zich bij mij.
"Your husband is really angry?"
Ik maak handig gebruik van de situatie als een van de verkopers (hij ziet er veel te glad uit) mij twee houten beeldjes van jachtluipaarden probeert te slijten. Ik beweer dat mijn man nog veel bozer wordt als ik thuis kom met beeldjes waar ik teveel voor heb betaald. Ik krijg de prijs naar een vierde van wat hij in eerste instantie vroeg.

We rijden door naar Pilanesberg National Park  (een paar uur noordwest van Johannesburg) die tot onze verbazing niet in de Nationale Parkpas valt (Wildcard). Terwijl we alvast een plekje uitzoeken op de camping, ziet Dave een paaltje over het hoofd (dat net de weg overstak...) en rijdt een gat in de zijkant van de camper!!! Wat een drama.
Op de eerste dag hebben de mannen allebei hun zijspiegel geraakt, maar die van ons brak net niet en die van Dave net wel. Nu komt dit er ook nog bij. We rijden toch nog het park in.
Pilanesberg is een lang geleden uitgedoofde vulkaan en het landschap is gevormd door de uitbarstingen van 1200 miljoen jaar geleden.

Het prachtige landschap is heuvelachtig met rode rotsen en erg groene graslanden en heeft een oppervlakte van 55.000 ha. Zoals in zo vele plekken in Afrika was het wild dat hier oorspronkelijk leefde verdwenen, gejaagd of verdreven. In de jaren zeventig besloot de president dat de dieren weer terug moesten komen in Pilanesberg en operatie Genesis werd gestart. 6000 wilde dieren werden naar dit park gebracht en nu zijn er meer dan 10.000 waaronder de 'Grote Vijf'. Wij missen van de 'Grote Vijf' nog steeds de zwarte neushoorn en hopen die hier te zien.

   

   

We moeten er aan wennen dat het park druk is en dat we eigenlijk weinig dieren zien, maar het landschap is prachtig en alles bloeit en de mimosa geurt ons tegemoet. De meeste wegen in Pilanesberg zijn onverhard en ons serviesgoed rammelt en ratelt in de camper. Ik erger mij al weken dood aan dit servies dat bij de huurcamper geleverd werd: alles van breekpaar porselein, van theepotje tot peper- en zoutstel, melk- en suikersetje, koffiekopjes met schotel, wijnglazen en theeglazen. De eerste week breek ik pardoes twee wijnglazen, dus ik koop meteen zes nieuwe; kan ik een beetje vooruit.

Bij een grote opstopping van auto's horen we dat er een jachtluipaard te zien moet zijn, maar het is erg ver weg en wij kunnen hem niet vinden. Een van toerbusjes schampt Dave's camper en laat een groene streep achter op zijn bumper. Het busje rijdt gewoon door!
Om zes uur zijn we terug op de camping. Een man in groen uniform is op zoek naar Dave, en verontschuldigt zich menigmaal voor het schampen van de camper! Nou, dat is toch wel aardig. Hij informeert naar onze dag en vraagt of we het luipaard hebben gezien. We zijn meteen een en al oor en vragen waar dat mag zijn. De gids legt ons de precieze locatie uit, het lijkt erop dat het weer om een schuilplaats gaat.

De volgende dag rijden we meteen naar die plek, waar het luipaard al vijf dagen achter elkaar gezien is. De omgeving is een enorme rode rotspartij en we hebben geen idee waar we moeten zoeken. We parkeren de campers en gaan zitten wachten. Na anderhalf uur wordt de luipaard gespot, niet door ons en erg ver weg. Na een tijdje geven we het op, het is zo ver weg en we zijn in Kruger zo verwend door het luipaard met jong. We maken een rondje door het park en zien o.a. een vrijwel witte giraffe en een eenzame olifant in het groene landschap.
In dit park hebben ze ook schuilhutten. Een van die hutten kijkt uit op een drinkplek, maar we zien alleen een paar waterbokken. We merken dat we ook hiervoor weinig geduld hebben, dat was in Kruger toch wel anders.

   

            

Het is ondertussen maandag en veel rustiger in het park. Het lijkt ook wel of we meer dieren zien. We ontdekken een jakhalshol met drie puppies. Moeder jakhals komt thuis met de kop van een impala, maar laat haar jongen niet eten. Tjonge, als blikken konden doden...wat geeft ze haar pups een valse blik als ze te dichtbij komen.

   
                                                                                 deze rechterfoto hangt als waarschuwing op de camping

Een grote kudde olifanten op de weg komt ons veel te dichtbij en we blijven maar achteruit rijden. We zien een neushoorn met haar jong die een modderbad nemen. Ze laat zich echt vallen in de modder en het jong kijkt verbaasd toe. We brengen wat tijd door bij het luipaard maar zien haar niet.
We nemen een lange middagpauze en relaxen en koelen af bij het zwembad. Het is 37 graden, dus dat is wel nodig ook.
Om half vier rijden we het park weer en geven het luipaard nog een kans. PJ ziet haar ineens in een boom en met de verrekijker erop zien we ook een prooi in de boom. We proberen zo dichtbij mogelijk te komen en even later poseert ze prachtig op de rode rotsen; precies waar ik haar wilde hebben!

   
Dave zit ondertussen met een verrekijker de omgeving af te speuren en meldt op de walkietalkie dat een enorme kudde olifanten een bad in het meer aan het nemen is. We staan meteen in dubio, laten we het luipaard voor wat het is (ze ligt te hijgen in de schaduw en gaat waarschijnlijk voorlopig nergens heen) en sjezen we naar de olifanten? We weten dat de olifanten vijftien minuten rijden is, zijn we dan nog wel op tijd?
Wij kiezen voor de olifanten, Dave en Jenny blijven bij het luipaard. Als we er eindelijk aankomen zijn de meesten olifanten al afgekoeld en uit het water, maar wij mogen nog wel meemaken dat twee jongere olifanten in het water aan het spelen zijn. Ze duwen elkaar echt kopje onder, spuiten elkaar nat en spelen met waterplanten. Wat een fantastisch gezicht.
Met een mooie zonsondergang in het achterraam rijden we terug naar de camping.

   

Vannacht heeft het geregend en we hebben weer een waterbed. De laatste dag in het park levert ons nog steeds geen zwarte neushoorn op, maar we zijn zeer tevreden met wat we in een maand gezien hebben.
Voor het avondeten hebben we struisvogelbiefstukken gekocht. We hebben dit tien jaar geleden ook eens gegeten en vinden het heerlijk. Dave en Jenny zijn het helemaal met ons eens, ze vinden het de malste biefstuk die ze ooit gegeten hebben.

 

Nu is het einde van de reis echt in zicht. We rijden naar Johannesburg en om twee uur 's middags zijn we op de camping, die maar 500 meter van het depot is waar Dave en Jenny hun camper moeten inleveren. De volgende dag rijden zij met lood in de schoenen naar het camperdepot. De schade wordt opgenomen en ze komen overeen dat Dave 300 euro moet betalen. Hij is erg opgelucht.

We kunnen terugkijken op een zeer mooie reis met ongelooflijk wildlife momenten. Onvergetelijk!
Claudia en PJ Potgieser, 4 december 2009